Tijdschrift.nl is nu Lezerij

MIJN LEVEN

‘Wat als de vrouw die ik had aangereden dood was?’

Een aanrijding onder invloed waar ze zich bijna niks meer van herinnerde en een enorm schuldgevoel: zo eindigde elf jaar geleden een avondje stappen voor de Belgische Sanne (35). Niet alleen het leven van de vrouw die ze aanreed veranderde ingrijpend, maar ook dat van Sanne.

tekst Renée Brouwer
fotografie Anniek Snoeijs

“Eigenlijk zijn het kleine flitsen die ik me herinner. Dat ik was uitgegaan en daarna ’s nachts in mijn auto voor het huis van mijn vriendin ging zitten. Ik wilde niet bij haar slapen, omdat ik haar man niet wilde wakker maken. Dat ik daar in de auto even mijn roes ging uitslapen, voordat ik weer naar mijn eigen huis zou rijden. Ik weet nog dat ik op de passagiersstoel zat en mijn hakken uitdeed. Hoe ik daarna op de bestuurdersstoel ben beland, herinner ik me niet.

Wel weet ik dat ik opeens naar mijn voorruit keek.

Die was volledig gebarsten, alsof er een spinnenweb in zat. Of ik daarvan schrok? Ik durf het niet te zeggen. Ik weet alleen dat ik verder reed. Totdat ik na een paar honderd meter dacht: dit klopt niet, er is iets ernstigs gebeurd. Ik keerde om en reed terug, keek om me heen of ik iets of iemand zag liggen, maar ik zag niets. Het volgende wat ik me herinner – weer zo’n flits – is dat ik op mijn sokken in de regen midden op straat stond. Mijn auto stond aan de kant van de weg en de bestuurdersdeur was open.

In mijn herinnering heb ik bij verschillende huizen aangebeld. Ik denk ook dat ik naar een tankstation ben gegaan om om hulp te vragen. Voordat ik het wist, kwamen er politieagenten op me af. Wat ze tegen me zeiden, weet ik niet meer. Ook niet op hoeveel meter afstand ik me van de aanrijding bevond.

Een slachtoffer heb ik niet gezien. Wel weet ik dat ik dacht: wat heb ik gedaan? Dat was het enige wat door mijn hoofd ging toen de agenten me meenamen naar het politiebureau. Daar hoorde ik dat ik iemand had aangereden.”

2,3 promille

“Die dag was begonnen als een gewone werkdag. Ik werkte als location manager voor film en televisie en was met een collega in Charleroi voor een Nederlandse studentenfilm. We bezochten verschillende locaties en aan het einde van de middag reden we terug naar Gent, waar we werkten. Daar spraken we af met een vriendin in een café. We dronken cava en water en later gingen we naar een filmfeestje van collega’s, verderop in de stad. Daar was de drank gratis en dronken we nog een paar biertjes. De sfeer was goed en rond een uur of twee vonden we het genoeg geweest. Omdat ik niet meer naar huis kon rijden, spraken we af dat ik bij mijn vriendin bleef slapen. We gingen naar haar huis met mijn auto, zij reed. Waarom we dat een goed idee vonden, weet ik niet meer. Ik ben niet graag afhankelijk van anderen en slaap liever niet ergens anders.

‘IK REED VERDER, TOT IK NA EEN PAAR HONDERD METER DACHT: DIT KLOPT NIET, ER IS IETS ERNSTIGS GEBEURD’

Ik vermoed dat ik daarom toch niet meer bij mijn vriendin wilde slapen en voor haar deur in mijn auto besloot mijn roes uit te slapen. Later hoorde ik dat mijn vriendin aan de politie had verklaard dat ze had geprobeerd om mij over te halen om toch bij haar te slapen. Ze wilde mijn autosleutels afpakken, maar ik beloofde haar echt niet meer te gaan rijden.

Ze zei dat ik niet zo dronken overkwam. We hadden zelfs nog een heel gesprek gevoerd en ik liep ook normaal. Dat ik uiteindelijk toch ben gaan rijden, kon ze niet plaatsen. Op het politiebureau moest ik blazen voor een alcoholtest. De uitslag: 2,3 promille, terwijl het toegestane maximum 0,5 promille is. De hoeveelheid alcohol in mijn bloed was dus echt veel.

Op dat moment besefte ik dat de aanrijding ernstig moest zijn geweest, maar ik wist nog steeds niet wat er precies was gebeurd en de politie wilde me ook niks vertellen. Totdat het eerste verhoor begon.

Ik moest vertellen wat ik me van de aanrijding herinnerde, maar dat was bijna niets. ‘U heeft een vrouw op de fiets aangereden,’ zei een agent.

In shock hoorde ik het aan. Dus dat was er gebeurd. ‘Hoe gaat het met haar?’ vroeg ik emotioneel. ‘Ah, nu interesseert het u wel?’ antwoordde de agent.

Hij wilde verder geen informatie geven en ik voelde me echt een crimineel. Helemaal toen ik daarna in een kale cel werd gezet. Er was alleen een soort stenen bed en een toilet, zonder deken of wc-papier.

Huilend ging ik zitten. Ik besefte nog steeds niet helemaal wat er was gebeurd. Ik had ook geen idee hoe laat het was. Mijn telefoon en andere bezittingen waren in beslag genomen, dus het enige wat ik kon doen, was huilen en voor me uit staren. Ik voelde me zo eenzaam. Volgens mij heb ik die nacht niet geslapen. Ik dacht alleen maar aan de vrouw die ik had aangereden. Leefde ze nog of was ze dood?

Ik vond het een verschrikkelijke gedachte en voelde me een vreselijk mens. Hoe meer ik erover nadacht, hoe meer ik ervan overtuigd was dat het slachtoffer dood was. Ik bleef maar denken: als die persoon dood is, hoe moet ik dan verder? Hoe moet ik ooit nog normaal leven? En hoe kan ik dit aan mijn ouders uitleggen? Mijn vader is politieagent. Wat moest hij wel niet van mij denken? Ik schaamde me zo erg.”

‘Mijn vader is politieagent. Wat moest hij wel niet van mij denken? IK SCHAAMDE ME ZO ERG’

Enorm schuldgevoel

“De volgende dag werd ik naar de onderzoeksrechter gebracht. Met handboeien om, in een politieauto zonder geblindeerde ramen, dus iedereen kon me zien zitten. Dat vond ik erg heftig. Ik kon alleen maar huilen en toen we bij de onderzoeksrechter waren, zei ik dat het me speet, dat ik een fout had gemaakt en dat ik niet wist wat ik moest doen. Nu heb ik helaas een trekje als ik huil: mijn mondhoek trekt dan wat omhoog, waardoor mensen vaak denken dat ik lach.

De onderzoeksrechter dacht dat ook. ‘Vindt u het grappig?’ zei hij, terwijl ik juist volledig aan het instorten was. Dat ik vervolgens onder voorwaarden werd vrijgelaten, vond ik gek. Ik had het gevoel dat ik straf verdiende en dat ik naar de gevangenis moest, maar ik kreeg alleen een rijontzegging van twee weken.

Ook moest ik me drie jaar houden aan een algemeen alcohol- en drugsverbod, mijn rijexamen opnieuw doen, gesprekken voeren met een justitie-assistent en naar een psycholoog gaan. Het waren juridisch gezien geen zware straffen, maar ze zouden wel lange tijd mijn leven beïnvloeden. Financieel waren de gevolgen ook groot. Zo moest ik het wettelijke plafond van ruim 30.600 euro aan schadevergoeding aan het slachtoffer betalen. Alles daarboven moest mijn verzekering op zich nemen, maar die weigerde dat, omdat ik had gedronken. Uiteindelijk oordeelde de rechter dat mijn verzekering alsnog moest uitkeren, daar heb ik veel geluk mee gehad.

Eenmaal buiten stonden mijn vader en mijn toenmalige vriend me op te wachten. Ik had mijn vader kort gesproken toen ik ’s nachts op het politiebureau een telefoontje mocht plegen. Toen ik hem overstuur vertelde dat ik iemand had aangereden, verwachtte ik dat hij boos zou worden. Dat verdiende ik ook, vond ik, maar dat gebeurde niet. Mijn vader bleef opvallend rustig, zei dat hij eraan kwam en dat ik moest meewerken. Dat hij vervolgens mijn vriend op de hoogte had gebracht en dat ze samen direct naar het politiebureau waren gegaan, hoorde ik later pas. Ook dat ze daar de hele nacht waren gebleven en me de volgende ochtend waren gevolgd naar de onderzoeksrechter.

Huilend viel ik ze in de armen. Ik haatte mezelf om wat ik had gedaan en ik dacht dat iedereen in mijn omgeving me ook zou haten, maar zij stonden daar. En ze knuffelden mij. Voor het eerst sinds die nacht had ik het gevoel dat ik toch niet helemaal alleen was. Ik dacht altijd dat ik daarna met mijn vriend naar ons huis in Antwerpen was gegaan, maar later zei mijn zus dat ze me eerst naar het huis van mijn ouders hadden gebracht. Dat mijn zus me daar in bad had geholpen. Hier herinner ik me alleen nog flarden van: dat ik me heel klein voelde in bad en het liefst wilde verdwijnen. Toen ik later in mijn eigen huis was, kroop ik in bed. Slapen lukte niet. Ik staarde alleen maar naar het plafond. Anderen onder ogen komen, wilde en durfde ik niet. Daarom meldde ik me ziek op mijn werk en loog ik dat ik griep had. Ik voelde me zo schuldig dat ik dacht: waarom zou ik nog verder mogen leven, als ik dat van iemand anders misschien heb afgenomen? Zo slecht over jezelf denken, is een heel donker en naar gevoel.”

Schim van wie ik was

“Omdat ik alleen maar aan het slachtoffer en haar familie kon denken, besloot ik ze brieven te schrijven. Ik wist inmiddels dat de vrouw Gerbrich heette, dat stond in het politiedossier dat ik van mijn advocaat had gekregen. In de brieven vertelde ik dat het me speet, dat ik elke dag aan Gerbrich dacht en dat ik er alles voor overhad om terug te draaien wat er was gebeurd. De brieven kon ik helaas niet versturen, want ik kreeg geen contactgegevens van Gerbrich.

‘IK DACHT DAT IEDEREEN IN MIJN OMGEVING ME ZOU HATEN, MAAR ZE KNUFFELDEN ME’

Ik kon ze alleen maar bewaren, zodat ik ze in de toekomst hopelijk alsnog een keer kon geven.

Uiteindelijk hoorde ik pas twee weken na de aanrijding dat ze nog leefde. Mijn tante werkte in het ziekenhuis waar ze was binnengebracht en had bij de spoedeisende hulp geïnformeerd. Dat mag eigenlijk niet, maar zo wist ik in elk geval wat meer.

‘Of ik mezelf heb vergeven, vind ik nog altijd een moeilijke vraag; HET IS GEBEURD’

Dat Gerbrich in een coma lag, voelde in eerste instantie als een opluchting. Totdat ik dacht: wat als ze nooit meer wakker wordt? Of wat als ze wakker wordt en nooit meer kan lopen of praten? Dat idee vond ik bijna nog erger. Omdat ik me in die periode ontzettend machteloos voelde, ging ik thuis alcohol drinken, vooral bier en wijn. Dat mocht natuurlijk niet, maar ik deed het toch. Thuis, zodat niemand erachter kwam. Om even niet te hoeven voelen.

Vind je dit interessant?

Ontdek nu alle Nederlandse top titels in één app!

Bestel nu

Alleen: dat werkte niet. Alcohol versterkt je emoties, dus het schuldgevoel en het verdriet dat ik continu voelde, kwamen alleen maar harder binnen. Ik voelde me echt een schim van wie ik ooit was geweest.

Gelukkig ontwaakte Gerbrich na verloop van tijd uit haar coma. Dat was voor mij dubbel. Want ik voelde opluchting, maar ook angst. Wat had ik haar aangedaan? Hoe zag haar leven eruit? Kon ze nog werken, fietsen, dansen? Die vragen spookten continu door mijn hoofd. Ik wilde haar graag persoonlijk zeggen dat het me speet en vroeg via een bemiddelingsinstantie een gesprek met haar aan. Daar ging ze niet op in, wat ik wel kon begrijpen. Ze was door de aanrijding ernstig gewond geraakt en moest heel lang revalideren.

Daarnaast had ze natuurlijk het recht om eerst aan zichzelf te denken en alles te verwerken wat er was gebeurd. Wie was ik om daar druk op te zetten? Wat ook meespeelde, was dat er in het proces-verbaal tegen mij stond dat de aanrijding een vluchtmisdrijf was geweest, omdat ik volgens de politie was doorgereden. Maar ik herinnerde me juist dat ik wél was gestopt en was teruggereden. Hier verzette ik me tegen en uiteindelijk werd het proces-verbaal aangepast. Daar was Gerbrich het niet mee eens en ze ging ertegenin, maar het bleef toch zoals het was.

Zo verstreek de tijd, maar er was nooit een moment waarop we elkaar ontmoetten. Uiteindelijk pakte ik weer langzaam mijn leven op. Maar altijd met Gerbrich in mijn gedachten.”

Moeder

“Hoewel ik het eigenlijk niet meer had verwacht, benaderde Gerbrich me zeven jaar na de aanrijding, in 2022, voor een ontmoeting. Ik weet niet waarom ze dat nu ineens deed, maar ik zei direct ja en was superzenuwachtig voor onze afspraak. Toen ik haar voor het eerst zag, dacht ik: dit is een echt mens. Niet alleen ‘het slachtoffer’, maar een vrouw met een leven, een familie en een verhaal. Dat maakte het ineens nog zwaarder. Vooral toen ze vertelde hoe zij de aanrijding had beleefd. Ze was die nacht onderweg naar huis op haar fiets toen ze ineens door mij werd aangereden. Hier herinnerde ze zich niks meer van, haar hoofd was hard geraakt en ze lag op straat.

Een man, Dimitri, had het ongeluk niet gezien, maar haar op een gegeven moment zien liggen en belde meteen 112. Hij bleef bij haar totdat de hulpdiensten er waren. De politie is toen waarschijnlijk naar de doorrijder op zoek gegaan en zag mij op een gegeven moment op mijn sokken in de regen staan. Gerbrich vertelde me hoe zwaar de revalidatie was geweest, hoe haar leven had stilgestaan. Wat me misschien nog het meest raakte, was dat zij al jaren met vragen zat. Vragen over die nacht en over mij.

Blijkbaar had mijn moeder na de aanrijding het adres van Gerbrich gevonden en was ze met bloemen bij haar langsgegaan om namens mij sorry te zeggen. Mijn moeder schaamde zich voor me en hoopte het met deze ontmoeting een beetje goed te maken. Dat heb ik dus nooit geweten! Ik kan ook niet begrijpen waarom ze dat heeft gedaan, we hebben daar echt ruzie om gehad. Gerbrich zal gedacht hebben: hoezo stuurt ze haar moeder? Ze had beter dat adres aan mij kunnen geven, zodat ik oprecht mijn excuus kon aanbieden. Of we hadden samen naar Gerbrich kunnen gaan. Maar nu deed mijn moeder alles op haar eigen manier en dat maakte de situatie alleen maar erger. Ze heeft het vast niet verkeerd bedoeld, maar ze heeft me zo wel mijn sorry naar Gerbrich afgenomen. Huilend vertelde ik Gerbrich hoe erg het me speet, waardoor zij ook emotioneel werd en besefte hoeveel impact de aanrijding op mij gehad had. We knuffelden elkaar en op dat moment voelde het alsof we elkaar eindelijk echt zagen. Niet als dader en slachtoffer, maar als twee mensen die door één nacht voor altijd met elkaar verbonden waren.”

Voorlichting

“Gerbrich en ik hebben nog regelmatig contact. Afgelopen januari nodigde ze Dimitri en mij bij haar thuis uit, omdat de aanrijding precies tien jaar geleden was. Het was heel fijn om op die dag samen te zijn. Ik geef voorlichting op scholen, bedrijven en bijeenkomsten over wat ik heb meegemaakt. Hierbij vertel ik niet alleen over de juridische, maar vooral over de mentale gevolgen van rijden onder invloed. Vaak laat ik ook een opname van Gerbrich horen waarin zij een van mijn brieven voorleest.

Wat ik graag aan anderen wil meegeven, is hoe één beslissing vele levens kan veranderen. Gerbrich zegt vaak dat we als maatschappij te laks zijn over drinken en rijden. En dat ik degene ben die tegen de lamp is gelopen, maar dat ik niet de enige ben die het doet.

‘HOE ZAG HAAR LEVEN ERUIT, KON ZE NOG WERKEN, FIETSEN, DANSEN? DIE VRAGEN SPOOKTEN CONTINU DOOR MIJN HOOFD’

Ik vind dat soms moeilijk om te horen: uiteindelijk was ik wel degene die achter het stuur zat. Dat blijft mijn verantwoordelijkheid en daar heb ik mezelf ook jarenlang voor gestraft. Ik dacht: pas als mij hetzelfde overkomt als Gerbrich, sta ik gelijk met haar. Dat zag ik als mijn boetedoening. Maar wat ik nu doe, voelt niet meer als straf. Eerder als iets goeds proberen te halen uit een vreselijke gebeurtenis die nooit had mogen gebeuren.

Alcohol drinken doe ik trouwens nog wel, ik ga niet hypocriet doen. Ik ben soms ook dronken, maar ik kruip nooit meer achter het stuur. Als ik ergens ga drinken, laat ik mijn auto thuis. Of ik ben de BOB en drink niks. Daar wijk ik echt geen millimeter meer van af.

Of ik mezelf heb vergeven, vind ik nog altijd een moeilijke vraag. Het is gebeurd. Ik draag de gevolgen en zal dat altijd blijven doen. Dit hoort bij mij en ik kan het niet meer veranderen. Wat ik wél kan doen, is ervoor zorgen dat mijn verhaal anderen raakt. Als iemand na een avond drinken mijn gezicht voor zich ziet en besluit om niet achter het stuur te stappen, is dit alles misschien toch nog ergens goed voor geweest.”

Lees meer

Alle artikelen
Eloise gedraagt zich in Amsterdamse clubs: 'Ik ga los, mar blijf cute en clean'
Weekend

Eloise gedraagt zich in Amsterdamse clubs: 'Ik ga los, mar blijf cute en clean'

Dat ze Van Oranje heet en een bekend gezicht heeft, levert Eloise geen windeieren op. Maar het gevolg is óók dat ze op Koningsdag nauwelijks normaal over straat kan. 'Ik ga niet uit mijn naad.'

Lees meer
Wibi's hart gebroken
Weekend

Wibi's hart gebroken

Wibi Soerjadi moet afscheid nemen van een heel bijzondere vriendin: zijn geliefde paard Niska. Het dier speelde jarenlang een grote rol in het leven van de pianist en bereikte de indrukwekkende leeftijd van dertig jaar. ’Niska was het eerste paard dat ik verwelkomde in mijn leven’, vertelt Wibi emotioneel. Via olympisch kampioene Anky van Grunsven kwam hij destijds bij Niska terecht, iets waar hij haar nog altijd dankbaar voor is. ’Niska had een buitengewoon karakter. Ze was levendig, vol energie en er was vanaf het begin een speciaal begrip tussen ons’, vertelt Wibi over hun band. Voor hem was Niska zijn ’beste vriendin’ en een ’droompaard’. ’Elke rit met haar voelde onvergetelijk en bijzonder’, aldus de pianist.…

Lees meer
De lekkerste foodfestivals van deze zomer
Foodies

De lekkerste foodfestivals van deze zomer

Door heel het land, van parken tot aan stranden en steden – in de zomer zijn er ontzettend veel sfeervolle foodfestivals. Van streetfood tot aan culinaire hoogstandjes en alles daar tussenin, wij zetten de leukste festivals van deze zomer op een rij. Dus pak je agenda er maar alvast bij en schrijf mee!

Lees meer
Quick-fix ijsjes
Foodies

Quick-fix ijsjes

Vier lekkere ijscoupes die supersnel te maken zijn. Dit wil je!

Lees meer
Met een GLIMLACH aan de slag 13 tips om je werk leuker te maken
Libelle

Met een GLIMLACH aan de slag 13 tips om je werk leuker te maken

Fluitend naar het werk, dat geldt niet voor iedereen. Gelukkig zijn er minstens 13 manieren om uit elke baan meer energie, plezier en voldoening te halen.

Lees meer