
“In de nacht van 13 augustus 2023 hoorde ik Robbi plotseling heel hard krijsen. Het ging door merg en been. Ik schrok enorm, want zo’n geluid had mijn dochtertje van acht maanden nooit gemaakt; ze huilde sowieso maar heel zelden. Misschien kwamen haar tandjes door? De volgende nacht gebeurde precies hetzelfde en ging ik naar de huisarts. Die vermoedde een oorontsteking. Mijn moederinstinct zei toen al: dit klopt niet. Op een gegeven moment was Robbi er zó slecht aan toe dat ze niets meer at en alleen nog maar een paar slokjes water per dag binnenkreeg. Ze kon ook niet meer staan, was net een lappenpop. Ik was ontzettend bezorgd. Tot dat moment was alles met Robbi perfect gegaan. Ze was de tweede dochter van Rob en mij en het zusje van Mexi, die op de kleuterschool zat. Dolblij waren we met ons mooie gezinnetje. Robbi ontwikkelde zich heel goed en stond parmantig in de box. Tot nu dus. Toen ze ons na tweeënhalve week alwéér naar huis wilden sturen met een ‘Kijk het nog maar even aan’ pikte ik het niet langer: ik wilde per se een echo. Anderhalf uur later kwam de arts met de uitslag. ‘Ga maar even zitten,’ zei hij. ‘We zien iets in haar buik wat daar niet hoort. U moet uitgaan van kanker.’”
Hoopvolle woorden
“Hoewel ik wíst dat er echt iets mis was, had ik dit in de verste verte niet kunnen bevroeden. Ook voor Rob was de klap gigantisch. Hierna moest ik mijn vader en moeder, die op dat moment in Spanje zaten, bellen met dit vreselijke nieuws. En de rest van de familie. Mijn broer, schoonouders, mijn schoonzus, ze kwamen allemaal naar ons toe. In de kamer in het ziekenhuis waar we elkaar troffen, was het al snel doodstil. Want wat moet je zeggen op zo’n moment? Dit gebeurde op vrijdag 29 augustus, de maandag erop zouden we naar het Prinses Máxima Centrum kunnen, gespecialiseerd in kinderoncologie. Dat weekend konden we niets dan afwachten. In het Prinses Máxima Centrum werden we goed opgevangen, het was echt een warm bad. Er volgden heel veel onderzoeken. En uiteindelijk hoorden we de woorden waar we zo verschrikkelijk op hoopten: Robbi was te genezen! De tumor die ze had, een zandloper-neuroblastoom, zat op één plek en er waren geen uitzaaiingen. Wel had de tumor zich uitgebreid naar het ruggenmerg. Dat had voor die vreselijke pijn gezorgd waardoor ze was gaan krijsen en het verklaarde ook meteen de uitval van haar beentjes: ze had een incomplete dwarslaesie opgelopen. Deze uitbreiding maakte opereren te risicovol, maar ze kon wel worden behandeld met chemo. Hoe afschuwelijk dit ook allemaal klonk – ons kleine meisje aan de chemokuren, daar zou ze vast nog veel zieker van worden – hielden we ons krampachtig vast aan de hoopvolle woorden dat ze beter kon worden.”
Kleine doorzetter
“Op de dag dat Robbi precies negen maanden was, kreeg ze haar eerste chemokuur. En er gebeurde iets heel bijzonders: ze knapte er direct van op. In de weken ervoor was er niets meer van haar over geweest, nu zagen we onze Robbi opeens weer. Ze begon zelfs alweer met haar linkerbeentje te bewegen. En een paar dagen later ook met het rechterbeentje. Wat waren we blij! De enige bijwerking die ze had, was haaruitval. Ik herinner me het moment nog goed dat ik haar over haar bolletje aaide en opeens allemaal haren in mijn hand had. Dat was even slikken. Maar Robbi bloeide helemaal op, was zo vrolijk en dapper.
Ongelooflijk. Wat een doorzetter, dat meisje van ons! We waren zo trots op haar. Ondertussen hadden we van onze huisarts excuses gekregen over hoe alles was verlopen. Ook zij waren enorm geschrokken en belden later geregeld om te vragen hoe het ging.
In totaal heeft Robbi vier chemokuren van een week gehad, telkens met een paar weken ertussen. En verder heel veel bloedonderzoeken, echo’s, röntgenfoto’s, MRI’s, enzovoort. De uitslagen waren elke keer hoopvol. De tumor veranderde van kwaadaardige cellen in littekenweefsel. Iets wat bij het opgroeien relatief steeds kleiner zou worden en geen probleem hoefde te zijn. Al dat goede nieuws was fantastisch, maar toch stonden we alleen nog maar in de overlevingsstand. Als er zoiets ergs met je kind aan de hand is, slaap je niet meer rustig tot je hoort: ‘Ze is genezen.’
Bovendien hadden we het ontzettend druk, omdat we voortdurend naar het ziekenhuis moesten. Gelukkig kregen we enorm veel steun van onze families en stonden beide oma’s altijd klaar om onze oudste op te vangen. Want voor haar ging het leven met school gewoon door.”
‘Op de dag dat Robbi negen maan den was, kreeg ze haar eerste chemokuur. Ze knapte er direct van op’
Week vol ontspanning
“Midden in al die hectiek werden we verrast door een onverwacht telefoontje.
Mijn schoonzus bleek ons te hebben opgegeven voor Villa Pardoes, een vakantiepark naast de Efteling, speciaal voor gezinnen met een ernstig ziek kind. Het overviel ons enorm: we kregen zomaar een gratis week vakantie aangeboden! Heel erg leuk natuurlijk, al wist ik niet wat ik moest verwachten en was ik ook een beetje bang dat de hele week, door de confrontatie met andere gezinnen met een ziek kind, in het teken van ziekte zou staan. Maar toen we aankwamen, voelde ik meteen: dit zit goed. En dit gaat de ontspannen week worden die wij enorm nodig hebben. Ieder gezin – er waren er twaalf tijdens onze week – heeft een eigen huis met een sprookjesthema, dat van ons was Sneeuwwitje. Iedereen was supervriendelijk en er werd meteen duidelijk gemaakt: alles kan, maar niets hoeft. Er waren allerlei activiteiten, van gezamenlijke maaltijden tot bingo en schilderen, maar als je niet meedeed, was dat ook prima. Verder konden we wanneer we maar wilden via een speciale ingang de Efteling in. Het was heerlijk om er even helemaal uit te zijn, echt als gezin. Ook het contact met de anderen was prettig; je zit allemaal in hetzelfde schuitje en begrijpt elkaar ook zonder woorden.






Voor Mexi was het nog het allerleukst. Het leven van onze dochter van vijf was weliswaar gewoon doorgegaan, maar ook zij voelde natuurlijk de spanning thuis. Hier kon ze weer echt kind zijn: spelen, vriendinnetjes maken en prinsessenjurken aantrekken. Mijn ouders kwamen ook een paar dagen, zodat zij leuke dingen konden doen als Rob en ik met Robbi naar het ziekenhuis moesten. Het was echt een fijne tijd, ik heb genoten tot de laatste minuut. Ik ben mijn schoonzusje heel dankbaar dat ze ons heeft opgegeven. Zelf had ik dat vast niet gedaan, hoewel dat wel kan, weet ik nu.
Hierna waren we opgeladen genoeg voor de laatste behandelingen. Die zijn nu achter de rug: deze week gaan we de allerlaatste uitslag horen. Als die goed is, is Robbi’s ketting compleet. In het Prinses Máxima Centrum krijg je bij elke behandeling namelijk een kraal. De ketting van Robbi is nu maar liefst twee meter lang. Nu wachten we op de allerlaatste kraal, die waar het echt om gaat: de bloemenkraal, die betekent dat je genezen bent. Ik hoop zó dat ze die deze week inderdaad krijgt. Dan is Robbi weer net zo gezond als ieder ander kind.”

Oma Anita (60): “Op het moment dat Loeki mij belde, was ik net samen met haar vader en goede vrienden in Spanje aangekomen. We zouden gaan rondtouren, zoals we elk jaar doen. Vijfhonderd meter voordat we bij ons eerste hotel aankwamen, belde Loeki. Natuurlijk wist ik dat mijn kleindochter ziek was, ook ik maakte me zorgen. Maar zoiets als dit verwacht je niet. Mijn man wilde direct terug naar huis. We zijn een hecht gezin, wonen dicht bij elkaar en zien elkaar elke dag. Gewoon vakantie gaan vieren was absoluut geen optie. Ik was zelf te erg van slag om nog te rijden, maar mijn man is de hele nacht door, op adrenaline, naar Nederland gereden.
Als oma vond ik het verschrikkelijk om dit hele traject mee te maken. Je ziet je dochter en haar gezin heel veel verdriet hebben. En dan Robbi, die aan allemaal slangetjes in het ziekenhuis lag, tussen al die andere kinderen… Het was echt zo afschuwelijk. Het breekt je hart. Mijn man en ik hebben geprobeerd er zo veel mogelijk te zijn. Dat betekende in de praktijk veel op Mexi passen. Normaal pas ik sowieso een vaste dag per week op haar, net als de andere oma, maar nu stond mijn volledige agenda in het teken van haar.
Alles om er voor het gezin te kunnen zijn. De week in Villa Pardoes was echt geweldig voor Loeki, Rob en de meiden. Het is een prachtige plek waar je het gevoel krijgt dat er even echt voor jóú wordt gezorgd, hoe zwaar de situatie ook is. Mijn man en ik zijn er ook een paar dagen geweest. Ik ben lekker met Mexi aan het kokkerellen geweest en we hebben samen een tocht met een paardenkoetsje gemaakt. Zo leuk. Ik zag dat het Mexi enorm goed deed. Even niet naar school hoeven en alleen maar leuke dingen doen, een adempauze in een halfjaar vol hectiek. Maar wat ons nog het meest op de been hield, was de vrolijkheid van Robbi. Als je niet wist hoe ziek ze was, zag je gewoon een gezond kind. Dat gaf zo veel kracht. Nu zijn we vol goede hoop dat het helemaal is overwonnen. Wat zou dat fantastisch zijn. Toch zal haar ziekte sporen achterlaten. Als je zoiets ergs meemaakt, worden andere dingen maar betrekkelijk. Ik denk vaak: waarom zou je je nog druk maken om onbenullige dingen? Het enige wat ertoe doet is dat je dierbaren gezond zijn. Dat het er nu zo positief uitziet, maakt ons enorm dankbaar. Geweldig wat de wetenschap allemaal kan. Dat is toch ongelooflijk?”
Een dag na het interview kreeg Robbi haar zo gewenste bloemenkraal. Ze is genezen verklaard!




