
Wanneer je mijn tuin inwandelt, loop je door een soort tunnel van roze rozen. Het kan mij niet zoet en romantisch genoeg zijn. Er staat een berceau (een begroeide boog) over mijn pad, met daarop nog meer rozen, en langs het pad vormen roze stamrozen het hoogtepunt van mijn zoete rozendroom.
Bruiloftsrozen
Er zijn mensen die een hekel hebben aan stamrozen en ze als truttig ervaren. (Ik denk aan de vele – gemoedelijke – discussies die ik hierover heb gehad met Hans van Hage van de Bierkreek). Ik ben daarentegen gek op stamrozen! Ik vind vooral degenen die redelijk wild bloeien, zoals ‘Guirlande d'Amour’ en ‘The Fairy’, geweldig. Ik zet ze in als een soort bloeiende toefen, door ze midden tussen andere bloeiende beplanting te zetten. Het lijkt alsof deze er altijd gestaan hebben, maar in feite is mijn rozenlaantje al tweemaal verhuisd.
De stamrozen stonden allereerst in een pot op mijn bruiloft, tien jaar geleden. Ik wilde een blijvende herinnering in plaats van bloemen die de composthoop opgingen na de grote dag. Ze stonden nog een tijdje in terracotta potten in de tuin van onze huurwoning, en gingen toen in onze huidige tuin de grond in. Daar staan ze nu al jaren hartstochtelijk te bloeien. Mocht ik ooit verhuizen, dan zijn dit de enige planten in de vollegrond die ik ga uitgraven om mee te nemen. En dan maar duimen dat ze een derde verhuizing overleven. De focus van de verzorging van deze, en alle andere rozen in mijn tuin, ligt niet bij de planten zelf, maar bij de bodem, en de omringende tuin. Ik heb de eerste jaren iedere lente en herfst een laag compost aangebracht. De bodem is nu prachtig rul en vruchtbaar, en ik beperk mij nu tot compost mulchen om de paar jaar. Wel mest ik ze bij met een speciale, biologische rozenmest (van de Bierkreek). Ik doe dit zowel in het voor- als het najaar. Snoeien doe ik in maart, en ik let vooral op het creëren van genoeg lucht in de planten, zodat ze minder ziektegevoelig worden. De luchtcirculatie die daardoor ontstaat, houdt rozen gezond. Van luizen hebben ze eigenlijk zelden echt last. Dit komt omdat ik heel veel vogels heb in mijn tuin. Met name de mussen en meesjes eten de luizen massaal op. Ik heb (wintergroene) struiken en bomen waar ze lekker in kunnen schuilen. Daarnaast wemelt het van de lieveheersbeestjes. Ik ruim pas in het voorjaar de resten van de vaste planten op, waar ze graag in overwinteren. Ze lijken ook gek te zijn op de grote hoeveelheid wolfsmelk (Euphorbia) in mijn borders. De balans in mijn tuin is daardoor heel gezond, wat mijn rozen redelijk probleemloos maakt.


“Mocht ik ooit verhuizen, dan zijn dit de enige planten in de vollegrond die ik ga uitgraven om mee te nemen.”

“Het lijkt alsof deze rozen er altijd gestaan hebben, maar in feite is mijn rozenlaantje al tweemaal verhuisd.”
Pompoenen voor gehaaste tuiniers
Met een drukke baan, twee tuinen en een gezin ben ik heel dankbaar voor planten die ‘gewoon hun ding doen’. Pompoenen heb ik daarom graag in mijn moestuin omdat we stapelgek zijn op de oogst, maar ook omdat ze zo heerlijk snel de bodem bedekken. Ze onderdrukken daarmee onkruid en zorgen met hun grote blad dat de bodem niet uitdroogt. Planten zoals dahlia’s, tomaten, palmkolen en strobloemen torenen makkelijk boven die groene laag uit, en profiteren van de vochtige, donkere grond, onderwijl ze met hun kopjes in de zon groeien. Ik zet ze dus overal tussendoor. Na het uitplanten van mijn pompoenen eind mei, of afhankelijk van het weer begin juni, is de bodem al aan het einde van juni prachtig bedekt.
Wol bij droogte
Mijn schoonvader heeft een zorgboerderij, met een knusse club schapen die om de zoveel tijd geschoren worden door de cliënten. Die wol mag ik van hem hebben en gebruik ik graag in mijn tuin. Als bodembedekker houdt deze laag geweldig goed vocht vast. Er piept weinig onkruid doorheen en slakken lijken het niet fijn vinden om eroverheen te kruipen. Ook dit is weer ideaal tijdens een drukke periode en met een moestuin op afstand. Ik gebruik wol ook om mijn verhoogde bedden mee op te vullen. Ik heb er een aantal van 60 cm hoog. Wanneer je die louter vult met biologische compost is dat een erg dure grap. Vandaar dat ik allerlei snoeiafval verzamel en dit samen met de wol gebruik als onderste laag. Daaroverheen gaat een laag compost waar direct in geplant kan worden. Ieder jaar klinkt het geheel een beetje in wanneer de onderste materialen beginnen te composteren. Dit is ideaal, want het geheel is erg vruchtbaar, en ik breng toch ieder jaar een nieuw laagje compost aan in het voorjaar.






Te weinig plek
Het is misschien wel herkenbaar: je zaaiambities waren groter dan de moestuinruimte die je hebt, je zaailingen kijken je verwachtingsvol aan, maar de aanwezige grond is vol. Ik heb nu al een aantal keer een stukje gras weggesnoept voor een extra moestuinbed, om zo’n situatie recht te trekken. Je doet dit heel simpel door een dubbele laag karton neer te leggen, deze nat te sproeien en te bedekken met een dikke laag (zeker 20 cm) compost. Je kunt het nieuwe bed eventueel afzetten met wat planken of tegels die je rechtop zet. De laag gras eronder gaat al snel composteren. Zet er plantjes in met wortelkluitjes die kleiner zijn dan de laag compost dik is. Zo komen ze pas bij de laag gras terecht wanneer die aan het verteren is. En dan is het nu zaak volgend jaar wat minder te zaaien … Of je hele tuin om te toveren tot moestuin, natuurlijk!


Start met het voeden van planten
Planten moeten een zekere zelfredzaamheid hebben, anders komen ze mijn tuin niet in. Dat klinkt vreselijk hard, maar er is niets zo vervelend als naar een kwakkelende plant te kijken. Degenen die passen bij mijn grondsoort en hoeveelheid licht, en van zichzelf sterk zijn, groeien zo gezond en prachtig, dat ik liever meer hiervan aanbreng dan duizend soorten neerzet die zich niet thuis voelen. Dat gezegd hebbende zijn er uitzonderingen: zo vraag ik gigantisch veel van mijn moestuinplanten, en dan vooral de vruchtgewassen. Ik heb maar beperkt de ruimte en wil daar zoveel mogelijk uit halen. Dat betekent dat ik ze vanaf het moment dat ze op hun vaste plekje staan, bijvoed met zeewiervoeding of brandnetelvoeding. Dit zorgt voor gezond blad en een bossige groei. Na een maand schakel ik over op een kaliumrijke voeding, zodat bovenop al dat gezonde groen een flinke hoeveelheid bloemen, en daarmee uiteindelijk vruchten, gaan prijken. Ook de planten in pot krijgen een extraatje. De stakkers kunnen immers niet dieper wortelen op zoek naar lekkers. Ik doe dit één keer per week, op vrijdag. We noemen dit ‘Voedingsvrijdag’ naar goed gebruik van Monty (Feeding Friday).
Nachtkastjesbloemen
Het is bij ons goed gebruik om voor het slapen gaan een klein bosje bloemen te plukken voor op onze nachtkastjes. Ik ben daar ooit mee begonnen toen we in het zuiden van Europa op reis waren en ik een geurende narcis ’s avonds naast mij zette. Het resultaat: een hele nacht mooie lentedromen. We besloten ter plekke dit thuis ook vol te houden. Onze favoriet in dit seizoen zijn de eerste lathyrussen. In een simpel jampotje (in ons huishouden heeft niemand zich nog ontpopt als bloemschikker) zetten we een handje bloemen neer. Zomerdromen gegarandeerd. Ik kan het niet anders dan aanraden!
VOLGENDE MAAND Anne geeft tips voor het verwerken en bewaren van jouw zomeroogst.
FOTO'S: LIESBETH DISBERGEN; JASON INGRAM/. FOTO'S: LIESBETH DISBERGEN; MARSHA ARNOLD




