Tijdschrift.nl is nu Lezerij

IN DIT NUMMER

‘Dat gevoel van schuld: waarom leef ik nog en Nicky niet?’

Giel Boes (38) was als tienjarig jongetje op hetzelfde zomerkamp als Nicky Verstappen. Het had een enorme impact op hem. ʻIk sliep soms nachten achter elkaar niet. Pas later kwam het besef: dit trauma zat al die tijd in mij.ʼ

tekst Lisa Hoogmoet
fotografie privébeeld

‘Ik was tien jaar toen ik naar dat kamp ging. Het was met Jeugdwerk Heibloem, een scoutingachtig kamp in de bossen van de Brunssummerheide in Zuid-Limburg. We sliepen in tentjes en waren de hele tijd buiten: spelletjes in het bos, uitstapjes naar de speeltuin of het zwembad. Nicky was er ook, hij was een jaar ouder dan ik. We kenden elkaar van school. Wat ik me van hem herinner, is dat hij heel vriendelijk en rustig was. Echt een open jongen. Ik weet nog dat we bij het voetbalveldje waren en dat hij me vroeg of ik even iets voor hem kon vasthouden, misschien zijn armbandje of horloge. Ik voetbalde zelf niet, dus ik stond een beetje aan de kant. Hij kwam gewoon vriendelijk naar me toe. Dat soort kleine momenten blijven je bij.

Op een ochtend werd ik wakker en bleek dat Nicky weg was. Dat voelde heel onwerkelijk. Niemand dacht meteen aan het ergste. We dachten: misschien zit hij vast in het toiletgebouw. Of misschien is hij even het bos in gelopen en verdwaald. Als kind kun je je niet voorstellen dat er zoiets verschrikkelijks kan gebeuren.

Wat ik nog steeds niet begrijp, is dat we daarna nog een nacht op het kamp zijn gebleven. Er was een kind kwijt, maar we bleven gewoon daar. Waarom dat zo is gegaan, vraag ik me tot op de dag van vandaag af. Ik ga ervan uit dat ze destijds deden wat op dat moment het beste leek. Veel herinneringen uit die dagen zijn een zwart gat geworden, alsof mijn hoofd ze heeft weggestopt. Die avond was het kamp voorbij en gingen we met de bus naar huis. Mijn moeder hielp ondertussen zoeken naar Nicky, net als de rest van het dorp. Thuis wilde ik per se in een tent in de tuin slapen. Ik weet nog dat ik daar echt op stond. Waarom? Geen idee.

‘Er was een kind kwijt, maar wij bleven nog een nacht op het kamp: dat begrijp ik nog steeds niet’

Misschien omdat ik wilde doen alsof alles nog normaal was.

De volgende ochtend maakte mijn moeder me wakker. Ze zei dat ze het net op de radio hadden gehoord: Nicky’s lichaam was gevonden. Wat ik toen voelde, is moeilijk te beschrijven. Misschien berusting, maar dat klinkt verkeerd. Eigenlijk kon ik het gewoon niet bevatten. Ook tijdens de begrafenis kwam het niet echt binnen, behalve dat het enorm groot was. Heibloem is klein, maar er stonden duizenden mensen. Ik herinner me nog dat klasgenootjes zijn kist droegen met een Ajax-vlag erop. En dat het nummer We are the champions werd gedraaid. Maar zelfs toen drong het nog niet echt tot me door. Ik stopte alles weg.’

Slapeloosheid

‘Pas jaren later begon het eruit te komen. Toen ik een jaar of vijftien was, kreeg ik zware slaapproblemen. Ik sliep regelmatig nachten achter elkaar niet. Mijn hoofd bleef maar malen, zonder dat ik precies wist waarover. Samen met mijn moeder ging ik naar een psychiater, die me Ritalin voorschreef. Er werd gedacht aan ADHD, een diagnose die later ook meerdere keren terugkwam. Maar achteraf denk ik dat trauma minstens zo’n grote rol speelde. Ik had periodes waarin het beter ging, maar soms kwam het ineens terug. Zes jaar geleden bereikte ik het dieptepunt: toen sliep ik twee weken bijna niet. Zelfs met slaapmedicatie niet. Ik lag in bed en mijn ogen gingen gewoon niet dicht. Ik stond op het punt mezelf te laten opnemen. Mijn vrouw heeft me daar toen doorheen geholpen. Zij was degene die uiteindelijk zei: we moeten kijken waar dit vandaan komt. Tijdens een stilteretraite op Bali schreef ze me een brief. Daarin noemde ze ineens de naam: Nicky Verstappen. Op dat moment brak er iets in mij en bevroor ik volledig. Het waren geen concrete herinneringen, het was een overweldigende reactie. Alsof alles wat ik jarenlang had weggestopt tegelijk naar boven kwam. Mijn vrouw had al langer gezien dat ik worstelde met ernstige slaapproblemen en merkte hoe heftig ik reageerde als het kamp ter sprake kwam. Toch lieten we eerst nog onderzoeken of mijn probleem lichamelijk was, maar alles bleek in orde. De arts zei toen dat het misschien met het zomerkamp te maken had. Alleen al het noemen ervan deed me verstijven. Zo ben ik uiteindelijk bij een traumatherapeut terechtgekomen. In het begin was ik heel gesloten, maar tijdens een van de sessies kwam er van alles naar boven. Ik heb gehuild, gepraat en dingen uitgesproken die ik al meer dan twintig jaar met me meedroeg. Die nacht sliep ik voor het eerst in lange tijd weer goed. Het schuldgevoel bleek een groot onderdeel van het trauma te zijn. Heel irrationeel, maar het zat er wel: waarom leef ik nog en Nicky niet? Zijn ouders zijn hun kind kwijt. Mijn ouders niet.’

Vind je dit interessant?

Ontdek nu alle Nederlandse top titels in één app!

Bestel nu

Niet alleen

‘Ik heb daarna steeds meer stapjes gezet. Eerst met mijn ouders praten, met vrienden, familie. Daarna er voorzichtig over schrijven. Dat begon klein, maar sommige berichten op LinkedIn worden inmiddels honderdduizenden keren gelezen. De reacties van mensen raken me misschien nog wel het meest. Mensen die zeggen dat ze door mijn verhaal ook hulp gaan zoeken. Daarom heb ik onlangs iets gedaan wat ik jarenlang niet durfde: ik heb een brief geschreven aan de ouders van Nicky. Daar heb ik lang over gedaan. Ik wilde ze bedanken dat ze ruimte hebben gegeven aan verhalen van kampgenootjes. En ik wilde zeggen dat ik nog steeds met ze meeleef. Ik heb ook geschreven dat er bij mij veel schuldgevoel en schaamte zat. Dat ik lang dacht dat ik er niet over mocht praten omdat hun verlies zo veel groter is. En ik heb voorgesteld dat we elkaar misschien kunnen ontmoeten, als zij dat ook willen. Ik weet niet of de brief is aangekomen. Ik weet ook niet of ze ooit zullen reageren. Maar alleen het schrijven ervan heeft al geholpen. Wat ik vooral hoop met mijn verhaal, is dat mensen over hun trauma gaan praten. Hoe groot of klein het ook lijkt, je hoeft het niet alleen te dragen. Als mijn verhaal ook maar één iemand helpt om hulp te zoeken of zich minder alleen te voelen, is het delen hiervan voor mij al de moeite waard geweest.’

‘Onlangs heb ik iets gedaan wat ik jaren niet durfde: Nicky’s ouders een brief geschreven’

Lees meer

Alle artikelen