
'Toen ik 11 jaar oud was gingen mijn ouders uit elkaar. We woonden in de Emiraten, maar mijn moeder en ik gingen terug naar Nederland terwijl mijn vader daar bleef wonen. Hij en ik hadden een enorm goede band, die hierdoor als een elastiek uit elkaar werd getrokken. Omdat ik na de scheiding nog weinig contact ‘Toen met hem had, was ik tussen mijn elfde en veertiende depressief –al wist ik op die leeftijd niet wat een depressie was. Ik at al mijn emoties weg en werd erg dik. Ik voelde me onzeker over mijn lichaam, daarom droeg ik altijd ruimvallende skatekleding. Op mijn vijftiende besloot ik dat ik er anders uit wilde zien, dus ging ik voor het eerst naar de sportschool. Toen ik zestien was, ging ik ook van school: ik ging werken. Na mijn werk sportte ik. Dat deed ik veel, en in de weekenden feestte ik veel. Ik verloor mezelf in het nachtleven, drugs en vrouwen en ging om met andere mannen die zich verloren voelden en drugs gebruikten. Destijds dacht ik dat ik het prima naar mijn zin had, nu zie ik dat het puur escapisme was van de pijn van de scheiding, het minimale contact met mijn vader en mijn eigen onzekerheid. Naast sporten ontwikkelde ik in die periode ook een passie voor koken. Ik zette foto’s van mijn gerechten en recepten op social media en dat sloeg aan. Voor ik het wist werd ik influencer, kreeg ik een uitgever en bracht ik een kookboek uit. Voor mijn gevoel viel alles hiermee op zijn plek: ik brak met bepaalde vrienden, want ik wilde een gezonder leven voor mezelf –zowel fysiek als mentaal. Op persoonlijk en zakelijk gebied bewoog ik me steeds meer richting de fitness- en gezondheidshoek en zocht op die manier meer verdieping in mezelf en het leven. Uiteindelijk zocht ik het alsnog niet op de juiste plekken. Ik bleef in Amsterdam wonen en werken, om het snelle, hippe leven mee te maken: doordeweeks keihard werken en in het weekend helemaal naar de ratten gaan. Drank, drugs en vrouwen bleven een ding, zij het in iets mindere mate.’
Van Amsterdam naar Bali

‘Op een gegeven moment was ik mijn Amsterdamse influencerleven zat. Een DM en mailbox vol uitnodigingen voor van alles, meerdere persreizen per maand en tig events met mensen die ik niet kende, vond ik doodvermoeiend. Ik was pas 27, maar het was me allemaal te veel. Ik kreeg last van migraine-aanvallen en burn-outklachten. Er moest toch meer zijn dan dit? Al snel besloot ik het
rustiger aan te doen en naar Bali te vertrekken. Deels om, heel cliché, mezelf te vinden, maar ook om weg te zijn van de negatieve patronen waar ik in zat. In mijn Amsterdamse kringen was het bijvoorbeeld heel normaal om met een pakje coke in je binnenzak rond te lopen. Dat is het natuurlijk niet, maar ik vónd het normaal en de mensen met wie ik omging ook. Qua cokegebruik was het voor mij alles of niets. In het weekend uitgaan en coke gebruiken zag ik simpelweg als een beloningssysteem voor mijn keiharde werken doordeweeks. Daar wilde ik vanaf. Door therapie en coaching kreeg ik hier hulp bij en ging ik er in de loop van de tijd wel anders mee om, al had ik nog steeds weleens uitschieters naar beneden. Op Bali was ik niet bezig met het uitgaansleven, maar wel met andere dingen: ik wilde gewoon mens zijn, zoals een mens hoort te zijn. In contact met zichzelf, de natuur en anderen, op een pure en authentieke manier. Ik begon met mediteren, vond een community die mannencirkels deed en begon me te verdiepen in mushroom-ceremonies.’
Bijna dood
‘Op Bali had ik een vriendinnetje dat zich ook op die manier bezighield met spiritualiteit. Met haar deed ik vaak mushroomsessies. Toen covid kwam, ver veelden we ons tijdens de lockdown net even wat meer dan daarvoor. De paddenstoelen kun je daar gewoon uit de grond trekken, dus die hadden we altijd in huis. Op 20 juni 2020 hadden we ze weer genomen. Een vriend die contacten had om aan drugs te komen, kwam langs met coke en MDMA. Op dat moment was ik al in een andere wereld door de paddenstoelen en heb ik van allebei een dosering genomen. Dat heeft gezorgd voor een zwart gat van drie uur waarvan ik niets meer weet. En in dat gat ben ik uit het raam gevallen of gesprongen. Het enige wat ik erover kan vertellen, is wat ik weet uit wat mijn toenmalige vriendin me verteld heeft.
Nadat die vriend van ons was weggegaan, ben ik zelf naar boven gegaan om een soort ritueel uit te voeren met wierook in een cirkel. Ik weet niet helemaal meer wat ik wilde doen. Volgens mijn vriendin was er op dat moment geen oogcontact meer met me te maken en kon ze niet meer tot me doordringen. Ik was echt ver weg. Op een gegeven moment is ze maar terug naar beneden gegaan. Een half uur later hoorde ze een keiharde klap. Eenmaal boven zag ze de gordijnen wapperen en de balkondeuren openstaan. Toen ze naar beneden keek, zag ze mij buiten bewustzijn op mijn buik in het zwembad drijven. Ze is naar beneden gerend en het is haar met behulp van een opblaasbedje gelukt om me uit het water te krijgen. Net op tijd. Als zij er niet was geweest of geen klap had gehoord, had ik het niet kunnen navertellen.’
Leren praten vs. leren lopen
‘In het BIMC Ziekenhuis in Kuta bleek dat mijn beide hielen verbrijzeld waren. Ook had ik twee gebroken onderrug wervels. Ik werd direct geopereerd. Mijn rug werd weer in elkaar gezet met platen en schroeven, mijn hielen ook. Toen ik na de operatie bijkwam in mijn ziekenhuisbed dacht ik: holy shit, Nigel, you f*cked up. In totaal heb ik drie maanden op bed gelegen, want door het ongeluk kon ik niet lopen. Bij een dubbele hielbreuk mag je geruimte tijd je hielen niet belasten, wat betekent dat je niet kunt staan of lopen, eigenlijk kun je amper iets. Achteraf gezien was dat het mooiste proces dat ik ooit in mijn leven heb doorgemaakt. Ik werd enorm geconfronteerd met wie ik was, of wie ik dacht te zijn.
Op Bali was er een man, Blu. We volgden elkaar op Instagram en op een dag stuurde ik hem een bericht waarin ik vertelde wat er met me was gebeurd. Blu heeft zelf verschrikkelijke dingen meegemaakt in zijn leven, en woont nu op Bali om mensen van hun verslavingen af te helpen –iets wat hij zelf ook heeft doorgemaakt. Hij besloot naar me toe te komen. Vanaf die dag zat hij elke ochtend een paar uur aan mijn bed om met me te ontbijten en te praten over mijn keuzes in het leven, waarom ik die zo had gemaakt en hoe ik het beter kon doen. Op een dag zei hij: “Als jij altijd maar denkt dat je alles al weet, blijft er niets meer voor je over om te leren.” Dat kwam hard aan. Het zorgde ervoor dat er echt een knop bij me omging. Ik had vaak een grote mond, vond mezelf net wat beter dan andere mensen en deed alsof ik alles wel wist. Luisteren kon ik niet, laten weten dat ik over alles wat te zeggen had, wel. Het ging altijd om mij, niet om de ander. Maar met alles wat Blu had meegemaakt, waaronder een leven op straat, een oorlog, met drie broers op vierjarige leeftijd ontvoerd van zijn thuisland naar de Verenigde Staten, een moeder die voor zijn ogen zwaar was mishandeld en misbruikt en nog veel meer, was hij er voor mij en luisterde hij elke dag naar mijn verhalen zonder daar ook maar iets voor terug te vragen. Hij heeft me geholpen met eerlijk zijn naar mezelf en dingen te herkennen, waardoor ik bepaalde patronen waar ik in vastliep kon doorbreken. De gebeurtenis zelf, het trauma van de val of sprong die leidde tot mijn fysieke letsel en de reden waarom ik in het ziekenhuis lag, heb ik in die periode geparkeerd. Ik was vooral bezig met fysiek herstellen en met mijn verleden in duiken om die wonden te helen. De emotionele klap van die gebeurtenis kwam anderhalf jaar later, toen ik weer in Nederland was.’

Terug naar Nederland
‘Drie maanden na mijn herstel op Bali merkte ik dat er iets niet goed zat. Elke week ging ik naar het ziekenhuis in Kuta voor check-ups. Alles wat maar fout kon gaan, ging fout. Ik kreeg ontstekingen in mijn hielen, mijn voeten waren opgezwollen en er liep pus uit. Ik had enorm veel pijn. De Balinese artsen zeiden dat ik nog een keer geopereerd moest worden zodat ze de ontstekingen konden verlichten. Ik kreeg zware antibiotica en pijnstillers. Oxycodon, morfine en meer. Dat wilde ik niet, maar de pijn was anders niet te verdragen. Door die cocktail van medicijnen en omdat ik niet sliep, werd ik paranoïde. Toen ik weer een beetje kon lopen, ging ik het zwembad in dat bij mijn huis op Bali hoorde. Voor het eerst stond ik met mijn hielen weer een beetje op de grond. Ik voelde direct dat er iets niet klopte. Mijn fysiotherapeut raadde me aan om foto’s te laten maken in het ziekenhuis, maar dat wilden mijn behandelende artsen niet, de reden daarvan is me nog steeds onduidelijk. Voor mij was dat genoeg om direct een enkeltje naar Nederland te boeken. Een paar dagen later zat ik al in het AMC en zei de arts letterlijk: ‘Ik weet niet wat ze hebben gedaan, maar ze hebben je voeten zó verprutst.’ De kromming die je normaliter in je voeten hebt, was er bij mij niet meer. Er zaten gaten in botten waar geen schroeven in zaten, het was een zooitje. Gelukkig kon ik binnen een paar weken terecht en hebben Nederlandse artsen alle schroeven en pinnen eruitgehaald, alles opnieuw gebroken en weer goed in elkaar gezet. Na deze tweede operatie lag ik weer drie maanden op bed. Ik kon het hele riedeltje opnieuw doen.






Toen ik eenmaal weer kon lopen, ben ik zo snel mogelijk een huis gaan zoeken en heb ik mijn leven –te snel –weer opgepakt. Want ja, ik kon alles weer, toch? Ik begon weer met de influenceronzin, ging weer sporten, met vrienden afspreken… maar het trauma van de gebeurtenis zelf, daar keek ik niet naar. Het had niet veel gescheeld, of ik was er niet meer geweest. Dat doet toch wat met je, maar pas anderhalf jaar later had ik de energie en de mentale capaciteit om daar bij stil te staan en na te gaan hoe het voor de mensen moet zijn geweest die dicht bij mij stonden. Mijn moeder was al die tijd vooral bezorgd, mijn oma was boos, maar het allermoeilijkste vond ik de reactie van mijn vader: hij had zich vooral schuldig gevoeld en gedacht dat het door hem kwam dat ik al die stomme keuzes had gemaakt. Gelukkig hebben we daarover kunnen praten en heb ik hem ervan kunnen verzekeren dat die verantwoordelijkheid bij mezelf ligt. Dat heeft voor meer ruimte en begrip tussen mij en mijn vader gezorgd.’
De antwoorden zitten vanbinnen
‘Niet veel later liep ik, terwijl ik een nieuwe relatie had, samenwoonde en net weer een operatie achter de rug had waarbij weer van alles was misgegaan –ze hadden in het ziekenhuis bepaalde instrumenten niet om de pinnen mee uit mijn rug te halen –tegen een muur op. Ik was ver velend en naar tegenover mijn toenmalige vriendin. Reactief, prikkelbaar… dat was echt niet fair naar haar toe. We verbraken de relatie en ik ging weer bij mijn moeder wonen. In die periode had ik een baantje in een kledingzaak, omdat influencerklussen uitbleven. Toen ik op een middag thuiskwam uit werk, barstte ik in tranen uit. Ik zat er helemaal doorheen. Dat heeft twee à drie maanden geduurd. Blijkbaar zat er veel vanbinnen waar ik aan voorbij was gegaan en wat er nog uit moest. Door het fysieke werk in de kledingzaak kreeg ik na zes uur staan pijn in mijn onderrug en hielen, terwijl ik in de sportschool alles kon liften wat ik wilde. Simpele dingen als staan en in de auto zitten waren voor mij niet haalbaar. Dat was confronterend en verwarrend. Gelukkig zag ik mijn vader wel af en toe, met hem kon ik over die dingen praten en daardoor ontstond er zoveel ruimte voor mij om mijn tranen te laten gaan en stil te staan bij wat er anderhalf jaar geleden met mij was gebeurd en hoe ik ermee was omgegaan. Ik besloot om toch weer in therapie te gaan. Praten heeft me enorm geholpen, maar ik had niet dezelfde geestelijke groei doorgemaakt zonder de gym. Ik ben heel open, ik deel mijn ervaringen graag met mensen en wil dat mensen dat ook met mij doen, maar in de sportschool kan ik mijn oordoppen in doen en gaan. Als ik keihard gesport heb en leeg ben, moet ik daarna enorm huilen. En dan ga ik het gesprek aan met mijn therapeut. Ik realiseer me dat ik echt geluk heb gehad. Het had niet veel gescheeld of ik was er niet meer geweest. Fysiek zijn er nog dingen die oncomfortabel zijn, maar beter herstellen dan dit zal niet gebeuren. Ik was dertig toen ik in het zwembad viel. Ik trainde al vijftien jaar. De Nederlandse arts zei: “Als je niet zo fit was geweest toen je viel, had je nu een dwarslaesie gehad.” Het gaat mentaal weer goed met me. Ik ben minder onzeker, de band met mijn vader is beter en ik trek me minder aan van de meningen van anderen. Tenzij de kritiek van geliefden komt, die vind ik wel waardevol. Achteraf zie ik ook dat mijn drugsgebruik wel degelijk een verslaving was. Je denkt dat je pas verslaafd bent als je elke dag drugs gebruikt, maar als je elke week of maand gaat gebruiken omdat je een negatief gevoel hebt, ben je evengoed verslaafd. Dan wil je iets verdoven. Dat heb ik nu niet meer. Ik denk nog vaak aan wat Blu op Bali ooit tegen mij zei: “The longest distance ever traveled is from your head to your heart, and measures only 17 inches.” Hij bedoelde dat we oplossingen vaak buiten onszelf zoeken. Maar de echte antwoorden zitten al vanbinnen. We durven er alleen niet naar te kijken. Zelf moest ik blijkbaar eerst iets heel heftigs meemaken om écht mezelf te worden.’




