
Het is een schitterende zomerdag als Fred van Leer opvallend ingetogen de fotostudio binnenkomt. De altijd goedlachse stylist en tv-persoonlijkheid oogt kwetsbaar en dat is precies de reden waarom hij dit gesprek wilde voeren.
“Mensen denken vaak dat ik altijd vrolijk ben,” zegt Fred, terwijl hij even naar zijn handen kijkt. “Maar dat is niet altijd zo geweest. Er zijn momenten geweest dat ik het écht niet meer zag zitten. In de zomer ga ik slechter dan in de winter. Dit weer is vreselijk. Geef mij maar de kou, zodat je binnen kunt cocoonen.”
Je beschrijft in het boek gedetailleerd hoe het zover heeft kunnen komen. Wat maakte dat je dacht: ik wil dit verhaal opschrijven?
“Het voelde veilig genoeg om mijn verhaal te kunnen vertellen. In 2020 ging er op internet een vreselijk filmpje van mij rond. Het verspreidde zich als een olievlek over Nederland. Niet lang daarna werd ik overvallen in mijn eigen huis. Een afschuwelijke periode, maar ik had een survivalmodus: doorknallen. In die tijd had ik al het idee om een boek te schrijven over hoe je kunt omgaan met tegenslag. Ik dacht dat ik alles een plek had gegeven, maar ik liep vast. Er bleek nog een diepere laag te zijn. Dat was drie jaar geleden en ik kon gewoon niet meer. Letterlijk niets meer. Ik gleed weg in een diepe depressie. Ik heb daar nooit openlijk over gesproken, tót vorig jaar. En toen kreeg ik zo veel goede reacties van mensen. Dat was eigenlijk het moment waarop ik dacht: dit moet het zijn. Een eerlijk boek waarin ik vertel over mijn depressie.”
Je begint het boek met je absolute dieptepunt.
“Na het lekken van dat filmpje ben ik compleet de weg kwijtgeraakt. Letterlijk, ik kon niet meer helder nadenken. Ik wilde naar mijn vrienden toe, maar wist niet meer waar ze woonden. Opeens liep ik langs het spoor en dacht: ik spring er gewoon voor. Maar dat vond ik ook zo’n naar gezicht. Vervolgens liep ik langs een sloot, nou dan moest het daar maar gebeuren. En ik dacht bij mezelf: Fred, je hebt alle zwemdiploma’s… Wat denk je zelf? Ik wilde dat het ophield, al die shit van dat filmpje. Het moest stoppen, moest weg. Ik moest stoppen, ik moest weg.”
Gelukkig grepen je vrienden op tijd in en kon je hulp krijgen.
“Daar ben ik ze nog altijd heel dankbaar voor. Er is veel aan me voorbijgegaan in die periode, ik was zo ver heen. Maar ik voelde de liefde van de mensen om me heen, voelde me echt gedragen. Soms zelfs uit onverwachte hoek. Een vriend haalde me over om in de stad bloemen te gaan halen. Gewoon even naar buiten. Dat was voor mij wel een moment, hoor. Ik was zo bang geworden voor de buitenwereld. Dus ik de straat op en ik zie op een gegeven moment zo’n stoere gast op een scooter aan komen rijden. En hij stopte. Nu gaan we het krijgen, dacht ik. Wat denk je dat-ie zegt: ‘Fred, wat jij nu meemaakt is ongelooflijk kut. Maar hoe jij ermee omgaat, dat is echt master.’ Het raakt me nu nog als ik eraan terugdenk. Aan die hele periode trouwens. Dat moment, toen ik echt rock bottom zat, bleek een groot kruispunt in mijn leven te zijn geweest. Ik ben goed overgestoken en nu wil ik het uitspelen ook. Ik ben veel gaan nadenken over de dood. Dat heb ik altijd wel gedaan, maar nu is het toch anders.”

‘Als de hemel en hel bestaan, ga ik het liefst naar de hel. Daar zitten ook al mijn exen. Lijkt me heerlijk om te roepen: ‘I’m back, bitches!’’
Kun je dat toelichten?
“Kijk, ik heb een geweldig leven. En dat heb ik vooral te danken aan het harde werken en het succes. Als het morgen zou ophouden, dan zou ik daar vrede mee hebben. Ik heb alles uit het leven gehaald, heb veel mooie dingen meegemaakt en ja, ik ben ook best wel ondeugend geweest. Dat is voldoening. Mensen vragen ook: ‘Waar zie je jezelf over tien jaar?’ Nou, dan ben ik 58. Ik heb zelf altijd het idee gehad dat ik niet ouder dan vijftig word. Wat ik wil zeggen: ik ben niet bang voor de dood. Het is onvermijdelijk en uiteindelijk gaan we allemaal. Het is alleen zo jammer dat in onze samenleving de focus ligt op de lengte van een leven. Niet op de kwaliteit. Ik zie mezelf echt niet in zo’n verzorgingstehuis zitten wachten tot het eindelijk zover is. Ik heb liever een korter leven waarin heel veel is gebeurd dan een lang leven waarin ik alleen maar moet lijden.”
Geloof je eigenlijk in leven na de dood?
“Ik ben niet gelovig opgevoed, maar ik bid wel elke dag. Ik hou van dat ritueel. Ja, ik bid dan tot God. Maar niet tot een oude man met een grijze baard. God is voor mij meer een soort energie. En ik denk dat we ook een energie worden nadat we overlijden. Ik weet niet of ik in de hemel of de hel geloof. Maar mocht dat wel bestaan, dan ga ik toch liever naar de hel. Daar zitten ook al mijn exen. Lijkt me heerlijk om te roepen: ‘I’m back, bitches!’ In mijn zoektocht naar antwoorden heb ik ook mijn heil gezocht in het alternatieve circuit. Een van die therapeuten zei dat als je zelfmoord pleegt, je leven niet ‘af’ is. En dat je dus opnieuw moet worden geboren om je doel te vervullen. Ja, dan moet je dus wéér! Die gedachte vind ik ergens ook heel verschrikkelijk.”
Je staat bekend als iemand die mensen graag laat lachen. Wanneer merkte je dat je zelf het lachen was verleerd?
“O, maar dat ben ik helemaal niet verleerd, hoor. Ik lach nog steeds. Elke dag en heel erg hard. Ik kan heel goed bij mijn joligheid en inmiddels ook goed bij mijn depressiviteit. Bij mij is het wel zo dat er geen middenweg is; ik schiet van het ene uiterste naar het andere. Dat heb ik altijd al gehad en dat maakt het soms best lastig. Mijn natuurlijke staat van zijn is dat ik me kut voel. Dat kan ik begrijpen, daar voel ik me senang bij. Aan de andere kant verwacht ik van het leven dat het groots en meeslepend moet zijn. Ja, dat botst natuurlijk ontzettend met elkaar. En dan kun je er maar beter om lachen.”
‘Het is niet zo dat ik geen relatie kán hebben met iemand. Ik wíl het niet. Ik ben veel te graag alleen’
Heb je het gevoel gehad dat je een ‘rol’ moest blijven spelen, terwijl je je eigenlijk ellendig voelde?
“Totaal niet. Ik ben die leuke Fred, maar ik ben ook de depressieve Fred. Dat kan dus naast elkaar bestaan. Ik leg het altijd zo uit: ik heb een potje geluk, dat noem ik nepgeluk. Als ik op het podium sta of als ik op tv ben, dan haal ik wat uit dat potje. Dat heb ik nodig in mijn vak. Ik moet dan ‘aan’ staan. Al verga ik van de rugpijn of heb ik een slechte dag… Dat kan gewoon niet. The show must go on. Het licht gaat aan, de muziek speelt en ik sta daar. Niks aan de hand. Ik wil de mensen die Fred geven waar ze voor hebben betaald. Ik kan geluk soms zó goed nadoen, dat ik zelfs aan mezelf ga twijfelen. En nee, dat is geen rol. Dit heb ik nodig om te kunnen blijven doorgaan.”







‘Ik kreeg een keer een berichtje van een vrouw die mij op straat had zien lachen. ‘Maar je bent toch depressief?’ schreef ze’
Eenzaamheid is ook een belangrijk thema in je leven.
“Ik zie het niet echt als eenzaamheid. Ik kies ervoor om alleen te zijn, maar ik ben niet eenzaam. Een loner, dat ben ik wel. Mijn hele leven al. Als klein jongetje had ik ook geen vrienden. Als het buiten dertig graden was, zat ik lekker binnen in mijn kamer te friemelen met mijn Lego en Playmobil. Mijn ouders vonden dat heel erg, ze stuurden me naar buiten met de boodschap: ‘Ga vrienden maken!’ Maar dat wilde ik helemaal niet, ik vond het wel prima zo alleen. Het is net als in de liefde. Ik hoor weleens mensen roepen: ‘O wacht maar Fred, de ware komt nog wel op je pad.’ Maar het is niet zo dat ik geen relatie kán hebben met iemand. Ik wíl het niet. Ik ben veel te graag alleen. Ik ga niet graag op vakantie, ik zit het liefst thuis op de bank en ik werk hard en veel. Wat heb ik iemand te bieden? Dat ik geen liefde in mijn leven heb, maakt me niet eenzaam, ik ben gewoon liever alleen.”
Wat geeft dat alleen zijn jou?
“Ruimte en rust. Ik heb het nodig om op te laden. Vroeger moest ik ook elk weekend eropuit, onder de mensen. Dat hoeft van mij niet meer zo nodig. Als mensen een afspraak afzeggen, begin ik te juichen. Dat is ook onderdeel van die depressie. In de afgelopen tijd zijn heel wat mensen uit mijn leven verdwenen, die begrepen het niet als ik me terugtrok in mijn eigen bubbel. Mijn echte vrienden snappen hoe het zit als ik last minute afbel voor een afspraak. Mijn kringetje is wel kleiner geworden, maar de band met deze mensen is veel dieper.”
Je boek is nu uit, volgende maand gaat je nieuwe theatertour van start en je maakt ook een podcast met Richard Groenendijk. Je agenda loopt aardig vol… Kun je het aan?
“Ik heb mezelf bewust tweeënhalf jaar buitenspel gezet. Die tijd had ik nodig om mijn weg te vinden. Maar ik kan nu zeggen: ‘Hier is Fred weer!’ Natuurlijk moet het anders en hard werken zit nou eenmaal in mijn DNA. Dat ben ik; als ik kan knallen, gaat het goed met me.”
Wat zou je willen zeggen tegen mensen die zeggen dat depressie aanstellerij is?
“Absoluut niks! Ik hoef me niet te verdedigen. Niemand met een depressie zou dat moeten. Ik hoop alleen dat ze een week kunnen ervaren hoe het echt is. Maar mij niet bellen dan, hè? Ik kreeg ook een keer een berichtje van een vrouw die mij op straat had zien lachen. ‘Maar je bent toch depressief?’ schreef ze. Die kortzichtigheid… Het is ongelooflijk. Hou gewoon je bek! Als je ook ziet hoe zuur mensen zijn... In al die talkshows op televisie zit iedereen elkaar af te fikken. Het lijkt soms wel alsof alleen lelijkheid scoort. Ik kan daar oprecht heel verdrietig van worden. Mijn manager Conny vroeg me onlangs: ‘Ga je voor je geluk of voor je gelijk?’ Vroeger koos ik altijd voor mijn gelijk. Dan ging ik er met een gestrekt been in. Tegenwoordig kies ik voor geluk. Dat is veel beter.”

Fred IN HET KORT
Fred van Leer werd op 18 september 1976 geboren in Alblasserdam. Als stylist verzorgde hij de styling voor tv-programma’s, bands, tijdschriften en shows. Sinds 2009 is hij te zien in tv-programma’s als Dames in de Dop, RTL Boulevard, Ik hou van Holland en Make Up Your Mind. Fred staat in het theater met zijn eigen show en heeft samen met cabaretier Richard Groenendijk de podcast Fred en Ries.

styling: rachel miller. visagie: florine koenen. voor verkooinformatie zie inhoud.




