


‘IK ZOENDE DRONKEN MET MIJN BUURVROUW’
Kelly (33): “Twee keer per jaar hebben we een feest met de hele straat. Een zomer- en een winterfeest, altijd op het veldje bij ons om de hoek en altijd met een BBQ en veel drank. In de winter worden er terrasbranders voor aangesleept. Het past bij de sfeer van ons dorp: gemoedelijk en gezellig. En o ja, uiteindelijk loopt het altijd uit de hand. De laatste keer was ik zo dronken dat ik heb gezoend met een vrouw uit mijn straat.
René en ik wonen nu een jaar of vier samen. In dit dorp zijn we allebei opgegroeid. We hebben onze vrienden, familie, hele geschiedenis hier. We gingen zelfs naar dezelfde basisschool, maar René zat een paar klassen hoger. We zijn verloofd, hebben nog geen kinderen en hebben het naar onze zin in deze buurt. Er wonen veel mensen van onze leeftijd, veel gezinnen ook. Mensen uit de stad vinden het vaak ouderwets hier, of net iets te plattelands, maar wij vinden het prettig. Iedereen houdt elkaar in de gaten, maar op een fijne manier. Als je iets nodig hebt, zijn er genoeg mensen bij wie je even kunt aankloppen. Ik drink soms even thee met de buurvrouw, René squasht met een overbuurman, dat idee. Toen wij hier kwamen wonen, was het al traditie om feesten te houden voor de hele straat. Wij waren daar wel voor in en eigenlijk leeft het bij iedereen. Er is niemand die niet komt. Dat even ter inleiding, maar nu het ergste: het zomerfeest twee weken geleden. Het was mooi weer, het was leuk en we hadden flink gedronken. De muziek stopt altijd op tijd, daarna drinken we een laatste glaasje en dan is het klaar. Deze keer ging het niet anders. Lekker gegeten, gedanst en na afloop hielp iedereen om de zooi op te ruimen. Ik liep te lallen en te dansen, had een paar wijntjes te veel op. René was met een paar mannen de partytenten aan het afbreken, volgens mij. Ik weet het niet eens meer precies. Wel weet ik dat Anne – met wie ik de halve avond al had gedanst – me vroeg of ik haar wilde helpen. Samen deden we flessen en eten in kratten, die we daarna naar de keuken brachten. Dat ging met vallen en opstaan, zij had ook wel wat op. Uiteindelijk kregen we bij haar in de keuken enorm de slappe lach. Als dat gebeurt als je dronken bent, kun je dus nooit meer stoppen. Ik weet nog dat er iets van het aanrecht viel, dat zij bukte en ik haar wilde helpen. Maar aangezien we allebei niet vast op onze benen stonden, eindigden we zittend tegen elkaar aan en gierend van de lach op de grond. En toen ging het fout. Zij zoende me op m’n mond. Zomaar, uit het niets! En het mafste: ik zoende terug! Het idiote is dat ik van de rest van de avond een vage herinnering heb, maar dat dat zoenen heel scherp op mijn netvlies staat. Alsof ik op slag nuchter was. Waarom ze het deed, weet ik nog steeds niet. Waarom ik me niet heb afgewend, weet ik ook niet. Blijkbaar was het op dat moment oké. Totdat we de deur hoorden opengaan en haar man binnenkwam. ‘O, zijn jullie hier,’ zei hij. Hij heeft niks gezien, want we hoorden hem aankomen. Ik heb nog even geholpen met de spullen en ben weggegaan. René was nog aan het afbreken en was iets later thuis. We zijn gaan slapen en het feest is als ‘geslaagd’ de boeken in gegaan. Maar wat voelde ik me ongelukkig de dag erna. De kater was groter dan ooit. Ik heb nog nooit gevoelens gehad voor een vrouw. En dat is nog steeds zo. Als ik met haar man had gezoend, zou ik het ook vreselijk vinden. Maar ik denk dat ik het dan wel had opgebiecht aan René en de drank de schuld had gegeven. De schuld ligt nu ook bij de drank, maar dit zou alleen maar onnodige vragen bij René oproepen. Anne heb ik niet meer gesproken sindsdien. Zonde, wat ze is superleuk. Als buurvrouw. Ik weet niet of zij zich er ook zo lullig over voelt en of ze het überhaupt nog weet. Ik ben haar nog niet tegengekomen en doe alles om dat te voorkomen. Ik zou willen dat ik de moed had om het uit te spreken. Dan kunnen we gewoon weer verder waar we waren gebleven.”
‘WAAROM IK ME NIET HEB AFGEWEND, WEET IK NIET. BLIJKBAAR WAS HET OP DAT MOMENT OKÉ’

‘MIJN MAN EN IK M SLIKKEN WELEENS EEN PILLETJE’
Kim (33): “Vanuit mijn nek voel ik het kriebelen en omhoogtrekken naar m’n schedel. Ik krijg overal kippenvel en een golf van gelukzaligheid overspoelt me. Ik kijk om me heen en zie dat de xtc ook bij mijn vrienden inslaat. We staan samen op de dansvloer van een technofeest. De lampen flikkeren, de beat beukt, ik heb een colaatje in mijn hand en dans met mijn beste vrienden. Het leven is goed zo. Perfect zelfs. We knuffelen elkaar en vertellen hoe blij we met elkaar zijn.
Ah, daar is mijn vriend ook. Hij heeft even met zijn moeder gebeld om te vragen hoe het met Sterre is. ‘Gaat prima daar,’ zegt hij. ‘Ze ligt lekker te slapen.’ Nu hij weet dat het op het oppasadres allemaal voorspoedig gaat, grabbelt hij een half pilletje uit een zakje en slikt het door. Wanneer die kleine zondagmiddag wordt thuisgebracht, gaan we weer ‘ouderen’. Maar nu gaan we dansen. Mijn vriend en ik hebben elkaar ontmoet op een housefeest. Op de dansvloer raakten onze vriendengroepen aan de praat, we zagen elkaar en zoenden dezelfde avond nog. Niet lang daarna hadden we dikke verkering. Het feesten is minder geworden nu we ouder zijn, maar nooit gestopt. Iedereen heeft ondertussen een baan en de meesten van ons hebben ook kinderen, dus een of twee keer per jaar kiezen we een feestje uit waar we helemaal losgaan. Meestal een binnenfeest in de winter en een festival in de zomer. Dan doen we het ook goed: het hele weekend vrij, hotelovernachting, kinderen bij de oppas en een beetje drugs. En dan de volgende ochtend met z’n allen ontbijten. Supergezellig! Voor onze vrienden is dit normaal, we doen het allemaal. Maar ik merk dat sommige mensen het raar vinden. Een vriendin vroeg laatst hoe we het in hemelsnaam volhielden om te dansen tot de zon opkwam? Sinds haar zoon er was, was ze al blij als ze tot tien uur op een verjaardag kon blijven. Laatst had haar vriend haar na twee wijntjes kacheltjelam naar huis gereden. Toen ik haar vertelde dat we af en toe wat gebruikten, werd ze boos. Hoe durfden we zo veel risico te nemen terwijl onze dochter lag te slapen? Wat als we in het ziekenhuis zouden belanden, of erger? Ik schrok van haar reactie, vooral omdat ik het nogal hypocriet vond. Zij drinkt elk weekend een fles wijn leeg en daar hoor je niemand over, maar wat wij doen is in haar ogen schandalig en onverenigbaar met het ouderschap. En trouwens: kan zij na een fles wijn nog scherp handelen of naar het ziekenhuis rijden in geval van nood? Natuurlijk hebben mijn vriend en ik het er weleens over gehad. We voelen ook wel aan dat wat we doen, niet algemeen geaccepteerd is. Daarom proberen we de risico’s te beperken door de pillen van tevoren te laten testen zodat we zeker weten dat we geen troep nemen. We hebben besloten dat we het belangrijk vinden om twee keer per jaar samen een feestje te vieren. Even los te zijn van het ouderschap en gewoon te dansen. Daar worden wij blij van. En wat ons betreft, zijn blije ouders de beste ouders.”
‘HEERLIJK: EVEN LOS ZIJN VAN HET OUDERSCHAP EN GEWOON DANSEN’

‘IK TWIJFEL AAN ALLES: MIJN BRUILOFT, MIJN VRIEND, MIJN LEVEN’
Anne (28): “Tim en ik zijn al tien jaar samen. Vorig jaar hebben we een huis gekocht en kort daarna is hij tijdens een romantische vakantie in Italië op zijn knieën gegaan. Volgend jaar gaan we trouwen. Allemaal superleuk en de toekomst ziet er rooskleurig uit. Alleen liep ik een tijdje terug op een schoolreünie mijn eerste liefde tegen het lijf. Door hem twijfel ik nu ineens aan alles!
Tim en ik waren achttien toen we verkering kregen. Het klopte gewoon, ik denk dat we snel doorhadden dat we elkaars ware liefde zijn. We hebben veel dezelfde interesses, hebben allebei gestudeerd en qua humor en blik op de wereld liggen we op één lijn. Ik hoef hem maar aan te kijken om te weten wat hij bedoelt. Daarom heb ik in die tien jaar nooit aan onze liefde getwijfeld. Na een paar jaar gingen we samenwonen. Toen we vorig jaar in ons nieuwbouwhuis aan het klussen waren, was dat allemaal superspannend en leuk. We hebben een heleboel vrienden, werden aan alle kanten geholpen en ik was zo gelukkig. Ik ben nog steeds blij dat Tim en ik elkaar hebben gevonden, echt waar. Vorig jaar vroeg hij me op vakantie ten huwelijk. We hadden het er weleens over gehad en wisten van elkaar dat we het wilden. Maar ik wilde gevraagd worden en Tim ging op zijn knieën op het strand, met een fles champagne erbij en de ondergaande zon op de achtergrond. Van zo’n man moet je toch houden? Natuurlijk zei ik ja. Toch is er nu ineens een ‘maar’, die ik niet heb zien aankomen. Samen met mijn beste vriendin ging ik laatst naar een reünie van onze havo. Het was gezellig, veel mensen, wijntjes, hapjes en ineens stond ik oog in oog met Dyon. De jongen van mijn eerste zoen – in het fietsenhok, haha, echt waar! Hij omhelsde me spontaan en riep uit: ‘Anne, mijn eerste liefde!’ Ik kreeg er zelfs een kleur van. Het was super om hem te zien, een knappe vent, en hij vertelde meteen van alles over zijn leven. Hij had veel gereisd, afwisselend werk gedaan en kwam op me over als een echte avonturier. Intrigerend wel. We hebben een tijd met z’n tweeën zitten bijpraten en dat klikte zo goed. Toen de reünie op school was afgelopen, zijn we nog met een klein groepje de stad ingegaan en een café ingedoken. Dyon en ik bleven maar doorpraten samen. Toen mijn vriendin en ik uiteindelijk weggingen, vroeg zij wat er in godsnaam was gebeurd die avond. Haar waren de vonken tussen Dyon en mij niet ontgaan. ‘Wat een leuke gast, hè?’ zei ik bij het pakken van onze fietsen. Ze zei: ‘Kijk je wel uit?’ Ik lachte het weg, maar kon niet ontkennen dat ik vet onder de indruk van hem was. Op school hebben we als tieners misschien een paar weken verkering gehad, een keertje schuifelen op een schoolfeest en gezoend. Ik betrapte me erop dat ik me afvroeg waarom het fout was gegaan. Een stomme gedachte, ik denk dat we veertien waren, dus het ging helemaal nergens over. Maar die jongen deed nu echt wat met me. Ik krijg hem nog steeds niet uit mijn hoofd. Die blik, alsof de wereld van hem is, maar dan op een goede manier. Zo’n man die alles gedaan krijgt met zijn charmes. Het zou me ook niet verbazen als hij tientallen vriendinnen heeft gehad. Hij vertelde dat hij nu geen vaste relatie heeft, ik heb hem die avond verteld over mijn huwelijk met Tim. ‘Weet je het zeker?’ grapte hij. Ik knikte en zei: ‘Tweehonderd procent’. Dat was toen. Inmiddels denk ik bij alles wat Tim doet: hoe zou Dyon dat doen? Het is echt niet normaal! En erger: als ik wakker word en Tims hoofd op het kussen zie, verbeeld ik me dat Dyon daar ligt. Verschrikkelijk, dat moet stoppen. Mijn vriendin zegt: ‘Je hebt cold feet.’ Ik heb haar beloofd geen contact te zoeken met Dyon, dat lijkt mij ook beter. Ze moest eens weten dat ik dag en nacht aan hem denk! Ik heb zijn nummer wel, maar weet dat ik blij moet zijn met alles wat ik met Tim heb. Zo lastig dit. Hij zet mijn hele leven vol zekerheden op z’n kop. Stel nou dat ik al die jaren in de verkeerde heb geloofd? Misschien is Tim niet de ideale man voor me. Ik ben radeloos.”

‘Stel nou dat ik al die jaren IN DE VERKEERDE HEB GELOOFD?’

‘ MIJN ZONVAKANTIE WERD EEN SEKSVAKANTIE’
Lotte (35): “Ik kreeg het cadeau van mijn man: een zonvakantie. Hij weet dat ik dol ben op zon en is dat zelf niet. Hij vond dat ik het verdiende. Ik heb een paar drukke jaren achter de rug. We kregen in korte tijd twee kinderen, mijn moeder overleed onverwacht en ik begon mijn eigen bedrijf. Mick vond dat ik er even uit moest, omdat hij dacht dat ik tegen een burn-out aan zat. Maar in plaats van twee weken op het strand, bracht ik die tijd in bed door...

Het was mijn verjaardagscadeau: twee weken in een resort op de Dominicaanse Republiek. Mick zei er meteen bij dat hij niet mee zou gaan en wist me ervan te overtuigen dat ik het nodig had. Ik zag in dat hij gelijk had, ik was ook te druk. Altijd bezig met de kinderen en daarnaast deed ik alles om van mijn eigen webshop een succes te maken. Het was allemaal wel te combineren, maar ik werd er gespannen van en soms werd het me echt te veel. Ook probeerde ik de dood van mijn lieve moeder steeds weg te stoppen, kon ik er niet mee dealen. Mick zag dat en vond dat het tijd was om in te grijpen. Nu ben ik een zonaanbidder en is hij dat niet. Een reis naar een warm oord hebben wij samen nooit gemaakt. Ik liet het idee even op me inwerken en werd toen toch enthousiast. Opstaan wanneer ik wilde, liggen aan het zwembad of op het strand, cocktail erbij en veel boeken lezen... het ging me steeds meer aanstaan. Dus zei ik ja tegen veertien dagen rust.
Het moment dat ik uit het vliegtuig stapte en de warmte voelde, wist ik dat ik een goede keuze had gemaakt. Op Schiphol had ik nog staan huilen, maar de zon maakte dat ik me snel goed voelde. Het resort dat Mick voor me had uitgekozen, was supervet. Het ontbrak er aan niks, je kon de hele dag door van alles nemen, er was een zwembad en het was vlak bij het strand. De tweede dag op het strand werd ik aangesproken door een jonge, knappe vent. Hij sprak goed Engels, vroeg waar ik vandaan kwam en of ik zin had in het gezelschap van een ‘special friend’. Ik vond hem aardig, maar begreep niet wat hij nou wilde. Daar kwam ik snel achter: hij bood zichzelf aan voor seks! Ik werd er aanvankelijk heel ongemakkelijk van. Alles in mij zei nee en toch greep ik niet in toen hij naast me kwam liggen op het strand. Nog nooit gingen er zo veel gedachten tegelijk door mijn hoofd. Ik wist dat dit niet goed was, maar ja, er lag zo’n gespierde, mooie man naast me. Ik kon de verleiding niet weerstaan, hoewel ik barstte van de zenuwen en geen idee had waar dit toe zou leiden. Hij stelde me op mijn gemak, was superaardig en had gevoel voor humor. Ik treed niet in details, maar het werden twee weken vol stomende seks. Ik nam hem zelfs mee het resort in, hij zei dat dat geen probleem zou zijn. Achteraf bedenk je pas dat hij dat wist omdat hij er vaker was geweest. Niemand in dat resort keek raar op. Hij is die twee weken steeds in mijn buurt geweest. Hij was een beest, heeft me verwend in bed én op het strand én in de duinen én in een bootje… We hadden overal seks. Schuldig voelde ik me toen niet eens, ik had twee geweldige weken. Hij is er ook beter van geworden, ik heb hem geld gegeven. Dat boeit me echt niet. Het afscheid vond ik nog lastig ook. Dit zou ik gaan missen. Gelukkig ben ik veel buiten geweest, zodat ik gebruind op Schiphol aankwam, waar Mick me met de kinderen kwam ophalen. Zij zullen dit nooit weten, dit geheim gaat mee m’n graf in. Pas later heb ik zitten googelen op sekstoerisme. Het verdient geen schoonheidsprijs, maar ik kan Mick achteraf alleen maar dankbaar zijn toen hij zei dat hij wel wist wat goed voor me was.”
‘IK WIST DAT DIT NIET GOED WAS, MAAR JA, ER LAG ZO’N GESPIERDE, MOOIE MAN NAAST ME’

‘AANGESCHOTEN STAPTE IK IN DE AUTO EN DAT GING FOUT’
Liv (28): “Het is nog maar kortgeleden gebeurd: met te veel wijn op ben ik in de auto gestapt. Ik was ervan overtuigd dat het goed zou gaan, want ik merkte nog niks van die paar glaasjes. Die rit ging fout en ik heb een geparkeerde auto geraakt. Gelukkig ver van waar ik woon. Ik ben doorgereden en kan alleen maar hopen dat niemand het heeft gezien.
Ik had een reünie van de hockeyclub waar ik tot een paar jaar geleden speelde. Het was in mijn oude woonplaats, waar mijn ouders nog wonen. Zelf woon ik nu vijf jaar in de stad, ongeveer drie kwartier rijden daarvandaan. Meestal als er zulke avondjes zijn, ga ik er met een vriendin naartoe. Zij was op vakantie en kon dus niet mee. Dat hield me niet tegen om te gaan, maar waar we normaal bijvoorbeeld samen met de trein gaan of een slaapplaats regelen in de buurt, besloot ik heen en weer te rijden. Ik had toch niet zo veel zin om door te halen, ik ging met het idee van: even een wijntje, paar bitterballen, iedereen kort spreken en weer naar huis. Stom, want als ik er nu over nadenk, lopen die avondjes altijd anders. Ik zal er niet omheen draaien: het is meestal best zuipen. Persoonlijk kan ik dat ook wel laten, dus ik begon de avond braaf op water. Uiteindelijk nam ik een wijntje omdat ik voorlopig toch nog niet in de auto zou zitten. En als je dan eenmaal met een wijnglas in je handen staat, wordt ie daar best snel vervangen voor een volle. Of je let even niet op en je glas is weer tot het randje gevuld. Ja, ik had meer had gedronken dan ik had moeten drinken, maar ik voelde er echt niks van. Het was een leuke avond, maar ik zou het niet te laat maken. Een vriendin zei dat ik moest blijven en dat ik bij haar zou kunnen crashen. Lief, maar ik had in mijn hoofd om naar huis te gaan en daar hield ik het bij. Ik was zeker niet dronken, maar zat misschien tegen aangeschoten aan. Ik ben eerder dan normaal afgetaaid, in de auto gestapt en weggereden. Dat ging snel fout. Niet ver van de club vandaan reed ik door een straat met aan één kant een hele rij geparkeerde auto’s. Ik heb de allerlaatste met mijn rechtervoorkant geraakt. Tegen de lamp of bumper van die auto, linksvoor. Ik schrok me kapot, remde, maar realiseerde me tegelijk dat daar shit van kon komen; ik had gedronken. Dus ik stond wel meteen op mijn rem, maar dat schoot ook door mijn hoofd en daarom ben ik doorgereden: de straat uit en weg daar. Pas toen ik op de snelweg zat, werd ik rustiger. Wat moest ik nu? Ik heb mijn auto op de eerste de beste parkeerplaats neergezet om te kijken wat de schade was. Het viel mee, maar aan mijn auto was duidelijk te zien dat ik iets had geraakt. Het leek op een schaafwond: niet gedeukt, maar wel beschadigd. Natuurlijk wist ik dat die andere auto dat ook moest hebben, maar wat kon ik doen? Ik kon toch moeilijk de politie bellen met het risico mijn rijbewijs kwijt te raken? Ik schaam me ervoor, maar ik ben naar huis gereden en heb het niemand verteld. Gelukkig kwam ik goed thuis, vond ik een parkeerplek en ben ik snel mijn huis ingegaan. Maar ik was onrustig, voelde me er slecht bij. Dat heb ik nog steeds. Ik weet precies waar het is gebeurd, maar ik ben niet teruggegaan, ook later niet. Het is in ’t Gooi, in een dorp waar iedereen elkaar kent. Daar ga ik toch niet bekennen dat ik een auto heb geraakt? Mijn ouders zouden me vermoorden! Inmiddels ben ik met mijn auto door de wasstraat gegaan, in de hoop dat het zou meevallen. Dat was niet zo, de auto is echt wel beschadigd en het poetsen maakte het er niet beter op. Mijn auto interesseert me niet, maar ik ben als de dood dat iemand het heeft gezien. Hoewel ik het dan waarschijnlijk al wel had gehoord. Toch word ik heel onrustig van die gedachte. Ik vind mezelf het domste wicht op aarde en ik heb ook helemaal geen vrede met dit gedrag. Maar met de billen bloot? Nee, dat ga ik niet doen. Ik hoop ermee weg te komen.”






‘Ik kon toch niet de politie bellen met het risico MIJN RIJBEWIJS KWIJT TE RAKEN?’

‘IK HAPPY SINGLE? ECHT NIET’
Eline (29): “Wat was ik blij toen Stefan en ik onze relatie eindelijk hadden uitgemaakt. Na zeven jaar samen vond ik het eng er een einde aan te maken, ook al wist ik al maanden dat het niet goed meer zat tussen ons. We waren veel te vaak kortaf tegen elkaar en echt goede gesprekken voerden we niet meer. Alsof de wederzijdse interesse vervlogen was. Ook in bed was het vuur wel gedoofd.
Maandenlang modderden we zo aan, bang om over een nieuw leven te beginnen en het oude vertrouwde achter ons te laten. Ik voelde me opgesloten in een leven dat ik niet meer wilde, maar wist ook niet wat ik dan wel wilde. Tijdens een vakantie samen konden we er echt niet meer omheen: op deze manier werden we niet gelukkig, we hielden elkaar gegijzeld. Dus toen we terugkwamen, vertelden we onze ouders en vrienden dat we uit elkaar gingen. Ik was opgelucht! En meteen was die angst voor een onzekere toekomst ook weg, ik wist opeens heel goed wat ik wilde. Stefan zou in ons huis blijven wonen, ik zou op zoek gaan naar een appartement voor mezelf. Ik keek uit naar een nieuw leven, op een nieuwe plek, met nieuwe spullen en nieuwe mensen om me heen. Weg van dat gezapige, saaie gedoe waarin ik me het afgelopen jaar zo opgesloten had gevoeld. Ik was dan ook door het dolle heen toen er op een superlocatie midden in de stad een ruime studio vrijkwam. Ik kocht verf en behang en struinde kringloopwinkels af op zoek naar leuke meubels. Nóg een voordeel van single zijn: ik hoefde geen compromis meer te sluiten tussen mijn kleurrijke vintagesmaak en Stefans liefde voor strak en zwart en wit. Helemaal blij verhuisde ik vorig jaar dus naar mijn nieuwe plek, vol plannen voor wilde stapavonden en misschien zelfs wel een backpackreis in mijn eentje. Ik zou een happy single worden, een vrouw van de wereld, die geen partner nodig heeft om gelukkig te zijn. Viel dat even tegen… Wat bleek? Mijn relatie met Stefan was heus niet de enige reden dat ik niet meer tot half vijf in de kroeg stond. Ik was daar gewoon te oud voor geworden. Als je twintig bent en studeert is dat misschien leuk, maar als je bijna dertig bent en op maandag gewoon op je werk moet verschijnen – en negentig procent van het publiek tijdens het uitgaan jaren jonger is dan jij – is nachten doorhalen een stuk minder interessant. Een avondje netflixen bleek ik veel fijner te vinden. En dat backpacken in mijn eentje? Een fiasco. Ik vond wel aansluiting met andere reizigers, maar ook die wilden vooral veel feesten en waren overdag te brak om te gaan sightseeën. Ik geloof dat ik me daar in Vietnam, midden tussen de mensen, nog nooit zo eenzaam heb gevoeld.
‘IK MIS IEMAND OM MIJN VERHALEN MEE TE DELEN, IEMAND DIE ER ÁLTIJD IS’
Ik woon nu elf maanden in mijn eentje en de lol van alleen maar rekening hoeven houden met mezelf is er behoorlijk vanaf. Ik mis iemand om mijn verhalen mee te delen, iemand die er áltijd is, die ook eens bedenkt wat we gaan eten. Maar mooi dat ik dat niet met de buitenwereld deel. Ik heb zo hard geroepen dat single zijn het beste is wat me ooit is overkomen, dat ik na amper een jaar echt niet ga toegeven dat ik verschrikkelijk baal van alleen zijn…”

‘IK WIL NIET DAT HIJ MET HAAR OP VAKANTIE GAAT’
Brenda (35): “Mijn vriend heeft een beste vriendin, een leuke vrouw met wie ik het ook goed kan vinden. Ze kennen elkaar al sinds de brugklas. Ik denk dat ze hem op sommige punten misschien wel beter kent dan ik, ook al zijn Marvin en ik al vijf jaar samen. Ik heb nooit moeite met hun vriendschap gehad, tot nu. Ze willen samen op vakantie en dat gaat me eigenlijk een stap te ver.
Vanaf onze eerste date weet ik van Linda, want zij was de enige die hij over onze ontmoeting had verteld. Nadat het echt aan was tussen Marvin en mij, ontmoette ik haar ook al snel. Een superleuk mens, ze is een echte vriendin geworden. Natuurlijk was ik nieuwsgierig naar hoe het zat tussen hen. Ze zijn totaal relaxed in elkaars gezelschap en beiden niet onaantrekkelijk. Waarom is het dan nooit meer geworden dan vriendschap? Maar zo zit het gewoon niet tussen hen, verzekerde mijn vriend me – en Linda later ook, trouwens. Vlinders zijn er nooit geweest. Dat was voor mij genoeg. Als het wat had moeten worden tussen die twee, was dat allang gebeurd. En ik merkte aan alles dat mijn vriend enorm verliefd op míj was, dus ik maakte me nergens zorgen over. Maar dat was vijf jaar geleden en er zijn wat dingen veranderd. Linda is vrijgezel, tegen wil en dank. Ze heeft de laatste jaren drie keer een relatie gehad van een paar maanden, maar die liepen op niets uit. ‘Waren alle mannen maar een beetje meer als Marvin,’ grapte ze vorig jaar een keer. Ik reageerde dat hij inderdaad een lot uit de loterij is, maar haar opmerking bleef me wel bij. Zou ze toch een oogje op mijn vriend hebben? Daarna is er eigenlijk niets meer voorgevallen wat die gedachte kon bevestigen. Eigenlijk was ik die hele opmerking al bijna vergeten, tot Marvin onlangs thuiskwam van een avondje theater met vrienden. Linda was ook mee geweest, en ze hadden bedacht dat ze in januari met z’n tweeën willen gaan skiën in Oostenrijk. Vroeger deden ze dat elk jaar met een groep, maar een jaar of tien geleden kwam de klad erin toen een groot deel van de wintersportclub kinderen kreeg. Marvin heeft wel vaker gezegd dat ie weer eens wil skiën, maar wintersport is niet mijn ding. Het is dus eigenlijk alleen maar mooi dat er iemand anders is die dat wel met hem wil doen. Toch zit dit plan me niet lekker. Ik kan niet goed uitleggen waarom niet en waarom dit anders voelt dan wanneer Marvin en Linda samen een avond de kroeg ingaan. Ik vind het een onrustig idee dat ze dan zo ver weg en zo lang ‘alleen’ met z’n tweeën zijn. En hoewel ik Marvin vertrouw en zeker weet dat Linda mij niet wil kwetsen, kan ik me voorstellen dat er na een dag op de piste met een wijntje bij het haardvuur opeens een bepaald sfeertje ontstaat…
En dat er dan dingen gebeuren die ik niet kan verkroppen. Eigenlijk wil ik dat deze wintersportvakantie niet doorgaat, maar ik bijt op mijn tong. Ik wil Marvin niet het gevoel geven dat ik hem niet vertrouw, dat verdient hij niet. Maar ik weet nu al dat ik die ene week in januari niet lekker slaap.”
‘‘Waren alle mannen maar EEN BEETJE MEER ALS MARVIN,’ GRAPTE ZE’

‘ MIJN BESTE VRIENDIN KAN NIET VAN DE COKE AFBLIJVEN’
Babette (35): “Samen met mijn bestie Christel, die ik al ken vanaf de middelbare school, ging ik elk weekend uit. Vaak naar een dj, daarna naar een afterparty. En daar kwam soms een snuifje coke of een pilletje aan te pas. Leuk, maar die tijd heb ik nu wel gehad. Alleen Christel niet…
Alle vriendjes, onenightstands, gedachten en twijfels: we weten ze van elkaar. Er zijn periodes geweest dat we minder contact hadden, als één van ons smoorverliefd was en geen oog meer had voor de rest van de wereld, bijvoorbeeld. Dat is geen probleem geweest, we zíjn er voor elkaar. Ik ben twee jaar geleden getrouwd met Tommy. Christel was getuige. Vorig jaar kreeg ik een dochter en Christel zat diezelfde dag nog aan mijn bed. Het enige wat ik heel vervelend vind en wat ik haar ook al vaker heb gezegd, is haar drugsgebruik. Vroeger gebruikten we flink, maar dat wordt minder als je een serieuzer leven krijgt. Ik doe het nog wel, af en toe op een festival. Een keer goed uit je plaat gaan, moet kunnen. Tommy weet niet dat ik dan ook nog weleens wat coke gebruik, maar vindt het prima als ik zonder hem op stap ga. Maar ik vind het met Christel steeds minder leuk. Het wordt zo irritant dat zij dan steevast ‘even iets regelt’ van tevoren. Dat betekent dat er flink coke is ingeslagen. Een enkele keer pik ik een lijntje mee, maar daar laat ik het bij. Ik wil er echt geen last van krijgen of de volgende dag onaanspreekbaar zijn. Zij kan heel wat wegsnuiven op zo’n avond. En de dag erna gebruikt ze ook nog wat. Haar vriend weet er niks van en merkt het niet eens aan haar, maar ze is dan onuitstaanbaar. Daar heb ik geen last van, maar ik vind het vooral onverantwoordelijk gedrag. Ook Christel wil moeder worden. Een tijdje geleden dacht ze dat ze zwanger was. Om vervolgens haar coke-etui op tafel te leggen. Toen ben ik kwaad geworden. Doe normaal, je brengt het leven van je ongeboren kind in gevaar! Ik heb gezegd dat ze moet minderen. Ze gaf me gelijk, maar handelt er niet naar. Gelukkig bleek ze niet zwanger, maar ik kan er niet bij dat ze er niet van af kan blijven. Zij was altijd al wel de thrillseeker van ons twee en ik neem het duidelijk allemaal zwaarder op dan zij. ‘Joh, doe niet zo ongezellig’, zijn woorden die ik wel vaker uit haar mond hoor. Ze wil er niet aan dat die coke veel impact heeft. Ik zal nooit met Christel breken, maar ik krijg steeds meer moeite met die voorliefde voor coke.”
‘‘JOH, DOE NIET ZO ONGEZELLIG,’ ANTWOORDT ZE ALS IK ER IETS VAN ZEG’




