Ze zit midden in een grote verbouwing, maar in het Noord-Hollandse vakantiehuisje van Tanja Jess voelt het even als vakantie. Het manuscript van het op haar podcast gebaseerde, gelijknamige boek Kaarten op tafel, dat eind september verschijnt, is af. De koffiemachine pruttelt en labradoodle Pippa ligt languit in de tuin, haar twee Ragdollkatten scharrelen rond. Zelfs de trainingstoestellen van haar echtgenoot, zanger en acteur Charly Luske, liggen er zichtbaar lang onaangeroerd bij. “We zijn gisteren pas aangekomen,” verontschuldigt ze zich. De huidige rust is een relatieve. Dochter Alice (21) is net vertrokken naar haar vriendin in Arkansas, Amerika. Ze is transgender, en onder de huidige, ultraconservatieve en anti-lhbtiqa+-omstandigheden in het land zijn er veiligere plekken waar je je kind graag naartoe ziet vertrekken. “En ik kan al zo moeilijk loslaten”, zegt Jess, al wordt ze er wel beter in. Het moet. Zoon Bobby is zeventien en zit ook niet te wachten op een betuttelende moeder. Zo leerde ze wel meer, de afgelopen jaren. Het gevolg van een reeks psychologische gesprekken, waarover ze openhartig praat in een nieuw seizoen van Therapie. De aanleiding voor haar deelname aan het programma: de relatietherapie die zij en Luske volgden tijdens een pittige relatiecrisis. De gesprekken bleken ook op persoonlijk vlak veel te brengen. Zo leerde Jess dat ze helemaal niet zo goed communiceerde als ze dacht.
“Ik kreeg een spiegel voorgehouden en zag mezelf opeens in relatie tot Charly, tot andere mensen. Zo ontdekte ik dat ik te veel reageerde vanuit emotie. Ik koketteerde er zelfs een beetje mee: ik ben nu eenmaal erg temperamentvol.”

Waar kwam dat gedrag vandaan? “Dat kreeg ik van huis uit mee. Ik ben geboren in Duitsland, op mijn vijfde verhuisden we naar Eindhoven. Mijn vader was hoogleraar elektrotechniek, mijn moeder kunstschilder. Ze hadden een vrij explosieve relatie, in de zin dat ze fel met elkaar discussieerden. Dat was destijds de tendens in hun links-intellectuele milieu. Dat zagen zij niet als gebrekkige communicatie, maar als bevlogen en geestdriftig. Terwijl het natuurlijk superonhandig is om op die manier een gesprek te voeren. De afgelopen jaren heb ik leren waarnemen: oeh, ik voel een enorme boosheid opkomen, triggert deze persoon iets in míj of ligt het echt aan de ander? Iedereen heeft nu eenmaal een bepaald aantal rode knoppen, afhankelijk van hoeveel trauma en ellende je hebt meegemaakt.”
Heb jij veel rode knoppen? “Steeds minder. Vergeleken bij Charly heb ik er weinig. Door zijn traumatische jeugd lijkt hij altijd het probleemgeval van ons twee. Dat wil niet zeggen dat er bij mij niets op te ruimen viel.”
“Dat het zo goed tussen Charly en mij zou worden, had ik niet durven dromen”
Wat, bijvoorbeeld? “Ik heb een innerlijk stemmetje, zo’n niet-helpende overtuiging dat ik niet goed genoeg ben, waardoor ik me bij kritiek meteen aangevallen voel. Dat valt niet helemaal op te lossen met therapie, maar ik kan het wel beter duiden, waardoor anderen er minder last van hebben. Sommige rode knoppen kun je helen, andere zakken hooguit iets onder de oppervlakte. Als iemand zo’n knop indrukt, registreer ik dat en denk ik: o ja, míjn rode knop, dus míjn verantwoordelijkheid.”
De relatietherapie voelde zo goed en de klik met de psycholoog zo veilig, dat Jess besloot er individuele sessies aan vast te plakken om wat persoonlijke kwesties aan de kaak te stellen. Luske volgde op zijn beurt elders langdurige psychotherapie. “Ik volgde geen vastomlijnd programma, maar een combinatie van meerdere aanpakken. Zo heb ik ook EMDR (Eye Movement Desensitization Reprocessing, een vorm van therapie die vaak wordt ingezet om trauma te verwerken, red.) geprobeerd, maar omdat ik actrice ben, werkte dat niet goed. Ik ben tijdens mijn theateropleiding getraind om steeds opnieuw dezelfde emotie op te roepen en die zo levend mogelijk te houden. Precies het tegenovergestelde van wat bij EMDR de bedoeling is. Dus ik bleef de emotie maar voelen, het was hels.”


“IEDEREEN ZOU EEN KEER THERAPIE MOETEN VOLGEN”
Is de relatie tussen jou en je echtgenoot veranderd door de therapieën? In Therapie zegt ze: “Relatietherapie heeft ons gered.” Nu: “Het is veel rustiger. Doordat we beter communiceren verstaan we elkaar beter. En dan nog komen we toch weleens in verhitte discussies terecht, we blijven allebei felle donders.”
En meet je als stel maar eens een nieuwe taal aan, als je het al 24 jaar zo gewend bent. “Toch kan dat, als je het allebei maar wilt. Dat Charly graag aan zichzelf wilde werken en daar zo veel tijd en energie in stak en ik mijn persoonlijke psychologische traject inging, heeft ervoor gezorgd dat we nog samen zijn. Ook heb ík geleerd Charly meer te laten wanneer hij zich onhandig uitdrukt en te denken: hij bedoelt het niet zo. Maar dat het zo goed tussen ons zou worden als nu, dat we op zo’n goede plek zouden uitkomen, had ik bijna niet durven dromen.”
Hoe vaak escaleerde het dan? “Te vaak. Nu hebben we de tools om onszelf en elkaar even terug te roepen. En soms betekent dat heel even pauzeren, het uitstellen van een discussie werkt ook fantastisch.”
Die tactiek doet ook wonderen in de opvoeding, zegt Jess. “Bobby, mijn jongste, was een stuiterbal toen hij klein was. Aan het eind van de dag helemaal overprikkeld en dan viel er geen land met hem te bezeilen. ADHD, bleek later. Als ik zei: Bob, raap je shirt en onderbroek even op voordat je naar bed gaat, was het standaard nee. ‘Als je het nú niet doet, dan…’, hoorde ik mezelf dan na de zoveelste, tevergeefse aansporing zeggen. Ik maakte mezelf totaal ongeloofwaardig. Tot een kinderpsycholoog tegen me zei: ‘Op zo’n moment kun je beter zeggen: o, het lukt je niet om dit nu te doen, laten we het morgen nog een keer proberen.’ Dan legde ik de verantwoordelijkheid bij Bobby, in plaats van dat het mij niet lukte hem iets te laten doen. Dat werkte: de volgende ochtend ruimde hij gewoon zijn shirt en onderbroek op.”
Relatietherapie was dus niet je eerste kennismaking met psychologenland. “Nee joh. Ik heb daar ook weleens slechte ervaringen mee gehad, hoor. Zo was Bobby toen hij een jaar of zeven was heel angstig. Hij durfde niet in zijn eentje naar boven omdat hij daar enge geluiden hoorde. In die tijd was er een YouTube-hit onder kinderen, Bloody Mary, die plotseling in spiegels verscheen en daar enge boodschappen achterliet. We belandden bij een jonge psycholoog van de GGD voor cognitieve gedragstherapie. Ze paste een soort shocktherapie toe: ze zette Bobby in de wc met het licht uit, deed dan alsof ze wegging en knipte dan plotseling het licht aan en stond achter hem voor de spiegel. Of hij moest alleen in ons huis naar boven en daar steeds langer blijven, zodat hij leerde dat er niets gebeurde. Dat had misschien gewerkt als hij bang was dat er spoken zouden komen of iets zou ontploffen. Maar het ging om geluiden die er echt waren, dus elke keer als hij naar boven werd gestuurd, werd hij bevestigd in zijn angst. We zijn snel met die therapie gestopt. Uiteindelijk groeide hij vanzelf over zijn angst heen. Ik had het proces alleen graag iets versneld.”
Merk je dat er een taboe ligt op het volgen van therapie? “Niet zozeer als het gaat om ADD en ADHD, zoals bij mijn beide kinderen, maar wel op relatieen individuele therapie. Mensen zijn misschien daarom wel dol op coaches, die klinken stoerder en minder sneu. Maar het is therapie-light, in mijn ogen. Bovendien lopen in die kringen ook goeroe-achtige types rond, die je eerder van de regen in de drup helpen. Ik heb zelf een paar jaar psychologie gestudeerd, ik heb de waarde van psychologen, psychotherapeuten en psychiaters altijd ingezien. Iedereen zou een keer therapie moeten volgen in zijn leven, al is het maar om beter te leren communiceren. Dat zouden we eigenlijk al moeten onderwijzen op de basisschool. Net als dat het soms goed is om te accepteren dat je het niet met iemand eens wordt. In die benadering zijn we als mensheid collectief nog zó slecht.”

Tegelijkertijd kan het enorm helpen om je soms vreselijk op te winden over de opvatting van een ander. Ze strijdt voor zichtbaarheid en acceptatie van trans mensen, en lhbtiqa+ in het algemeen. Ze ontving er begin dit jaar zelfs de Bob Angelo Penning van het COC voor, een prijs voor personen en organisaties die zich inzetten voor lhbtiqa+-emancipatie. “Boosheid is een kracht, die zorgt ervoor dat je voelt: nú ga ik dingen veranderen.” Dat leerde ze wél in haar jeugd. “Mijn ouders waren enorm maatschappelijk betrokken. Ze richtten in de jaren zeventig een anti-autoritaire kleuterschool op waar mijn zus en ik ook op zaten. Als er onrecht is, heb je daar een verantwoordelijkheid in te nemen, leerden ze ons.”
Krijg je daarin weleens het deksel op je neus? “Hangt ervan af, ik vind het bijzonder hoeveel bijval je krijgt als je iets bevecht wat jezelf aangaat. Omdat mijn dochter transgender is, krijg ik enorm veel medeleven. Maar als ik me inzet voor een inclusief sinterklaasfeest met een niet-raciale vormgeving van de pieten, roepen mensen al snel: ‘Waar bemoei jij je mee? Jij bent wit, je kinderen zijn wit’. Je strijdt toch niet alleen voor je eigen hachje? Er is pas gelijkheid als we allemaal gelijkwaardig zijn.”






Transgender personen krijgen nu toch juist meer haat dan ooit? “Klopt, maar dat ik als moeder vecht voor mijn kind, kweekt blijkbaar begrip.
Al blokkeer ik op social media iedereen die onbeschoft is of haat zaait, dus dat kleurt mijn beeldvorming. Het helpt dat er boegbeelden zijn als Nikkie de Jager en Loiza Lamers, waardoor transgender personen meer genormaliseerd worden en in de media rolmodellen te zien zijn voor jonge trans mensen. Op het moment dat we stappen vooruit maken, volgt meestal een tijdelijke tegenreactie. Dat is eigenlijk een teken dat we de goede kant op gaan, daar houd ik aan vast. Al moeten we wat nu in onder andere de VS gebeurt met het elimineren van de rechten van transgender mensen natuurlijk met z’n allen keihard de kop indrukken.”
“Soms is het goed te accepteren dat je het niet eens wordt”
Thuis was de identiteit van dochter Alice nooit een probleem. Wel maakte haar transitie deel uit van een pittige periode. Tegelijkertijd speelden de huwelijkscrisis, ziekte en overlijden van Jess’ vader, corona én de overgang. “Het werd een soort clash of the hormones”, lacht ze. Wat scheelde: de vrouwelijke hormonen die haar dochter zachter maakten, terwijl zij zich juist wendde tot ‘een spatje’ testosteron, in aanvulling op haar bio-identieke hormoontherapie, die haar meer energie, daadkracht en levenslust gaven. “Tijdenlang hikte ik tegen de dag aan. Ik zag huizenhoog op tegen dingen, had enorme opstartproblemen. Sinds ik testosteron smeer, is dat over. Schandalig, in Nederland is er niet eens een testosteronpreparaat voor vrouwen op de markt, terwijl het net als oestrogeen en progesteron een geslachtshormoon is, dat afneemt vanaf de overgang.” Ook daar komt haar activisme weer kijken: sinds ze in de overgang kwam, zet ze zich in voor meer bekendheid daarover.
“In de overgang hebben je lichaam en geest meer liefdevolle verzorging nodig”
Wat wil jij met jouw boek over de overgang nog toevoegen? “Praktische tips en adviezen. Ik schrik ervan hoe weinig vrouwen en de medische wereld nog altijd weten over de overgang. Naast opvliegers, stemmingswisselingen, droge slijmvliezen en slaapproblemen is er een waslijst aan andere klachten. Zo werd ik naast mijn gebrek aan levenslust bezorgd, angstig en somber. Veel vrouwen krijgen dan de diagnose burn-out of depressie, terwijl achteraf blijkt dat het door de overgang kwam. Het is makkelijker om aan antidepressiva en zware slaapmedicatie te komen dan aan hormoonsuppletie, terwijl hormoonpreparaten veel minder schadelijk zijn, niet verslavend, en preventief beschermen tegen hart- en vaatziekten, botontkalking en vermoedelijk ook tegen dementie. Daar wordt nog onderzoek naar gedaan. Van mij hoeven niet alle vrouwen in de overgang meteen aan de hormonen, maar ze zouden wel de juiste informatie moeten krijgen.”
Wat is daarin jouw belangrijkste tip? “Hormonen kunnen helpen, maar om de overgang met zo min mogelijk klachten door te komen, komt het aan op nog vier pijlers: beweging, stressreductie, slaap en voeding. Ik heb mijn levensstijl aangepast, en kan niet meer eindeloos snoepen en snaaien. Alcohol valt ook minder goed. Op deze leeftijd ben je fysiek kwetsbaarder en komt alles ineens heel hard binnen. Dan hebben je lichaam en geest gewoon meer liefdevolle verzorging nodig. Als je dat serieus neemt, is die tweede helft van je leven echt nog wel een feestje.”

TANJA JESS
Tanja Jess (1967), geboren in Karlsruhe, Duitsland, brak door als Bowien in ‘Goede tijden, slechte tijden’. Daarna speelde ze in diverse films, series en theaterstukken (Gewoon Vrienden’, ‘Bloedverwanten’ en ‘Topvrouwen’) en presenteerde ‘Temptation Island’. Daarnaast is ze columnist. Met haar man Charly Luske (1978) en kinderen Alice (21) en Bobby (17) woont ze in Almere. Ze is nu te zien in de Human-serie ‘Therapie’. Op 23 september verschijnt haar boek ‘Kaarten op tafel’ bij HarperCollins, gebaseerd op de gelijknamige podcast. Het is vooruit te bestellen bij de boekhandel voor € 21,99.
STYLING: BRIGITTE KRAMER. HAAR EN MAKE-UP: RAQUEL HEADLEY. M.M.V.: COTTON CLUB (GELE JURK), CAROLINE BISS (BLAZER), FLORIS VAN BOMMEL (SNEAKERS), & OTHER STORIES (HOED), LUISA CERANO (BLOES), DRYKORN (TOP), ZARA (GELE ROK).




