Discussies, driftbuien, zwijgen en schuldgevoel: een tiener opvoeden is niet altijd makkelijk. Daarbij speelt je eigen puberteit een grotere rol dan je denkt. Journalist en pubermoeder Miloe van Beek weet er alles van.
Illustraties DEWIE DROLENGA
Ik denk dat ik ruim twintig minuten onder de douche stond. Niet omdat ik mezelf zo uitgebreid moest wassen, maar omdat ik niet kon stoppen met huilen. De scherpe opmerking van mijn 17-jarige zoon, mijn geïrriteerde reactie, zijn ‘dan ga ik wel weg als jij dat wilt’, mijn ‘dat lijkt me inderdaad het beste’, zijn ruwe opstaan, de vallende stoel, de klap van zijn slaapkamerdeur, het tikken van het bestek op borden, de echo van mijn kauwende kaken in mijn hoofd, de bedrukte stilte van mijn dochter, de zucht van mijn man...
Al jaren komen spanningen tussen mij en mijn oudste eruit tijdens het avondeten. Zijn chagrijn, mijn frustratie over zijn soms botte, verongelijkte gedrag, het is aan de eettafel niet meer te omzeilen. Niemand kan zich terugtrekken, telefoons zijn opgeborgen, we zitten samen met alles wat er onderhuids speelt en zijn tot elkaar veroordeeld. Dat betekent soms een snijdende stilte, en soms een vileine opmerking die een kettingreactie tussen mij en mijn zoon in werking stelt. Beiden zijn we niet van het soort dat irritaties makkelijk van zich af laat glijden, het lijkt soms of we niet anders kunnen dan reageren op elkaar. Niet alleen hebben we beiden nogal wat temperament, we zijn ook niet per se mensen met een gelijkmatig humeur. Mijn oudste kan, in mijn ogen, uitgesproken grillig zijn. Extreem uitgelaten en blij – ratelend over voetbaltransfers en -uitslagen, over het laatste album van zijn favoriete rapper, achter me aanlopend ‘mammietje’ roepend, me met zijn 1,98 meter veel te hard knuffelen, me optillen, zingen en dansen – wisselt hij af met dagen waarop hij elektrisch geladen lijkt. Ik noem hem weleens een force of nature. Als het in hem stormt, wordt iedereen erin meegesleurd en voel ik aan alles: uit de buurt blijven. Niet praten. Waar ik dus jammerlijk in faal.
De kunst is: rustig blijven in plaats van terugschreeuwen of je terugtrekken
Op eieren lopen
Terwijl zijn vader en zusje hun eigen plan trekken en wachten tot het overwaait, berisp ik hem, waar hij met scherpe, kwetsende opmerkingen op reageert. Die komen niet alleen binnen, ze brengen me ook terug naar een andere tijd. Toen ik zijn leeftijd had en mijn vader zulke opmerkingen maakte en zo grillig kon zijn. Een creatieve man, vol mooie verhalen, met een unieke humor, en vlijmscherp. Voelde hij zich in het nauw gedreven, zat hij in een slechte fase, dan sloeg hij verbaal wild om zich heen met boze tirades die hij afwisselde met periodes waarin hij onbereikbaar was, letterlijk het huis verliet, zich terugtrok op zolder of afwezig op de bank zat. Als meisje verhield ik me tot zijn buien en liep ik op eieren. Bij mijn zoon doe ik dat niet meer en zijn grilligheid roept bij mij weerstand op. Ik maakte dat al eens mee en wil het niet in mijn huis; niet voor mij, niet voor de rest van mijn gezin. Maar na de escalatie, als hij naar boven is vertrokken, heb ik een heel ander gevoel. Verdriet. Ik heb het verkeerd gedaan, heb me laten gaan.
Fysiek aspect
Deze turbulentie hebben mijn zoon en ik al sinds zijn geboorte. Hij kwam ter wereld als huilbaby, werd een driftige peuter en opstandige kleuter, die altijd al ergens wilde zijn waar hij nog niet was. In de puberteit kalmeerde hij, de autonomie deed hem goed. Maar onze ruzies werden ook heftiger. Toen hij nog een jongetje was, kon ik het oplossen door op de rand van zijn bed te gaan zitten, hem in mijn armen te nemen, sorry in zijn oor te fluisteren, zijn haar te strelen. Maar nu hij 1,98 meter is en meer dan negentig kilo weegt, is repareren een ander verhaal. Als zijn deur dichtzit, zit-ie dicht en heeft hij zijn rug naar me toe gedraaid, dan rol ik ’m niet zomaar de andere kant op, laat staan dat ik zijn haar nog mag aanraken. Het fysieke aspect, dat je kind zo’n grote kerel is, heeft veel invloed op onze interactie. Het kan me bang maken, voor zijn kracht, dat hij later in zijn relaties ook te scherp, te gemeen, te hard zal reageren. En soms vergeet ik dat hij wel het lijf van een volwassene heeft, maar emotioneel nog niet volgroeid is. Verwacht ik dat hij het initiatief neemt om sorry te zeggen, terwijl hij nog aan het leren is zijn boosheid en scherpte te beheersen, en zijn vader en ik nog steeds het goede voorbeeld mogen geven.
Vroeger kon ik het nog oplossen door SORRY jin zi n oor te fluisteren
‘Woede is bij pubers tot op zekere hoogte normaal,’ zegt leiderschapsexpert Jakob van Wielink hierover. We schreven samen het boek Tussen leiden en loslaten, waarom pubers opvoeden over jezelf gaat, waarin we onderzoeken waarom tieners je zo kunnen raken. ‘Hun hersenen zijn nog niet volgroeid, maar we verwachten wel dat ze redelijk en beleefd gedrag vertonen. Wanneer ouders een reactie vooral zien als brutaal of buitensporig, en daar niet overheen kunnen kijken, ontnemen ze hun tieners de kans om te leren. Het is de kunst om een tegengestelde beweging te maken, om rustig in het conflict te stappen in plaats van terugschreeuwen of je terugtrekken. Lukt dat, dan leert je tiener dat boosheid mag bestaan, dat ouders blijven. Dat geeft veiligheid en vertrouwen,’ vertelt Van Wielink. Juist dat blijven staan is zo moeilijk, omdat de woede van je kind een oud alarm in jezelf kan laten afgaan, zeker als je – zoals ik – opgroeide met een ouder die ineens tegen je kon uitvallen, of als boosheid thuis niet mocht bestaan. Je reageert dan niet alleen in het nu op je tiener, maar ook op het kind dat je zelf was. Wie dat onder ogen ziet, leert boosheid te lezen in plaats van haar te bestrijden, en doorbreekt zo een patroon dat vaak generaties lang wordt doorgegeven. ‘Onderdrukte boosheid is de oorzaak van veel problemen bij volwassenen,’ zegt Van Wielink. ‘Het leidt tot onder meer eenzaamheid, een slecht zelfbeeld, moeite met rouwen en vertrouwen en tal van verslavingsgevoeligheden. Relaties komen er kortom door onder druk te staan.’
Soms vergeet ik dat m’n zoon fysiek volwassen lijkt, maar emotioneel nog niet volgroeid is
Ik wilde niet dat mijn dochter dezelfde PIJN ZOU ERVAREN DIE IK ALS PUBER HAD MEEGEMAAKT’
Je ziet jezelf
Ik leerde de afgelopen jaren hoezeer de puberteit van je kinderen niet alleen gaat over pittig gedrag van je kinderen, over hun soms sterk wisselende emoties en over grenzen stellen, maar ook over jou als ouder. Omdat het herinneringen oproept aan je eigen puberteit en aan wat er destijds thuis wel of niet kon of mocht. Wanneer ik mijn dochter zie worstelen met vriendinnen, haar zie draaien voor de spiegel, zie ik ook mezelf als vijftienjarige in de aula op de middelbare school, wanhopig de blik proberen te vangen van die knappe jongen uit 5 vwo. Ik voel opnieuw de schaamte over mijn lange lichaam, hoe ik me aanpaste, zodat ik kans maakte op aansluiting bij het groepje populaire meiden. Het vraagt veel doorademen voor ik haar een advies geef waar ze niet op zit te wachten, een advies dat waarschijnlijk meer gaat over mezelf, over wat ik wil voorkomen dat zij ervaart, dan over haar.
Ook Sandra, moeder van de 13-jarige Nadia, ontdekte dat haar paniekerige reactie niet alleen over haar dochter ging. ‘Toen Nadia verdrietig was vanwege gedoe met een vriendin wilde ik graag helpen. Ik vond het moeilijk om haar zo te zien en opperde om de moeder van haar vriendin te bellen, zodat ik kon vertellen wat er speelde. Nadia reageerde furieus, ze wilde niet dat ik me ermee bemoeide. Ik schrok van haar heftige reactie en ontdekte later dat haar verdriet raakte aan iets wat ik zelf als puber had meegemaakt.






Mijn beste vriendin wilde van de ene op de andere dag geen contact meer met me. Ik heb nooit begrepen waarom. Met mijn moeder kon ik er niet over praten, zij noemde mijn verdriet overdreven en kinderachtig. Die dubbele afwijzing zorgde dat ik me maandenlang alleen heb gevoeld. Ik wilde niet dat Nadia ook zoiets zou ervaren, maar achteraf denk ik: ik keek niet naar haar, ik wilde de pijn uit mijn puberteit wegnemen.’
Haven en vertrekpunt
En in alle puberstormen vergeten we weleens dat er nog iets pijnlijks gebeurt in deze fase. Je neemt als ouder langzaam maar zeker afscheid van de rol van verzorger en beschermer van je kind. Waar je vroeger pleisters plakte en knuffelde en je kind sterk op je vertrouwde, zoeken tieners iets anders. Ze kunnen grotendeels hun eigen eten maken, zelf naar school fietsen, afspreken, en als ze vallen, staan ze zonder tranen weer op. Ze zoeken een mentor, een ouder die ze aanmoedigt, die op afstand beschikbaar voor ze is. ‘Als ouder van een tiener ben je een haven om naar terug te keren én een vertrekpunt om vanuit te durven,’ aldus Jakob van Wielink. Dat loslaten, zien dat vrienden belangrijker worden dan jij als ouder en je realiseren dat ze toewerken naar een leven zonder jou kan ook pijn doen. Ook nu helpt het om je daar bewust van te zijn, het toe te laten en te delen met andere volwassenen. Anders kun je bozig of verongelijkt reageren wanneer je tiener alleen even snel thuiskomt voor een tosti en weer vertrekt naar sport, vrienden of bijbaan.
De puberteit is kortom niet alleen een tijd van slaande deuren, van lege melkpakken in de koelkast, van gierende hormonen, te laat thuiskomen en discussies over huiswerk en schermtijd, het is ook een tijd waarin er veel met ouders gebeurt. Zorg daarom ook goed voor jezelf, doe leuke dingen, ontdek nieuwe hobby’s, zoek naar waar jij blij van wordt. En vergeef jezelf die uitbarstingen en gemopper. Zo dwong ik mezelf na die douche om aan te kloppen bij mijn zoon. Om toch sorry te zeggen. Te accepteren dat er eerst alleen gebrom voor terugkwam en pas dagen later die veel te ruwe knuffel, die me op veel manieren de adem benam.
Het besef datje kind toewerkt naar een leven zonderjou kan pijn doen
Check je eigen PUBERTEIT
Terugkijken naar je eigen jeugd kan helpen bij het inzichtelijk maken van je reacties als ouder. Een hulpmiddel hierbij is het maken van een ouderschapslijn. Neem daarvoor een groot vel papier en teken daar een horizontale lijn op die loopt vanaf je geboortejaar tot nu. Denk terug aan je jeugd en markeer momenten die voor jou als puber intens waren. Zet onder de lijn moeilijke momenten: conflicten, afwijzing, gemis van je ouders, verstikkende zorg. Schrijf ook op hoe dat voelde, hoe je het beleefde, wat het je leerde. Vraag jezelf af of je iets herkent in je ouderschap of huidige relaties. Bijvoorbeeld je reactie op stress, omgaan met emoties of de manier waarop je communiceert. Kun je je eigen verleden verbinden met het nu? Kijk vooral mild naar jezelf. Het gaat om bewustwording – niet om goed of fout.
Tussen leiden en loslaten, waarom pubers opvoeden over jezelf gaat
(Meulenhoff Boekerij)
10x (meer) contact MET JE TIENER
1 Ga samen een stuk autorijden en vraag je tiener de muziek uit te kiezen. Laat ze vertellen wat ze leuk vinden aan een artiest, wat ze erin horen.
2 Koop een seizoenskaart van een voetbalclub of bezoek andere sportwedstrijden of concerten. Of ga eens met z’n allen uit eten. Doe af en toe dingen samen, dan komen de gesprekken vaak vanzelf op gang.
3 Beweeg mee. Hebben ze een rotdag gehad op school? Klagen ze over een vriendin die hen liet zitten? Ontken het niet, zeg niet ‘Stel je niet aan, dat valt toch wel mee?’ maar bevestig. Zeg dat het ook rot is en denk daarna pas in oplossingen.
4 Doe rare dingen. Zet de muziek veel te hard, leg matrassen in de woonkamer en organiseer een filmmarathon, eet in bed. Laat je kritische doe-maarnormaal zelf eens los en wees weer even jong en onbezonnen.
5 Organiseer een spelletjesavond. Hitster, Monopoly, Ticket to Ride, Risk: tieners zijn vaak heel fanatiek.
6 Vraag je tiener waar hij/zij vandaag om heeft gelachen.
7 Neem jezelf voor om te reageren met ‘Kun je daar iets meer over vertellen?’ als je kind iets deelt.
8 Deel iets over je eigen jeugd, iets wat je moeilijk vond of waarmee je worstelde.
9 Vraag wat ze irritant vinden aan jou als ouder en reageer niet defensief op het antwoord.
10 Trekt je tiener zich vaak terug op zijn of haar kamer en blijft de deur hermetisch gesloten? Breng elke avond op hetzelfde moment een kopje thee zonder iets terug te verwachten.




