‘Ik fiets graag, dat helpt ook’

Uhebt een indrukwekkende fysieke transformatie ondergaan. Om daarmee te beginnen, hoeveel kilo bent u kwijt?
‘Ongeveer 45 kilo. Het is bijna een jaar geleden, mijn operatie, dus het afvallen is zo'n beetje tot stilstand gekomen. Maar ik fiets graag, dat helpt ook.’
Wat was uw voornaamste motivatie om af te vallen?
‘Ik heb twee kleinkinderen van vijf en drie. Die wil ik graag nog zien afstuderen. Ik ben nu 64, dus als me nog twintig of vijfentwintig jaar gegund is, zou dat wel fijn zijn. Die kans is een stuk groter geworden.’
Zijn er aan zo'n maagverkleining veel risico's verbonden?
‘Aan iedere operatie waarbij in iemand gesneden wordt, zitten altijd risico's. Die worden van tevoren ook heel uitvoerig met je doorgenomen. Het kan niet lukken of ze kunnen iets tegenkomen. Er kan iets misgaan tijdens het snijden. Maar dat is allemaal niet gebeurd.’
U heeft vier kinderen en u noemde net al uw kleinkinderen. Wat wilt u hen vooral meegeven in het leven?
‘Vooral: zorg voor elkaar. Zorg voor je omgeving en breid dat uit als een steen in een vijver. Begin dichtbij en probeer die kring van zorgzaamheid zo veel mogelijk uit te breiden naar andere mensen. Heb aandacht voor elkaar, voor je omgeving, voor je gemeenschap en voor de wereld.’
Welke les op persoonlijk vlak vindt u het belangrijkst?
‘Dat je elkaar nooit los moet laten. Irene en ik waren onlangs 25 jaar getrouwd en dat hebben we gevierd met al onze kinderen, want we zijn een samengesteld gezin. Ik heb twee kinderen uit een eerder huwelijk. We zijn met z'n allen, plus de kleinkinderen, een weekend naar de Belgische kust geweest in een gehuurd huis, om het te vieren. Dat zijn de mooie momenten die we als familie echt koesteren.’
Dus het was geen groot feest met toespraken en sketches?
‘Nee, dit was het feest. Irene had iemand gevonden die 's avonds voor ons kon koken, want die kleintjes van vijf en drie kun je natuurlijk niet tot laat wakker houden. Alles liep prachtig. Het was zomers weer, de kinderen hebben zelfs nog in zee gezwommen. Een heerlijk weekend.’
Staat u op zo'n moment ook stil bij het noodlot dat jullie trof, de hersenbloeding van uw vrouw na de geboorte van jullie jongste dochter?
‘Ja, dat speelt natuurlijk altijd wel een rol. Zeker op het moment dat onze jongste, Mare, jarig is op 29 juni. Dan herbeleven we dat moment weer. En dan is er altijd weer een groot gevoel van dankbaarheid dat we sindsdien toch al negentien gelukkige jaren hebben mogen beleven.’
Op het moment dat het gebeurde, stond uw wereld ongetwijfeld stil.
‘Absoluut. Als artsen bijeenkomen en je vertellen dat de kans dat je vrouw het overleeft heel klein is, terwijl je net het ongelooflijke geluk hebt geproefd van een kind dat geboren is… Dan weet je van voren niet meer of je van achteren nog leeft. Dat duurt een tijdje. En dan, stap voor stap, wordt het gevaar minder en wordt de hoop groter, totdat het euforische moment komt dat het gevaar geweken is. Maar daar gaan wel wéken overheen, natuurlijk.’
Dat moeten de zwaarste weken uit uw leven zijn geweest.
‘Absoluut. Zonder enige twijfel. Ik heb ook nog steeds het gevoel dat daar een wonder is gebeurd. Ik zie het letterlijk als een wonder dat Irene dat heeft overleefd en er zo goed uit is gekomen.’
Heeft ze er merkbare gevolgen aan overgehouden?
‘Nee, niet echt merkbaar. Ze is, wat mensen die een hersenbloeding hebben gehad vaker hebben, soms heel moe. En ze kan bijvoorbeeld niet goed tegen lichtflitsen. Wat van dat soort kleine dingen. Maar verder werkt ze gewoon. Ze moet gewoon extra rust nemen en lange nachten maken. Dan blijft het goed gaan.’






U werkt in Den Haag, maar woont in Maastricht. Hoe regelt u dat doordeweeks?
‘Ik probeer zoveel mogelijk in Maastricht te zijn, maar meestal logeer ik twee of drie nachten per week in Den Haag. Vaak heb ik 's avonds nog verplichtingen. Dus meestal blijf ik op dinsdag- en woensdagavond in Den Haag.’
U gaat dus ook vaak op en neer.
‘Ja, als het kan wel, maar het werk laat het soms niet toe. Sinds corona zijn we heel bedreven geworden in online vergaderen, dus ik kan ook regelmatig vanuit huis online vergaderingen bijwonen. Dat gaat eigenlijk wel goed.’

Merkt u iets van het leeftijdsverschil tussen u en uw vrouw? Bent u, met uw nieuwe gewicht en levensstijl, nu misschien wel vitaler dan zij?
‘Nee hoor. In het begin, toen we net getrouwd waren, viel het leeftijdsverschil meer op dan nu. Maar ik denk dat er ook een soort maatschappelijke gewenning is ontstaan, dat er tussen partners weleens een leeftijdsverschil kan zijn. Goh, ik ben nu 64 en zij is… even denken, ze wordt volgende maand 56. Dus dat is achtenhalf jaar. Dat is te overzien.’
Wonen er nog kinderen thuis?
‘Nog eentje woont er echt thuis en eentje die half thuis is, want die studeert in Utrecht. Maar die generatie… echt, ze zijn zó graag thuis. Toen ik de leeftijd van mijn zoon Max had, was ik helemaal niet graag thuis!’
Hoe komt dat, denkt u?
‘Nou, ik denk vooral door het comfort en het gemak. Er is eten, de was wordt gedaan… Heel praktisch dus. En onze zoon is dol op onze honden, hij mist de hond heel erg als hij er niet is.’
Vrezen uw vrouw en u het moment dat alle kinderen definitief het huis uit zijn? Ligt misschien het legenestsyndroom op de loer?
‘Daar hebben we alle twee niet zo'n erg in, eigenlijk. Ik denk dat onze jongste nog wel een tijdje bij ons zal zijn, dat heeft er ook mee te maken. Nee, we hebben er geen last van. We vinden het juist heel leuk om te zien hoe de kinderen zich ontwikkelen en steeds zelfstandiger worden.’




