
Bernadette: “Op een ochtend was ik op de fiets onderweg naar mijn werk. Ik was nog helemaal versuft omdat ik alwéér slecht had geslapen: ik sliep al zes maanden niet goed. Op een kruising veroorzaakte ik bijna een ongeluk. Het scheelde niet veel of ik werd geschept door een auto die voorrang had. Dat was het punt waarop ik besefte dat het zo niet verder kon.
Drie jaar geleden kreeg ik mijn eerste serieuze, vaste baan. Nadat ik een aantal jaar had gewerkt als freelance journalist, werd ik verslaggever bij RTV Utrecht. Van deze baan had ik heel lang gedroomd. Ik wilde het goed doen en voelde de druk om mezelf te bewijzen. Niemand bij het bedrijf gaf me dat gevoel, het zat vooral in mezelf. Het had veel te maken met mijn perfectionisme - dat later ook maakte dat ik graag goed wilde slapen. Op een nacht lag ik in bed aan mijn werk te denken.
Dat gebeurde wel vaker en meestal kon ik daarna weer in slaap vallen. Nu lukte dat niet. Ik lag tot een uur of vijf te piekeren. Dat vond ik wel gek, maar ik dacht: morgen gaat het vast beter. Maar één nacht slecht slapen werden er twee, daarna drie en voordat ik het wist, sliep ik maandenlang weinig door de werkstress. Als je zo lang elke nacht maar een paar uur slaapt, hakt dat erin. Ik voelde me moe en ging slechter functioneren. Tegelijk had ik collega's met kleine kinderen die pas écht slecht sliepen. Ik mocht mijn slaapproblemen van mezelf dus niet echt serieus nemen. Het duurde een half jaar voordat ik dat wel deed.”
Slaapangst
“Dat was op die ochtend waarop ik bijna op een auto botste. Eenmaal op mijn werk ging ik naar mijn baas. Hij haalde mij meteen van het project waarvan ik zo veel werkstress kreeg. Helaas bleek dat geen oplossing te zijn. Doordat ik al zo lang slecht sliep, was ik bang geworden om weer slecht te slapen. Ik had slaapangst ontwikkeld: alleen al de gedachte dat ik niet kon slapen, zorgde ervoor dat ik slecht sliep. Dat is een lastige cirkel om uit te komen. Op dat punt ging ik eindelijk naar de huisarts. Ik wilde weten wat er met mij aan de hand was - of het iets mentaals of iets fysieks was. Er is onderzocht of er iets met mijn schildklier was. Ik ben ook naar de neuroloog geweest om te onderzoeken of ik een slaapstoornis had. Bij mij bleek het mentaal te zijn. Dat leek goed nieuws, want dat betekent dat je er iets aan kunt doen. Van mijn huisarts kreeg ik slaapmedicatie voorgeschreven: temazepam. Helaas ging het daardoor juist slechter met mij. Wat ik niet aan de huisarts vroeg, is wat voor pillen er waren voor mijn klachten, en waarom ik temazepam kreeg. Ik wilde gewoon slapen. Dat gebeurde ook, ik sliep eindelijk, en dat was heerlijk. Maar de volgende dag voelde ik me nog beroerder dan daarvoor. Ik was misselijk en voelde me wazig, een beetje alsof ik een kater had. Ik wist dat ik die pillen maximaal twee weken mocht slikken en dat ik na drie nachten een nacht zonder slaappil moest slapen, omdat je er anders verslaafd aan zou kunnen raken.Tegelijk zorgden die pillen er wel voor dat ik in slaap kwam, waardoor ik ze toch bleef nemen. Ik had van de huisarts een flink voorraadje gekregen, en langzaam maar zeker werd ik afhankelijk van dat spul. De vraag is: wanneer ben je verslaafd aan iets? Ik denk dat ik dat na een maand of drie was. Ik had ze regelmatig gebruikt en kon niet meer zonder. Ik zat in een patroon, ik móést gewoon slapen. Ik dacht: mijn lichaam trekt dit anders niet. Ook al wist ik dat het niet goed was om die pillen te blijven slikken.”
‘Alleen al de gedachte dat ik niet kon slapen, zorgde ervoor dat ik slecht sliep’
Afhankelijk
“Ik besefte dat ik moest stoppen met die slaapmedicatie. Maar dat vond ik moeilijk. Omdat ik zo afhankelijk van die pillen was geworden, was het vertrouwen in mijn eigen lichaam weg. Ik had het gevoel dat ik alleen kon slapen met een slaappil. Dus dan lag ik in bed en wist ik dat ik dat middel niet mocht nemen. Dat gaf me een moedeloos gevoel. Weet je: het is nacht, het is donker en dan heb je een partner naast je liggen die al wel slaapt en jou lukt het niet… Ik voelde me alleen. Ik ging letten op hoe hij ademhaalde, bewoog in zijn slaap, of snurkte. Het werd een soort hyperfixatie. Ik onderzocht wat een betere, duurzamere oplossing zou zijn voor mijn slaapproblemen en kwam uit bij slaaptherapie. Ik weet nog dat ik een slaaptherapeut belde en te horen kreeg dat ik geluk had: de wachttijd was maar twee maanden. Dat vond ik zo moeilijk om te horen. Twee maanden betekende zestig nachten wachten tot ik werd geholpen. Voor mij was dat de aanleiding om een podcast te beginnen. Slapeloos, Want ik dacht: waarom zijn er blijkbaar zo veel mensen zoals ik en moet iedereen zo lang wachten voordat-ie wordt geholpen? Voor mijn podcast sprak ik onder meer een apotheker. Daardoor ontdekte ik wat de reden zou kunnen zijn dat ik zo heftig op die temazepam reageerde. Ik had een normale dosering gekregen van tien milligram, een dosering die iedereen krijgt. Maar er wordt geen rekening gehouden met het verschil tussen mannen en vrouwen. Ik, als jonge vrouw van één meter zeventig, krijg dus hetzelfde als een man van vijftig die 130 kilo weegt. Ik ben geen expert, maar ik kan me niet voorstellen dat de medicatie op twee zulke verschillende personen hetzelfde effect heeft. Achteraf denk ik: die dosering was voor mij te hoog. Als ik dat had geweten, had ik die pillen nooit genomen.”
‘Achteraf denk ik: die dosering was voor mij te hoog’
Veilige plek
“Voordat ik bij de slaaptherapeut terechtkon, heb ik nog een tijdje doorgesukkeld. Af en toe nam ik een slaappil, ik gebruikte soms melatonine en valeriaan van de drogist en ik heb DroomSap geprobeerd, iets wat inmiddels in Nederland verboden is. Na een maand wilde ik met alles stoppen. Ik had het gevoel dat alles wat ik innam, het alleen maar erger maakte. Toen ik uiteindelijk in slaaptherapie ging, vroeg de therapeut als eerste of ik in ons huis apart kon slapen. Ik moest mezelf van haar op die manier opnieuw leren slapen, alsof ik weer kind was. Pas als dat lukte, konden we weer samen slapen. Ik vond dat in het begin moeilijk. Ik wilde het liefst samen slapen met mijn vriend en ik wilde hem niet het idee geven dat het aan hem lag. Maar apart slapen in ons zijkamertje bleek goed voor mij. Zo had ik een veilige plek voor mezelf die ik associeerde met rust. Soms deed ik daar meditatieoefeningen, ik las er of ik deed er andere oefeningen die ik had geleerd tijdens de therapie. Langzaam maar zeker kreeg ik meer vertrouwen in mijn slaap.

Tijdens de slaaptherapie stopte ik onder begeleiding met de slaapmedicatie. Soms raden ze aan om dat geleidelijk te doen. In mijn geval wilde de therapeut proberen o het zou lukken om het in één keer te doen, omdat ik al wat pogingen had gedaan om te stoppen. Het lukte en dat deed veel voor mijn lichaam. Voorheen was ik overdag altijd moe door die slaapmedicatie en nu ik was gestopt, voelde ik me ineens veel beter. Ik voelde me trots dat ik was gestopt. Totdat ik na drie maanden met een vriendin een weekendje naar Antwerpen ging.
We sliepen in een rumoerig appartement, waar ik niet kon slapen. Ik heb toen om vier uur 's nachts toch maar de slaappil ingenomen die ik veiligheidshalve had meegenomen. Toen ik dat deed, voelde het alsof ik had gefaald. Ik was bang dat alles nu voor niets was geweest. Het was alsof ik een verslaafde was, het voelde weer zo afhankelijk. De volgende dag voelde ik me weer misselijk en wazig. Ik was een beetje vergeten hoe dat voelde. Op dat moment dacht ik: ik wil dit nooit meer. Daarna heb ik nooit meer een slaappil genomen.”
Ritme
“Het gaat inmiddels beter. Niet fantastisch, maar ik heb het afgelopen jaar goed geslapen. De nachten waarin ik tot vijf of zes uur wakker lig, zijn nu beperkt tot ongeveer één keer per maand. Ik heb het nog steeds wel moeilijk als ik een tijdje slecht slaap. Dan vind ik het lastig om daar weer uit te komen en moet ik weer terug naar de basis. Ik heb tijdens mijn therapie een aantal trucjes geleerd die ik dan toepas. Mijn telefoon gaat dan uit mijn slaapkamer. Die heb ik via mijn instellingen op zwart-wit gezet, op die manier heb ik minder last van de prikkels van sociale media. Het helpt me ook om een piekerkwartier in te stellen. Dan zet ik 's avonds de wekker en schrijf ik alles op: mijn to do-list, mijn zorgen, alles, 's Nachts denk je daar waarschijnlijk ook aan, maar dan weet ik: ik hoef er nu even niets mee, want ik heb het al opgeschreven.







Verder helpen dingen als slaapyoga en ademhalingsoefeningen, die je gewoon op YouTube of Spotify kunt vinden. Ik slaap bijna niet meer uit in het weekend, maar blijf in mijn ritme. Als je op tijd opstaat, bouw je namelijk slaapdruk op, en die vermoeidheid heb je nodig om goed te kunnen inslapen. En dan als laatste: voor mij was het belangrijk om de oorzaak van mijn slaapprobleem te onderzoeken. Want je kunt je afvragen waarom ik het nou zo nodig vond om elke nacht goed te slapen. Ik heb wat dat betreft echt moeten werken aan mijn perfectionisme. Ik weet nu: af en toe niet goed slapen, is ook oké.”
‘Ik weet nu: af en toe niet goed slapen, is ook oké’
WIST JE DAT…
…in Nederland naar schatting 1,3 miljoen mensen regelmatig slaapmedicatie gebruiken?
…dit overeenkomt met ongeveer 1 op de 10 Nederlanders?
…de meestgebruikte slaapmiddelen benzodiazepinen zijn, zoals temazepam en oxazepam?
WIST JE DAT…
… ongeveer een derde van de gebruikers slaapmiddelen langdurig neemt, ondanks de aanbeveling om ze slechts kortdurend te gebruiken vanwege het risico op verslaving en afnemende effectiviteit?
BRON: EENVANDAAG
STOPPEN MET SLAAPMEDICATIE
Wil je stoppen met de slaapmedicatie, doe dat dan nooit op eigen houtje maar altijd in overleg met je (huis)arts. Zodra je afbouwt of stopt, kun je last krijgen van bijwerkingen, zoals weer slechter slapen, onrust, somberheid en hoofdpijn. Als je langzaam afbouwt, heb je hier vaak minder last van. Eenmaal gestopt, merk je de voordelen daarvan. Je voelt je fitter, bent minder slaperig overdag en je hoofd is weer helder. Meer tips en adviezen vind je op: Thuisarts.nl
DAG VAN VERANTWOORD MEDICIJNGEBRUIK
Ongeveer 11 miljoen mensen in Nederland gebruiken geregeld medicijnen.
Om stil te staan bij de kwaliteit, veiligheid en doelmatigheid van dit medicijngebruik, organiseert het Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik (IVM) elk jaar op 9 januari de Dag van verantwoord medicijngebruik. Het IVM pleit voor het periodiek voeren van een APK: Alle Pillen Kloppengesprek. Niet elke kwaal, klacht of behandeling hoeft met pillen opgelost te worden. En als medicijnen nodig zijn, dan is dat niet altijd voor de rest van je leven. Natuurlijk bespreekt je arts samen met jou de verwachte duur bij het begin van de behandeling. Maar is er tussentijds ook nog een gesprek om te bepalen hoe verder met de medicatie? Weet jij als patiënt dat je altijd bij je eigen (huis)arts of apotheker terecht kunt als je wilt minderen of stoppen met je medicatie? Begin je zelf weleens het gesprek?
BRON: MEDICIJNGEBRUIK.NL
Reageren?
Was jij ook verslaafd aan medicijnen en wil je je verhaal delen? Mail naar post@vriendin.nl
TEKST: ELLA MAE WESTER. FOTO'S: YASMIJN TAN. VISAGIE: LISETTE VERHOOFSTAD.




