‘Toen Mark en ik trouwden, wilde mijn vader ons als huwelijkscadeau een uitje aan de Moezel geven. Door corona en de geboorte van onze zoon Jamie werd dit telkens uitgesteld, maar twee jaar terug waren we er klaar voor. We bekeken wel dertig hotelletjes en kozen het allerleukste met een binnentuintje, in het plaatsje Kröv. De eerste anderhalve dag hadden we het enorm naar onze zin. Het was warm weer en we genoten met Jamie bij het zwembad. Wel voelde ik me wat hangerig. En ik was al een tijdje niet ongesteld geworden terwijl ik normaal zo stipt ben. Die nacht in bed vroeg Mark: ‘Schat, ben je zwanger?’
En ik voelde het antwoord. ‘Hoogstwaarschijnlijk wel, lieverd,’ zei ik. We hebben zo’n vijf minuten samen van dat moment genoten tot er hard op de deur werd gebonkt. Toen we opendeden, stond er een vrouw van het hotel. ‘Pak je belangrijkste spullen en ga nu naar buiten,’ zei ze. Mark liep achter haar aan om te vragen waarom, maar ze rende de gang al door om op andere deuren te bonzen. We keken elkaar aan. Wat waren de belangrijkste spullen? Ik trok snel een organza rok aan die ik zag liggen en rende daarna naar het campingbedje waar Jamie sliep. Ik pakte hem, zijn speentje en mijn telefoon. Daarna rende ik de gang in en kwam Mark achter me aan.
‘‘PAK JE BELANGRIJKSTE SPULLEN EN GA NU NAAR BUITEN,’ ZEI DE VROUW VAN HET HOTEL’
Verderop zag ik een vrouw in een roze broek. Ik herkende haar omdat we die middag zo’n leuk gesprek met haar en haar man hadden gevoerd. Ineens flikkerde het licht in de gang. Daarna kwam het plafond naar beneden en tegelijk voelde ik de vloer onder mijn voeten wegzakken.
Alles stortte in elkaar. Ik viel achterover met Jamie in mijn armen en hoorde Mark verderop bidden. Toen het instorten om ons heen stopte, lag ik in het pikkedonker languit onder het puin van beton, stof, hout van kasten, noem maar op.
Ik lag onder een deur, een enorm geluk, want die had ons bij het instorten beschermd tegen de brokstukken. Er klonk gehuil en gegil van anderen om me heen. Ik was ongedeerd maar zat vast, ik kon alleen mijn armen wat bewegen om Jamie tegen me aan te houden. Hij werd heel even wakker, maar ik voelde met mijn hand om me heen en vond warempel het speentje. Ik likte het schoon van het stof en gaf het hem. ‘Ga maar lekker slapen,’ zei ik en dat deed hij. Eigenlijk lag ik aanvankelijk vooral te wachten tot het gebouw verder zou instorten. Dan komt de klap en zijn we dood, dacht ik.
Maar die klap kwam niet en langzaam kropen de minuten voorbij. Ik hoorde de man van de vrouw in de roze broek in paniek roepen. Zijn vrouw antwoordde niet. Later zou ik vernemen dat ze was overleden. Gelukkig hoorde ik Mark naar ons roepen. ‘Het gaat goed!’ riep ik terug. Maar ik durfde hem niet te vragen hoe hij eraan toe was. Iets in de klank van zijn stem deed me al vermoeden dat het niet goed ging. Na een uur begon hij te roepen: ‘Ik houd het niet vol!’ Ik riep hem bemoedigende dingen toe. Hij moest volhouden voor ons gezin, voor het kindje in mijn buik.’
‘IK RIEP MARK BEMOEDIGENDE DINGEN TOE. HIJ MOEST VOLHOUDEN VOOR ONS GEZIN, VOOR HET KIND IN MIJN BUIK’
Meterslange tunnel
‘We hoopten dat we snel bevrijd zouden worden, maar we hoorden niks. GEEN SIRENES, GEEN STEMMEN’
‘Omdat ik mijn mobiel bij me had, kon ik de politie bellen en mijn familie. Mijn ouders en schoonouders stapten allebei direct in de auto om naar ons toe te komen en mobiliseerden ook onze kerkgemeenschap zodat die voor ons kon bidden. God is bij me, voelde ik ook meteen. Het was een soort bovennatuurlijke kalmte die over me neerdaalde en me hielp toen de minuten in uren veranderden. In het puin was het ontzettend benauwd door al dat stof en de warmte van de zomerse dag. Naast me lag een vrouw die het ook moeilijk had. ‘Kun je opschuiven?’ vroeg ze op een gegeven moment, wat nogal absurd voelde want ook ik kon letterlijk geen kant op. We hoopten natuurlijk dat we snel bevrijd zouden worden, maar hoorden letterlijk niks. Geen sirenes, geen stemmen. De uren kropen voorbij. Later bleek dat de reddingsdiensten verschillende plannen hadden gemaakt om ons te bevrijden. Maar het was niet simpel. Ze konden niet zomaar brokstukken verwijderen, met het risico het alleen maar erger te maken: dat mensen vaster zouden komen te zitten of het gebouw verder zou instorten.
Maar toen: op een gegeven moment hoorden we het geluid van een boor, ze waren bezig een tunnel te graven. De man van de vrouw met de roze broek die ongeveer drie meter bij me vandaan lag, werd als eerste bereikt. Ik kon niet zien wat er gebeurde, maar ik hoorde hem schreeuwen. Nadat hij was bevrijd, was ik aan de beurt. Na tien uur onder het puin keek ik naar mijn voeten en zag ik een vriendelijk hoofd verschijnen dat naar me lachte. De naam van de reddingswerker was Christoph en hij gaf mij en Jamie water. Hij pakte Jamie van me over en ik kroop achter hem aan. De tunnel was zeven of acht meter lang en ging door het puin heen. Ik dacht nog aan mijn rok en hoe die vast helemaal kapot zou zijn. Niet dat het uitmaakte, maar zulke dingen gaan dan door je hoofd. Ik klom naar buiten door de opening en zo stond ik ineens weer buiten.

‘NA TIEN UUR ONDER HET PUIN ZAG IK EEN VRIENDELIJK HOOFD VERSCHIJNEN DAT NAAR ME LACHTE’
Er waren wel driehonderd reddingswerkers en er stond een ambulance voor ons klaar. Ik weet vooral nog hoe groot het contrast was met de uren in het donker onder het puin. Boven de grond was het een stralende zomerse dag. De bomen waren felgroen, de hemel blauw. Pas toen ik met Jamie in het ziekenhuis aankwam en mijn familie zag, kwamen de emoties naar boven. Wat heb ik toen keihard gehuild.’
Een jongetje
‘Jamie en ik hadden het overleefd. Maar nu was ik zo bang om te horen dat Mark het niet had gered. Pas na drie uur kwam het verlossende antwoord. Mark was veilig en buiten levensgevaar in een ander ziekenhuis. Alles komt goed, dacht ik toen. De volgende ochtend deed ik een zwangerschapstest. Die bevestigde wat ik al dacht: ik was inderdaad in verwachting. Maar ik had dat mooie nieuws nog niet eens verwerkt toen ik werd gebeld met het nieuws dat Mark in coma zou worden gebracht. Ik ben met Jamie direct uit ons ziekenhuis weggegaan naar dat van Mark, ik heb niet eens gewacht tot ik officieel werd ontslagen. Mark bleek het crush-syndroom te hebben, waarbij de bloedsomloop naar je zenuwen afsterft en zijn nieren begonnen te falen. Toen ik hem zag, leek hij niet eens op zichzelf. Hij had bloeduitstortingen op zijn hoofd en zijn lichaam was wel tot drie keer zo groot opgezwollen. Ik vertelde hem dat hij moest volhouden, hij had al zo veel overleefd! Daarna namen ze hem mee voor een spoedoperatie waarbij ze het afgestorven weefsel in zijn benen en zijn arm verwijderden. Dat ging gelukkig goed, waarna hij naar Nederland kon worden overgebracht. En hoe kantje boord het in Duitsland ook was geweest, zijn herstel verliep vervolgens voorspoedig. Zelfs de artsen stonden daar paf van. Maar het was wel duidelijk dat het een lang proces ging worden.






‘DAT GROTE CONTRAST: van uren in het donker onder het puin naar een stralende zomerse dag’
Of hij zijn arm of benen zou kunnen gebruiken, was aanvankelijk nog de vraag. Ik was negen weken zwanger toen er bij onze kerk een dag werd gevast voor het herstel van Mark. Maar die ochtend gutste ineens het bloed langs mijn benen. Ik was helemaal van de kaart en belde de verloskundige. Ik mocht meteen komen voor een echo. ‘Houd er rekening mee dat ik 98 procent zeker ben dat het om een miskraam gaat,’ zei ze om me voor te bereiden. Daar ging ik ook vanuit. Maar op de echo zag ik een perfect klein kindje zitten met een kloppend hartje. Ik heb toen zo gehuild. Van verwondering, van opluchting en dankbaarheid dat het kind er nog was. Met achttien weken hoorden we het geslacht: een jongetje. Ik was zo blij, want ik wilde het kind heel graag Christoph noemen, naar onze redder. Dus het voelde alsof het zo moest zijn.’
Glazen wand
‘Vijf maanden na het instorten van het hotel werden we uitgenodigd om terug te komen naar Duitsland. Daar zouden we de reddingswerkers ontmoeten die hadden geholpen ons te bevrijden.
‘EEN JONGETJE! IK WAS ZO BLIJ, WANT IK WILDE HET KIND HEEL GRAAG CHRISTOPH NOEMEN, NAAR ONZE REDDER’
Maar toen ik voor het ingestorte hotel stond, gebeurde er iets met mij. Het trauma dat ik op die plek had ervaren, was te groot en ik ben in dissociatie geraakt. Daar heb ik tot op de dag van vandaag last van. Het betekent dat ik in een soort waas leef. Je kunt het vergelijken met een glazen wand die tussen mij en het leven in staat. Ik zie alles wel, maar ben er ook van verwijderd. Het gaat na heel veel EMDR en traumaverwerking wel beter, maar ik ben niet meer de persoon die ik ervoor was. Het voelt alsof ik vastzit en ik heb er geen oplossing voor. Heel soms voelt het lichter en denk ik: kijk, daar ben ik weer een beetje. Maar soms ben ik nog altijd heel ver weg. Ook Jamie heeft last gehad van wat hem is overkomen. Als hij het geluid van een boor hoorde, raakte hij enorm in paniek. Gelukkig lijkt dat nu voorbij, maar zo zie je maar dat kinderen veel meer opslaan dan je denkt. Want in eerste instantie dacht ik dat hij overal doorheen had geslapen, maar er blijft toch een hoop hangen van geluiden en geuren, die dan ineens kunnen oppoppen. Mark heeft gek genoeg mentaal nergens last van. Lichamelijk gaat het ook beter dan verwacht. Hij loopt wel met spalken, maar hij loopt! En hij kan zijn rechterarm weer helemaal gebruiken. Hij heeft een passie voor pianospelen en doet dat gewoon weer. Maar we hebben dus allebei op heel andere manieren nog overblijfselen van wat ons is overkomen. Hij fysiek en ik mentaal.
Met onze reddingswerker Christoph houden we contact. Toen onze zoon werd geboren, belden we hem om de baby te laten zien. Op het dekentje zag hij de naam Christoph staan, uiteraard hield niemand het droog. Het blijft toch bijzonder dat iemand zijn leven in de waagschaal stelde om ons te redden. Laatst ging hij naar Venezuela om mensen daar te helpen die vastzaten vanwege de aardbeving. Zo bijzonder dat hij dat doet. De meeste mensen rennen weg van iets wat gevaarlijk is, hij gaat er juist naartoe. Verhalen zoals die je hoorde vanuit Venezuela raken me enorm. Dan leef ik mee met die mensen en met wat ze meemaken. Ik weet immers hoe het is om vast te zitten.’

‘SOMS VIND IK HET LASTIG OM POSITIEF TE ZIJN OVER DE TOEKOMST, IK WEET DAT HET LEVEN ZO KWETSBAAR IS’
Een wonder
‘De organza rok die ik aanhad in het puin hangt in mijn kast. Het is ongelofelijk, maar er zit letterlijk geen scheurtje in. Hoe is dat mogelijk? Die rok zonder kleerscheuren symboliseert ook wat we hebben meegemaakt. Want het is een wonder van God dat we er alle vier levend uit zijn gekomen. Ik ben daar elke dag zo enorm dankbaar voor.
Het klinkt misschien gek, maar soms vind ik het lastig om positief te zijn over de toekomst. Ik weet dat het leven zo kwetsbaar is en dat iets onverwachts in een klein hoekje zit. Alsof ik altijd wacht op iets wat er gebeurt. Het onbezorgde van het leven voor de ramp komt nooit meer terug. Wel kan ik enorm genieten van alle kleine momenten. Zoals wanneer ik op de fiets zit met een krullenbolletje voorop en een praatgrage peuter achterop. Prachtig voelt dat! Hoe mooi dat we dat mogen meemaken. Het had ook zomaar anders kunnen lopen.’
Edi was vorig jaar te zien in het programma ‘Het familiediner’. Kijk de aflevering terug op NPO.nl.




