Tijdschrift.nl is nu Lezerij

Mode & Beauty

‘Ik dacht dat mijn pech erop zat’

In 2020 werd de grond onder de voeten van presentatrice Chimène van Oosterhout (57) weggeslagen: voor de derde keer kreeg ze de diagnose borstkanker. De eerste twee keer hield ze het stil, nu is ze er wel open over. “Ik haal er kracht uit dat ik anderen kan helpen met het pad dat ik aflegde.”

tekst Jadrike Boels
‘ALS JE ZO VAAK KANKER KRIJGT, MOET HET UNIVERSUM ER WEL EEN BEDOELING MEE HEBBEN’

‘“Chimène, het is kut,” was het eerste wat de arts zei toen onze blikken elkaar kruisten. Al voordat ik plaatsnam aan zijn bureau, wist ik hoe laat het was. Ik barstte in tranen uit. Voor de derde keer in mijn leven kreeg ik die verschrikkelijke diagnose: borstkanker. Diep vanbinnen wist ik het al vanaf de eerste pijnscheuten die ik een halfjaar eerder begon te voelen in mijn rechterborst. Een branderige pijn die ik niet kende. De huisarts voelde en zag niks, maar plande voor de zekerheid toch een scan. Het was maart 2020, het begin van de coronapandemie. Alle niet-noodzakelijke zorg werd uitgesteld, dus ik moest een halfjaar wachten. Het zat me niet lekker, maar eigenlijk zat niks mij lekker die tijd. Ik had geen werk door corona, ik maakte me druk over hoe ik geld moest verdienen, ik was aan het revalideren na een schouderblessure, mijn sociale leven lag stil: kortom, die pijnscheuten in mijn borst waren niet het enige wat op mijn bordje lag en kregen een plekje op de achtergrond. Tot de dag van de scan. Vanwege corona mocht ik niemand meenemen naar het ziekenhuis, dus nam ik alleen en vol spanning plaats in de wachtkamer. Op zaterdag ging ik door de scan en op maandag ging mijn telefoon. Het was een onbekend nummer. Ik wist direct dat het niet goed zat. “De scan geeft verkleurde cellen en we willen onderzoeken of het kanker is, kunt u morgen komen?” Ik was boos. Verdomme, zie je nou wel. Dus toch. Ik probeerde me vast te klampen aan de voorzichtigheid van de assistent aan de telefoon. Er was nog niks zeker, nog niks aan de hand. Ik besloot het tot de definitieve diagnose met niemand te delen. En op die bewuste dag, tijdens het eerste oogcontact met mijn arts, wist ik het: ik had kanker. De bui die al maanden sluimerend boven mijn hoofd hing, barstte in volle hevigheid los. Het voelde letterlijk alsof de grond onder mijn voeten werd weggeslagen. “Wat nu?” vroeg ik wanhopig. Chemo was het antwoord. Bang voor de dood was ik niet, ik had kanker al twee keer eerder verslagen en ik was niet van plan de tumor deze keer te laten winnen. Bang voor de chemo was ik wel. Het zou de eerste keer zijn en ik had gezien wat het met mensen deed. Chemo maakt alles kapot.”

Te jong voor borstkanker

“Op mijn 26ste kreeg ik voor het eerst de diagnose borstkanker. Van de ene op de andere dag voelde ik een knobbeltje in mijn linkerborst. Artsen namen me in eerste instantie niet serieus, ik was ‘te jong voor borstkanker’. Ik moest het eerst maar eens een paar maanden aankijken en voelen wat voor verschil het maakte voor het knobbeltje of ik wel of niet menstrueerde. Ik wist zeker dat het niet goed zat en maakte me erg veel zorgen.

‘IK NAM HET MEZELF KWALIJK DAT IK GESTOPT WAS MET DE BESTRALINGEN. DEZE FOUT KWAM ME WEL HEEL DUUR TE STAAN’

Ik was bezig met mijn tweede studie psychologie in Amsterdam, zat midden in het studentenleven en vroeg iedere student geneeskunde die ik tegenkwam naar zijn of haar visie op mijn kwaal. Iedereen had een ander verhaal, niemand kon me geruststellen. Toen mijn borst na een paar maanden pijn begon te doen, ging ik terug naar de huisarts. Na meerdere biopten en puncties, in die tijd nog zonder verdoving, werd mijn angst bevestigd: ik had een tumor in mijn borst. Het eerste wat ik dacht: ik ga dood. Ik stond aan het begin van mijn volwassen leven en opeens stond ik oog in oog met het einde ervan. De arts stelde me gerust met de boodschap dat het om een ingekapselde tumor ging die goed te behandelen was. Amputatie werd direct als oplossing naar voren geschoven; het zekere voor het onzekere nemen. Maar ik twijfelde geen seconde: ik wilde mijn borst houden. Naast mijn studie werkte ik als fotomodel, met mijn uiterlijk verdiende mijn brood. Bovendien had ik nog geen vaste relatie en het leek me lastig die te krijgen met een verminkt lijf. En boven alles wilde ik ooit moeder worden en borstvoeding geven. Ik koos voor een borstsparende operatie gevolgd door bestraling. Het was een hel. Mijn arm raakte zwaar beschadigd door de ingreep en ik kreeg al in mijn ziekenhuisbed het bericht dat ik nooit meer zou kunnen sporten. Nooit meer paardrijden, motorrijden en kitesurfen; hobby’s die mijn lust en mijn leven waren. Ik was intens verdrietig. Niet alleen had de kanker mij uit mijn zorgeloze studentenleven gerukt, nu kon ik ook mijn grootste passies niet meer uitvoeren. Ik weigerde me bij de boodschap van de arts neer te leggen en nam op eigen initiatief fysiotherapie. Drie keer per week, anderhalf jaar lang tot ik alles weer kon. Het was keihard werken. De bestralingen na de operatie vond ik ook heel heftig. Ik woonde op kamers in Amsterdam en ging met steun van lieve vrienden en vriendinnen maandenlang elke week naar het ziekenhuis voor de behandeling. Het voelde alsof er heel kort miljoenen zonnen op dat kleine plekje op mijn borst straalden. Heel naar. Mijn lichaam had het er enorm zwaar mee. Ik was compleet uitgeput. Zo uitgeput, dat ik besloot de kuur niet af te maken. Ik was jong, stronteigenwijs en ik vluchtte naar Ibiza. De telefoontjes van mijn artsen die mij op het hart hadden gedrukt dat ik de bestraling ‘echt moest afmaken’ negeerde ik. Ik wilde niet meer met de dood bezig zijn, met kanker of met revalideren. Ik wilde leven. Vraag me niet hoe, maar ik heb de kanker geparkeerd en ben doorgegaan met mijn leven. De jaren daarna leefde ik afwisselend in Amsterdam, Barcelona en op Ibiza. Tot grote ontevredenheid van mijn ouders gaf ik op waar ik zo hard voor had gewerkt: mijn tweede studie en goedbetaalde baan als communicatie-directeur. Ik stapte het hippieleven in. Ik wilde intenser leven, één zijn met de natuur, slapen op stranden, yoga beoefenen, feesten; het leven vieren. Het was heerlijk, maar de prijs was hoog: zeven jaar later kwam de kanker terug op dezelfde plek. Dit keer was het gelukkig geen langslepend traject en heb ik me geen dag ziek gevoeld, maar emotioneel was het zwaar. Ik was inmiddels een bekende Nederlander en als presentatrice maakte ik enorme sprongen in mijn televisiecarrière. Kanker en succesvol zijn, gingen voor mijn gevoel niet samen. Ik besloot mijn ziekte te verbergen voor de buitenwereld en met een tatoeage maskeerde ik het litteken van mijn tweede borstsparende operatie. Ik nam het mezelf kwalijk. Dit had niet hoeven gebeuren. Had ik nou maar geluisterd. Iedereen maakt fouten, maar die van mij kwam me wel heel duur te staan.”

Gebroken hart

“Kanker veranderde me. Ik kon mijn borst gelukkig houden, maar mijn onbezorgdheid en blik op de toekomst was ik kwijt. Waar mensen om me heen bezig waren met carrière maken, wilde ik vooral met de dag leven, goed voor mijn lijf zijn en tijd doorbrengen met mensen die ik liefhad. Mijn prioriteiten verschoven. Achteraf denk ik dat als ik geen kanker had gekregen, ik het veel verder had geschopt in mijn tv-carrière. Maar na kanker voelde het zo onbelangrijk mee te doen aan de ratrace van de televisiewereld. Door de kanker was mijn ambitie gereduceerd: want hoe belangrijk is geld, of status? Als je doodgaat, ben je het toch allemaal kwijt. Ik kreeg genoeg opdrachten om rond te komen en dat vond ik prima. Door de jaarlijkse controles bleef kanker altijd op de achtergrond aanwezig. Het hield me bij de les om de dag te plukken en niet te verzanden in nutteloze zaken en negatieve mensen. Ik genoot heel bewust van het leven. Toen ik op mijn 39ste zwanger werd van mijn grote liefde, kon ik mijn geluk niet op. Hij was de man van mijn dromen en mijn zwangerschap was volgens artsen een wonder na alle bestralingen. Ik kreeg een zoon, Lyam. Mijn leven was compleet. Voor het eerst sinds de kanker durfde ik weer te dromen over de toekomst. En toen kwam de volgende klap: een maand na de geboorte liet mijn partner mij in de steek. Ik zag het totaal niet aankomen. Hij vond onze relatie en een kind ‘te zwaar’ en ‘te veel gedoe’. Van de ene op de andere dag stond ik er alleen voor. Tijd om mijn verdriet en de totale verbijstering een plek te geven, had ik niet; Lyam had alleen mij, ik kon niet anders dan doorgaan. Na een paar maanden voelde ik mijn lichaam langzaam aftakelen. Ik begon te hoesten, verloor kracht in mijn ledematen en had steeds minder energie. Mijn arts schreef antidepressiva voor, want het kon haast niet anders dan dat ik door deze omstandigheden depressief aan het worden was. Na een heel drukke opnamedag voor Veronica voelde ik letterlijk het leven uit me trekken. Mijn armen en benen tintelden, ik was misselijk en compleet uitgeput. Het bleek een hartaanval te zijn. Met loeiende sirenes ben ik afgevoerd. De artsen op de ic konden het niet plaatsen. Ik zei: ‘Mijn hart is gebroken.’ Later bleek mijn linkerhartkamer kapot te zijn bestraald, er werd al maanden minder bloed door mijn lijf gepompt. Ik ben echt door het oog van de naald gekropen. Na mijn hartaanval besloot ik me volledig te storten op mijn gezondheid en de opvoeding van mijn zoon, ik ging parttime werken in de communicatie en vond geluk bij mezelf. Na twee keer kanker, de liefde van mijn leven die mij had verlaten én een hartaanval was ik ervan overtuigd dat mijn pech er wel op zat. Niet dus.”

‘NA DE GEBOORTE VAN LYAM DURFDE IK VOOR HET EERST WEER TE DROMEN OVER DE TOEKOMST. EN TOEN KWAM DE VOLGENDE KLAP’

Verwoestende chemo

“In september 2020 hoorde ik dat ik opnieuw borstkanker had. Dit keer in mijn andere borst én een agressievere vorm. Ik kreeg een maand voorbereidingstijd op de chemo. Een maand vol testen, inlezen en moed verzamelen. Het voelde als een soort zwangerschap, maar dit keer groeide er geen leven maar dood in me. Er is geen moment geweest dat ik dacht dat de dood zou winnen. Ik was vanaf het begin enorm strijdlustig en overtuigd van een goede afloop. Het klinkt misschien gek, maar ik maakte me het meest zorgen om mijn haar. Mijn prachtige bos krullen, mijn handelsmerk. Nooit eerder was mijn uiterlijk zo ondergeschikt en tegelijkertijd zo belangrijk. Haaruitval symboliseerde voor mij de allesverwoestende kracht van de chemo. Dat spul is zo heftig, dat het je lichaam tot aan de laatste uiteindes beschadigt. Ik nam het heft in eigen handen en liet tijdens de voorbereidingsmaand een pruik maken met mijn eigen haar als voorbeeld. Ook liet ik mijn wenkbrauwen tatoeëren in mijn eigen vorm toen er nog haar zat. Ik wilde zelf bepalen of ik een chemohoofd had of niet. Ik koos ook voor cold caps tijdens de chemotherapie, een soort badmutsen die je hoofd koelen en haaruitval zo veel mogelijk tegengaan. Een maand na de diagnose begon ik met mijn eerste kuur. Ik vond het vreselijk. Echt vreselijk. Ik wilde die troep

Vind je dit interessant?

Ontdek nu alle Nederlandse top titels in één app!

Bestel nu

niet in mijn lijf. Zes uur lang lag ik op een ziekenhuisbed terwijl ik keek hoe het pure vergif via het infuus mijn lichaam binnendrong. Het bleek al snel dat de cold caps op het moment zelf heftiger waren dan de kuur. Alsof je urenlang met je kop door de sneeuw sleept. Het is onbeschrijflijk zwaar. Ik heb, verdeeld over zeven maanden, 27 kuren gehad, en heb uiteindelijk niet al mijn haar verloren. Na elke kuur stortte ik ’s avonds thuis in. Ik voelde me doodziek. Ik heb maanden op de bank doorgebracht met een emmer naast me. Ik heb heel Netflix bekeken. Ondanks mijn lichamelijke uitputting heb ik elke dag minstens vijfentwintig minuten bewogen. Al deed elk lichaamsdeel pijn, ik sleepte mezelf naar buiten. Ik wilde mijn lijf zo sterk mogelijk houden voor de chemo. Want als ik zou verzwakken, wist ik dat de chemo de overhand zou krijgen. Mijn vriendinnen noemen mij weleens ‘supermens’ omdat ik zo strijdlustig ben, maar ook ik had momenten dat ik er helemaal klaar mee was. Dat ik wanhopig van de pijn huilend in bed lag met een dekbed over mijn hoofd. Dat ik zwolg in zelfmedelijden. Dat zijn momenten die ik met niemand deelde.

Kanker is niet alleen fysiek, maar ook geestelijk onmeetbaar zwaar. De liefde voor mezelf en mijn zoon zorgde ervoor dat ik elke ochtend met moed opstond. Ik wilde hem zien opgroeien. En doordat ik de dood eerder in de ogen heb gekeken, zag ik elke dag waarop ik niet bewust heb geleefd als een gemiste kans. Gedachten als ‘wat nou als ik niet win van de chemo’, gooide ik dan ook direct overboord. Ik wilde blijven genieten van de mooie dingen: mijn kind, mijn paarden, de hondjes, mijn lieve vrienden, en er alles aan doen om fysiek en mentaal zo sterk mogelijk te blijven om de chemo te kunnen dragen.

Ik heb het hele traject zo goed als alleen doorlopen. Door corona mocht niemand mee naar het ziekenhuis en ook thuis heb ik voor mezelf gezorgd. Mijn zoon heb ik zo veel mogelijk buiten mijn ziekteproces gehouden. Hij was zeventien en ik wilde hem het verdriet en de stress besparen. Hij moet zich bezighouden met school, met jong zijn, leven. Niet met zijn zieke moeder. Ik hield mezelf groot voor hem.”

Allesbepalende scan

(fotografie Mariel Kolmschot)
‘DE CHEMO VOELDE ALS EEN SOORT ZWANGERSCHAP, MAAR DIT KEER GROEIDE ER GEEN LEVEN MAAR DOOD IN ME’

“Dit voorjaar kwam de allesbepalende scan die antwoord moest geven op de vraag: slaat de chemo aan? Heeft mijn lijden door dat vergif überhaupt zin? Ik was de connectie met mijn lichaam op dat moment compleet kwijt. Ik had geen idee of de kanker weg was. Sterker nog, ik voelde me zieker dan ooit. Ik zag enorm tegen de scan op. Een zenuwslopende dag na de scan hoorde ik de verlossende woorden: ‘Je bent schoon.’ Hoe blij en opgelucht ik me op dat moment voelde, kan ik niet onder woorden brengen. Maar mijn enthousiasme werd snel getemperd door de arts die duidelijk maakte dat dit niet betekende dat ik nu klaar was. Ik moest nog meerdere chemokuren ondergaan om het zekere voor het onzekere te nemen, een borstsparende operatie ondergaan om het aangedane gebied en de okselklieren te verwijderen, bestraling en daarna immunotherapie om te voorkomen dat potentieel onrustige cellen in mijn lijf zich weer tot kanker ontwikkelden. Na drie chemokuren stak de 27-jarige, stronteigenwijze Chimène weer de kop op. Ik besloot, tegen het advies van mijn arts in, te stoppen met chemo. Ik voelde dat het goed was. De kanker was uit mijn lijf en ik wilde niet onnodig vergif in me laten pompen. Mijn arts waarschuwde me dat als hij kankercellen zou tegenkomen tijdens de operatie ik ‘verder van huis was’, maar respecteerde mijn keuze. Twijfels had ik niet. Ik vertrouwde weer op mijn lichaam. Ik was trots op mijn lijf en zijn kracht. Ik had het weer geflikt. Ik had kanker weer verslagen. Inmiddels is de operatie achter de rug. Alles is goed gegaan en er was geen lange nasleep zoals bij de operaties aan mijn andere borst. Ik krijg nu immunotherapie en in oktober, ruim een jaar na het ‘Het is kut-gesprek’, kan ik beginnen met het een plek te geven. Tijd om te verwerken wat er eigenlijk allemaal is gebeurd, heb ik namelijk nog niet gehad. Of om te bedenken hoe ik de draad nu weer ga oppakken. Ik voel me verre van de oude, ben een schim van mezelf. Mijn lijf doet pijn, ik heb weinig energie en heb botontkalking door de chemo. Hoe positief ik ook ben, soms vind ik het moeilijk te verkroppen dat ik zo veel pech heb gehad in mijn leven. En niet alleen ik: bij mijn vader is dit voorjaar de diagnose acute leukemie gesteld. Ze kunnen niets meer voor hem doen. Ruimte om stil te staan of emoties te laten landen, heb ik gewoonweg niet. Ik zit nog midden in mijn proces en tegelijkertijd zorg ik voor papa, die honderd kilometer verderop woont. Ik kan het niet altijd behappen. Waar ik op dit moment kracht uit haal, is dat ik anderen kan helpen met het pad dat ik heb afgelegd. Waar ik op mijn 27ste besloot mijn kanker voor de buitenwereld te verbergen, kies ik er nu voor mijn verhaal te delen. Driemaal is scheepsrecht. Als je zo vaak kanker krijgt en het overleeft, moet het universum er wel een bedoeling mee hebben. Dat geloof ik echt. Daarom heb ik voor mensen die in een soortgelijk traject zitten een documentaire en een podcast gemaakt over mijn proces. Ik wil inzicht bieden in de achtbaan waarin je terechtkomt en ik wil motiveren en inspireren. Laten zien hoe je je hoofd zo veel mogelijk hoog kunt houden en je hart open voor het moois dat er nog wél is in het leven. Op deze manier is mijn kanker niet voor niks geweest. Wat mezelf betreft ben ik wel uitgeleerd. Ik heb genoeg lessen gekregen van het leven. Ik wil gewoon een man die voor me zorgt, lekker genieten van mijn paarden en me niet druk maken over hoe ik aan het einde van de maand de rekeningen kan betalen. Ik wil het leven weer vieren. Maar een toekomst plannen doe ik niet meer. Morgen kan alles anders zijn. Ik leef nu.”

Lees meer

Alle artikelen
Kees
        springt in de bres
TV Krant

Kees springt in de bres

REPORTAGESERIE “Ik wil het verhaal achter de oplichting laten zien. Ik probeer niet iemand de gevangenis in te krijgen”, zo vertelde journalist Kees van der Spek eerder over zijn werkwijze in Kees van der Spek ontmaskert. Dat doet hij wederom in dit nieuwe seizoen, waarin hij slachtoffers bijstaat en ze helpt hun kwelgeesten op te sporen. Dat brengt Kees, regelmatig samen met zijn zoon Joep, in veel verschillende landen. In deze eerste aflevering springt hij in de bres voor Nitika en Jerry. Hun vader vertrok naar de Filippijnen om te trouwen met een 19-jarige vrouw. Drie dagen later was hij dood. Broer en zus reizen samen met Kees naar de Filipijnen met veel onbeantwoorde vragen. Waardoor is hij overleden en waarom is er zoveel geld van zijn rekening gehaald? ■…

Lees meer
Geraldine kemper
TV Krant

Geraldine kemper

Presentatrice (36) ex-deelnemer Wie is de Mol?

Lees meer
Wonderprik of hype?
Women's Health

Wonderprik of hype?

Het lijkt dé oplossing: een prikje per week en hop, je valt af. Maar bij sommigen gebeurt er… precies niets. Hannah en Alice dachten dat GLP-1 hun leven zou veranderen. In werkelijkheid leerden ze hoe complex gewicht, honger en emoties zijn: ‘Het voelde alsof niet het medicijn had gefaald, maar ík.’

Lees meer
Martin Gaus kreeg de schrik van zijn leven, maar: ‘Niemand ziet aan mij dat ik ziek ben’
Story

Martin Gaus kreeg de schrik van zijn leven, maar: ‘Niemand ziet aan mij dat ik ziek ben’

Bij Martin Gaus (81) werd anderhalf jaar geleden de ziekte van Parkinson geconstateerd. Aan Story vertelt de oud-presentator hoe het nu met hem gaat.

Lees meer
Jung Chang (74) leeft in vrijheid, iets wat haar ouders nooit konden ‘Dat ik schrijfster ben geworden zou mijn vader heel trots hebben gemaakt’
Margriet

Jung Chang (74) leeft in vrijheid, iets wat haar ouders nooit konden ‘Dat ik schrijfster ben geworden zou mijn vader heel trots hebben gemaakt’

Jung Chang brak in 1991 door met haar boek Wilde zwanen, drie dochters van China, waarin ze de gruwelen in communistisch China beschreef. Door haar kritische pen werd ze in haar geboorteland persona non grata. Haar nieuwe boek Vlieg, wilde zwanen is een ode aan haar 95-jarige moeder die ze al sinds 2018 niet meer heeft gezien.

Lees meer