
Henk Westbroek mag dan decennialang in de schijnwerpers hebben gestaan, hij startte zijn carrière midden jaren 70 geruisloos als socioloog. Destijds een hele prestatie: voor een kind uit een arm gezin was een universiteitsstudie immers nagenoeg uitgesloten. Zijn vader werkte bij het gemeentelijk energiebedrijf, zijn moeder vouwde patroonbladen voor zelfmaakmodeboekjes. In MAX Magazine vertelt Henk: ‘Als je voor een dubbeltje geboren werd, dan werd je geen kwartje.’ Maar dat gold dus wél voor hem: na een korte loopbaan als socioloog werd hij succesvol als voorman van popband Het Goede Doel en maakte hij naam als liedjesschrijver, radiopresentator, tv-persoonlijkheid én kroegbaas. Ook was de Utrechter lokaal en landelijk politiek actief. Henk wilde altijd veel aanpakken, maar niet met de gedachte dat hij het allemaal wel kon. ‘Ik heb niets dan zelftwijfel.’ Dat had het bijkomende voordeel dat hij eindeloos schaafde om goed werk af te leveren. Het feit dat zijn ouders dit niet mochten meemaken, vindt Henk vreselijk. ‘Mijn vader en moeder leven allebei nog in mijn hoofd en niet zo’n beetje ook. Om mij een beter leven te gunnen, hebben ze zich kapot gewerkt, zodat ik naar de middelbare school en de universiteit kon.’ Juist daarom was Henk vroeger geneigd om zijn ‘toch wel heel erg slechte eigenschappen als verregaande dronkenschap en het roken van wietjes’ voor ze verborgen te houden. Maar drank en drugs zijn voorbij, sinds Henk in 2014 voor het eerst maandenlang doodziek is geweest. ‘Ik heb de pech gehad per toeval een aantal ziektes te hebben opgelopen; tuberculose, legionella en nog wat dingetjes. Dat sloopt je longen.’ Om wat ‘lucht’ te krijgen en vanwege hun pensioenleeftijd, deden zijn Engelse vrouw Julia Harris en Henk hun horecazaak Stairway in hartje Utrecht na 25 jaar over aan dochter Chrissie (32) en haar man Dani Aguilera. Onder de naam Nola is het etablissement nieuw leven ingeblazen. Henk, die ouder worden geen feest vindt, volgt het aandachtig vanaf de zijlijn. In MAX Magazine zegt hij: ‘Mijn geest is nog springlevend.’ In tegenstelling tot zijn lichaam. ‘Als het meezit heb ik nog vijf jaar,’ vermoedt hij. ‘Mijn gezondheid is niet al te best...’










