
‘ALS IK EEN HALF JAAR LATER HET ZIEKENHUIS BINNEN WAS GESTAPT, WAS IK TE LAAT GEWEEST’
O grote radiogoden, gij zijt geprezen! We doen een vreugdedans, want na een halfjaar afwezigheid is Ruud de Wild vanaf 4 oktober harrrtstikke terug in de middag op NPO Radio 2. Met welke plaat hij zijn comebackshow start, weet hij nog niet als we hem spreken. “Als ik iets heb geleerd de afgelopen tijd, is het dat je niet ver vooruit moet willen plannen.” Hij heeft er net een korte wandeling op zitten. “Revalideren, hè. Het had niet veel gescheeld of we hadden dit gesprek niet eens gehad. Ik ben blij dat ik het nog kan navertellen.”
Hoe het met hem gaat? “Euh, goed. Nou ja, ik heb een hoop meegemaakt. Heb een tripje gehad, zogezegd. Al had dat tripje meer weg van een hobbelige reis. Laat ik het zo zeggen: ik ben blij dat ik er weer ben. Ik had niet een halfjaar later het ziekenhuis in moeten stappen, dan was ik te laat geweest. Mensen vroegen me: ‘Ga je kapot als je te horen krijgt dat je kanker hebt?’ Dat gegeven vond ik niet zo spannend. Ik voelde me vooral erg gelaten toen ik het traject in ging.”
Van het padje
Wel zorgde het ervoor dat Ruud over de dood ging nadenken. Veel, heel veel. “Als jou koud wordt meegedeeld: ‘Je hebt kanker en verder weten we nog niks’ gaat je hoofd daarmee aan de haal. Eind vorig jaar wist ik al wat ik had. Ik werd in alle stilte opgenomen in het ziekenhuis om een ingreep te ondergaan en ik dacht: ik kom hiermee weg zonder het aan de grote klok te hangen. Alleen, die ingreep bleek niet voldoende, ik moest weer dat hele circus in. Weer de MRI, weer de CT-scan. Een kijkoperatie, een enorme operatie en toen kreeg ik complicaties. Ondertussen bracht de postbode honderden beterschapskaarten, ik kreeg ze van mensen door het hele land. Ik was te erg van het padje om ervan te kunnen genieten, eerlijk gezegd is het langs me heengegaan, maar daarop terugkijkend vind ik de steun fantastisch.”
Een life changing gebeurtenis, zo kunnen we het wel noemen. Toch dacht Ruud nooit: fuck die hele radio-wereld, ik ga het compleet anders doen. “Nee, helemaal niet. Ik hou van mijn vak. Ik heb wel gedacht: dit gaat anders dan ik had gehoopt. Ik hing ook niet ineens een religieuze betekenis aan muziek, draaide niet bepaalde platen grijs of zo. Ik was eerder geneigd muzikaal ‘behang’ op te zetten. Als je in het ziekenhuis ligt en morfine je lijf wordt in gepompt, krijg je alles maar half, of in wappiestaat, mee. In die wappie-staat heb ik Netflix compleet ‘uitgespeeld’. En wat mijzelf betreft: de oude Ruud was een levensgenieter en ik geloof niet dat dat minder is geworden. In de lampen hangend zul je me niet zien. Als je kanker achter de rug hebt, is het niet handig volle bak in partymodus te gaan. Los daarvan voel ik de behoefte niet. Er is nogal wat uitgehaald met mijn lijf en ik heb een behoorlijke darmingreep gehad. Dat vraagt om een ander eetpatroon, een diëtist helpt me daarbij. Ik ontbijt ineens met yoghurt en muesli en zo. Ook ga ik een dag minder werken, vier per week. Uiteindelijk zou ik ook meer in Frankrijk willen zijn. Olcay en ik zijn aan het kijken of een huisje kopen tot de mogelijkheden behoort. Ik heb in het ziekenhuis heel veel geschetst en zou zelfs kunnen leven van mijn kunst alleen. Toch kriebelt het om radio te maken. Dat gedeelte voelt als niet-klaar.”
En hoe zit dat dan met z’n uiterlijk? Wij vinden dat-ie er nogal anders uitziet tegenwoordig. “Ik heb inderdaad lichter haar en een andere kledingstijl, maar dat heeft met Olcay te maken. Het begon ermee dat ze mijn kleren klaarlegde als ik ergens alleen naartoe moest. ‘Ik doe het voor jou’, zei ze, ‘om je beter te laten voelen.’ Ze vindt dat mannen zich steeds slechter kleden naarmate ze ouder worden en ik moet het met haar eens zijn. Een beetje ijdelheid is niet verkeerd. Fris en verzorgd zijn betekent niet ineens dat je metroman bent of een halve homoseksueel. Minder ouderwets denken moeten we.”
Doortastende tante

Tortelduiven Ruud en Olcay zijn nog steeds erg verliefd. Of beter: “Ik was al echt verliefd op Olcay, maar nu nog meer. Ik kijk ook nooit meer naar andere vrouwen. Ik flirt niet. Ik vind dat ik het heel erg getroffen heb en als het leuk is, is het leuk. Dan heb ik geen bevestiging nodig van andere vrouwen. Of wij zoetsappig zijn? Als je daarmee bedoelt dat we aanrakerig zijn en lekker tegen elkaar aan liggen in bed als we ’s avonds een film kijken, dan zijn we inderdaad klef. Ik schaam me daar niet voor. Sterker, het interesseert me geen hol wat anderen ervan vinden. Iedereen lijkt het frustrerend te vinden dat Olcay en ik nooit ruzie hebben, maar het is echt zo. Als ik vind dat ze haar voeten raar zet als ze poseert voor Instagram, roept ze hooguit: ‘You’re irritating me, cowboy.’ Een inside joke waarmee ze Michael Stipe citeert, voormalig frontman van R.E.M. Hij riep het ooit toen ik hem interviewde, Olcay vindt dat supergrappig. Een van m’n eerste werkgevers, NOS-baas Gerard Timmer, zei ooit: ‘Dat hele Ruud-de-Wild-is-moeilijk-gerucht kun je ook omdraaien: de baas die dat roept, snapt niet wat Ruud wil.’ Ik ben echt niet zo’n ruziemaker en Olcay is een van de liefste mensen die ik ken. I’m a lucky man.
‘FRIS EN VERZORGD ZIJN BETEKENT NIET INEENS DAT JE METROMAN BENT’






Het is trouwens waar wat ze zeggen: kanker heb je niet alleen. Stomtoevallig kwam het zo uit dat Olcay net het programma BN’ers in het Ziekenhuis had gemaakt in het Erasmus MC. Ik had nog nooit in het ziekenhuis gelegen en Olcay kon me geruststellen door uit te leggen wat ik van bepaalde afdelingen kon verwachten. Ze was er voor me. Kwam bij me liggen als ik uit de narcose kwam en heeft er alles aan gedaan om die lach weer terug te krijgen op mijn gezicht. Ze heeft me overal mee naartoe gesleept en wat ze voor mijn kinderen doet, is echt bizar. Als een van hen wordt gepest – een thuiswedstrijd voor Olcay natuurlijk – dan gaan we niet van tafel, niet naar bed voordat het hele verhaal eruit is, Olcay een strijdplan heeft gemaakt en de kinderen weer hebben gelachen.” Olcay zelf zei op haar social media dat ze de middagdutjes en wandelingen met Ruud gaat missen zodra hij weer begint met radio. “Ik ga ze ook missen. Al zijn we met die wandelingen nog niet klaar, ik revalideer nog. ’s Ochtends begint het goed, maar na een paar uur ga ik hinkelen. Eerst maar eens fatsoenlijk leren lopen. Nu ben ik net een manke kievit.”




