
Ellen: “Ze trouwde in een knalroze jurk met sterren. Volgens haar omdat er al genoeg witte bruidsjaponnen waren. Mijn moeder was uitgesproken en creatief. Ze werkte als laborante in het ziekenhuis. Het verhaal gaat dat wanneer ze bloed prikte patiënten haar al van ver hoorden aankomen. ‘Hallo, hier ben ik!’ riep ze dan terwijl het vrolijke gerinkel klonk van haar kar met prikbenodigdheden. Mijn moeder was aanwezig, niet te missen. Ze was talig en hield van woordgrappen. Hilarisch vond ze het om mij als peuter moeilijke woorden te laten zeggen op feestjes. Mijn moeder had een rijk sociaal netwerk en een fijne familie. Ze was gelukkig met mijn vader en haar gezin. Ik was drie jaar oud toen mijn broertje werd geboren.”
Onwerkelijk
“Maar ook als je midden in het leven staat, kun je getroffen worden door rampspoed. Mijn moeder was 33 jaar toen er eierstokkanker werd geconstateerd in een vergevorderd stadium. Ze was zo uit het veld geslagen dat ze niets meer kon of wilde. Zelfs mijn broertje en mij vasthouden lukte niet meer. Ze moet in shock zijn geweest. Zes weken na de diagnose stierf ze.
Mijn moeders overlijden was erg onwerkelijk voor haar familie en vrienden en natuurlijk voor mijn vader. Hij bleef niet alleen achter met een gebroken hart, maar ook met een kleuter van bijna vier en een baby van elf maanden. Later hoorde ik dat mijn vader de eerste twee jaar na het verlies van mijn moeder vaak met zijn hoofd tussen zijn handen aan de keukentafel zat. Mijn tantes, oudtante, oma en een buurvrouw ontfermden zich over mijn broer en mij. Ze haalden ons op en maakten uitstapjes met ons. Zelf heb ik geen herinneringen aan deze periode. Er werd ook niet veel over gepraat.
Als kind las ik soms in het boekje dat mijn moeder voor mijn broer en mij achter had gelaten waarin ze verhaaltjes over ons had geschreven. Het waren een soort dagboekfragmenten uit een zorgeloze periode. Mijn eerste jaren moeten goed en gezellig zijn geweest. Een groot geluk, want daardoor heb ik altijd vertrouwen gehad in andere mensen. Maar ik was wel bang om ze te verliezen. Vooral mijn vader. Hij was mijn wereld. Ik kon me uiten door creatief bezig te zijn en ik hield van zingen en dansen, net als mijn moeder, hoorde ik van mijn tantes. Mijn moeder was onbevreesd en voer haar eigen koers. Als tiener veranderde ze haar naam van Treesje in Rezy. Treesje vond ze zo tuttig.
Ik leerde mijn moeder een beetje kennen uit de verhalen van anderen, maar de mensen die haar misten, hemelden haar ook op. Mijn moeder werd een soort superwoman en nam mythische proporties aan. Lang was ik niet actief met haar bezig bezig. Het leven ging door en er gebeurde van alles. Ik was druk met school, buiten spelen en lezen en mijn vader kreeg een nieuwe partner. Verdrietig om het verlies van mijn moeder was ik niet. Ik kende haar niet en ik wist niet wie ik miste. Wel had ik als kind een sterk besef dat het leven van het ene op het andere moment anders kon zijn, wat maakte dat ik heel zorgzaam werd. Op vakantiekamp was ik degene die andere kinderen troostte, terwijl ik zelf ontzettende last van heimwee had. Als ik mijn vader ’s avonds huilend opbelde, zei hij rustig: ‘Blijf nog even. Zet door.’
“Het moet ondraaglijk voor mijn moeder zijn geweest om ons achter te laten’
En inderdaad, na een nacht slaap ging het weer.
Na de middelbare school ging ik psychologie studeren en waar ik bang voor was werd werkelijkheid: mijn vader werd ziek. Een aantal hersenbloedingen maakten hem lichamelijk en mentaal kwetsbaar. Toen ik in Engeland was voor mijn studie en net als vroeger overvallen werd door heimwee en hem opbelde, kreeg ik niet meer die bemoedigende peptalk. Mijn vader, degene die me altijd stimuleerde om door te zetten, zei op een dag zelfs dat ik naar huis moest komen. Toen wist ik dat het heel slecht met hem ging. Drie maanden brachten we nog samen door. Maanden waarin mijn vader voor het eerst sprak over mijn moeder. Hij vertelde hoe ze was, hoe hun huwelijk was en zelfs details over hun liefdesleven. Mijn vader vertelde ook over zijn verdriet en onzekerheden. Waarom had mijn moeder niet gevochten toen de kanker werd geconstateerd? Was ze langer bij ons gebleven als ze een behandeling had gekregen? Mijn vader had het er erg moeilijk mee dat mijn moeder mij en mijn broertje niet meer had vastgehouden nadat ze ziek bleek. Het moet ondraaglijk voor haar zijn geweest om haar kinderen te moeten achterlaten.”
Levenshaast
“Ik was 21 jaar toen mijn vader overleed. Hoewel ik ontzettend verdrietig was, kon ik hier niet lang bij stil staan. Na mijn afstuderen werd me gevraagd om te promoveren, een kans die ik met beide handen aangreep. Na mijn promotie ging ik als docent psychologie aan de slag bij de Tilburg University, waar ik me ontzettend op mijn plek voelde. Destijds had ik een enorme levenshaast. Ik wilde zo veel mogelijk beleven. Ergens hield ik er rekening mee dat ik net als mijn moeder niet oud zou worden. De kanker die mijn moeder had, kon erfelijk zijn. Toen ik begin dertig was en mijn DNA liet onderzoeken, bleek ik de genafwijking niet te hebben. Vreemd genoeg voelde ik geen opluchting. Het idee om net als mijn moeder jong te sterven, maakte dat ik me met haar verwant voelde. In die periode werd ik nieuwsgierig naar wie mijn moeder was. Voor veel mensen is het impactvol om ouder te worden dan hun ouders, vooral als die jong overleden. Voor mij gold dat ook. Toen ik 34 jaar werd en daardoor ouder dan mijn moeder ooit was geweest, vond ik dat een enorme mijlpaal. Ik besloot werk te maken van mijn wens om haar beter te leren kennen en stuurde haar familieleden en vrienden een lijst met vragen. Ik had gehoord dat ze hartelijk, creatief en extravert was, maar ik was ook benieuwd naar de kanten van haar karakter die niet altijd als positief werden ervaren. Ik wilde een completer beeld van haar krijgen.
Het was ontzettend interessant om de ingevulde vragenlijsten in mijn brievenbus te vinden. Verschillende keren las ik dat mijn moeder erg zwart-wit kon denken: zaken waren volgens haar goed óf fout. Mijn moeder kon mensen ook doodzwijgen als ze het niet met ze eens was. Toen ze als tiener haar naam veranderde en haar omgeving meedeelde dat ze voortaan Rezy heette, gaf ze hen een ultimatum. Na twee weken moesten ze aan haar nieuwe naam gewend zijn.






Ik herkende veel van mezelf in de omschrijvingen van mijn moeder. Ook ik ben duidelijk, uitgesproken en creatief. De meer dan twintig formulieren bundelde ik in een boekje, een prachtcadeau. Mijn verjaardag werd groots gevierd met veel herinneringen aan mijn moeder. Na het feest had ik het gevoel dat ik mijn moeder een beetje beter had leren kennen.”
Roze sterrenjurk
“Een paar jaar later gebeurde er weer iets waardoor ik meer over haar ontdekte. Naast mijn werk als docent psychologie begon ik ook een coachingpraktijk. Tijdens een netwerkbijeenkomst voor ondernemers gooide Fred, een cameraman, in de groep dat hij graag een postuum portret wilde maken. Hij was daarom op zoek naar iemand die het levensverhaal van zijn of haar overleden dierbare in beeld wilde brengen. In een opwelling stak ik mijn hand op. ‘Bij mij krijg je er twee voor de prijs van een. Mijn ouders zijn namelijk allebei overleden, antwoordde ik jolig. Ik vloog zaken graag met humor aan. Humor brengt lucht en daar snakte ik naar. Ik kon er niet goed tegen als mensen vol medelijden opmerkten dat het heel knap was voor een wees om af te studeren en te promoveren. Ik was zoveel meer dan het overlijden van mijn ouders.
Ik kon niet vermoeden dat mijn spontane reactie op Freds oproep veel in werking zette. Fred had video-beelden nodig van mijn ouders, waardoor ik oude vrienden van mijn ouders en onze familie vroeg om op zoek te gaan naar filmfragmenten. Hier werd gehoor aan gegeven. Het was ontzettend bijzonder om al die filmpjes van mijn ouders te zien. Ik zag mijn moeder en vader lachen, dansen en samen hand in hand door het gras lopen op hun trouwdag, mijn moeder met haar roze sterrenjurk aan. Mijn ouders waren zichtbaar gek op elkaar. De chemie spatte van het scherm af. Door de film kreeg ik een beter beeld hoe ze samen waren. Het was extra speciaal om mijn moeder op film te zien.
‘Voor het eerst in mijn leven zag ik bewegend beeld van haar’
Voor het eerst in mijn leven zag ik bewegend beeld van haar. Toen de film af was, organiseerde ik een première in Lumière Maastricht, een bioscoop gevestigd op de geboortegrond van mijn ouders. Ik nodigde hun vrienden en familie uit. Na het zien van het portret dronken we een glas op mijn ouders en praatten we na. Het werd een prachtige avond aan de Maas.”
Humor en lichtheid
“Als ik mijn moeder beter wil leren kennen, moet ik daar moeite voor doen. Anderen hebben herinneringen aan haar, ik niet. Ik moet iets organiseren, waardoor er weer nieuwe kanten en anekdotes aan het licht komen. Die zoektocht blijkt ook voor de mensen die veel van haar hielden waardevol. Creatief bezig zijn helpt me om mijn weg te vinden in alles wat ik heb meegemaakt en het mooie is dat dit ook van betekenis kan zijn voor anderen. Ik schreef drie boeken over rouw en veerkracht en ik ontwierp scheurkalenders voor mensen die te maken hebben met verlies. In kunst kun je emoties kwijt waar anderen naar kunnen kijken. Op die manier kun je zelfs iets maken wat troostend of inspirerend is. In mijn werk als docent psychologie en rouwcoach vind ik het belangrijk dat er bij thema’s als rouw en verlies ook ruimte is voor lichtheid en humor. De dood is een zware aangelegenheid, maar een mens is zo veel meer dan zijn of haar verlieservaring. Humor zorgt ervoor dat er ook aandacht is voor de mensen zelf!”
Paarse koffer
“Doordat ik mijn ouders op jonge leeftijd verloor, ben ik me extra bewust dat het leven kort is en ten volle benut moet worden. Ik wil vol overgave leven en niets voor lief nemen. Dat besef kleurt alles, zelfs mijn huwelijk. Mijn man Koen en ik trouwen iedere vijf jaar opnieuw. We geven dan een feest en spreken dan ons jawoord uit. Voor anderen is dit misschien apart, maar voor ons is dit volkomen logisch. We willen elkaar niet voor lief nemen, maar bewust blijven kiezen voor elkaar. Of niet. Want het leven vraagt ook om eerlijk durven zijn, naar jezelf en anderen. Waarachtig leven, dat wil ik. Het liefst met humor en lichtheid. Als ik een college geef, neem ik altijd mijn paarse koffer mee, waar van alles in zit om de geest te prikkelen. Als ik aan kom lopen, en de wieltjes hoor rollen, denk ik soms aan mijn moeder met haar rinkelende karretje en hoe ze als laborante de patiënten in het ziekenhuis opfleurde.”
DELEN
Heb jij ook een bijzonder familieverhaal en wil je je verhaal delen? Mail het dan naar post@vriendin.nl




