
Dat de een sneller aankomt dan de ander lijkt oneerlijk, maar er zit een reden achter. Je lichaam verwerkt voeding op verschillende manieren, en hoe snel of langzaam dat gaat, verschilt per persoon. Een deel wordt bepaald door je genen, maar je kunt ook zelf invloed uitoefenen. Een belangrijke factor hierbij is je metabolisme (stofwisseling). Dat bepaalt hoeveel calorieën je lichaam verbrandt om te functioneren, van de basisprocessen tot beweging en zelfs de verwerking van je voeding. Je metabolisme bestaat uit:
■ BASAL METABOLIC RATE (BMR): het aantal calorieën dat je lichaam nodig heeft om in leven te blijven, zelfs als je niets doet.
■ NON-EXERCISE ACTIVITY THERMOGENESIS (NEAT): de energie die je verbruikt bij alle dagelijkse bewegingen, zoals lopen, staan of huishoudelijke taken.
■ EXERCISE ACTIVITY THERMOGENESIS (EAT): de calorieën die je verbrandt tijdens gestructureerde sportactiviteiten.
■ THERMIC EFFECT OF FOOD (TEF): de energie die je lichaam gebruikt om je eten te verteren en verwerken.
Met andere woorden: hoeveel calorieën je verbruikt en dus hoeveel je kunt eten zonder aan te komen, wordt voor een groot deel door je metabolisme bepaald. Dat verklaart ook waarom het vetpercentage tussen mensen verschilt. Je BMR hangt sterk samen met je lichaamsgewicht, terwijl de andere drie factoren deels beïnvloedbaar zijn. Door meer te bewegen, te sporten en extra eiwitten te eten, kun je ze in je voordeel gebruiken, zodat je metabolisme efficiënter werkt.
Andere interne motor
Da’s dan geregeld, zul je denken. Maar uit onderzoek van Bouchard et al. (1990) blijkt dat een deel van je metabolisme genetisch is vastgelegd. Voor deze studie werden twaalf identieke tweelingen – zes paar dus – gedurende honderd dagen overvoed. Ze kregen zes dagen per week maar liefst duizend extra kilocalorieën per dag. Vervolgens hielden de onderzoekers nauwkeurig bij wat er gebeurde met hun gewicht, vetmassa en spiermassa. Binnen elk tweelingpaar waren de veranderingen nauwelijks verschillend: logisch, want genetische kopieën lijken op elkaar. Maar kijk je tussen de verschillende tweetallen, dan was het verschil enorm. De laagste gewichtstoename lag op 4,3 kilo, de hoogste op ruim dertien kilo. De onderzoekers concluderen dat genetische factoren een rol spelen bij zowel gewichtstoename als vetverdeling. Het verklaart waarom het soms lijkt alsof jij sneller aankomt dan je vrienden, zelfs als zij meer eten.






Genen zijn geen excuus
Toch betekent dat niet dat je machteloos bent. Genen bepalen misschien hoe makkelijk of moeilijk iets gaat, of hoe snel je resultaten ziet, maar ze vormen geen onoverkomelijk obstakel. Het vraagt alleen om iets meer inzicht, planning en trial & error. Ontdek wat voor jouw lichaam werkt, maak een plan en werk gestaag aan je doelen.
ZELFS MET DEZELFDE VOEDING REAGEERT IEDER LICHAAM ANDERS




