
Dertig jaar geleden stond Dries Roelvink voor het eerst in Koninklijk Theater Carré. Niet wetende dat het meteen de enige en laatste keer zou zijn. Zijn droom om er nog eens op te treden werd namelijk wreed verstoord toen zijn manager onlangs een kort maar krachtig mailtje van Carré kreeg. 'We gaan Dries niet programmeren.' Geen uitleg, geen verklaring, hier moesten ze het mee doen. 'Eigenlijk is er geen contact', vertelde Dries aan Weekend tijdens het jubileumfeest Gerard Joling 40-65. 'We hebben een interview gegeven aan De Telegraaf. Daarna ben ik in een paar programma's geweest en kreeg ik meerdere journalisten aan de lijn. Maar Carré zegt alleen maar: 'Wij houden onze programmering intern en Dries programmeren we niet'. Punt.'
Alle media-aandacht vond Carré dus geen reden om contact met je op te nemen?
DRIES ROELVINK: 'Ik heb niets meer gehoord. Ik begreep via de redactie van Shownieuws dat zij een mail hebben ontvangen waarin ze hetzelfde herhaalden: 'Onze programmering blijft intern. Meer zeggen we er niet over'. Dus ja, ik kom niet binnen.'
Dertig jaar geleden stond je er wel. Wat zou het voor jou betekenen om daar nog eens op te treden?
'Het leek mij fantastisch! Ik zit veertig jaar in het vak. Ik heb twee jaar terug een show gegeven in het Concertgebouw, net als dertig jaar geleden. Nu dacht ik: veertig jaar, dat wil ik weer in Carré doen. We hebben keurig een aanvraag gedaan om de zaal te huren, maar mijn manager kreeg heel lang geen antwoord. Uiteindelijk wel, maar daar schoten we dus niet veel mee op.'
'Van Carré heb ik niets meer gehoord'
Je bent een geboren en getogen Amsterdammer. Je bent door burgemeester Femke Halsema benoemd tot ambassadeur van Amsterdam 750. De stad stroomt door jouw aderen. Wat maakt die plek zo bijzonder?
'Mijn vrouw Honoria komt uit Tilburg en sinds ik haar ken maken wij eens per twee weken een stadswandeling. Dan geniet ik weer van haar, want zij loopt dan over de grachten en wat voor mij normaal is, beleeft zij op haar manier.'
HONORIA ROELVINK: 'Het is zo mooi! Ik zeg weleens dat ik het jammer vind dat ik niet naar Amsterdam ben verhuisd toen ik jonger was. Die stad heeft eigenlijk alles. Het rauwe randje, maar ook iets heel moois. Het heeft allerlei verschillende werelden, dat vind ik prachtig.'
DRIES: 'Onze stadswandelingen vind ik eigenlijk de leukste dagen van het jaar.'
HONORIA: 'Eigenlijk zouden we het vaker moeten doen dan om de week, maar we hebben zo veel privé- en werkverplichtingen. Ik moet toegeven dat we ook wel mooiweerlopers zijn. Wij houden er niet van als het regent.'
Wat is jullie favoriete plek in de stad?
DRIES: 'Dat is voor mij het Apollo Hotel. Daar zit ik heel vaak. Ik plan het liefst al mijn afspraken daar. Ik kwam er vroeger met m'n ouders al, dus het heeft iets nostalgisch. Wij woonden aan de overkant. Als ik daar zit, denk ik terug aan dat ik een jaar of vijf was en daar met m'n ouders heen ging. Die plek voelt dus in zekere zin als thuiskomen.'
Jullie noemden al even de vele privéverplichtingen die jullie hebben. Dat is natuurlijk onder andere met jullie kleinkind Dean, Dave's zoon die inmiddels drieënhalf is. Wat voor opa ben jij voor hem, Dries?






DRIES: 'Dat kun je beter aan Honoria vragen.'
HONORIA: 'Dries is eigenlijk geen opa voor kleine kindjes, maar meer voor grote kindjes. Twaalf, dertien, veertien is meer zijn leeftijd. Hij is zeker ontzettend lief met hem. Ik hoor van zijn ex-vrouw Luciënne (Kenter, red.) dat hoe Dries nu met Dean is, hij eigenlijk met zijn zoons Dave en Donny nooit is geweest. Hij vindt zelf dat dat niet zo is, maar iedereen ervaart dat natuurlijk op z'n eigen manier. Dean woont bij ons aan de overkant, dus hij komt regelmatig op zondagochtend even bij opa een broodje filet américain eten. Dat vindt Dries heel leuk, want hij is wel een heel lieve opa.'
Zijn er grote verschillen tussen hoe je nu als opa bent en je vroeger als vader was toen je kinderen klein waren?
DRIES: 'Ik was geen vader die met de jongens op de grond met autootjes ging spelen of puzzelen. Maar ik was er wel altijd bij toen ze eenmaal leerden lopen en fietsen, op straat gingen spelen en op judo gingen. Eigenlijk ben ik ook zo als opa. Honoria gaat hutten met hem bouwen en met autootjes spelen, ik doe dat niet. Zo'n opa ben ik niet. Dat zit niet in me.'
In die zin ben je dus niet veranderd? Je bent als opa vrijwel hetzelfde als toen je vader was?

'Honoria is meer met Dean bezig dan ik'
DRIES: 'Nee, eigenlijk niet. Dean is natuurlijk altijd welkom, maar Honoria is wel veel meer met hem bezig dan ik op dat gebied.'
HONORIA: 'Het is zelfs zo dat als hij Dries ziet, hij zegt: 'Oma Hoia?' Met andere woorden: ik zie jou nu wel, maar waar is oma?'
DRIES: 'Hij kijkt zo langs me heen.'
Vind je dat vervelend of jammer, of denk je: het is nu zo en over een paar jaar komt mijn tijd?
DRIES: 'Nee hoor. Ik weet niet beter. Vroeger met mijn zoons en daarvoor nog met mijn dochter ging het ook zo. Ik ben heus wel een lieve vader en een lieve opa, maar dat gepiel en die spelletjes zijn niets voor mij.'




