‘Met buikpijn ging ik zaterdag 25 januari 2014 naar het huis van mijn moeder. Mijn ouders waren al gescheiden toen ik een jaar was en ik woonde sinds mijn twaalfde in verschillende woongroepen, maar ze speelden allebei een belangrijke rol in mijn leven. Die zaterdag werd ik halverwege de dag door mijn leidinggevende naar huis gestuurd. De reden gaf ze niet, maar ik moest zo snel mogelijk naar mijn moeder toe. Bezorgd bedacht ik onderweg in de trein wat er aan de hand kon zijn. Had ik iets gedaan waar mijn moeder achter was gekomen? Ik ging veel uit en gebruikte weleens een pilletje. Wat als mijn moeder dat had ontdekt en ik in de problemen zat? Eenmaal in de straat kwam mijn moeder meteen naar buiten.
Gespannen pakte ze me vast en nam me mee naar binnen. Ze zocht zichtbaar naar woorden, maar kon ze niet vinden. Opeens dacht ik aan mijn vader.
Ik weet niet waarom, maar hij popte in één keer in mijn hoofd op. ‘Pa?’ vroeg ik voorzichtig. Mijn moeder knikte. Meer hoefde ze niet te zeggen. Wat er precies aan de hand was, wist ik nog niet, maar ik voelde direct dat het foute boel was. ‘Hij is overleden,’ zei mijn moeder. In shock hoorde ik het aan. Daarna zakte ik door mijn benen en begon te huilen. Mijn vader was dood. Wat was er gebeurd? Waar was hij? Omdat hij eerder een TIA had gehad, ging ik ervan uit dat zijn overlijden daarmee te maken had. Geen seconde dacht ik aan iets anders, totdat ik later die dag een nieuwe, vreselijke klap te verwerken kreeg.’
In shock
‘UITEINDELIJK LIEP HET THUIS ZO UIT DE HAND DAT IK OP MIJN TWAALFDE UIT HUIS WERD GEPLAATST’
‘Zoals dat in een Surinaamse familie gaat als iemand overlijdt, kwam iedereen diezelfde avond bij elkaar. Mijn moeder, mijn twee jaar oudere zus Anouchka, mijn twee halfzussen van mijn vaderskant en andere familieleden waren er ook. Ik was nog steeds in shock en probeerde te bevatten dat mijn vader er niet meer was. Op een gegeven moment vertelde de moeder van mijn halfzussen wat er met hem was gebeurd.
‘Iemand heeft je vader van het leven beroofd,’ zei ze. Ik weet nog dat ik haar aankeek en alleen maar dacht: hè? Ik begreep niet wat ze bedoelde. Ook niet toen er ineens werd gesproken over ‘de onderwereld’, criminele zaken waarbij mijn vader betrokken was en die keer dat hij in 1995 ontvoerd was geweest. Ik wist niet wat ik hoorde. Waar hadden ze het over? De man die zij beschreven, herkende ik totaal niet. Mijn vader was voor mij altijd een hardwerkende man met zijn eigen café. Mijn lieve en vrolijke pa die van al zijn kinderen hield en altijd blij was om me te zien. Hem linken aan criminele activiteiten kon ik gewoon niet. Ik had ook geen idee wat hij dan precies had gedaan, want ik was zo in shock door alles wat ik hoorde, dat ik dat niet durfde te vragen. Het gekke was dat op Anouchka na niemand net zo geschrokken leek. Het voelde alsof iedereen behalve mijn zus en ik dit allemaal al wist van mijn vader. Zelfs mijn moeder leek niet verrast, want zij praatte ook met de anderen mee. Ik voelde me ontzettend belazerd. Terwijl ik het allemaal probeerde te verwerken, zette iemand de Amsterdamse tv-zender AT5 aan. Daar zag ik het huis van mijn vader op televisie. Het was afgezet als plaats delict. Het was gewoon onwerkelijk.’
‘Door corona kon ik voor het eerst in jaren niet meer vluchten voor mijn gevoelens en gedachten’
Steeds meer vragen
‘In de dagen daarna drong langzaam tot me door wat er precies was gebeurd. Mijn vader was in zijn eigen huis door iemand om het leven gebracht. Later hoorde ik dat de politie uitging van een gevecht tussen mijn vader en degene die hem had vermoord. In de media verschenen er berichten over zijn dood. In eerste instantie gingen die over het feit dat hij onder verdachte omstandigheden was overleden en dat de politie onderzoek deed. Een paar dagen later kwam mijn vaders naam ook voorbij in Opsporing verzocht, waar aandacht werd gevraagd voor zijn overlijden. Mensen die meer wisten werden opgeroepen om zich te melden. De politiewoordvoerder vertelde dat er sieraden van mijn vader na zijn dood uit zijn woning waren verdwenen. Ook werd zijn eerdere ontvoering in verband gebracht met een drugsgerelateerd conflict. De man die mijn vader destijds had ontvoerd, was in 2008 zelf geliquideerd.
Ik wist niet goed wat ik hier allemaal van moest denken. Sterker nog: het leverde alleen maar meer vragen op. Wat ik me vooral herinner, is hoe onwerkelijk alles voelde. De ene dag was mijn vader er nog en de volgende dag niet meer. Toen ik hem mocht zien, zag ik wel wat verwondingen in zijn gezicht en hals, maar ze zagen er niet heel heftig uit. Hij leek gewoon nog op zichzelf, alsof hij sliep. Tegelijkertijd bleef die andere schok door mijn hoofd spoken: de verhalen over zijn vermeende betrokkenheid bij criminele activiteiten. Terwijl de buitenwereld vooral leek te kijken naar de verhalen over criminaliteit, was ik mijn vader kwijt. De man die me meenam naar de kermis. Die blij werd van een lelijk vaderdagcadeau. Die altijd vroeg hoe het met me ging. Het voelde alsof iedereen het over een andere man had dan de vader die ik kende. En ik wist niet meer welk beeld ik moest geloven. In de weken erna leefde ik in een waas. Ik wilde begrijpen wat er met mijn vader was gebeurd en zocht urenlang online naar informatie over hem. Ik las over zijn ontvoering in 1995, maar waarom hij was ontvoerd en wat er daarna precies was gebeurd, kon ik nergens vinden. Des te meer ik las, des te meer vragen ik kreeg. Wie was mijn vader eigenlijk? Mijn moeder kon me daar weinig over vertellen. Ze zei dat hij haar bewust buiten veel dingen hield. Ook bij andere familieleden vond ik niet de antwoorden waar ik naar zocht. De moeder van mijn halfzussen vertelde wel dat mijn vader vroeger in Suriname al jong voor zichzelf had moeten zorgen, maar veel verder kwamen de gesprekken meestal niet. Terwijl ik wilde weten wie hij was en waarom hij bepaalde keuzes had gemaakt. Maar die vragen stelde ik uiteindelijk niet. Binnen de Surinaamse cultuur waarin ik opgroeide, wordt veel doorvragen gezien als nieuwsgierig of brutaal. Als kind kreeg ik bijvoorbeeld regelmatig te horen dat ik dingen moest laten rusten als ik te veel vragen stelde. Daardoor had ik mezelf onbewust aangeleerd om niet verder door te vragen. Ook niet over mijn vader. Toch bleven ze in mijn hoofd knagen.’

Uit huis
‘Intussen begon ik ook anders naar mijn jeugd te kijken. Na de scheiding van mijn ouders was ik met Anouchka bij onze moeder blijven wonen. Mijn vader zag ik vooral in de weekenden en tijdens vakanties.
Omdat hij een eigen café had en veel werkte, was hij niet altijd beschikbaar. Dat vond ik niet erg, want op zijn manier zorgde hij voor ons. Zo gaf hij mijn moeder altijd genoeg geld om leuke kleren en andere dingen voor ons te kopen. En als ik bij hem was, deden we vaak iets leuks. Thuis bij mijn moeder liep het helaas niet lekker. We botsten enorm met elkaar, want ze was streng en accepteerde geen discussie. We kregen steeds vaker ruzie, waardoor ik geregeld wegliep van huis, spijbelde op school en op straat rondhing met oudere jongeren. Uiteindelijk liep het zo uit de hand dat ik op mijn twaalfde uit huis werd geplaatst. Voor mijn moeder was dat ontzettend moeilijk, maar thuis ging het gewoon niet meer. Mijn moeder hoopte dat een uithuisplaatsing me zou helpen, maar ik voelde me vooral erg afgewezen.
Door mijn moeder én door mijn vader. Kort nadat ik op een leefgroep terechtkwam, belde hij. Ik hoorde hem huilen, dat had ik nog nooit eerder meegemaakt. ‘Ga luisteren naar die mensen, Kimmie,’ zei hij geëmotioneerd. ‘Dan mag je snel weer naar huis.’
‘DE MOORD IS NOG ALTIJD NIET OPGELOST.
ER IS NOOIT EEN VERDACHTE OPGEPAKT, DE DADER LOOPT VRIJ ROND’
Ik weet nog dat ik daar zo boos van werd. Als mijn vader het allemaal zo erg vond, waarom haalde hij me dan niet op? Waarom nam hij me niet gewoon mee? Ik had vaak tegen mijn moeder gezegd dat ik bij mijn vader wilde wonen, maar volgens haar was dat geen optie. Ze zei altijd dat hij veel werkte en daardoor niet voor een kind kon zorgen. Als twaalfjarige begreep ik dat niet. Het enige wat ik wilde, was naar huis en het maakte me heel boos dat dat niet kon. In de jaren erna verhuisde ik geregeld naar andere leefgroepen. Na een vechtpartij op mijn veertiende kwam ik uiteindelijk terecht in een gesloten instelling. Dat vond ik ontzettend heftig. Alles speelde zich af op één afgesloten terrein en ik voelde me volledig losgekoppeld van de buitenwereld. Tegelijkertijd ontmoette ik daar jongeren die veel ingrijpendere dingen hadden meegemaakt dan ik. Daardoor begon ik langzaam anders naar mijn eigen situatie te kijken. Ik besefte dat mijn moeder me niet had weggestuurd omdat ze van me af wilde. Hoe boos ik ook op haar was, ze bleef komen. Ook mijn vader bleef bellen. Pas veel later ben ik gaan inzien hoeveel moeite mijn ouders bleven doen om contact met me te houden.’
Op de vlucht
‘Toen mijn vader overleed, was ik zeventien. Inmiddels woonde ik begeleid op kamers, werkte ik bij een eetgelegenheid en volgde ik een opleiding in de richting van media en vormgeving. Langzaam kreeg ik meer vrijheid en had ik het gevoel dat ik mijn leven weer een beetje op de rit kreeg. Totdat mijn vader werd vermoord. Wat volgde, was een zoektocht naar antwoorden. Twee jaar lang verdiepte ik me hierin, maar zonder succes. Rond mijn negentiende begon ik me erbij neer te leggen dat ik waarschijnlijk nooit alle antwoorden zou krijgen. Dat gaf me een machteloos gevoel. Als afleiding stortte ik me volledig op het uitgaansleven. Elk weekend ging ik naar festivals en feestjes waar ik veel alcohol dronk en drugs gebruikte. Later ging ik als clubdanseres werken en woonde ik korte tijd op Ibiza. Zolang ik bezig was, hoefde ik niet stil te staan bij het verdriet om de dood van mijn vader en de vragen waar ik geen antwoorden op kreeg. Als ik al met iemand over mijn vader sprak, hield ik het kort. Ik zei liever dat hij er niet meer was dan dat hij was vermoord, want dat laatste leverde altijd vragen op waar ik geen antwoorden op had. De moord op mijn vader is tot op heden niet opgelost. Er is nooit een verdachte opgepakt en de dader loopt nog steeds vrij rond. Dat alles maakte het extra moeilijk om over mijn vader te praten. Ik wist zelf immers ook niet wat er precies met hem gebeurd was. Jarenlang bleef ik zo doorgaan. Totdat corona uitbrak. Ineens viel alle afleiding weg en voor het eerst in jaren kon ik niet meer vluchten voor mijn gevoelens en gedachten. De vragen over mijn vader kwamen terug, maar ook vragen over mezelf. Want wie was ik zonder al die afleiding? Ik besloot hulp te zoeken en ging in therapie. Daar ontdekte ik hoeveel invloed mijn jeugd en de dood van mijn vader nog op me hadden. Herinneringen aan ruzies thuis, mijn tijd in de jeugdzorg en andere heftige gebeurtenissen bleven terugkomen, onder andere in vreselijke nachtmerries. Uiteindelijk kreeg ik de diagnose PTSS. Dat was confronterend, maar ergens ook een opluchting. Voor het eerst begreep ik waarom ik jarenlang zo hard had geprobeerd weg te rennen voor mijn gevoelens. En dat het tijd was om ze alsnog onder ogen te komen.’






Documentaire
‘In die periode kwam er nog iets op mijn pad wat mijn leven veranderde. Een filmmaker die ik via via kende, hoorde mijn verhaal en stelde voor een documentaire over mijn zoektocht naar antwoorden te maken. Met hem sprak ik opnieuw met familieleden, mensen die mijn vader hadden gekend en anderen die iets over zijn verleden konden vertellen. Voor het eerst hoorde ik verhalen die niet over zijn dood gingen, maar over wie hij als mens was. Zo vertelden verschillende mensen dat mijn vader altijd voor anderen klaarstond en familieleden financieel hielp als dat nodig was. Ook hoorde ik dat hij al jong had moeten leren om voor zichzelf te zorgen. Dat waren geen antwoorden op de grote vragen die ik had, maar wel nieuwe stukjes van de puzzel. Maar weer sprak niemand echt over de dingen waar ik antwoorden op zocht. Zodra het ging over zijn ontvoering en de verhalen over het criminele milieu, bleef het vaag. Ook in Suriname kwam ik wat dat betreft niet echt verder. Veel mensen die hem van vroeger kenden, waren overleden of wilden niet meewerken. Zijn jeugd leek in eerste instantie heel normaal.
‘WAT ME HET MEEST RAAKT, IS DAT HIJ EEN DEEL VAN ZIJN LEVEN VOOR MIJ VERBORGEN HEEFT GEHOUDEN’
Hij had geen verleden dat wees op het leven waar later zo veel over werd gespeculeerd. Wel hoorde ik verhalen dat hij na de basisschool bij familie terechtkwam bij wie hij vooral moest werken en gehoorzamen en niet altijd goed werd behandeld. Voor het eerst hoorde ik iets over de jongen die mijn vader ooit was. Hoe meer ik ontdekte, hoe ingewikkelder het werd.

Ik wilde weten wat waar was, maar ook wilde ik mijn vader beschermen. Hij bleef tenslotte mijn vader, van wie ik hield en van wie ik nog steeds houd. Wat me misschien nog wel het meest raakte, was het besef dat hij blijkbaar een deel van zijn leven voor mij verborgen had gehouden. Tijdens het maken van de documentaire kwam ik oude artikelen tegen die ik niet eerder had gezien. Hierin werd mijn vaders café in verband met drugshandel gebracht. Of dat klopte, weet ik niet, hij is nooit voor zulke zaken veroordeeld. Het bijzondere is dat mijn zoektocht me ook dichter bij mijn moeder heeft gebracht. Ze vond het spannend dat ik meewerkte aan de documentaire, wilde me beschermen voor nieuw verdriet. Toch heeft ze me altijd gesteund. Waar vroeger veel dingen onbesproken bleven, praatten we door de documentaire veel meer met elkaar. Daar ben ik heel blij mee.
Ik ben nog steeds bezig met een laatste stap in de zoektocht naar mijn identiteit. Zo heb ik juridische stappen gezet om officieel de achternaam van mijn vader te krijgen. Na de geboorte wilde hij mij erkennen, maar door juridische omstandigheden kon dat niet. Daardoor draag ik de achternaam van de man met wie mijn moeder eerder getrouwd was toen ze iets met mijn vader kreeg, maar met wie ik geen band heb. Voor mij voelt dit als een ontbrekend puzzelstukje. Ik weet dat die naamsverandering mijn vragen niet gaat beantwoorden, ik weet nog steeds niet precies wie mijn vader was, toch begrijp ik hem beter dan vroeger. Hij was niet alleen die man die werd gelinkt aan het criminele milieu, maar ook een zoon, een vader en iemand die voor anderen probeerde te zorgen. Misschien begrijp ik daardoor mezelf ook beter.’
‘Mijn zoektocht heeft me dichter bij mijn moeder gebracht, daar ben ik heel blij mee’
Niet meer wegrennen
‘Inmiddels woon ik samen met mijn vriend Robbe, heb ik een eigen onderneming, verkoop ik mijn schilderijen en heb ik met een vriendin een cateringbedrijf. Ik volg nog steeds therapie om gebeurtenissen uit mijn jeugd, het verlies van mijn vader en alles wat daarna kwam een plek te geven. Voor het eerst in mijn leven voelt het alsof ik niet meer hoef weg te rennen. Ik hoef mezelf niet meer te verdoven met uitgaan, alcohol of bevestiging van anderen; ik heb geleerd dat ik goed ben zoals ik ben.
Dat ik waarschijnlijk nooit alle antwoorden zal krijgen, vind ik soms nog steeds jammer. Maar ik heb geaccepteerd dat sommige dingen misschien altijd onduidelijk zullen blijven. Ik kijk liever naar wat mijn zoektocht me wél heeft gebracht: meer begrip voor mijn vader, een hechtere band met mijn moeder en vooral meer rust in mezelf.’
Check de docu op NPO Plus: ‘Het bloed van mijn vader’.




