
VVD-boegbeeld Dilan Yeşilgöz (46) zit inmiddels tien jaar in de politiek. De demissionair minister van Justitie en Veiligheid, die begon als gemeenteraadslid in Amsterdam, wil naar eigen zeggen niets liever dan iets voor de maatschappij betekenen. Haar vader en moeder waren mensenrechtenactivisten in Turkije, moesten vluchten vanwege hun werk, en bouwden een nieuw bestaan op in Nederland. Dilan was zeven toen ze van hoofdstad Ankara naar Amersfoort verhuisde. ‘Mijn ouders hebben mij opgevoed met het idee: spreek je uit en bemoei je ermee als je onrecht ziet, ga niet aan de zijlijn staan,’ zegt ze in Margriet. ‘Ik hoop dat ik net zo veel veerkracht heb als zij.’ Dat heeft Dilan op een ándere manier al laten zien, toen ze als twintiger kampte met een heftige auto-immuunziekte: de ziekte van Werlhof, waarvan ze wonderwel genas. De arts zei haar destijds dat hij geen patiënten met deze ziekte kende die het even ernstig hadden en tien jaar na de diagnose nog leefden. ‘Er was nog één soort behandeling mogelijk en die sloeg gelukkig aan. Het is verbazingwekkend hoe rationeel ik in die periode werd. Alle clichés werden toen waar. Ik keek naar wie er echt iets toevoegde aan mijn leven en ben sindsdien elke dag dankbaar dat ik leef. Dat heb ik nooit losgelaten.’ Al geeft Dilan toe dat ze heeft moeten wennen aan haar positie als vrouw in de politiek, waardoor ze geregeld anders werd beoordeeld dan mannelijke collega’s. ‘Tuurlijk hebben mensen mij vaak onderschat:
Waarschijnlijk kan dat meisje niet veel, maar leuk dat ze het probeert. Dat is een comfortabele uitgangspositie, want ik zorgde er vervolgens altijd voor dat ik supergoed was voorbereid en alle stukken had gelezen,’ zegt Dilan, voor wie naast haar ouders ook haar oma een voorbeeldfunctie had. Zij leefde haar leven, tegen de tijdgeest in, zoals zij dat wilde. Reisde de wereld rond en stond open voor iedereen, zonder vooroordelen. ‘Haar naam staat getatoeëerd op mijn pols,’ vertelt Dilan in Margriet. ‘Mensen die altijd de kracht vinden om door te gaan, dat zijn mijn rolmodellen.’

Haar René is Dilans steun en toeverlaat.
‘Ik vind mezelf nooit zielig’
Dat Dilan sinds afgelopen jaar, toen ze Mark Rutte opvolgde als VVD-leider, veel bagger en haatberichten over zich heen krijgt, neemt ze op de koop toe. Ze weet zich in elk geval altijd gesteund door GGD-programmamanager René Zegerius (60), met wie ze in 2014 is getrouwd en in Amsterdam woont. Dilan mag hem dan ‘de nuchterste persoon op aarde’ noemen, ze heeft wel uitgebreid met haar echtgenoot besproken dat haar nieuwe functie ook voor hém pittig zou worden. ‘Dat de programma’s waar hij graag naar kijkt, zijn vrouw konden gaan afzeiken. Ik vroeg hem of hij dat zou aankunnen,’ zegt Dilan in Margriet. Inmiddels weet ze dat René dat kan. Het is hen beiden er alles aan gelegen dat hun huwelijk goed blijft. ‘We houden onze relatie overeind door zo veel mogelijk met elkaar mee te gaan naar dingen die belangrijk zijn en verspillen geen energie aan onbelangrijke dingen en ruzietjes.’ Dilan en René gaan liever samen wandelen met hond Moos of trainen in de sportschool. Relaxte reisjes zijn ook aan het paar besteed. ‘Mijn dagelijks leven is druk en veel is buiten mijn comfortzone, dus vakanties houd ik graag zo saai mogelijk. Ik ga niets nieuws ontdekken of spannends doen. Dan wil ik gewoon chillen.’






‘Door alle bedreigingen krijgen we veel beveiliging, ook René levert veel in’
Dilan houdt ook van lang tafelen met dierbaren, met volle borden, goede wijn, fijne discussies, hard gelach en gezang. ‘Een goede kok ben ik trouwens niet, maar mijn smoothies zijn de allerbeste,’ beweert Dilan, die ook graag uit eten gaat met vrienden, al kan ze zich de laatste keer niet herinneren.
Door haar drukke baan ziet ze ook haar familie te weinig naar haar zin. ‘En dat is niet oké, want je moet het maken van mooie herinneringen met elkaar niet uitstellen.’ Dilan mist eveneens een groot deel van haar vrijheid. ‘Door alle bedreigingen krijgen we veel beveiliging, ook René levert veel in. Maar we staan er hetzelfde in: we laten ons nooit intimideren.’ Gewoon even met de hond wandelen of een rondje door Amsterdam lopen, kan nu echter niet meer spontaan. ‘Maar ik vind mezelf nooit zielig of een slachtoffer.’




