Het is rond het middaguur als de voordeur van Nina en Kelvin open-zwaait. ‘Wil je wat drinken? Koffie, thee, water, cola, iets anders?’ Al snel valt op dat of je nu in de keuken staat, aan de eettafel zit of op de bank neerploft, je overal uitzicht hebt op dat wat Nina en Kelvin misten in Amsterdam: groen. Niet gek ook, als je allebei in een Gronings dorp, en Kelvin zelfs op een boerderij, bent opgegroeid. Daarom kochten ze vorig jaar een huis op het platteland, op een halfuur afstand van Amsterdam, waar ze nu – één van de twee met een bolle buik – aan tafel zitten.
Hoe gaat het met jullie? Of eigenlijk: met jou, Nina?
Kelvin: ‘Haha, met mij gaat het goed hoor.’
Nina: ‘Het gaat prima. Ik zit in mijn derde trimester, dus ik ben gewoon hoogzwanger, maar ik mag niet klagen. Het enige kwaaltje wat ik heb is dat ik minder goed slaap, maar ze zeggen dat dit slaapgebrek vervelender is dan het newborn-slaapgebrek. Dat je dan minder, maar wel beter slaapt. Ik weet niet of het waar is, maar daar hou ik me maar aan vast.’
Hebben jullie altijd al kinderen gewild?
Kelvin: ‘Ik kan me geen moment herinneren waarop ik het niet wilde, dus ik denk dat dat betekent dat je altijd een kinderwens hebt gehad?’
Nina: ‘In vriendenboekjes antwoordde ik op de vraag ‘wat wil je later worden?’ altijd ‘moeder’, dus het was vroeger al een droom, ja. We wisten van elkaar dat we het wilden, dus het kwam verder nooit ter sprake. Het voelde als iets logisch.’
Wanneer dachten jullie: en nu gaan we ervoor?
Nina: ‘Afgelopen zomer. Ik heb een erfelijke oogziekte in mijn familie (autosomaal dominante opticusatrofie, red.), en ik liet toen checken of ik drager ben van het gen. Ik wist al dat ik de aandoening zelf niet had, maar als ik drager was geweest, was er vijftig procent kans dat ik de aandoening door zou geven aan ons kind. De uitslag was gelukkig negatief, dus toen dachten we: nu kan het. Ik kon het ook eerder laten testen, maar zo’n onderzoek doe je niet zomaar. Bovendien wilden we eerst trouwen en een huis kopen. We dachten altijd: we gaan ons niet nu al druk maken over iets wat we nog niet weten.’
Toch moet dat een zenuwslopend moment zijn geweest.
Nina: ‘Nou, de kans dat ik drager was, was niet zo groot. Maar ik moet toegeven: toen het ziekenhuis me belde met het goede nieuws, was ik een stuk blijer dan gedacht.’
Hoe ontdekte je dat je zwanger was?
Nina: ‘Kelvins broer, mijn schoonzus en hun kinderen logeerden hier en er stond een opzetzwembad in de tuin. Ik wilde een wit badpak aandoen, maar twijfelde of ik niet ongesteld moest worden. Ik weet niet precies waarom, maar ineens dacht ik: ik doe een zwangerschapstest. Niet omdat ik dacht dat die positief zou zijn, maar gewoon, omdat ik zoals waarschijnlijk wel meer vrouwen toch een paar testen had liggen. ‘Zwanger’, stond er. Ik probeerde heel casual naar beneden te lopen en vroeg: ‘Kelvin, kun je even komen?’ Maar aan mijn stem hoorde hij natuurlijk wel dat het niet om iets casuals ging.’


KELVIN:
Het was de eerste poging raak, dus ik moest wel even aan het idee wennen
Kelvin: ‘Ik dacht dat er iets kapot was. Een lekkage of zo. Mijn schoonzus had het wel meteen door.’
Nina: ‘Zij wisten het dus als eersten. Ergens was dat ook wel fijn, we konden het meteen delen. Zij zijn al ouders, dus ze begrepen waar we doorheen gingen.’
Wat was jouw eerste reactie, Kelvin?
Kelvin: ‘Ik was in shock, maar vooral omdat het de eerste keer meteen raak was. Je bereidt je er toch op voor dat je meerdere pogingen nodig hebt. Dit is wel heel snel, dacht ik. Iets wat een ‘misschien’ was, was ineens een feit. Ik moest dus even aan het idee wennen en zat mentaal een paar dagen op een andere planeet, maar daarna was ik er weer. Het is natuurlijk ook gewoon een blessing dat het in een keer lukt.’
Nina: ‘Als man kun je ook nog wat langer aan het idee wennen, terwijl je als vrouw meteen anders bent. Mijn schoonzus had lekkere rosé meegenomen, maar ik moest ineens bedenken wat ik allemaal niet meer mocht.’
Heb je moeite met wat je allemaal niet meer mag?
Nina: ‘Nou, geen moeite…’
Kelvin: ‘Echt wel. Dat mag je toch gewoon zeggen?’
Nina: ‘Haha, ik ben nou eenmaal nogal een bourgondisch persoon. Ik hou van uit eten gaan en van lekkere wijntjes drinken. Zelfs mijn werk (Nina heeft drie kookboeken uitgebracht, red.) draait om eten. Dus ja, ik heb wel zin om straks alles weer te mogen. Vooral Groninger droge worst.’
Zodra de baby er is, moet Kelvin dus Groninger droge worst halen. Staat genoteerd. Kelvin, zie jij een heel andere Nina?
Kelvin: ‘Een Nina met grotere wallen, haha. Nee, tuurlijk. Wij houden er best wel van om veel te doen. Veel leuke dingen, veel reizen, veel werken. We zitten niet graag op onze luie reet, en nu moet zij dat wel doen, want ze moet voor haar lichaam zorgen en rust pakken. Ik merk dat ze dat lastig vindt en zich soms nutteloos voelt, terwijl: je bent niet nutteloos, je bent iets heel sicks aan het doen. En Nina houdt over het algemeen best wel van controle, maar dit kun je niet controleren. Ik zeg weleens dat ik trots op haar ben, maar dan snapt ze niet waarom.’
Nina: ‘Nee, ik ben de baby niet bewust aan het maken. Het is niet dat ik denk: ik ga nu even die placenta in elkaar zetten.’
Kelvin: ‘Maar niemand anders is het aan het doen. Jij doet het. Daar ben ik toch trots op.’
En jullie relatie? Is die veranderd?
Nina: ‘Het scheelt dat we al bijna veertien jaar samen zijn, dus we kennen elkaar goed en hebben een heel stabiele relatie. We hebben al zo veel levensfases meegemaakt: heel jong zijn, studeren, dat ik in het buitenland woonde, dat Kelvin in Amsterdam woonde en ik in Groningen. Natuurlijk is dit een nieuwe fase, maar ik denk niet: shit, kunnen we dit wel aan? Het verschil is dat we normaal niet elke avond op de bank zitten, maar altijd wel iets doen. Nu doen we even wat minder.’


NINA:
Voor sommigen werkt het om 24/7 samen te zijn, maar ik vind het juist lekker om met vrienden op vakantie te gaan
Kelvin: ‘Gelukkig houden we ook van het kneuterige. Het klinkt nu misschien alsof we normaal gesproken elke borrel uitspelen, maar dat is niet zo. We zijn gewoon graag op pad, maar we houden ook van familie om ons heen, huisje-boompje-beestje. We wonen nu niet voor niets ergens in the middle of nowhere. Dat is ook wie wij zijn.’
Nina: ‘Soms is zwanger zijn juist een fijne reden om af te zeggen. Dan nodigt iemand me uit voor een sociaal iets, en dan kan ik makkelijk zeggen: ‘O, red ik vandaag niet, ik voel me niet zo lekker.’’
Veertien jaar, jemig. Hoe houden jullie het leuk?
Nina: ‘Het klinkt stom, maar: communicatie. We kunnen heel goed met elkaar praten. En we hebben allebei ons eigen ding. We hebben gemeenschappelijke vrienden, maar ik heb ook mijn eigen vriendinnen en we hebben ons eigen werk. Voor sommige mensen werkt het misschien goed om 24/7 samen te zijn, maar ik vind het juist lekker om met vrienden op vakantie te gaan of een paar dagen in Groningen te zijn. Zo hebben we elkaar altijd wat te vertellen en mis je elkaar nog weleens.’
Kelvin: ‘En we weten allebei hoe liefde eruitziet omdat onze ouders nog bij elkaar zijn. Bij hen zien we dat het niet altijd leuk hoeft te zijn en dat je het niet altijd met elkaar eens hoeft te zijn. Sterker nog, mijn ouders zijn het vaker oneens.’
Nina: ‘Het is nogal cliché, maar het gras is niet groener aan de overkant, maar daar waar je het water geeft. En nog iets: we hebben dezelfde kernwaarden, zoals vertrouwen en verantwoordelijkheid nemen. Pas daarna komt of je er mooi uitziet en of je een beetje grappig bent. In die basis moet je wel op één lijn liggen, en dat liggen we.’
Wie heeft wie destijds versierd?
Kelvin: ‘Even denken. Dat was net voor de oorlog… Nee, we zaten samen in de feestcommissie van de middelbare school.’
Nina: ‘Er ging een roddel rond dat we gezoend hadden, wat niet zo was, maar zo gaat dat dan. Toen we elkaar op een schuurfeest tegenkwamen, in zo’n container, zei Kelvin: ‘We kunnen deze roddel maar op één manier waarmaken.’’
Zo sta je op een schuurfeest, zo krijg je een kind samen. Hoe kijken jullie eigenlijk aan tegen de bevalling?
Nina: ‘Aan de ene kant heb ik er nu zo veel over gehoord en gelezen en weet ik dat geen enkele bevalling hetzelfde is, dat ik vooral benieuwd ben hoe de mijne gaat zijn. Aan de andere kant: tja, het wordt gewoon heel pijnlijk. Daar heeft denk ik niemand zin in. Maar het is niet dat ik er mega tegen opkijk, want als vrouw ben je hiervoor gemaakt. Zo veel vrouwen zijn me voorgegaan. Ik hoorde ooit iemand zeggen ‘you’re not special’ en dat vind ik wel een mooie. En Kel is erbij, dus het komt sowieso goed.’
Kelvin: ‘Ik kijk er ook niet echt tegen op. Ik hoef natuurlijk niet zo veel te doen: ik sta erbij en kijk ernaar. Al weet ik wel dat je als man een flinke bijdrage kunt leveren. Het klinkt misschien raar, maar we houden allebei wel van uitdagingen. Als er iets spannends op ons pad komt, worden we niet bang, maar denken we: laat maar komen. Zo kijk ik ook naar de bevalling.’
KELVIN:
Het ouderschap hoeft online geen primair ding te worden, ik word zeker geen dad-fluencer








NINA:
Ik zie mezelf niet mijn hele leven alleen maar baren
Nina: ‘En dan zijn we alleen nog maar bezig met het eerste deel: het bevallen. Door de bevalcursus weten we hoe we het beste kunnen ademhalen en zo, maar dan komt het tweede deel: dat het kind er is. Ik heb geen idee hoe we ons dan voelen.’
Kelvin: ‘Ik heb zin om dat te ervaren. Daarvan zegt iedereen dat het het mooiste moment van je leven is.’
Hebben jullie al een naam?
Allebei tegelijk, licht aarzelend: ‘Ja.’
Kelvin: ‘Het ging zo: Nina was ervan overtuigd dat we een meisje zouden krijgen. Al vrij snel hadden we een meisjesnaam die we allebei perfect vonden. Toen bleek het geen meisje te zijn.’
Nina: ‘Toen belandde de baby in een identiteitscrisis.’
Kelvin: ‘Ik vond een jongensnaam waar ik heilig van overtuigd was. Nina vond de naam oké, maar het was geen homerun. Dus toen zei ik: als je een betere bedenkt, hè, laat maar weten, misschien vind ik ’m ook wel geweldig. Maar ik heb nog geen betere gehoord, dus ik denk dat dit hem gaat worden.’
Nina: ‘Ja, dit wordt hem.’
Kelvin: ‘Nou, ik vind hem geweldig.’
Is het lastig om in deze fase van jullie leven in de spotlights te staan?
Kelvin: ‘Ik vind het niet per se lastig, maar met bepaalde dingen moet je een beetje panisch omgaan. Zo hebben we de verloskundigenpraktijk gevraagd of we buiten openingstijden langs mochten komen. Als de hele wachtkamer vol zit en je binnen komt lopen, tja, je komt daar niet om een lampje te vervangen. Dat is tot nu toe het enige vervelende.’
Nina: ‘Het heeft ook te maken met hoeveel je zelf over je zwangerschap deelt, denk ik. Wij houden een hoop voor onszelf. Hoe meer je geeft, hoe meer er is om op te reageren.’
Kelvin: ‘En dat gaat bij moeders nog wel een stapje verder. Er schijnen allemaal vrouwen met sterke meningen te zijn over wat je wel en niet goed doet als moeder. Dan plaats je één keer een foto waarop je zonder jas buiten bent en dan denken ze meteen dat je kind in je buik bevriest, of zo.’
En straks? Gaan jullie je kind met de buitenwereld delen?
Nina: ‘Het is lastig om dat nu met zekerheid te zeggen, omdat je nog niet weet hoe het is, maar het kind zelf en zijn gezicht willen we niet delen. Hij kiest er niet voor om in de schijnwerpers te staan. Maar goed, wie weet denken we straks: jongens, ons kind! Kijk hoe geweldig!’
Kelvin: ‘En niet alleen voor het kind, maar ook voor onszelf. Kijk, iedereen vindt kindercontent, of hoe je het ook wil noemen, helemaal geweldig. En het kind wordt ook een groot onderdeel van ons leven, alleen zijn we daarnaast ook nog Nina en Kelvin. Het ouderschap hoeft online van mij geen primair ding te worden.’
Nina: ‘Je wordt geen dadfluencer.’
Kelvin: ‘Zéker niet.’
Wat voor ouders hopen jullie wel te worden?
Kelvin: ‘Fokking streng. Nee, wij zijn allebei vrij opgevoed, en daar ben ik wel fan van. Niet te erg van: pas op voor dit, pas op voor dat, je mag dit niet, je moet zo laat thuis zijn. Ons kind mag gewoon blauwe plekken hebben. Van het buitenspelen dan, hè. Daarom ben ik blij dat we nu weer op het platteland wonen. Hier kun je in de sloot flikkeren en zitten allerlei dieren. Dat is lachen.’
Nina: ‘Ik denk dat ik een zorgzame moeder ga zijn, maar ook streng. Streng, maar rechtvaardig.’
Kelvin: ‘Nee, ik ken jou. Jij gaat veel te lief zijn en dat kind alles geven.’
Nina: ‘Toch denk ik dat ik de strengere ouder ben. Jij wordt waarschijnlijk the fun parent.’
Kelvin: ‘Ja, ik ga leuker zijn. Ik hou ervan om het randje op te zoeken en vind het dan wel leuk om mijn kind mee te nemen. Waarschijnlijk ga ik dingen met hem doen waarvan jij denkt: moet dit nou per se?’
Zijn er meer dingen uit jullie eigen opvoeding die jullie mee willen nemen?
Nina: ‘Ik ben heel liefdevol opgevoed. Altijd ruzies uitpraten, altijd een knuffel en altijd zeggen dat je van elkaar houdt. Het was een warm en open nest, waar vriendjes en vriendinnetjes ook altijd welkom waren. Ik hoop dat ook te kunnen zijn.’
Kelvin: ‘Mijn ouders waren er gewoon altijd. Mijn vader is boer en hij was wel vaak in de stal, maar altijd in de buurt. Hij haalde ons dan uit school en maakte eten, dat vond ik leuk. En mijn broers en ik hebben best wel een werkmentaliteit meegekregen. Dat is een boerending. Op je luie reet zitten is niet echt een optie, er is altijd werk te doen. Als kind is dat soms irritant.’
Nina: ‘Dan logeerde ik bij Kelvin en werd er om 5.00 uur op de deur geklopt dat hij moest helpen.’
Kelvin: ‘Maar het brengt je wel een hoop. De andere kant daarvan is dat er weinig tijd was voor dingen buiten het familiebedrijf. Ik zou het leuk vinden om ook mooie reizen te maken samen. Mijn kind de wereld te laten zien.’
Dromen jullie van een groot gezin?
Nina: ‘Tja, wat is groot? Ik denk het niet. Sowieso hangt het af van hoe de bevalling gaat en of we überhaupt nog meer kinderen kunnen krijgen, maar als vrouw zie ik mezelf nou niet mijn hele leven lang alleen maar baren. Wie weet vind ik het geweldig en wordt het mijn nieuwe roeping, maar ik denk het niet. Maar goed, eerst maar eens deze bevalling. First things first.’
Kelvin: ‘First things first.’

KELVIN SHIRT LACOSTE, NINA TRUI EN BROEK AMERICAN VINTAGE VIA DE BIJENKORF/. assistent-fotografie Tamar Aten, met dank aan Studio Superstom, Nina jas Zara, T-shirt Absolut Cashmere, Kelvin trui American Vintage




