
‘Zoals wij nu in het leven staan, is er geen ruimte voor goed contact’
Frans en Dorus Bauer lachten het altijd weg wanneer er opmerkingen werden gemaakt dat ze niet bepaald op elkaar lijken. Maar nu maakt Frans er geen geheim meer van: ‘Biologisch gezien zijn Dorus en ik halfbroers. Mijn vader Christiaan is niet de biologische vader van Dorus. Dat heeft voor ons echter nooit een rol gespeeld. Dorus was zeven jaar toen ik werd geboren. Wat er destijds tussen mijn moeder en Dorus’ biologische vader is gebeurd, weten we niet. Mijn moeder heeft daar nooit over willen praten. Als kind wisten we wel dat we een andere vader hebben. Het was een feit waarmee we opgroeiden. Mijn vader heeft Dorus ook altijd als zijn zoon gezien, en hij gaf hem net zoveel liefde als dat hij mij gaf. Dorus beschouwde hem gewoon als zijn vader, hij noemde hem ook pa. Ik zal Dorus ook nooit mijn halfbroer noemen, zo zie ik hem namelijk niet. We zijn met z’n tweeën, en in alles is hij voor mij mijn broer. Familie is meer dan alleen DNA. En we hebben dezelfde moeder, voor wie we allebei heel goed zorgen.’ Wel erkent Frans dat er verschillen tussen hen zijn. ‘Ja. In uiterlijk, maar ook qua karakter. Dat was vroeger al, en dat is altijd zo gebleven.’ Volgens Frans is dat ook de reden voor hun verwaterde contact. ‘Maar Dorus is mijn broer en ik zal er altijd voor hem zijn wanneer dat nodig is.
Er is alleen een gepaste afstand tussen ons. Mijn moeder merkt daar niets van. Niet vanwege haar dementie, maar omdat we voor haar die afstand niet hebben.’ Sinds eind 2022 spreken Frans en Dorus elkaar nauwelijks nog. Alleen wanneer het om hun moeder Wies gaat, bellen of appen ze. Frans weet niet of dat ooit nog zal veranderen. ‘Onze meningsverschillen liggen op heel andere vlakken dan iedereen denkt. Het heeft niets te maken met wat er de afgelopen jaren over ons is gezegd.’ Er deden verhalen de ronde dat Dorus boos zou zijn geweest, omdat hij zonder pardon door Frans’ management aan de kant zou zijn gezet. Jarenlang verzorgde hij de merchandise rondom de concerten van Frans, maar dat was niet langer nodig.


‘Elkaar de tent uitvechten’
Ook werd er beweerd dat de ruzie zou zijn ontstaan, doordat Dorus het gerucht over de vermeende affaire van Frans met zangeres Sieneke de wereld in zou hebben gebracht. Dorus werkte destijds niet bepaald mee aan het ontkrachten daarvan. Een 15 minuten durend telefoongesprek tussen Dorus en Jan Baum (de ex-man van Sieneke) belandde in oktober 2024 op straat via het onlinekanaal RoddelPraat. In de audio bespreken Dorus en Jan de hardnekkige geruchten over een vermeende affaire tussen Frans en Sieneke. Jan beweerde later dat Dorus in privéverband had gezegd dat hij Frans en Sieneke zou hebben betrapt in een kleedkamer. Maar tegenover Story ontkende Dorus dat hij de affaire kon bevestigen, en zowel Frans als Sieneke hebben de vermeende buitenechtelijke relatie altijd ten stelligste ontkend. Frans’ echtgenote Mariska reageerde verbijsterd en liet weten niet te begrijpen waarom Dorus hieraan had meegewerkt. ‘Maar met die verhalen heeft het allemaal niets te maken,’ zegt Frans nu tegen Story. ‘Het gaat veel verder terug. Dan moet je echt aan onze kindertijd denken. Ik wil niet in detail treden, maar laten we zeggen dat het leeftijdsverschil ook wel meespeelt. We kijken heel anders naar bepaalde zaken in het leven. Dan is het beter dat je afstand neemt, in plaats van dat je doormoddert met het risico dat je elkaar de tent gaat uitvechten. Ik zal ook nooit iets negatiefs over Dorus zeggen. Hij is toch het kind van mijn moeder en hij blijft altijd mijn broer. Ik zal altijd van hem blijven houden. Maar zoals wij nu in het leven staan, is er geen ruimte voor goed contact.’ Figuurlijk mag er dan afstand zijn, letterlijk is die er niet. ‘We zijn vrijwel buren. Dorus woont op nog geen vijftig meter van ons vandaan. We komen elkaar niet elke dag tegen, maar als ik hem zie, groet ik hem. En we zorgen samen voor onze moeder.’

‘Ik kan de hele dag aan niets anders denken dan aan mijn kleinzoon’
‘Emotioneel’
Sinds enige tijd verblijft Wies Bauer (80) in een verzorgingshuis, omdat ze vanwege haar dementie niet meer zelfstandig kon wonen. ‘Ze herkent ons gelukkig nog wel,’ vertelt Frans. ‘Maar als je vraagt wat ze een kwartier eerder heeft gedaan, weet ze dat niet meer. Het is net een schakelaar. Soms kan ze opeens een soort van helder zijn, om het moment erna figuurlijk in het donker te zitten. Het is heel emotioneel. We gaan allemaal mee in haar gedachtewereld. Zo praat ze over haar ouders alsof die er nog zijn. Dan zeggen we niet dat haar vader en moeder overleden zijn, maar dat ze elders zijn en dat maakt haar dan weer rustig. Maar eigenlijk rouwen we met zijn allen om iemand die er nog is. Dat maakt het moeilijk.’ Frans weet niet of zijn moeder volgend jaar acte de présence kan geven bij zijn twee concerten in Rotterdam Ahoy, waar zijn veertigjarig jubileum als zanger wordt gevierd. Met behulp van zijn ouders liep hij ooit als dertienjarig jongetje langs de huizen om zijn eerste single te verkopen. ‘Twee jaar geleden was ze er nog bij, maar ik weet niet of dat volgend jaar ook kan. Ze heeft gespecialiseerde zorg nodig, die dan ook mee moet. Het ligt er helemaal aan hoe ze er volgend jaar april aan toe is. Het zou mooi zijn wanneer ze het kan meemaken. Maar als het te veel voor haar is en niet goed voor haar gezondheid, doen we het niet.’







‘Angst’
Tegenover het verdriet om zijn moeder, staat ook vreugde dankzij Frans’ vijf maanden oude kleinzoon Jan. ‘Het is best dubbel, omdat ik ook zorgen heb om mijn moeder. Mijn angst is heel groot dat ze ons straks niet meer herkent. En tegelijk is er die enorme blijdschap om kleine Jan. Hij geeft zo’n extra dimensie aan mijn leven. Ik had niet verwacht dat dat zo’n gevoel zou geven. De kwalificaties mooi en gelukkig dekken de lading niet. Dat gevoel is moeilijk uit te leggen. Ik kan de hele dag aan niets anders denken dan aan mijn kleinzoon. Ik moet hem ook elke dag zien. Onze zoon Jan en zijn vriendin Danique laten mij en Mariska echt opa en oma zijn. Echt fantastisch!’ Frans denkt regelmatig aan zijn eigen vader en aan wat voor opa hij was voor zijn vier jongens. ‘Zo liefdevol als mijn vader voor Dorus en mij was, zo was hij dat ook voor Christiaan, Jan, Frans en Lucas. Daarin is hij echt een voorbeeld voor me. De kinderen hebben zoveel mooie herinneringen aan hem. Hoe hij met hen op pad ging, naar het voetbal, de speeltuin, de verhalen... Zo’n opa zal ik ook zijn voor mijn kleinkinderen.’





