Tijdschrift.nl is nu Lezerij

Uit & Thuis

Viva Valencia!

Stad of strand? Keuzestress bij je weekendje weg heb je niet als je naar Valencia gaat, want die stad heeft een strand. En zon, prachtige pleinen en straatjes en, niet onbelangrijk: paella.

Huizen pal aan zee

Beter wordt het niet.

Het is negen uur in de ochtend, Valencia ontwaakt, Spanjaarden staan op, drinken voordat hun werkdag begint een kop koffie in een barretje en langs de kant van de weg worden groene bomen van hun sinaasappels ontdaan. Ze worden weggegooid in een container. “Waarom?” vraagt een toerist die toevallig langsloopt in het Engels aan de mannen met de gele hesjes. “Die kunnen we toch nog opeten?” Glimlachend haalt de man zijn schouders op, hij snapt haar niet – in Valencia spreken ze over het algemeen vrij slecht Engels. Maar wie googelt, leest zo het antwoord. In deze ‘sinaasappelstad’ (de welbekende bijnaam van Valencia) hangen alleen maar sinaasappels in de bomen voor de sier, ze zijn er speciaal voor gekweekt en af en toe moeten ze worden verwijderd omdat ze anders gaan rotten. Wie ze proeft, zal het glazuur van de tanden voelen springen. Zuur, zuur en nog eens zuur.

Van de stad hop het strand op.

VROLIJK, LICHT, ZONNIG

Maar onsmakelijk of niet: de kleurrijke sinaassappels staan symbool voor de sfeer die in Valencia, de op twee na grootste stad van Spanje, hangt. Er heerst zelfs in de winter en in het voorjaar, als het nog koud is in Nederland, iets vrolijks in de stad, iets lichts en zonnigs (dank u, mediterraan klimaat). Valencia is een drukke stad, met veel verkeer en bijna 800.000 inwoners, maar het is geen schreeuwstad. Er zijn genoeg rustige pleinen en steegjes, er is altijd plek op de terrasjes – waarvan het soms lijkt alsof de eigenaar van het restaurant naar buiten keek, een smal straatje in, en dacht: weet je wat, ik zet hier random een paar stoeltjes neer en klaar. En inderdaad. Klaar.

DE VALENCIANEN ZIJN TROTS OP HUN TAPAS, HET IS HUN IDENTITEIT

Ongeorganiseerde gezelligheid. Valencia heeft niet veel nodig, want Valencia ís al veel. Zo vertelt de Argentijnse Teresa, die twee jaar geleden emigreerde: “Mijn land Argentinië is heel kleurrijk. Maar toen ik in Valencia kwam omdat mijn vriend hier woonde, voelde ik me pas écht thuis. Er hangt hier iets ongedwongens en dat vind ik heel prettig.”Terwijl ze dat zegt, haalt ze een doekje over een donkerbruine bar, langs grote schalen met vlees, vis, groentehapjes en belegd stokbrood. Teresa werkt in een van de vele tapasrestaurants die Valencia rijk is en daar is ze best trots op. “Dit is cultuur,” glimlacht ze. “De Valencianen zijn trots op hun tapas. Het is hun identiteit.” In deze stad is de bar niet alleen een plek om een drankje te drinken, maar ook om te eten. Staand, dus, aan hoge tafels, aan de bar. Teresa en haar collega’s rennen rond met dienbladen met drank en hapjes – zoals in Nederland op een verjaardag gebeurt. Hoe ze in vredesnaam onthouden welke gast hoeveel hapjes heeft besteld, bij het afrekenen? Teresa glimlacht geheimzinnig. “Overal zitten stokjes in. Aan het eind van → de avond tellen we gewoon de stokjes.” Ze begroet twee jongens. Het is dinsdagavond elf uur, in Nederland zou alles gesloten zijn, hier is nog volop reuring. “Biertje erbij?” De jongens knikken. Tuurlijk. Waarom niet?

Valencia's trots: paella.

Shop, shop, shop.

WE WILLEN HIERHEEN

Valencia wint aan populairiteit. Twee jaar geleden nam Google zoekopdrachten van reizigers onder de loep: waar wilden we het liefst naartoe met z’n allen? Toen bleek al dat Valencia onder Nederlanders het immens populaire Barcelona met de straten vol met schuifelende toeristenstoeten, genadeloos had verslagen. Valencia's oude stadscentrum heeft alles wat een oud stadscentrum hoort te hebben. In Calle Colon vind je de grote winkelketens (aan drie shopdagen heb je nog niet genoeg), rondom Plaza de la Reina zijn de kleinere boetiekjes te vinden. Maar last but zeker not least in zo’n van oudsher gelovig land als Spanje: kerken, kapelletjes, kathedralen te over. De grote kerkdeuren staan vaak wagenwijd open, je uitnodigend om even binnen te kijken. Voor je het weet, loop je een superserieuze kerkdienst binnen en voel je je verplicht drie kwartier naar Spaans gepreek te luisteren waar je niks van snapt. Ja, we spreken uit ervaring. Veel plaza’s zijn van die perfecte koffie-drink-of ijsjes-eetplekken, waarop je vanaf een houten bankje uitkijkt op een fontein. Valencia kent eindeloos veel kleine straatjes met glimmende kinderkopjes – “Waren we hier nou al geweest of is dit een nieuw straatje om te verdwalen?” – en restaurants in monumentale panden, die niet alleen de hoogte in gaan, maar ook de diepte. Zo kan het zijn dat je binnenstapt om een hapje te eten, via een trappetje afdaalt en aan het raam plaatsneemt. En voeten en benen voorbij ziet schuifelen. Yep, in Valencia dineer je ook stijlvol in de kelder. Of, zoals een ober het glimlachend noemt, in zijn allerbeste Engels: “The lowest but best place to be.”

VALENCIA KENT EINDELOOS VEEL KLEINE STRATEN MET GLIMMENDE KINDERKOPJES EN RESTAURANTS IN MONUMENTALE PANDEN

ZON, GEEF ME ZON

Het oude stadscentrum telt behalve godsdienstige gebouwen en restaurants tal van andere monumentale panden, het postkantoor en daartegenover het gemeentehuis, bijvoorbeeld. Het enige nadeel van die historische hoogbouw: ze stelen op lome, zomers namiddagen je → welverdiende zonnestralen. Een Spaanse ober kijkt op het Plaza del Ayuntamiento lachend toe hoe toeristen zijn hele terras steeds meer, beetje bij beetje, met tafeltjes en stoeltjes, naar rechts verschuiven. Nét uit de schaduw van het gemeentehuis, vol in de Spaanse zon. Dat maakt je lunch met paella Valencia toch nét een stukje meer vakantie-áf. Overigens wil de ober nog wel even benadrukken dat de term paella écht uit Valencia komt. “Iedereen vindt het een Spaans gerecht, maar hier is de bakermat,” vertelt hij. Bij het woordje ‘hier’ wijst hij om zich heen. Dat dat even duidelijk is.

Vind je dit interessant?

Ontdek nu alle Nederlandse top titels in één app!

Bestel nu
DE OBER WIL NOG EVEN BENADRUKKEN DAT DE TERM PAELLA ÉCHT UIT VALENCIA KOMT

VALENCIAANSE TROTS

Er heerst een soort trots bij de Valencianen als het om hun keuken gaat, en om de barretjes en restaurants. Het leven hier draait voor een groot deel om eten, eten, eten – en dat is pas écht goed te zien in de Mercado Central, die met zijn rood-wit-blauw betegelde gevel prachtig kleurt bij de blauwe Valenciaanse lucht. Het is een van de grootste voedsel-markten van Spanje, met alleen maar lokale, verse – en dus zongerijpte – producten. De aardbeien lijken hier roder, de komkommers groener, de citroenen geler. En de mensen wat luidruchtiger. Een vrouw roept iets vanachter haar kraam naar haar collega, vier kramen verderop. Achter haar worden lege groente-kisten op een stapel gezet. De ietwat dikkige Spaanse verkoper veegt zijn handen af aan zijn schort en kijkt tevreden naar de steeds groter wordende stapel lege kisten. De zaken gaan goed, je hoort het hem denken. Het galmt in de Mercado Central, maar op een prettige manier; op deze plek moet je je gewoon onderdompelen in het eten, de chaos, de gezelligheid, meegaan in de Valenciaanse waan van de dag. Iedereen zigzagt door elkaar. Vegetariërs moeten érg vaak hun ogen dicht knijpen, want er hangen halve varkenspoten aan dikke vleeshaken in de gekoelde vitrines. Hongerig word je er niet echt van, maar hé, náást de vleeskraam staat een chocolaterie-kraampje dat veel goedmaakt, de chocola ruik je meteen. Bijkomen van die voedselgerelateerde bedrijvigheid doe je wel op het terras. Of. Ja. Komt ie: op het strand.

ZAND ONDER JE VOETEN

Per bus of gehuurde fiets zijn de stadsstranden op appeltje-eitje-niveau te bereiken. Valencia heeft drie stradsstranden: Playa La Malvarrosa ligt in het noorden, heeft fijn zand, is een kilometer lang en heeft douches en toiletten. Playa Las Arenas is vaak wat drukker, omdat het dichter bij het centrum ligt en wat meer restaurantjes heeft op de boulevard, maar ook ligbedjes, volleybal-velden en ijstentjes (kind-technisch gezien een praktische keuze, dus). De favoriet van de locals is Playa Patacona, met kleine strandtenten, gezellige terrassen en heel veel Spaanssprekende strandgangers. Wie wil fietsen en ver weg wil van de stad, kan naar Albufera. Iets rustiger en te bereiken vanaf een fietspad dat begin bij het aquarium l’Oceanografic, een van de grootste aquaria ter wereld, alsofje Jaws in wandelt, voor jonge gezinnen een must-see. Op welk strand je ook neerstrijkt, waar je ook het zand onder je voeten zal voelen: overal zal ie zijn. De zon. Die is goed voor je. En voor de sinaasappels. Ook niet onbelangrijk. ■

De Mercado Central.

Stadsstrand Playa Las Arenas.

El Palmar, uitzicht op de rijstvelden.

(fotografie Getty Images, Shutterstock)

Lees meer

Alle artikelen
Madeira eerst wandelen, dan wijn
Flair

Madeira eerst wandelen, dan wijn

In de Atlantische Oceaan ligt het Portugese eiland Madeira, ook wel bloemeneiland en het Hawaï van Europa genoemd. Een paradijs voor iedereen die houdt van ruige natuur en authentieke, Portugese gezelligheid.

Lees meer
SPLIT OF FULL BODY: is het één beter dan het ander?
Men's Health

SPLIT OF FULL BODY: is het één beter dan het ander?

Weinig onderwerpen zorgen voor zo veel discussie als de ideale trainingsweek. Ga je voor full body, of juist een split? De kernvraag is hoe vaak je een spier het best kunt trainen om optimaal resultaat te behalen.

Lees meer
In de tuin van Anne
Gardeners' World

In de tuin van Anne

Volg het modderspoor op de redactie en je vindt het bureau waar hoofdredacteur Anne Wieggers zit te werken. Ze tuiniert er naast deze baan namelijk op los en doet dit al sinds ze kan kruipen. Ze neemt ons mee in hoe ze van haar tuinen een mooie, levendige plek maakt waar ze ook nog volop kan oogsten.

Lees meer
‘Een tassenlabel runnen is topsport’
Vogue

‘Een tassenlabel runnen is topsport’

Elza Wandler schopte het met haar tassenlabel Wandler tot de top 500 van The Business of Fashion. In acht jaar tijd bouwde ze een internationaal merk op, met inmiddels iconische ontwerpen als de Hortensia. Pittig, dat zeker, maar ook rewarding op alle vlakken. ‘Een business runnen is als een achtbaan. Maar na een ritje denk je altijd: let’s go again.’

Lees meer
Augurkenprins in één klap multi-miljonair!
Party

Augurkenprins in één klap multi-miljonair!

Camiel Kesbeke, de oudste zoon van Augurkenkoning Oos Kesbeke, richtte in 2023 zijn eigen bedrijf op met de naam De Smikkel Pickle B.V.. Er werd reikhalzend uitgekeken naar de eerste jaarcijfers. Hoe groot zouden de eventuele opstartschulden zijn? Of was er wellicht een klein plusje? Wat blijkt: Camiel heeft iedereen compleet verrast met zijn eerste klinkende cijfers.

Lees meer