

DIT IS GORDON
Zanger Gordon Heuckeroth brak in 1991 door met zijn single Kon ik maar even bij je zijn. Daarna scoorde hij talrijke hits, zoals Ik bel je zomaar even op en Omdat ik zo van je hou. Ook had hij veel succes met De Toppers, samen met Gerard Joling en René Froger. In 2015 kondigde Gordon aan te stoppen met zingen, maar onlangs keerde hij terug met een nieuwe plaat: Het album van mijn leven. Gordon is ook bekend als presentator van televisieprogramma’s. Hij was jurylid in X Factor en maakte onder meer het veelbekeken programma Geer & Goor, samen met Gerard Joling. Gordon woont afwisselend in Amsterdam, Dubai en Kaapstad.
“Ik weet nu dat ik geen partner nodig heb om gelukkig te zijn”
Een zonnige dinsdagmiddag in Hotel Arena Amsterdam. Een plek waar Gordon vroeger veel feestjes meemaakte, herinnert hij zich hardop. Zo feesten als in die tijd doet hij niet meer, sinds hij is afgekickt van alcohol en drugs. Hooguit nog weleens een festival. Hij wordt ouder hè, 55 nu. Hij is rustiger geworden, vertelt hij vanachter een broodje Van Dobbe-kroket. Daarom was het nu tijd voor bezinning en evaluatie. Met zijn bekende bulderlach – ‘Wat denk je zelf, schat?’ – en een traan, ook tijdens ons gesprek.
Zoals we uit de media hebben meegekregen, kom je uit een nogal heftige periode.
“Het afgelopen jaar was het grootste dieptepunt in mijn leven. En dat terwijl ik al zo veel had meegemaakt. Een brute overval waar ik nog maanden EMDR-therapie voor heb gehad, een heftig scooterongeluk, afkicken van drank en drugs… Maar dit was nog veel erger: ik werd verlaten door de man op wie ik zo verliefd was, die me net daarvoor ten huwelijk had gevraagd. Van de ene op de andere dag liet hij niks meer van zich horen. Hij verdween compleet uit mijn leven. Mijn hart was aan stukken. Al helemaal toen hij in de media nog een keer zijn kant van het verhaal deed en me op die manier door het slijk haalde. Er werd geen spaan van me heel gelaten.”
Hoe was je eraan toe?
“Ik was gebroken, kon helemaal niks meer. Ik wílde ook helemaal niks meer, letterlijk niet. Ik wilde niet meer leven en heb ook geprobeerd er een einde aan te maken. Het is dat mijn vriend Patrick me heeft gevonden en 112 heeft gebeld, anders had ik hier nu niet gezeten. Hij heeft me echt gered. Net zoals mijn andere vrienden. Ze zijn daarna nog maandenlang bij me gebleven. Dag in dag uit hielden ze me in de gaten, tot het weer een klein beetje beter met me ging.”
Op het album draag je een nummer op aan Patrick. Hoe belangrijk is hij voor je?
“De belangrijkste persoon in mijn leven. We hebben 38 jaar geleden 11 jaar lang een relatie gehad, maar die ging over. De liefde tussen ons is altijd gebleven, maar op een andere manier. We wonen samen, maar als heel close vrienden, zonder de seks. Patrick betekent ontzettend veel voor me. Hij is er onvoorwaardelijk, bij hem kan ik alles kwijt en ik zou niet zonder hem kunnen.”
Wat was er nog meer voor nodig om je beter te voelen?
“Net als in de periode na mijn verslaving vond ik mijn heil in sporten. Sporten tot ik erbij neerviel. En doordat ik uit liefdesverdriet geen hap door mijn keel kreeg, ben ik in totaal 30 kilo afgevallen: van 123 naar 95. Je weet niet wat je ziet. Heeft dat liefdesverdriet toch nog iets goeds gedaan, grap ik dan maar. Daarnaast ben ik in therapie gegaan en had ik gesprekken met een lifecoach, bij wie ik al een aantal jaar kom. Nog steeds doe ik dat, ik vind het fijn om even met iemand door te nemen wat er allemaal gebeurt. En ik ben gaan reizen, heerlijk! Het gelukkigst ben ik als ik met mijn koffertje door de vertrekhal van Schiphol loop en weg kan. Ik heb mijn wereldreis afgemaakt, bezocht de prachtigste plekken. Australië, de Seychellen, naar Bora Bora in Tahiti. Het was heilzaam. Aan de andere kant zag ik op die paradijselijke plekken gelukkige koppeltjes op hun huwelijksreis. Ik kon alleen maar denken: het is niet zo perfect als je denkt, want dat weet ik inmiddels. Best een zure conclusie natuurlijk. Maar het lekkerste aan reizen vind ik dat ik beoordeeld word op mijn blauwe ogen, niet op het feit dat ik toevallig Gordon ben, zoals in Nederland. Ik vind het heerlijk om in de anonimiteit te zijn.”
“Dan zeggen ze weer dat ik vals zing, dan gaat het weer over mijn haar”
Ergens snap ik het niet. Je wordt soms gek van die bekendheid, maar zoekt dan toch weer de spotlights met zo’n nieuw album. Denk je nooit: ik blijf lekker anoniem in Dubai? Daar woon je toch al de helft van de tijd.
“Ik zal je eerlijk zeggen: ik heb er geen spijt van dat ik weer een album maakte, maar als ik wist hoeveel kritiek ik over me heen zou krijgen, had ik er misschien wel nog een keertje over nagedacht. Dan zeggen ze weer dat ik vals zing, dan gaat het weer over mijn haar. Ik heb een album gemaakt, dat is alles waar het over moet gaan. Soms gaat de gedachte weleens door mijn hoofd en zeg ik tegen Patrick: ‘Kom, we gaan gewoon weg en komen nooit meer terug.’ Een eerste stap heb ik hierin inmiddels genomen: onlangs besloot ik mijn voorgenomen theatertour af te blazen. Ik was helemaal klaar met de bak kritiek die ik over me heen kreeg na het lanceren van mijn album. Met de tijd komt het vast allemaal weer goed.”
Ik dacht dat je inmiddels wel een olifantenhuid had en je er niks meer van aantrok?
“Dat probeer ik natuurlijk, maar dat is gewoon niet zo. De olifantenhuid die ik heb is broos en fragiel. Iedereen denkt altijd maar dat ik alles kan hebben, maar ik ben juist hypersensitief en trek me veel aan. Ik begrijp de hardheid van de kritiek van mensen vaak niet. Soms word ik weggezet alsof ik een crimineel ben, de nationale pispaal. Dat raakt me, het kruipt in mijn ziel. En in mijn lijf merk ik ook, want door de stress om dit album en alle kritieken zitten mijn benen weer onder de psoriasis.”


Maar waarom trek je je dan niet helemáál terug uit die spotlights?
“Ik hou zó van mijn vak. Dat zingen. Ik was te gast bij het programma Klassiekers van Simone Kleinsma en zong daar een prachtig Zuid-Afrikaans nummer. De pianist opperde: ‘Waarom maak je niet weer eens een album?’ En toen was dat zaadje geplant. Muziek is mijn grote liefde. Ik had er acht jaar geleden afscheid van genomen. Toen werd het me allemaal te veel, met daarnaast een tv-carrière en vier horecatenten. Maar ik kan het toch nog niet loslaten, denk ik. Ik ben ook blij dat ik dit album heb gemaakt. Voor mezelf. Er staan allemaal liedjes op die op een of andere manier over mijn leven gaan. Afscheid van Robert Long, bijvoorbeeld.”






Op welke manier gaat dat nummer over jou?
“Het gaat over iemand die altijd op jongere mannen valt. ‘Nu heb jij nog de zon van de jeugd. Je denkt dat dat alles is, maar het is slechts de buitenkant. Het gaat om de binnenkant.’ Dat klopt gewoon, ik heb geleerd dat ik geen mannen onder de veertig meer wil, want dan kom ik bedrogen uit. Keer op keer. Met mijn ex was het namelijk niet de eerste keer dat ik van de ene dag op de andere aan de kant werd geschoven. Dat heb ik al vaker meegemaakt. Het doet zo vreselijk veel pijn. Ik heb inmiddels een theorie over hoe het zit: mannen voelen zich aangetrokken tot mij om de eigenschappen die ze zelf niet hebben. Ze zijn niet zo warm, positief, in staat om liefde te geven. Een periode lang kopiëren ze mijn gedrag. Maar aangezien ze zelf in de kern niet zo zijn, kunnen ze dat ook makkelijk weer ‘uit’ zetten en uit die relatie stappen – om nooit meer wat van zich te laten horen. Om dat te begrijpen moest ik eerst vijfenvijftig worden.”
Heb je nog vertrouwen in de liefde?
“Nee, ik heb geen vertrouwen meer in niks of niemand. Een rotconclusie, maar het is niet anders. Voor mij hoeft een relatie niet meer. Ik weet nu dat ik geen partner nodig heb om gelukkig te zijn. De hunkering naar liefde op die manier is weg en dat geeft me heel veel rust. Ik ben met Patrick en ik realiseer me steeds beter dat onze vriendschap alles is wat ik nodig heb. Dan kruipt-ie ’s ochtends tegen me aan in bed en vraagt: ‘Moet ik vandaag met je meegaan?’ Dat is toch liefde? Daar heb je geen seks voor nodig. En als ik daar weer naar begin te verlangen, regel ik dat wel op een andere manier. Naar liefde moet je niet op zoek, dat overkomt je. Maar ik denk nu wel: als het me nog een keer overkomt, moet hij wel van heel goeden huize komen.”
“Ik denk dat ik een gezellige vader zou zijn”
Welk voorbeeld van relaties heb je van je ouders gehad?
“Een heel slecht voorbeeld. Mijn ouders hadden nooit bij elkaar moeten komen of blijven. Mijn vader was alcoholist en ze maakten elkaar het leven vreselijk zuur. Ik herinner me dat ik als klein jongetje onder de tafel lag omdat ik bang was dat mijn vader het huis weer kort en klein zou slaan. Daar heb ik het in mijn vele therapiesessies natuurlijk wel over gehad, hoe dat zijn weerslag heeft op mijn eigen relaties. Ik denk dat ik daardoor altijd zo krampachtig op zoek ben geweest naar het perfecte plaatje, om het juist wél goed te doen.”
Heb je eigenlijk ooit een kinderwens gehad?
“Nou, de afgelopen jaren nooit. Ik grapte altijd dat ik gek ben op kinderen – vooral op foto’s. Maar ik merk dat mijn gevoel verandert. Doordat ik rustiger ben geworden, zou het nu beter bij me passen. Ik denk dat ik een gezellige vader zou zijn. Een vriendin in Dubai heeft me onlangs gevraagd of ik mijn zaad niet zou willen invriezen. Om eventueel met haar een kind te krijgen, als ze niet de partner vindt die ze graag zou willen. Ik denk er nog over na, ik sluit het niet uit.”
Heb je moeite met ouder worden?
“Nee, totaal niet. Ik ben blij dat ik er nog ben. Dat heeft wel even geduurd, na die poging om uit het leven te stappen, maar inmiddels besef ik dat. Nu ik ouder word ga ik ook niet met botox in de weer, dat interesseert me niet. Ik heb alleen een haartransplantatie ondergaan, dat is heel mooi geworden vind ik. Verder maakt het me allemaal niet uit. Ik ben 55, ik ben misschien net over de helft. Ik wil nog zo veel.”
Vul eens in: waar zie je jezelf over tien jaar?
“Met mijn hondjes en Patrick wandelend door Houtbaai, Kaapstad, Zuid-Afrika. Heerlijk rustig. Weet je, het is bij mij niet allemaal over rozen gegaan, maar ik wil ook niet dat mensen denken dat ik een heel ongelukkig leven heb. Want dat is echt niet zo. Ik heb misschien een intens rottig jaar achter de rug, maar het gaat nu goed met me. Ik kan weer genieten. Van het zonnetje, van muziek. Ik heb jaren geen muziek kunnen luisteren, ik trok het gewoon niet omdat ik zelf niet lekker in mijn vel zat. Maar ik merk dat ik het nu weer kan, ik voel me lichter. Dan zet ik in huis eindelijk weer lekker Stevie en Aretha op en dans ik door de kamer.”

“Iedereen denkt altijd maar dat ik alles kan hebben”
PRODUCTIE: NANJA BRAKENHOFF. STYLING: HANNA SUURLAND. VISAGIE CONNIE VAN DER KROON. MET DANK AAN HOTEL ARENA AMSTERDAM. M.M.V. VOORWINDEN MODEMALL (BLAZER, TRUITJE), RINSMA MODEPLEIN (BROEK, JEANS, TRUI), VAN DEN ASSEM (SCHOENEN), OFM (OVERHEMD, SPENCER)




