
Waar Kees van der Spek ook gaat, er is altijd ruimte voor een praatje. Noem hem ook geen misdaadverslaggever, hij ziet zichzelf als programmamaker, verhalenverteller en avonturier. Als hij tussen de bedrijven door dus niet zijn telefoon beantwoordt (“We zijn een tip aan het natrekken”), vertelt hij graag over wat hij onlangs meemaakte tijdens de opnames. Zoon Joep staat er rustig bij, lijkt het gewend. De uiterlijke gelijkenis is op het eerste gezicht niet groot (“Behalve dat we allebei krullen hebben”), maar hun energie is hetzelfde: ontspannen en vrolijk.
Van het nieuwe seizoen van Oplichters aangepakt, waarin ze met een (verborgen) camera wereldwijd oplichters, fraudeurs en criminelen opsporen en confronteren met hun praktijken, is een aantal afleveringen uitgezonden en ze werken alweer aan een nieuwe reeks.
Kees: “We moeten twaalf afleveringen per jaar maken. Vanwege de televisieseizoenen zijn dat er zes in het voorjaar en zes in het najaar. Als je in de zomer op vakantie wil, moet er dus elke vier weken een nieuwe aflevering zijn.”
Geeft dat druk?
Tegelijkertijd: “Ja.”
K: “Ons leven ziet er als volgt uit: één week om een goede zaak te vinden, die grondig uit te zoeken, de boef te achterhalen en het slachtoffer te interviewen. Dan een week op reis. Daarna de montage. En dan weer opnieuw, het hele jaar door. Wij zijn in dienst bij de producent en in ons team zitten ook een eindredacteur en een productieleider die bijvoorbeeld tickets en hotels boekt. Joep en ik zijn vooral inhoudelijk bezig.”
Joep: “Al regelen we ter plekke ook zelf veel.”
K: “Daarnaast moeten de agenda’s van de cameraman en de editor vooraf worden vastgelegd voor de reis, ook als we nog geen zaak rond hebben. Vaak gaan we er gewoon naartoe, dan zien we wel. Eigenlijk moet ons programma heten: Kijken of het lukt.”
J: “Of: Kees en Joep op weg in een bus.”
Kees
“Ik heb vier zoons, ze zijn allemaal lief en leuk, toch Joep?”
Is het moeilijk om steeds nieuwe zaken van oplichting te vinden?
J: “Ja en nee. We krijgen een paarduizend aanmeldingen per jaar, maar daar zit veel klein leed tussen zoals een loodgieter die een te hoge rekening stuurt. Van de vijfhonderd tips zijn er ongeveer vijf bruikbaar, mits de gedupeerde wil meewerken op televisie én ik de boef kan vinden. Meestal ben ik daarom met meerdere zaken bezig. De beste pitch ik aan Kees op de ochtenden dat we samen naar de zaak rijden. Hij geeft dan aan waar ik mijn aandacht op moet richten.”
Jullie vinden opvallend vaak zware zaken.
K: “Zeg maar gerust: dramatische verhalen. Soms grenzen ze aan het ongelooflijke, zoals in het lopende seizoen het verhaal van een oplichter in Thailand die zich voordeed als jurist. Hij had het spaargeld afgetroggeld van een wat oudere man die na een aantal hersenbloedingen wilsonbekwaam was geworden. Vlak voordat we die boef in Thailand konden confronteren, kreeg ook hij een hersenbloeding. Daardoor kon hij niet meer praten en zich niets meer herinneren. In die zaak zat zo veel leed. Vooral bij het slachtoffer, maar uiteindelijk ook bij de dader, al was zijn lot een vorm van karma. Maar daar had precies niemand wat aan.”
Joep, voordat je de rechterhand van Kees werd, was je rechercheur mensenhandel. Helpt die ervaring bij je werk voor dit programma?
J: “Het was nieuw dat ik mijn werk op televisie liet zien, maar ik wist al hoe ik bijvoorbeeld dingen moet onderzoeken op het internet en hoe je het dataverkeer van telefoons kan gebruiken. De politie heeft mij gevormd, maar ik moet nu wel creatiever denken. In die Thaise zaak haalde ik een trucje uit door mezelf als slachtoffer van een mogelijk nieuwe zaak voor te doen bij de boef die zich als jurist voordeed. Ik stuurde hem ‘bewijs’ van die verzonnen zaak, onder meer een met een fake-name-generator nagemaakte identiteit en screenshots van nep-WhatsAppgesprekken die ik met AI had gemaakt. In dat bewijs verstopte ik een val zodat degene die het opende zijn of haar verblijfplaats verraadde. Dat werkte, hij klikte overal op. Daardoor had ik meteen zijn kop en zijn locatie.”
Geeft dat een goed gevoel?
J: “Euforisch.”
K: “Het was geweldig. Ik wist direct: dít is een verhaal.”
Joep, ik hoorde dat je dacht dat de Politieacademie je vast niet zou lukken.
J: “Op de middelbare school ging ik niet zo lekker. Ik hield niet van leren, ging niet vaak naar school, in de tweede klas werd ik eraf gestuurd, het was chaos. Ik kwam vaak ’s nachts pas thuis en had altijd problemen met geld. Ik was gewend om te falen, geloofde niet meer dat iets ook goed kon gaan. Elke keer als ik een examen haalde op de Politieacademie dacht ik dus: dan is mijn vader ook weer tevreden. Pas na een tijd kreeg ik door dat ik dit diploma misschien wél zou krijgen. Daarna ging het beter. Inmiddels ben ik best een control freak. Ik heb een koophuis en een gezin, alles is op orde.”
K: “Ik herken mezelf hierin. Vroeger was ik ook onzeker. Ik begreep niets van mensen die een bankrekening openden of een huis kochten. In de jaren tachtig had ik alleen een vwo-diploma en studeerde ik toerisme. Om geld te verdienen verkocht ik stroopwafels langs de deuren of ik werkte in een flessenfabriek. Ik droomde van een baan met een eigen bureau, dat leek me het hoogst haalbare. Ik dacht ook dat mijn ouders dán pas trots op me zouden zijn.”
Wat voor kind was Joep?
K: “Joepie was langharig tuig, hij had lang haar vroeger. Hij was mijn eerste zoon, een leuk en gezellig joch. Ik heb vier zoons, allemaal lief en leuk.” Tegen Joep: “Toch?”
J: “Ja.”
K: “Ik heb geen grote zorgen om mijn kinderen, al was ik het gedoe met Joep wel zat op een gegeven moment. Daarom heb ik hem meegenomen naar een open dag van de Politieacademie. De discipline en de baangarantie leken mij een goed idee.” Dan: “We gaan eens per jaar met z’n vijven op mannenweekend naar een rare plek, daar kicken we op, heerlijk. Dit jaar Moldavië, met een uitstapje naar Transnistrië, een afvallige Russische republiek waar ze plastic geld hebben.”
J: “Dat vinden we allemaal leuk.”
K: “Mijn vrouw Annabelle en ik huren ook elk jaar een groot huis tijdens de zomervakantie. Dan vliegt iedereen in; de kinderen, aanhang, kleinkinderen. Een week lang doen we spelletjes en drinken we biertjes. Er gaat ook een aquarium mee, want we houden van dieren.”
J: “Jíj houdt heel erg van dieren! Kees legt ons dat gewoon op.”
Joep
“Kees is eenenzestig, maar hij voelt zich twaalf”
Joep, wat voor vader is Kees voor jou?
J: “Kees is eenenzestig, maar hij voelt zich twaalf. Elke keer als we inchecken op Schiphol zie ik in zijn ogen dat hij hoopt dat hij bij het raampje mag zitten. Met die energie en dat enthousiasme gaat hij alles aan. Hij heeft lol in het leven, dat bewonder ik in hem. Nu ik zelf vader ben, geeft hij ook tips die ik soms toepas. Maar toen ik nog een kind was, kon hij streng zijn. Ik moest wel luisteren.”
K: “Kinderen moeten weten waar ze aan toe zijn, van grenzen worden ze gelukkig. Als je dat niet doet, worden ze onrustig en blijven ze kloten.”
J: “Mijn vader was veel weg voor zijn werk. Wat opvoeding betreft herinner ik me mijn moeder beter.”







Joep
“Voor mijn gevoel bleef mijn moeder achter en ging hij dver er”
Je ouders scheidden toen je elf was, zag je hem ook minder?
J: “Hij liep de deur niet plat, nee. Na de scheiding sliepen mijn broer Jesse en ik om het weekend en op dinsdag en donderdag bij hem.”
Want Kees, je hebt twee zoons met je eerste vrouw en twee met je huidige vrouw Annabelle?
K: “Ja. Een van de ergste momenten van mijn leven was dat ik aan mijn oudste zoons moest vertellen dat papa en mama gingen scheiden. Daarna liep Joepie op zijn sokken de regen in, en Jesje van zeven ging op de trap zitten huilen. Ik denk wel dat mijn ex-vrouw en ik het goed en harmonieus hebben gedaan. Het alternatief is dat je bij elkaar blijft voor de kinderen, en dat zij dat later ontdekken. De worsteling was vreselijk, maar het was geen vechtscheiding. Inmiddels is alles goed, maar dat moet je misschien aan Joep vragen.”
J: “Ik ben ik niet altijd even gelukkig geweest als kind. Voor mijn gevoel bleef mijn moeder achter en ging mijn vader verder. Die spagaat heeft me gevormd. Al kijk ik er, nu ik zelf volwassen ben, wel anders naar.”
K: “Als vader voel ik me hier best schuldig over. Tegelijkertijd heb ik het gevoel dat mijn vier zoons écht broers zijn en ik houd ontzettend veel van ze.”
Dankzij Joep en zijn partner Mariska werd je zes jaar geleden opa, Kees. Hoe vond je dat?
K: “Alle clichés zijn waar. Het is ongelooflijk als je kind een kind krijgt, en als grootouder heb je wel de lusten, maar niet de lasten. Mijn vrouw Annabelle vond het fantastisch, die had meteen een vaste oppasdag. Zij gaat er geregeld opuit met de kinderen. Maar goed, Annabelle is dan ook de CEO thuis, én de minister van Financiën en van Binnenlandse Zaken. Behalve in mijn werk is zij de baas.”
Hoe jij voor Oplichters aangepakt steeds op criminelen af stapt, ziet er anders wel levensgevaarlijk uit.
K: “Weet je wat het kost om naar zo’n verre bestemming te vliegen met z’n allen? Ik moet wel met een uitzending thuiskomen. Dus als ik dan tegenover zo’n boef sta, wil ik hem spreken ook. Al heb ik dat ook weleens gedaan terwijl de crew dat liever niet wilde, bijvoorbeeld bij een televisiedominee in Kameroen die een beruchte crimineel bleek te zijn. Hij had zwaar bewapende beveiliging in zwarte ninjapakken om zich heen. Maar omdat niemand mij daar kent, werd er niet gedacht: daar komt Kees van der Spek, schieten. Achteraf hoorde ik pas dat hij zijn eigen vrouw had vermoord.”
Ik denk dat de meest gestelde vraag aan jou is: ben je nooit bang?
K: “Ja, en op de tweede plaats staat: mag dat wel van je vrouw? Nou, van mijn vrouw mag het, en ja, ik ben weleens bang. Maar nooit erg, want die boeven zijn niet op mij voorbereid. Het gaat mij ook niet om die gasten, het gaat mij om de mensen die worden opgelicht en de verschrikkelijke verhalen daarachter.”
Kan oplichting iedereen overkomen?
K: “Als er íets is wat we met ons programma willen laten zien, is het dat. Oplichting is momenteel de enige vorm van misdaad die groeit in Nederland. De meeste mensen zijn prima, maar er zijn een paar rotte appels die het verzieken voor de rest.”
Zijn jullie zelf weleens opgelicht?
K: “Alleen een keer op vakantie.”
J: “Nee. Goed hè?”

Kees
“Als vader voelde ik me na de scheiding best schuldig”

VADER
Kees van der Spek (Nazareth, 29 juni 1964) is journalist en regisseur. Hij werkte onder meer als rechterhand van wijlen Peter R. de Vries. Daarna maakte hij Oplichters in het buitenland en later Kees van der Spek ontmaskert. Met zijn eerste vrouw kreeg hij zoons Joep (1990) en Jesse (1994), met zijn vrouw Annabelle kreeg hij zoons Joël (2005) en Sil (2007). Instagram: @keesvanderspek
& ZOON
Joep van der Spek (Alkmaar, 15 oktober 1990) is oudrechercheur en sinds 2022 rechterhand van zijn vader bij Oplichters aangepakt. Hij heeft samen met Mariska zoon Floris (6) en dochter Noortje (3). Instagram: @joepvanderspek
STYLING: LISELOTTE ADMIRAAL. HAAR EN MAKE-UP: WILMA SCHOLTE. M.M.V.: RESTAURANT HET RUITERHUYS, BAKKUM (LOCATIE). KLEDING JOEP: SISSY-BOY (BROEK, T-SHIRT), ZARA (WIT DENIM JACK, DENIM PAK, SNEAKERS), MANGO (TRUI). KLEDING KEES: CAST IRON (T-SHIRT), WE FASHION (POLOTRUI, DONKERBRUIN JACK), JACK & JONES (LICHTBRUIN JACK), PME LEGEND (TRUI, JEANS), BLUNDSTONE (LAARZEN)



