
"Dankzij mijn moeder ben ik schrijfster geworden, ze heeft me geïnspireerd met haar levensverhaal en me ervan overtuigd dat ik de vrijheid moest nemen om te leven zoals ik wilde en om te schrijven wat ik wilde. Ook als de consequentie daarvan zou zijn dat ik haar niet meer kan opzoeken in China. Al mijn boeken zijn in China verboden. Toch kon ik, nadat ik in 1978 naar Londen verhuisde, nog jarenlang geregeld naar China. Maar sinds het repressieve regime van Xi Jinping, die een groot aanhanger is van Mao, is dat onmogelijk geworden.”
Vrouwenemancipatie
“Als kind zag ik al hoe moedig mijn moeder was. Tijdens de Culturele Revolutie bleef ze mijn vader, die een hoge partijfunctionaris was, steunen. Terwijl ze zelf al lang afstand had genomen van het gedachtengoed en persoonlijk enorm leed onder de consequenties van zijn functie. Ze had een gemakkelijker leven kunnen leiden als ze van mijn vader was gescheiden, maar dat deed ze niet. Mijn moeder was een feminist. Ze waarschuwde altijd dat ik geen Nora mocht worden. Nora was het personage van Ibsen, uit het beroemde toneelstuk Het Poppenhuis. Voor haar was Nora was het symbool van een onderdrukte vrouw die gefrustreerd raakt en zich verstikt voelt in het rollenpatroon.
Vrouwenemancipatie was voor mijn moeder een belangrijk thema. Ze vocht voor haar eigen identiteit, haar onafhankelijkheid. Toen ik met een studiebeurs naar Londen vertrok, was mijn moeder bang dat ik in dat vrije Westen vol mogelijkheden verliefd zou worden op iemand die mij zou zien als zijn accessoire en ik daardoor alsnog mijn onafhankelijkheid zou verliezen. Ze had volkomen gelijk, want ik werd verliefd op iemand voor wie ik mijn promotieonderzoek bijna had opgegeven om bij hem te zijn. Net op tijd liet mijn moeder me beseffen dat mijn autonomie en onafhankelijkheid het allerbelangrijkst waren.
Op haar vijftiende had mijn moeder zich aangesloten bij het communistische verzet, juist vanwege de vrouwenemancipatie. De communisten hadden beloofd het concubinesysteem af te schaffen. Dit was een bijzonder gevoelig onderwerp voor haar omdat háár moeder, mijn grootmoeder die geboren was in 1909, enorm had geleden onder dit systeem. Om te beginnen waren haar voeten verminkt toen ze nog een kind was. De lotusvoeten, waarbij de tenen werden gebroken en vervolgens werden ingebonden, golden als schoonheidsideaal. Zonder lotusvoeten maakten vrouwen geen kans op een huwelijkspartner. Mijn grootmoeder werd dankzij haar ingebonden voeten op haar vijftiende de concubine van een generaal, maar bleef haar leven lang verschrikkelijke pijn lijden en ernstig beperkt in haar bewegingsvrijheid. Toen mijn grootmoeder na de dood van de generaal vrijkwam en verliefd werd op een goede man met wie ze wilde trouwen, bleek de hele familie van deze dokter Xia tegen het huwelijk te zijn. Omdat mijn grootmoeder een concubine was geweest keken ze op haar neer. Dat ging zó ver, dat de oudste zoon van de dokter zichzelf in een vlaag van woede neerschoot. Hij wilde voorkomen dat zijn vader met mijn grootmoeder zou trouwen. Maar de dokter liet zich niet weerhouden, trouwde uit liefde en maakte van mijn grootmoeder een waardige vrouw. Mijn moeder werd in dat gezin vreselijk gepest. Ze werd door zijn kinderen in een droge put geduwd, waar ze bijna stierf. Pas toen de dokter met mijn grootmoeder en moeder verhuisde naar een andere stad konden ze opnieuw beginnen.”
Grote desillusie
“Omdat de communisten een einde wilden maken aan dit onderdrukkende concubinesysteem sloot mijn moeder zich bij hen aan. Maar ze was meteen teleurgesteld toen bleek dat de communistische vrouwen mijn oma ook verachtten. De leden van de vrouwenvereniging, die verantwoordelijk zouden moeten zijn voor de bevrijding van vrouwen, wilden op de bruiloft van mijn moeder en mijn vader niet eens met mijn oma aan tafel zitten. De communisten eisten dat iedereen zijn persoonlijke belangen opofferde voor die van de organisatie. Mijn moeder wilde uit de partij stappen en geneeskunde studeren.
Mijn vader raakte in paniek en hield haar tegen. Hij was ervan overtuigd dat de organisatie haar vertrek niet toe zou staan. Weggaan zou als desertie beschouwd worden en voor dat verraad zou ze zwaar gestraft worden. Mijn moeder bleef dus, ook uit angst, maar vanaf dat moment heeft ze met haar hoofd en hart altijd afstand gehouden. Het gekke is dat de partij vrouwen ook beperkte. Er waren veel capabele vrouwen, maar bijna geen enkele vrouw kon hoog opklimmen. In een democratisch systeem had mijn moeder een zeer bekwame parlementariër kunnen zijn, omdat ze ervan hield mensen te helpen en problemen op te lossen. Maar dat was niet de manier waarmee je carrière maakte in communistisch China. Mijn vader was veel toegewijder aan de partij. Voor hem kwam het keerpunt pas toen hij ontdekte dat De Grote Sprong Voorwaarts, het economische plan van Mao, bijna veertig miljoen mensenlevens had gekost. Die waarheid was verwoestend voor hem. Ik herinner me nog goed, ik was een jaar of negen, dat hij tegen me zei: ‘We zijn de revolutie begonnen omdat mensen honger leden. Nu sterven er alleen maar mensen.’ Nog zie ik voor me hoe zijn ogen stonden en zijn stem klonk. Mijn vader was zó gedesillusioneerd.
Tijdens De Grote Sprong Voorwaarts was alles gericht op de productie van staal. Die focus ging ten koste van de landbouw en voedselproductie. In China had destijds elke organisatie een oven in de achtertuin, die staal moest produceren. Ik herinner me dat mijn moeder altijd uitgeput thuiskwam, omdat die ovens 24 uur per dag draaiende gehouden moesten worden. Potten, pannen, landbouwwerktuigen, bronzen beelden bij de school, zelfs het bed van mijn ouders, alles wat omgesmolten kon worden, werd in de ovens gestopt. Ook ik was altijd op zoek naar schroot dat ik in de ovens kon gooien. Een van de misdaden waar mijn vader later van beschuldigd werd, was dat hij nooit naar de ovens ging. Hij vond de focus op de staalproductie waanzin en de energie die daarin gestoken werd een gigantische verspilling. De laatste keer dat ik door China reisde, vielen mij de kale bergen op. Ooit hadden ze vol cipressen en dennen gestaan. Alles was gekapt om de ovens van destijds brandend te houden.”






‘De Culturele Revolutie heeft mijn kindertijd afgebroken en me snel volwassen gemaakt’

Recht en onrecht
“Mijn vader wilde zich uitspreken tegen deze beleidsmaatregelen die tot de hongersnood hadden geleid en schreef daarom een brief aan Mao. De gouverneur van Sichuan, met wie mijn vader bevriend was, hield mijn vader tegen. Het zou desastreuze gevolgen hebben, ook voor ons gezin. Maar mijn vaders geloof in de partij was gebroken. Hij voelde zich schuldig en besloot daarom vier jaar later, toen de Culturele Revolutie begon, alsnog die brief te sturen. De Culturele Revolutie leidde tot steeds idiotere en afschuwelijkere dingen. Partijfunctionarissen en intellectuelen werden ervan beschuldigd antirevolutionair te zijn. Kinderen mishandelden hun leraren, scholen werden vernield, cultureel erfgoed werd verwoest. Mijn vader sprak zich steeds vaker uit. Daarvoor werd hij zwaar gestraft en tijdens openbare bijeenkomsten aangeklaagd. Op een podium werd hij vastgebonden, geschopt en geslagen. Maar ook dan riep hij nog: ‘Ik ben tegen de Culturele Revolutie!’ Ik was geregeld getuige van zulke scènes en kreeg alleen maar meer bewondering voor hem. Ook aan mijn moeders openbare veroordeling heb ik scherpe herinneringen. Die speelde zich af in het Volkspark, wat nauwelijks een park te noemen was omdat Mao alle bloemen, bomen en gras had laten vernietigen omdat hij dat burgerlijke gewoonten vond. Mijn oma viel flauw toen ze mijn moeder zo vernederd en gepijnigd zag worden. Ik heb altijd veel moeite gedaan om mijn ouders mentaal bij te staan.
Tegenwoordig zou je misschien zeggen dat ik de leeftijd had waarop je je ouders nog nodig hebt, maar in mijn geval was het andersom. Ik was ervan doordrongen dat ze mij nodig hadden. De Culturele Revolutie heeft mijn kindertijd abrupt afgebroken en me snel volwassen gemaakt. Ik bezocht mijn ouders in de kampen waar ze gevangen zaten en maakte daarvoor reizen die soms wel vier dagen duurden. Er was geen openbaar vervoer, dus ik moest liften. Ik bezocht hen onaangekondigd, want ik dacht: als ik er eenmaal ben, kunnen de bewakers me niet meer terugsturen. De kampen lagen in de bergen waar wolven waren. Er waren geen hotels, ik kon nergens heen zonder door de wolven te worden aangevallen.
De Rode Gardisten, studenten en kinderen die Mao dienden, waren in die tijd zó gehersenspoeld, dat ze zelfs hun eigen familieleden, die er zogenaamd onzuivere ideeën op nahielden, verraadden. Kinderen uit zogenaamd slechte gezinnen werden tot zelfmoord aangezet. Mijn ouders spraken in die tijd al met ons over recht en onrecht. Ik geloofde dat mijn ouders gelijk hadden en voelde niets dan minachting voor mijn leeftijdsgenoten die hun ouders verraadden. Ik werd destijds altijd bekritiseerd omdat ik zogenaamd warmhartig was, wat in communistisch China een zonde was. Mijn vader heeft in de kampen en gevangenschap mentaal enorm geleden en ik ben ervan overtuigd dat hij uiteindelijk aan desillusie is gestorven. Hij hield van lezen en vond het afschuwelijk dat Mao het bezit van boeken verbood en mensen dwong ze te vernietigen. Dat ik schrijfster ben geworden zou hem heel trots hebben gemaakt, al kan ik die gedachte niet helemaal toelaten, uit angst overmand tot worden door emoties. In mijn boek over Mao, dat ik samen met mijn man heb geschreven, hebben we de mythes waar ik vroeger in geloofde ontkracht. We hebben Mao teruggebracht tot wie hij werkelijk was, namelijk een figuur die in hetzelfde rijtje als Hitler en Stalin past. Mij werd verweten dat ik het had geschreven uit wraak voor wat mijn familie was overkomen. Mijn antwoord daarop was altijd: ‘Er is niets mis mee dat Mao’s slachtoffers wraak op hem willen nemen.’ Maar in mijn geval kan ik oprecht zeggen dat het niet uit wraak was. Ik hou te veel van het leven, kan er te goed van genieten om wraakzuchtig te zijn. Mijn moeder heeft me vleugels gegeven. Dankzij haar kan ik vliegen, vrij zijn, leven.”




