Kan een blik in ons brein verklaren waarom veel mensen ’s nachts wakker liggen?

Zachtjes stoot Lara Rösler haar hoofd tegen een paarse dromenvanger. De slaaponderzoeker loopt door de gang van het Slaaplab van het Nederlands Hersensinstituut, op het terrein van het Amsterdam UMC. Over twee deuren in de gang hangen grijswit gestreepte dekbedovertrekken te drogen. ‘Die zijn nog van vannacht’, zegt Rösler. Hier onderzoeken ze mensen die zonder excentrieke aandoeningen ‘gewoon’ slecht slapen. ‘Wij proberen beter te begrijpen wat er in het brein gebeurt.’ Slapen doen we allemaal, meestal zonder erbij na te denken. Pas als het niet lukt, als je uren ligt te woelen en structureel te kort slaapt, wordt het een ding. Ruim een kwart van de Nederlanders heeft slaapproblemen, blijkt uit cijfers van het CBS. En zo’n 10 procent van de bevolking slaapt chronisch slecht, aldus Rösler. Wat doet dat met je? En hoe onderzoek je dat?
Chagrijn slaat toe
Het onderzoek dat Rösler leidt, kijkt naar hoe het kan dat mensen die slecht slapen vaak ook andere mentale klachten hebben. ‘Als je slecht slaapt, is dat al vervelend. De meeste mensen weten wel dat je na een beroerde nacht chagrijniger bent. Slaap speelt op korte termijn een rol in je mentale gezondheid, maar ook op lange. We weten dat je dan een drie keer zo grote kans hebt op een angststoornis of depressie. Die link onderzoeken wij.’ Begin 2025 waren de eerste testen, de laatste zijn in juli, als dit tijdschrift verschijnt. Ik kan niet meekijken bij een van de 59 deelnemers. Rösler en haar team onderzoeken namelijk onder andere sociale stress, en een nieuwsgierige redacteur zou de resultaten kunnen beïnvloeden. Ik krijg wel een uitgebreide rondleiding én demo.

Slaapbehoefte verschilt
Ook sprak ik Gert Jan Lammers, bijzonder hoogleraar slaapstoornissen aan het Leids Universitair Medisch Centrum. Hoeveel uren heeft een mens nodig? ‘We denken tussen de 7,5 en 8 uur per nacht. Maar de spreiding is groot: er zijn mensen die maar zes uur slapen en prima lijken te functioneren, en er zijn mensen die echt negen uur nodig hebben.’ Slaap je te weinig, dan merk je dat op de korte termijn ‘aan de kwaliteit van leven’, vertelt Lammers. ‘Slaap is blijkbaar heel basaal en heeft een grote impact op het functioneren in je dagelijks leven.’ Na een nacht met te weinig uren voel je je moe, je kunt er concentratieproblemen van krijgen en prikkelbaar worden. Ook stemmingsstoornissen zijn een bekend effect en op de lange termijn dus ook depressie. Slaap je echt langdurig slecht, dan loop je ook meer risico op harten vaatproblemen, en kan zelfs je levensverwachting zakken, zegt Lammers.
Daarbij plaatst hij wel een kanttekening: deze effecten zie je vooral bij mensen die volgens de metingen slecht slapen. Maar die hoeven daar niet allemaal last van te hebben. Dat is sowieso ingewikkeld aan het fenomeen slapeloosheid, zegt Lammers: sommige mensen hebben klachten, maar slapen volgens de objectieve metingen goed. En andersom. Mensen die hulp zoeken, moeten dat alleen doen als ze klachten hebben. Lammers: ‘Anders kun je een derde van Nederland wel aan een slaaponderzoek laten meedoen, een onwerkbare situatie.’ Waarom zijn er nu meer mensen met slaapproblemen dan voorheen? Overgewicht is een risico voor allerlei slaapstoornissen, zegt hij. ‘En ik denk dat de 24-uurseconomie een rol speelt. Ook het vele schermgebruik en laat op de avond nog aan veel licht blootgesteld worden helpt niet.’
Ruim een kwart van Nederland heeft slaapproblemen

Zak vol energyblikjes
In het lab in Amsterdam opent Rösler een deur. ‘Dit is de controlekamer.’ Er zijn drie computers, eentje voor elke kamer waar tijdens de experimenten mensen slapen. In deze ruimte moet altijd een medewerker wakker blijven om alles in de gaten te houden. ‘Ik heb net een zak met lege energyblikjes weggestopt’, erkent Rösler lachend. ‘Niet echt goed van slaaponderzoekers, natuurlijk.’
Ze laat op twee schermen interessante hersenactiviteiten zien. Die worden tijdens de onderzoeken met een eeg-muts live gemeten in het hoofd van de proefpersonen. Op het rechterscherm is iemand diep in dromenland, wijst ze. ‘Dat kun je goed zien. Of althans, ik kan dat. Als je het voor het eerst ziet, is het misschien wat moeilijker.’ Slaap bestaat uit cycli van vier fasen: inslapen, lichte, diepe en remslaap. Zo’n cyclus duurt anderhalf tot twee uur en herhaalt zich per nacht vier tot zes keer. Het hele scherm laat nu dertig seconden zien. Het bovenste grafiekje is de ademhaling, die gaat regelmatig op en neer. ‘En hier zie je de elektrische golven in de hersenen, die zijn best diep hier. Als we nu de kamer in zouden lopen, is de kans klein dat iemand wakker wordt.’

Beweging is storend
De diepe slaap wordt meestal gevolgd door de remslaap, waarin het brein veel actiever is. ‘Rem’ staat daarbij voor rapid eye movement. ‘De ogen bewegen dan heel snel heen en weer. Je kunt het weleens bij honden zien, of bij pasgeboren baby’s’, zegt Rösler. Het is het deel van de slaap waarin je je dromen vaak herinnert. ‘Het eerste stukje hier is zoals het eruit zou moeten zien.’ Maar dan ineens duikt de ademhalingsgrafiek omlaag. Ook de spierspanning schiet naar beneden. ‘Dat is een beweging in het lijf. Ook in de hersenen zie je een signaal, een soort shocksignaal.’ De persoon zal niet wakker worden, vervolgt Rösler, maar goed voor je nachtrust is het niet. ‘Alle processen tijdens de slaap die belangrijk zijn voor herstel en verwerking van emoties, die worden onderbroken. Dan kom je niet aan de rust toe die je nodig hebt.’
Karaoke in het lab
Volgens de huidige theorieën is noradrenaline de belangrijkste neurotransmitter in dit proces van emotieverwerking, zegt Rösler. Precies die stof onderzoeken ze hier. Proefpersonen ondergaan eerst een ‘schaamtevolle gebeurtenis’. In dit geval: karaoke zingen, in hun eentje. Later luisteren ze dat met een onderzoeker naast zich terug. Ook moeten ze een genant moment uit hun verleden herbeleven. Tijdens de testen krijgen ze of een middel dat noradrenaline onderdrukt (en stressverlagend zou moeten werken), of een middel dat noradrenaline juist een boost geeft. Of een placebo.

Slaaponderzoek is duidelijk hard werken
Het is niet de bedoeling dat uit dit onderzoek een medicijn komt dat de slaap verbetert. Rösler: ‘We willen vooral kunnen bewijzen dat noradrenaline een belangrijke rol speelt in de gefragmenteerde remslaap en de emotieverwerking ’s nachts.’ Dat doen de slaapwetenschappers door vervolgens ’s ochtends te kijken naar hoeveel emotie de deelnemers nog voelen als ze terugdenken aan de schaamtevolle gebeurtenis. ‘Als je slecht geslapen hebt, verwachten we dat het nog onprettiger is dan de avond ervoor.’






Slapen met 256 snoertjes
In een van de slaapkamers zit Danique Combee, stagiair van de onderzoeksgroep. Ze draagt een eeg-muts en heeft allerlei draadjes en plakkertjes op haar lichaam. Er staat een tafel met drie computerschermen en een keurig opgemaakte boxspring. Achter een muurtje aan het hoofdeind van het bed is een wc en een wastafeltje. De draadjes op Combees lichaam lopen naar een van de drie computers. Twee op haar handpalm om de zweetrespons te meten, een op haar schouder voor de spierspanning, een op haar wang voor het blozen en een op haar buik. De 256 snoertjes van elke elektrode op de muts komen samen in een dikke bundel aan een arm boven het bed. ‘De arm kan zo draaien, dat je er ’s nachts mee naar de wc kunt’, wijst Rösler. Ze draait de arm over het lage muurtje naar het toilet.

Combee heeft ’m nu even snel op haar hoofd gezet, maar voor het experiment moet elke elektrode met gel zijn ingesmeerd. Doordat haren droog zijn, kan de elektrode anders geen verbinding maken met de elektronische signalen in het brein. ‘Mensen met veel haar hebben een hele fles shampoo nodig voordat het er de volgende ochtend weer uit is’, zegt Rösler. Gelukkig is er een douche bij het lab. Ook de eeg-muts zelf moet helemaal schoongeboend worden, elektrode voor elektrode. ‘Dat is echt een hele klus.’
Slaaponderzoek is, in ieder geval voor de wetenschappers, duidelijk hard werken. En met kleine groepen proefpersonen tegelijk (plus nachtwerk) schiet het ook nog eens niet zo hard op. Maar elke studie geeft weer een beetje inzicht in wat er in het slapende brein gebeurt. Vanavond liggen hier weer drie mensen te slapen. Of te woelen. Aan de dromenvanger zal het in ieder geval niet liggen.
marit.verbeek@quest.nl
Wat helpt echt?
Slaaponderzoeker Lara Rösler heeft een paar tips die je nachtrust volgens haar goed kunnen doen.
■ Houd een vaste opstatijd aan. Dit helpt je biologische klok stabiliseren en maakt het inslapen ’s avonds makkelijker.
■ Ga alleen naar bed als je echt slaperig bent. Niet zomaar moe, maar echt slaperig.
■ Gebruik je bed alleen om te slapen. Zo blijft de associatie met slaap sterk.
■ Beperk dutjes overdag. Die verlagen de slaapdruk en maken inslapen ’s avonds moeilijker.
■ Let op je gedrag overdag. Voldoende daglicht en beweging helpen je slaap-waakritme, terwijl cafeïne, alcohol of laat zwaar eten het inslapen juist kunnen verstoren.
Vreemd fenomeen
‘Over het belang van slaap zijn veel theorieën, die in sommige gevallen ondersteund worden door data, maar zeker nog niet volledig bewezen zijn’, zegt Peter Meerlo, universitair hoofddocent biologie van slaap aan de Rijksuniversiteit Groningen. ‘In zijn algemeenheid is het belangrijk voor het brein en het lichaam. Het ondersteunt het immuunsysteem, helpt met de groei en ontwikkeling, regelt verbindingen tussen zenuwcellen in de hersenen.’ Een theorie die tegenwoordig populair is, zegt Meerlo, stelt dat slaap belangrijk is voor het schoonspoelen van je brein. ‘Het zou afvalstoffen die zich ophopen in de wakkere periode verwijderen. Het is van cruciaal belang voor je welzijn en je gezondheid.’ Meerlo geeft dan ook al zijn studenten en andere geïnteresseerden het advies: plan je slaap in, zet het in je agenda. ‘Zoveel tijd moet ik eraan besteden, en anders moet ik wat anders laten vallen. Maar dat gebeurt natuurlijk bijna nooit.’ Zelf doet hij het ook niet altijd, geeft hij toe.
Evolutionair gezien is slaap trouwens maar een vreemd fenomeen. Nu hebben we als het goed is een zacht, warm bed in een veilig huis, maar dat was vroeger wel anders. Maar ook toen we nog als jagers-verzamelaars rondzwierven, sliepen we al. Meerlo: ‘Alle dieren doen het. Het is een bijzondere kwetsbare toestand waarin je stilligt, je niet meer bewust bent van wat er om je heen gebeurt. Het is evolutionair gezien een potentieel heel gevaarlijke toestand. Maar het feit dat slaap bestaat is een aanwijzing dat het niet anders kan.’



