
Of Femke en haar moeder iets aan Moederdag doen? ‘Niet heel uitgebreid,’ zegt Femke. Rond deze tijd heeft ze vaak een trainingskamp, maar als het even kan, gaat ze bij haar ouders langs op het water. Haar moeder Ilja en vader René hebben een voormalige reddingsboot waarmee ze graag varen. ‘Vroeger gingen ze elk weekend. Dan ging ik mee, lekker ontbijten met croissantjes of taartjes.’ Als Femke moest trainen, ging de fiets mee aan boord, zegt Ilja. ‘Dan kon ze vanaf onze ligplaats naar Heerenveen fietsen.’ Dit jaar beleefde Femke een topseizoen, met als hoogtepunt twee medailles op de Olympische Spelen. ‘Ze heeft het fantastisch gedaan,’ zegt Ilja. ‘Maar als ze geen medailles had gewonnen, waren we ook hartstikke trots geweest.’
Waren jullie altijd een sportief gezin?
Ilja: ‘René was marathonschaatser, ik heb de Elfstedentocht geschaatst en geef training aan pupillen, maar we hebben nooit op het niveau van Femke geschaatst.’
Femke: ‘Ik heb allerlei sporten geprobeerd: paardrijden, judo, voetbal, korfbal. Toen ik een jaar of drie was, stond ik voor het eerst op natuurijs. Schaatsen vond ik meteen leuk. Mijn ouders meldden me aan bij een schaatsclub in de buurt. Van mijn vierde tot mijn twaalfde zat ik ook op turnen. Daar werd ik steeds beter in, maar de combinatie werd te druk. Daarom moest ik kiezen: turnen of schaatsen?’
I: ‘Ze moest kiezen van zichzelf, maar ook van ons. René en ik werkten allebei en konden niet overal naartoe vliegen. We vroegen Femke welke sport ze het allerleukste vond en ze antwoordde: schaatsen. We kozen bewust voor een middelbare school in Heerenveen, die topsport en onderwijs combineerde. In de zomer fietste Femke erheen, zeventien kilometer. In de winter bracht ik haar met de auto naar de trainingen. Daarna ging ik om acht uur aan het werk en pikte ik haar om halfvijf weer op. Soms denk ik: hoe hebben we het allemaal gedaan?’
Draaide alles om het schaatsen?
F: ‘Ja, ook omdat ik rond mijn twaalfde al naar Gewest Friesland ging, de regionale schaatsselectie. Daarmee werd het al snel best professioneel. Maar ja, school is ook belangrijk. Ik maakte ook gewoon mijn huiswerk, maar wel altijd last-minute. In de toetsweek was ik alleen gefocust op school. Even knallen, dan kon ik daarna weer trainen.’
I: ‘Vrijstelling kreeg ze niet, al moest ze een WK rijden. Dat kregen alleen shorttrackers destijds en Femke was een langebaanschaatser. Ze heeft altijd het reguliere lesrooster gevolgd. Dat was niet makkelijk. We zeiden tegen Femke: “Als je een keer blijft zitten, dan is dat maar zo.” Maar ze ging er elke keer weer voor.’
Ilja
‘Vrijstelling van school kreeg ze niet, al moest ze een WK rijden’
F: ‘Toen ik mijn vwo-examen haalde, vertelde mijn mentor dat ik meer dan driehonderd lessen had gemist omdat ik moest trainen. Ik heb geprobeerd alles in te halen met behulp van aantekeningen en samenvattingen van vriendinnen, maar het was wel chaos. Soms zat ik tot één uur ’s nachts te leren. Mijn ouders wisten dat ze niet te veel tegen me moesten zeggen, want dan werd ik chagrijnig. Ik dacht: ik móét dit halen. Dat is gelukkig gelukt.’
Was je altijd zo gedisciplineerd?
F: ‘Nou, ik ben chaotisch gedisciplineerd.’
I: ‘Ze is op tijd bij alle trainingen, maar als ze thuiskomt...’
F: ‘Ik weet gewoon goed waar ik op moet focussen. De dingen die ik moet doen, doe ik goed, maar alles daaromheen kan inderdaad chaos zijn. Dat heb ik van mijn moeder.’
I: ‘Als we het druk hebben, is het huis niet tiptop op orde. Ik wil ook genieten van bijzondere momenten. Van dit interview voor Libelle bijvoorbeeld, het eerste dat we samen doen. Dan is het thuis maar even een rotzooi.’
F: ‘Toch is mijn moeder heel perfectionistisch. Soms maakt ze zich onnodig druk om dingen. Nadat ik me had geplaatst voor de Olympische Spelen, vroeg ze vrij van haar werk en boekte ze een appartement in Milaan. Alles geregeld, maar daarna bleef ze denken: moet ik niet iets beters boeken? Dan zeg ik: mam, niet doen, het is goed.’
Femke
‘DE DRUK WAS GROOT, iedereen verwachtte dat ik wel even goud zou halen’
Hebben jullie een hechte band?
F: ‘Ja, we delen veel met elkaar. Ik woon nog thuis. Ik heb nog niet de drang om uit huis te gaan, dus we zijn niet anders gewend.’
I: ‘Ophalen, wegbrengen, meegaan naar wedstrijden: we doen alles om ervoor te zorgen dat Femke haar sport zo goed mogelijk kan beoefenen. Dat we die momenten samen kunnen beleven, is prachtig.’
Lukt het thuis om alles rond sport te organiseren?
I: ‘Soms doet Femke ook wat in het huishouden, maar daar moet ze net tijd voor hebben. We hebben geen gestructureerde taakverdeling.’
F: ‘Als ik terugkom van een belangrijke wedstrijd, zet mijn moeder de wasmachine vaak meteen aan, want meestal moet ik binnen twee dagen alweer weg.’
I: ‘Dan staat het hele huis weer op z’n kop, haha.’
Hoe kijken jullie terug op de Olympische Spelen?
F: ‘Het schaatsseizoen begon heel goed, met een wereldrecord op de vijfhonderd meter. Daar had ik niet op gerekend, supermooi. Toen kwalificeerde ik me ook nog voor de Spelen in Milaan, een droom. De druk was groot, want iedereen verwachtte dat ik wel even goud zou ophalen. Ik was zelf ook erg gespannen, omdat ik het zó graag goed wilde doen. Ik wilde de vijfhonderd meter winnen, maar als je op die afstand één foutje maakt, is het klaar. Gelukkig ging het supergoed, een mooie beloning voor al het harde werk, en mijn familie en vrienden waren er. Heel anders dan tijdens de Spelen van Peking, in coronatijd.’
I: ‘Het was bijzonder om dit samen mee te maken. René en ik waren erbij, Femkes hond Puck was mee en zelfs Femkes pake en beppe kwamen, terwijl ze nog nooit in het buitenland waren geweest. In Milaan hadden we veel contact met Femke: we pikten haar op na een training of spraken af voor koffie in de dagen tussen de races. Toen we haar over de finish zagen komen bij de vijfhonderd meter, waren we zo blij. Het was gewoon gelukt! Tijdens de duizend meter reed ze al de race van haar leven, maar Jutta Leerdam ging er net overheen.’
F: ‘Daar heb ik alleen maar respect voor, ze heeft het super gedaan.’
I: ‘Femke haalde zilver met een gouden rand. Daarna pakte ze goud op de vijfhonderd meter en hebben we zo hard voor haar gejuicht. Ik voelde trots, maar ook opluchting. Ik weet hoe moeilijk het was om dit te bereiken en wat ze er allemaal voor heeft moeten laten.’

Femke
‘De dingen die ik moet doen, doe ik goed’
Wat heb je ervoor moeten laten?
F: ‘Ik mis veel feestjes, omdat ik vaak weg ben, en na een training of toernooi heb ik ook niet altijd de energie om nog van alles te doen. Als we na veel wedstrijden meteen een trainingskamp hebben, denk ik weleens: jeetje, ik kan weer niet thuis zijn. We hebben wel een leuk team, dat scheelt. Mijn vriendinnen snappen gelukkig dat ik er niet altijd kan zijn. Ook mijn ouders zeggen nooit: ga je alweer weg? Ik heb ooit geprobeerd er een studie bij te doen, bedrijfskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen. Die studie leek me nog wel te combineren met het schaatsen, maar dat lukte echt niet. Mijn schema zit gewoon erg vol. Als ik tijd heb, lees ik graag boeken, kijk ik series of probeer ik iets leuks te doen met mijn ouders of vriendinnen.’
Op sociale media wordt sinds de Spelen druk gespeculeerd over je liefdesleven...
F: ‘Dat is wel wennen, ja. Als mensen me een compliment geven over de Spelen of zeggen dat ik ze heb geïnspireerd, vind ik dat altijd leuk. Maar dat mensen overal op je letten, aannames doen en daar hun eigen verhalen van maken op sociale media, is minder leuk. Ik heb geleerd me daarvoor af te sluiten.’






I: ‘We lieten Femke nog weleens boodschappen doen, maar dat kan nu niet meer. Dan wordt ze de hele tijd aangesproken. Zelfs ik word herkend door mensen die de Spelen hebben gevolgd. Apart hoe dat werkt.’

Kunnen jullie goed omgaan met de druk die bij topsport hoort?
F: ‘Nu wel, maar op mijn vijftiende legde ik mezelf zo veel druk op dat ik het plezier in schaatsen verloor. Ik kreeg zenuwinzinkingen, kon niet meer bewegen, at niet meer en moest overgeven.’
I: ‘Dat gebeurde voor elke wedstrijd. We zeiden: misschien kun je er beter mee ophouden, want het moet wel leuk blijven. Toen ik eens een workshop van een sportpsycholoog volgde, dacht ik: misschien is dit iets voor Femke, als het klikt. De klik was er. Vanaf dat moment ging het een stuk beter.’
F: ‘Ik focuste altijd op dingen waar ik totaal geen invloed op had: de tegenstander, het resultaat. Maar je moet juist focussen op je taken. Dat gaf me veel rust in mijn hoofd. Ik vind het nog weleens lastig om met verwachtingen van anderen om te gaan, maar nu weet ik: ik moet op mezelf letten, niet op anderen.’
Vorig jaar kampte Femke met het CMV-virus, te vergelijken met de ziekte van Pfeiffer. Hoe kwamen jullie die periode door?
F: ‘Ik schrok enorm van het nieuws dat ik het CMV-virus had, want ik werkte naar de Spelen toe. Ik moest rust houden. Terwijl mijn teamgenoten intussen in Azië in de World Cup stonden, zat ik thuis. Mijn ouders vonden het vreselijk voor me, maar ze bleven positief. Mijn moeder zei: “Hup, we gaan leuke dingen doen.” We zijn een dagje naar Schiermonnikoog geweest en hebben veel met de hond gewandeld. Ze maakt van het slechtste het beste.’
I: ‘Toch zat ik erover in: zou het ooit weer goed komen? Elke week werden Femkes bloedwaarden gecheckt en elke keer hoopte ik dat het beter werd, maar het werd alleen maar slechter. Dit gaat lang duren, dacht ik. Gelukkig ging het na een paar weken ineens snel beter. Ze mocht steeds weer iets meer doen: wandelen, fietsen. Wel duurde het even voordat ze mocht schaatsen. De artsen waren erg voorzichtig.’
F: ‘Daar was ik boos om, maar achteraf was het beter. Als je te snel weer begint, kun je overtraind raken. Ik heb zes weken niet getraind. Doordat ik het zo miste, besefte ik wel hoe leuk het is wat ik doe.’
I: ‘Daar geniet ze nu meer van. Wij ook, omdat we weten: het kan morgen over zijn.’
Wat waarderen jullie in elkaar?
F: ‘Mijn moeder is altijd heel optimistisch, daar ben ik dankbaar voor. Ik heb die eigenschap van haar overgenomen: ik probeer ook altijd het positieve in dingen te zien. Dat helpt je in je hele leven.’
I: ‘Ik ben supertrots op Femke. Op alles wat ze doet, hoe ze met mensen omgaat, hoe positief ze is. Ik wil haar meegeven dat ze altijd trots op zichzelf moet zijn, ook als de resultaten niet goed zijn. Tijdens de Spelen in Milaan werd de druk heel hoog. We zeiden: “Kijk naar wat je dit jaar al hebt bereikt.”’
Femke
‘Mijn vriendinnen begrijpen dat ik niet altijd overal bij kan zijn’
Waar dromen jullie nog van?
F: ‘Winnen op de Spelen was mijn grote doel, dus ik heb niet per se een rijtje nieuwe doelen. Mensen vragen me vaak of ik nu ga stoppen, maar ik ben jong en vind schaatsen nog steeds superleuk. Het is mooi om aan de top te blijven, met de rust dat ik mijn doel heb behaald. Misschien wil ik wel iets beter worden op de duizend meter en op andere afstanden. En hopelijk over vier jaar weer meedoen aan de Olympische Spelen.’
I: ‘Ik hoop dat Femke met plezier doorgaat met haar sport en wat daarbij komt kijken, dat ze gelukkig is in haar leven en haar weg vindt, en dat ze gezond blijft, natuurlijk. Dat is het allerbelangrijkste.’

Ilja
‘Ik wil Femke meegeven dat ze altijd TROTS OP ZICHZELF moet zijn’
Dit is Femke
Topschaatsster Femke Kok (2000) groeide op als enig kind in een sportief Fries gezin. Ze is drievoudig wereldkampioen op de vijfhonderd meter, reed in november een wereldrecord op diezelfde afstand en won tijdens de Olympische Spelen in Milaan goud op de vijfhonderd meter én zilver op de duizend meter. Ze woont met haar ouders Ilja Postma en René Kok en hun jack russell Puck in het Friese dorp Nij Beets.
@femke.kok
STYLING KARIN VAN DER KNOOP. HAAR EN MAKE-UP WILMA SCHOLTE. KLEDING FEMKE: CO COUTURE BIJ DE BIJENKORF (PAK, JEANS, JACK), ZARA (SCHOENEN), EXPRESSO (T-SHIRT). KLEDING ILJA: EXPRESSO (BLAZER EN BROEK, BLOES EN JEANS), AMERICAN VINTAGE (TRUI), CAROLINE BISS (JACK), ZARA (SCHOENEN). MET DANK AAN: B&B UITGERUST VOOR ZAKEN (LOCATIE).




