‘Het is nu anderhalf jaar geleden dat mijn vriendin Annemarie is overleden. In de volksmond zeg je dan dat “ze ervoor heeft gekozen om haar leven te beëindigen.” Maar ik probeer die woorden te vermijden. Ik denk namelijk niet dat ze een vrije keuze heeft gehad. Ze is door haar gedachten gedwongen om dit te doen, omdat ze zichzelf ervan had overtuigd dat iedereen beter af was zonder haar, zelfs onze twee kinderen. Annemarie is overleden aan een depressie, waarvan alleen zij wist dat ze die had. Zij heeft er niet over kunnen praten en ik heb het niet gezien. “Burn-out” was het woord dat ze zelf gebruikte. In de hoop anderen te helpen het gesprek over mentale gezondheid, depressie en suïcide wél te voeren, heb ik een boek geschreven over ons verhaal. Het is zo belangrijk om erover te praten. Niemand is alleen en voor iedereen is hulp. Maar je moet wel het gesprek aangaan en dat moet je echt zelf doen. Dat is een belangrijke les die ik heb geleerd en iedereen wil meegeven: bijna alles in je leven moet je zelf doen, maar bijna nooit alleen.’
‘Annemarie is overleden aan een depressie, waarvan alleen zij wist dat ze die had’
Alles perfect
‘Het leven van Annemarie en mij was vol en druk. We hielden veel ballen hoog. Zeker nadat we besloten om in 2022 voor ons werk van Den Haag naar Brussel te verhuizen. Onze zoon was toen twee. Vlak voor de verhuizing kwamen we erachter dat Annemarie zwanger was van onze dochter. Achteraf gezien was het alles bij elkaar wel heel veel: een nieuw land, nieuw huis, nieuw kind, nieuwe school en allebei nieuw werk. Dat hebben we onderschat. Annemarie had de lat voor zichzelf ook enorm hoog liggen. Ik vond het niet erg als we het geboortekaartje naar die vriend twee maanden later verstuurden, of als we na een weekend weg met de kinderen vermoeid thuiskwamen en de volgende dag de afwasmachine leegden. Zij wel. Ik weet nog dat we in ons oude huis een keer online gordijnen hadden gekocht, maar de kleur wit was net anders dan verwacht, meer 9016 in plaats van 9010. Annemarie was toen echt van slag, het paste niet goed bij de lak op de kozijnen en de schouw. Ik dacht: het zijn witte gordijnen, hoe erg kan het zijn? Zij wilde het perfect doen. Als moeder, als vriendin, als werknemer en als partner.’

‘Sterk zijn’
‘Ongeveer twee jaar nadat we naar Brussel waren verhuisd, kwam ik in een soort third-life crisis terecht. Ik twijfelde over alles: wil ik dit werk nog doen, hier wonen, deze relatie nog hebben? Is dit alles wat het leven te bieden heeft? Die twijfels heb ik toen eerlijk met Annemarie besproken. We zijn toen allebei, los van elkaar, in therapie gegaan. In de brieven die ze mij naliet, schreef ze dat haar psycholoog zei dat ze ervan uit moest gaan dat, als je man zegt dat hij twijfels heeft, hij uiteindelijk weggaat. Ze kreeg het advies om te zorgen dat ze “hier zo sterk mogelijk in moest gaan staan” en haar “zwakte” niet aan mij te laten zien. In die tijd sliepen we soms apart. Ik had dus ook niet door dat ze slecht sliep en vaak halve nachten wakker lag. Annemarie is toen halve dagen gaan werken, maar ook dat vertelde ze niet, onder het mom van “sterk zijn”, zoals de psycholoog aanraadde. We liepen ’s ochtends om halfnegen samen naar kantoor, maar ik had geen idee dat zij al om één uur klaar was. Dan ging ze door de stad lopen, of wandelen in het bos en kwamen we allebei om zes uur thuis. Ze deelde weinig over hoe ze zich voelde. Ik vond dat toen eigenlijk wel best, omdat ik de focus even op mijn eigen ontwikkeling had liggen. Ik dacht, ik moet eerst mezelf weer vinden en als ik mezelf weer op de rit heb, gaan we samen in therapie en vinden we elkaar ook weer. En natuurlijk heb ik me, met de kennis van nu, eindeloos afgevraagd wat ik anders had kunnen doen. Of ik te eerlijk ben geweest, te veel met mezelf bezig? De eerlijke conclusie is denk ik dat we twee imperfecte mensen waren, die imperfecte keuzes hebben gemaakt, met de imperfecte informatie die we op dat moment hadden. En niets van dat alles had hoeven eindigen in de dood.’

‘Ik kwam bij wijze van met paracetamols aan, terwijl zij een gapende wond verborg’
Zaadje geplant
‘In december 2024 ben ik een week naar New York gegaan voor werk. Die week was Annemarie thuis met de kinderen en ging het niet goed met haar. Ze kreeg een soort black-outs en wist niet meer goed wat er in die momenten gebeurd was. Ze werd bang dat ze gekke dingen had gedaan en heeft de Luisterlijn gebeld. Vervolgens raakte ze in de ban van het idee dat zij haar zouden aangeven omdat ze een slechte moeder was. Toen ik terugkwam uit New York stond er een vrouw voor me die dacht dat ze door de politie werd gezocht, dat er nare beelden van haar op internet stonden, dat Veilig Thuis elk moment op de stoep kon staan om haar kinderen weg te halen. Toen zag ik: fuck, dit is niet goed. Maar ik dacht ook, oké, ze heeft een moeilijke week gehad en dat ze sommige dingen niet meer weet komt vast door de stress. Dat was ook hoe we er samen over praatten: ze had gewoon te veel hooi op haar vork en moest het echt rustiger aan gaan doen. Achteraf gezien denk ik dat ze toen een psychose heeft gehad, die misschien wel tot aan haar dood heeft geduurd.
Uit haar brieven bleek dat er in die week een zaadje is geplant dat ze een slechte invloed had op haar eigen kinderen en ze beter af zouden zijn zonder haar. In de maanden daarna leek Annemarie weer op te krabbelen. En ook tussen ons ging het beter. Ik had mezelf weer teruggevonden en wist dat ik mijn gezin en Annemarie niet wilde opgeven. Annemarie ging ook weer werken en in februari, anderhalve maand voor haar dood, deelde ze nog een bericht op LinkedIn over haar burn-out. Het was een moeilijke tijd geweest, maar het ging nu allemaal beter. Op naar de lente, schreef ze. We boekten vakanties, deden leuke dingen samen en met ons gezin. Dat was mijn remedie tegen het frame dat zij zelf steeds opperde: het frame van een burn-out. Voor een burn-out werkt dit misschien, maar dit is absoluut geen oplossing voor een depressie, laat staan voor diepe suïcidale gedachten. Ik kwam bij wijze van met paracetamols aan, terwijl zij een gapende wond verborg.’
Foute beslissing
‘De avond voor haar dood zijn we samen naar een concert geweest van mijn favoriete singersongwriter. De volgende ochtend bracht zij onze dochter naar de opvang nadat we samen onze zoon naar school hadden gebracht. We zwaaiden nog even naar elkaar terwijl we allebei een andere kant op liepen. Haar een-na-laatste appje aan mij was: “Het was leuk gisteren, hè?” Gevolgd door: “Love you more”. Die avond vond ik haar in een hotelkamer. Ze heeft brieven achtergelaten voor iedereen die haar dierbaar was, tot aan haar collega’s aan toe. Voor de kinderen waren er fotoboeken, afscheidscadeautjes, een filmpje waarin ze hun favoriete slaapliedje voor ze zingt. Ondanks alle brieven bleef ik achter met oneindig veel vragen. Voor het concert begon, zijn we nog even gaan borrelen met mijn collega’s. Annemarie kwam iets later want onze kinderen waren overstuur dat de oppas hen op bed zou leggen. Ze zag hoe haar kinderen huilden omdat ze een avondje wegging. Hoe kun je dan nog geen 24 uur later je leven beëindigen en voor altijd weggaan? Dit soort rabbit holes ben ik eindeloos ingedoken, om maar te proberen het te begrijpen. Haar brieven hebben wel geholpen inzicht te krijgen in waarom ze het heeft gedaan. Maar ik vind het nog steeds een foute beslissing. Ze had hulp moeten krijgen en die hulp moeten accepteren, maar dat kon ze niet. Als je werkelijk gelooft dat je je kinderen tot last bent, dat je hen in de weg staat om een gelukkig leven te leiden, als je denkt dat je partner beter verdient, dan kan ik me voorstellen hoe zwaar het leven is. Ze was er zo van overtuigd dat het op de lange termijn beter voor haar kinderen was om er niet meer te zijn. Ze schreef ook: “Jullie zullen me nu missen, maar geloof me, het is beter zo.”






Het besef dat degene met wie ik mijn leven deelde haar kaarten zo tegen de borst heeft gehouden, blijft pijnlijk. Wat waren wij dan? Mijn hele beeld van onze relatie is op zijn kop gezet. Aan de ene kant denk ik, jezus An, had nou gepraat. Had nou meer hints gegeven. Had nou iets gezegd als: “Ik denk vaak na over de dood.”
Aan de andere kant denk ik: blijkbaar is het mij niet gelukt om een situatie te creëren waarin zij die openheid of kwetsbaarheid durfde te tonen. Wat voor sukkel ben ik dan? We waren tien jaar samen, hoezo durfde ze dat soort dingen niet te delen?
Die zelfkastijding, dat ik mezelf als dader zag door niet die ruimte te bieden in onze relatie om dit te bespreken, is in het begin heel sterk geweest. Ik las in haar brieven dat ze zichzelf heel lang heeft weggecijferd: betekende dat dat alle grote keuzes eigenlijk vooral door mij zijn gemaakt? Ik dacht dat we het allebei leuk vonden om naar Brussel te gaan. Dat we allebei een klushuis wilden. Of durfde ze geen tegengas te geven? Alles werd in een ander perspectief gezet en de eerste maanden na haar dood heb ik me elk uur afgevraagd wat ik anders had kunnen doen. Nu, anderhalf jaar later, val ik soms, op een melancholisch, eenzaam moment, nog in die rabbit hole. Dan stel ik mezelf die grote vraag: hoe had ik het kunnen voorkomen? Maar degene aan wie ik die wil stellen, is er niet meer. Ik denk dat het altijd moeilijk zal blijven om daar rust in te vinden.’

Levenslange rugzak
‘Toch hebben de kinderen en ik de draad weer opgepakt. Het is niet dezelfde draad die op 16 april 2025 is gevallen, maar het is wel weer een draad. De kinderen zijn wat dat betreft ook een zegening: de volgende dag moest er gewoon weer ontbijt worden gemaakt. En ja, dat ontbijt zet ik nu in mijn eentje klaar en op tafel liggen drie in plaats van vier lepeltjes. Net zoals dat ik in mijn eentje de kinderen op bed leg, de broodtrommeltjes vul en bedenk dat de vuilnis nog naar buiten moet. Het zijn megaveel dingen die je moet doen om een gezin draaiende te houden. Dat doe ik nu alleen en dat is pittig. Gelukkig heb ik veel hulp en mijn ouders passen ongeveer een week per maand op. Maar ik ben ook makkelijker geworden. Ik hoef niet meer elke avond vers te koken. We eten vaak boterhammen of een eitje. Soms koop ik met gemak een all-inclusivevakantie met kinderopvang, wat de kinderen geweldig vinden. De lat ligt lager, de versnelling ook. En ja, nu denk ik vaak: waarom deden we dat niet eerder? Wat makkelijker voor onszelf zijn, niet alles perfect willen doen? En had dat dan iets uitgemaakt? Maar ook dat zijn zinloze vragen.
Voor de kinderen is het verlies van hun moeder een levenslange rugzak. Ik zie het als mijn taak om de herinneringen aan haar levend te houden, de mooie en de minder mooie. Elke avond luisteren we naar het ingezongen slaapliedje van Annemarie, waar ik een muziekdoosje van heb laten maken. Toen ik onze zoon laatst vroeg of hij haar had gemist bij de musical op school, zei hij: “Maar mama is toch gewoon dood?” Ze is nu een sterretje, zo hebben ze dat bedacht: Mamaster. Ooit zullen er vanuit hen grote vragen komen. Was ik niet genoeg om te blijven? Of hield ze niet van mij? Het antwoord is dat Annemarie ontzettend van ze hield. Dat hun moeder een hele lieve, fantastische, slimme, energieke vrouw was. Dat ze gek op ze was en haar best heeft gedaan om zo lang mogelijk te blijven. Dat ze heel ziek was. En dat het de ziekte, de depressie, was die ervoor zorgde dat ze er niet meer is. Niet de kinderen, het gebrek aan liefde voor de kinderen, of voor ons gezin, maar de ziekte.’
‘Vertel onze kinderen hoeveel ik van ze hou’ van Yoeri van Haaften (uitgeverij Luitingh-Sijthoff) ligt nu in de winkel
Denk je aan zelfdoding? Bel gratis en geheel anoniem 0800-0113 of 113 voor een gesprek. Je kunt ook chatten op 113.nl
‘Mijn hele beeld van onze relatie is op zijn kop gezet’




