
Aan de Van Hogenhoucklaan in Den Haag, op de grens met het chique Wassenaar, ligt het oudste voetbalveld van Nederland. ‘De Groote Haagsche’ speelt hier sinds 1898. De Diepput ligt er nog zo goed als hetzelfde bij als toen. Het klassieke kleedkamergebouw is altijd herbouwd in de originele stijl. Ook staat het huis van de jachtopziener van Baron Van Brienen van de Groote Lindt nog prominent in de hoek van het eerste veld.
En dan het clubhuis. Ook altijd in originele stijl verbouwd. Daar zie je na binnenkomst al snel alle kampioensmedailles. Evenals de geel-zwarte shirts, waarin De Kroonleeuwen in de loop der jaren ten strijde trokken. Zo veel zilverwerk dat je er zowat een zonnebril voor moet opzetten. In zo’n omgeving vergt het niet veel van het voorstellingsvermogen om nog eens voor je te zien wat hier ooit allemaal gebeurde. En welke gevolgen dat later dan weer allemaal heeft gehad. 31 mei 1914. Er waren zevenduizend toeschouwers afgekomen op de beslissingswedstrijd om het kampioenschap van Nederland tegen Vitesse. Het werd 2-1 in de 90ste minuut door een fout van de anders zo feilloze Arnhemse doelman Just Göbel. Allebei de doelpunten kwamen op naam van jonkheer Guus de Serière, linkshalf of linksbinnen, tweevoudig international. De tiende landstitel was een feit. Die titel was een verrassende. Het seizoen ervoor waren de HVV’ers vierde geworden, op grote afstand van Sparta, dat toen de titel pakte. Daarvoor vijfde en weer daarvoor zelfs achtste. En dan nu het glorieuze 1913/14. Waarin Ajax met 3-1 en 6-0 werd verslagen. Ajax degradeerde ook. Het toonaangevende tijdschrift De Sport: “De Leeuw van Wassenaar brulde zoals hij nog nooit had gebruld”.
Noem die ploeg van toen maar rustig een Dream Team. Qua Fikse Namen uit de clubgeschiedenis net een emmer die wordt leeggegooid. Behalve De Serière, Jonkheer Constant Feith (Het Kanon), de soepele alleskunner in de voorhoede Dé Kessler en de altijd controle uitstralende spelverdeler Miel Mundt, die voetbalde met een zakdoek in zijn hand. Wat een gevolgen één zo’n winnende treffer à la die van De Serière kan hebben. 93 jaar later besloot de KNVB dat clubs die tienmaal landskampioen werden, de ster op hun shirt mochten gaan dragen. Zo werd HVV de enige amateurclub van Nederland met die eervolle onderscheiding op de borst. Anno 2025 speelt bij HVV 1 Amerikaan Connor Coward als aanvoerder in de spits. “Ik ben een huge history fan, dus dat ik hier nu speel, zie ik echt als een match made in heaven. Op de een of andere manier is op De Diepput alles met elkaar verweven en ieder mooi verhaal leidt al snel weer tot een ander mooi verhaal. Maar het mooiste verhaal blijft het verhaal van de ster. Dat vertel ik altijd aan de mensen in Virginia, waar ik vandaan kom.” Die historie stimuleert ook: “Zo’n erfgoed moet je koesteren. Dus geef ik alles om mee te helpen om ons dit seizoen in de eerste klasse te handhaven.”

‘PSV IS DE VIERDE CLUB MET EEN STER, HVV DE EERSTE’
EERSTE TOPCLUB
De eerste aanvoerder van het Nederlands elftal (Dolf Kessler) was een HVV’er. De club bracht 23 internationals voort. Een HVV’er was medeoprichter van de FIFA. De eerste Nederlandse club met een tribune en kleedkamers, een jeugdafdeling en een Engelse trainer. Sinds 1883 een koning onder de voetbalclubs, sinds 1978 het predicaat Koninklijk. Het is niet overdreven om HVV, oorspronkelijk de club van burgemeesters, ministers, rechters en edellieden, de eerste topclub van Nederland te noemen. Alleen is het wel meedogenloos slachtoffer gevallen aan de Wet Van De Remmende Voorsprong. Tot 1930 speelde HVV nog op het hoogste niveau. Daarna zakte de club langzaam weg. Met de invoering van het betaald voetbal in de jaren vijftig verdween HVV uit de top.
Voorzitter Eelco Riemersma speelde als verdediger in het eerste elftal. Hij voetbalt nu nog bij de Klassieke Veteranen, in een aparte competitie met andere traditieclubs. “We hebben een jong bestuur, dat vernieuwing zeker niet uit de weg gaat”, vertelt hij. “Maar onze traditie zullen we altijd koesteren.”






Nog altijd heeft de Koninklijke Haagsche Cricket & Voetbal Vereeniging een ballotagecommissie. “Daarin hebben we met elk nieuw lid een persoonlijk kennismakingsgesprek. Uiteraard vertellen we dan het verhaal van de ster. Iedereen die hoort van de ster, begint meteen te stralen.”
Documentairemaker en voormalig eerste elftalspeler Frederick Mansell: “Ik weet nog precies het moment in 2007 te herinneren dat ik het shirt voor het eerst te zien kreeg. Voorzitter Hans Willinge nam me mee naar de bestuurskamer om het eerste exemplaar te laten zien. Ook zonder ster was het een prachtig shirt: geel-zwarte banen, een zwart net kraagje en een geborduurd embleem op de borst. Maar die ster, dat was echt een jongensdroom. De eerste keer dat we een ster droegen, was bij een thuiswedstrijd op De Diepput met goed gevulde tribunes. Hart van Nederland kwam zelfs langs om een item te filmen over de ster op het shirt. De club was en is er behoorlijk trots op. Niet gek, lijkt me.”
ONJUIST
Toch is er iets dat hem dwarszit. “In kranten en op televisie gaat er vaak iets gruwelijk mis als ze het hebben over voetbalclubs die de ster op de borst mogen dragen. HVV wordt vaak aangeduid als de vierde club met de ster. Dat is feitelijk onjuist: PSV is de vierde club met een ster. HVV is de eerste. Wat ik veel hoor, is dat jeugdleden van HVV op school hun spreekbeurt over de club houden: iedereen wil aan z’n klasgenootjes vertellen dat ‘we’ een ster hebben.” Elk jaar tijdens de verjaardag van de club (de dies) is er een cricketprijs voor de belangrijkste ‘match winning performan ce’. Mansell: “Die prijs bestaat niet voor de voetballers, maar het zou niet meer dan logisch zijn om die prijs naar onze belangrijkste matchwinner uit de geschiedenis te vernoemen: Guus de Serière.”
Mansell is iemand die zich graag aan het glorieuze verleden van zijn club laaft. “Als ik kijk naar de prachtige kampioensfoto van het Dream Team van 1913/14, zie ik een HVV-elftal zoals ze nog steeds bestaan: een stel frisse kakkers met kicksen. Ik denk dat dit elftal het vooral moest hebben van onderlinge vriendschap plus een behoorlijke portie doelpunten van de legendarische Constant Feith.” Toch houdt Mansell zeker ook oog voor de toekomst: “We zijn bij HVV ontzettend blij met deze ster, maar ons doel voor de lange termijn is natuurlijk wel die tweede ster…”
DEZE BEDRIJVEN ZETTEN HVV GRAAG IN DE SCHIJNWERPERS





