

Cody en zijn inspiratiebronnen
“Diego Maradona is altijd een idool van me geweest. Op YouTube heb ik elk filmpje van hem ontelbaar vaak gekeken. Ik keek ook graag naar Thierry Henry. Hij stond ook aan de linkerkant en was, net als ik, lang. Meestal zijn buitenspelers klein. Op filmpjes bestudeerde ik zijn bewegingen en hoe hij bepaalde dingen deed, zodat ik daarvan kon leren.
Vroeger sliep ik onder een PSV-dekbed en haalde ik uit voetbalmagazines de posters. Ik had PSV-spelers op mijn kamer hangen en teamfoto’s van onder meer Barcelona. Ibrahim Afellay, toen aanvoerder van PSV, hing er ook. Ik heb ook nog even met hem mogen spelen bij PSV, heb nog steeds af en toe contact met hem.”
Cody en de goaltjes
“Ik ben een aanvaller en hou van scoren. Dat begon al in de E’tjes. We werden kampioen met een paar honderd goals en ik had er meer dan honderd gemaakt. In die tijd wonnen we wedstrijden met 20-0. Als je er dan vijf of tien maakt, loopt het aantal snel op.
Toen ik vier was, begon ik met voetbal bij Eindhoven. Op mijn zesde ging ik naar PSV. Als jongetje was ik altijd aan het voetballen. Thuis in Stratum waar ik ben opgegroeid, op straat of op de club. In de jeugd was oud-voetballer Twan Scheepers een tijd mijn trainer. Dat is nu een goede vriend van me. Hij heeft mij enorm geholpen in het voetbal, maar ook op mentaal vlak. Mensen denken misschien dat het vanzelf gaat als je goed kunt voetballen, maar dat is niet zo. Toen ik heel jong was, liep ik nog niet echt tegen problemen aan. Maar toen ik in de puberteit kwam, ging het ook weleens wat minder met voetbal, op school of het contact met een trainer verliep wat moeizamer. Op die leeftijd waren er jongens die er op dat moment meer uitsprongen dan ik en ik had weleens het gevoel dat ik achterliep. Twan heeft me daar goed bij geholpen. Hij zei altijd: ‘Je moet je eigen zelfvertrouwen kweken en geloof blijven houden in je kwaliteiten, wat er ook gebeurt.’
Er zijn meer trainers belangrijk voor me geweest. Zoals trainers Michael Lameij en Eric Addo, met beiden heb ik nog geregeld contact.
Mark van Bommel heb ik rond mijn vijftiende leren kennen, hij werd later mijn trainer bij de A1. Na een half jaar sloot ik aan bij het eerste, daarna heb ik Mark ook nog anderhalf jaar meegemaakt als hoofdcoach. Ik heb veel van hem geleerd, vooral op tactisch gebied. Ondanks zijn ontslag bij PSV heb ik nog steeds een goede band met hem.
Trainer Ruud van Nistelrooij was vanaf mijn veertiende de spitsentrainer. Ook van hem heb ik veel geleerd, vooral in het afmaken. Het is jammer dat hij nu niet meer onze spitsentrainer bij het eerste is, hij is hoofdtrainer geworden van Jong PSV, maar Boudewijn Zenden is een fantastische opvolger. We zijn nu specifiek aan het trainen op mijn verkeerde been, mijn linker. Een uitdaging, maar het gaat de goede kant op. Het liefst trek ik vanaf de linkerkant naar binnen en schiet dan op de goal. En als ik aan de rechterkant sta, schiet ik hem graag diagonaal de hoek in. Dat zijn een beetje mijn twee handelsmerken.”
Cody en zijn genen
“Mijn vader komt uit Togo. Mijn ouders hebben elkaar daar ook leren kennen, toen mijn moeder op reis was in Afrika. Mijn vader is eerst naar Frankrijk verhuisd, daar wilde hij sowieso al naartoe, daarna is hij naar Nederland gekomen.
Mijn vader was vroeger een goede voetballer. Hij kwam uit voor het Togolees elftal en heeft in het tweede van PSV gespeeld. Mijn moeder was Nederlands rugbyinternational. Het sportieve zit dus in de genen. Van de voetbalcarrière van mijn vader heb ik weinig meegemaakt. Hij was 34 toen ik werd geboren en was toen al gestopt. Van de carrière van mijn moeder weet ik ook niet veel. In die tijd waren er nog geen beelden, ik heb wel oude krantenartikelen gezien. Van die berichten dat ze had gescoord in een wedstrijd met het Nederlands team. Leuk om te zien.

Of ik op mijn vader lijk als voetballer? Haha, hij vindt van niet, vindt zichzelf tien keer beter dan ik. Ik denk wel dat ik wat van hem weg heb in het veld. Een paar jaar geleden, toen ik nog in de A1 zat, kwam er een keer een oud-trainer van hem kijken bij een wedstrijd van mij. Hij zei toen dat mijn vader beter was dan ik. Ik dacht: dit gaat mij niet nog een keer overkomen. Op het moment dat ik doorstroomde naar het eerste, ben ik mijn vader wel voorbijgestreefd, denk ik. Mijn vader en moeder zijn heel betrokken bij mijn carrière. Ik heb eigenlijk alles aan hen te danken. Mijn ouders brachten me altijd naar PSV en stonden op de gekste tijden en plekken langs de lijn om me aan te moedigen. Al moesten we in Groningen spelen, ze waren er het liefst allebei bij. Na een wedstrijd wilde mijn vader die altijd meteen nabespreken. Mijn moeder vroeg eerst of ik het leuk had gehad en of ik lekker had gevoetbald. Samen zorgden ze voor de perfecte balans. Mijn ouders pushten me vroeger niet, wilden dat ik het goed deed op school en mijn diploma zou halen. Maar op een gegeven moment kwam ik op het punt dat ik dicht tegen het profvoetbal aan zat. Toen zeiden ze heel duidelijk: ‘Als je echt je best doet, kun je het halen.’ Vooral mijn vader heeft me altijd voorgehouden dat ik profvoetballer kon worden.
‘Ik vind het belangrijk dat mensen zich bewust worden van het probleem in Nederland en dat we niet moeten wegkijken. Racisme bestaat’

Met mijn vader voetbalde en trainde ik vaak samen. Vaak voor de fun. Maar als hij iets had gezien op de training of in een wedstrijd waarvan hij dacht dat het anders of beter kon, bespraken we dat en oefenden we erop.
Ook met mijn broers, vooral met mijn zes jaar oudere broer Sidney, voetbalde ik veel en keek ik eindeloos naar voetbalfilmpjes. Sidney kon ook heel goed voetballen, hij speelde bij Eindhoven, was linkspoot en stond op het middenveld. Hij had een goede techniek, maar ik denk dat hij er meer uit had kunnen halen. Mijn broertje Duc is zes jonger dan ik en heeft ook veel talent, maar zou ook nog harder kunnen werken. Hij speelt ook bij Eindhoven, en is nu al een stuk langer dan ik.
Mijn ouders moesten heel hard werken om drie kinderen te onderhouden. Ik weet dat het af en toe zwaar is geweest vroeger en dat ze moeilijke periodes hebben gehad, dat niet altijd alles vlekkeloos is gegaan. Mijn ouders werkten allebei fulltime en konden rondkomen. Gelukkig is dat nu voorbij en kan ik nu iets terugdoen voor hen. Daar ben ik blij mee.
Ik ben trots op mijn Afrikaanse roots, al ben ik nog nooit in Togo geweest. Mijn opa is een paar jaar geleden naar Nederland gevlogen, dat was geweldig, ik had hem nog nooit gezien. Ik wil er binnenkort graag een keer naartoe om het land te leren kennen.
Als voetballer kon ik ook uitkomen voor Togo, maar dat heb ik nooit serieus overwogen. De Togolese bond heeft me in het verleden twee keer een mail gestuurd om me te vragen als jeugdinternational, maar daar ben ik nooit op ingegaan. Onze Afrikaanse afkomst zie je ook terug in mijn opvoeding. Bij andere Nederlandse jongens ging het er thuis vroeger anders aan toe dan bij ons. Bij ons was er nooit haast. Iedereen was relaxed bij ons thuis. We kwamen heus wel op tijd, maar dan wel nét op tijd.”
Cody en racisme
“Gediscrimineerd ben ik nooit, ik beet wel van me af. En in mijn klas zaten meer donkere en buitenlandse jongens. Ik vind het belangrijk om me uit te spreken tegen racisme. Ik denk dat veel mensen in Nederland nog ontkennen dat het er is. Maar het is wel degelijk aanwezig en ik denk dat het veel mensen belemmert. Bijvoorbeeld bij het krijgen van een baan of hoe ze behandeld worden op het werk. Of het nou gaat om mensen van kleur of iemand die op papier een aparte achternaam heeft. Ik vind het belangrijk dat mensen zich bewust worden van het probleem in Nederland en dat we niet moeten wegkijken. Racisme bestaat. Er bestaan veel films over de slavernij, maar ik denk dat veel mensen niet inzien dat dit echt de realiteit was en dat het in sommige delen van de wereld misschien nog steeds zo heftig is.”
Cody en zijn lichaam
“Op jonge leeftijd had ik al schoenmaat 46, terwijl ik op dat moment nog maar 1 meter 60 was. De verhoudingen klopten niet helemaal, waardoor ik soms wat onhandig was. Gelukkig is dat goed gekomen.
Wat blessures betreft: in mijn jeugd heb ik een keer mijn kuitspier gescheurd en toen ik zeventien was, heb ik mijn enkel gebroken. Afgelopen seizoen had ik een scheurtje in mijn enkel waardoor ik er bijna drie maanden uit lag. Verder valt het met blessures tot nu toe mee.
Ik let goed op mijn lichaam, eet goed en gezond, rust op tijden dat het moet en drink veel water. Tijdens het EK zag ik hoe gedisciplineerd de oudere internationals met hun lichaam omgaan. Dat heeft me de ogen geopend. Ik lette al op mijn voeding, maar probeer dat nog beter te doen.
We doen ook veel aan krachttraining, ik wil en moet toch een beetje breder en sterker worden. Maar over het algemeen ben ik best tevreden over mijn lichaam.”

‘Bij het Nederlands elftal sprak ik over het geloof met Memphis. Over hoe we passages uit de Bijbel interpreteren die situaties uit het leven omschrijven’
Cody en zijn stamcellen
“De keuze om stamceldonor te worden en me als gezicht te verbinden aan Stichting Matchis, het Nederlands centrum voor stamceldonoren, was in niet moeilijk. Thijs Slegers, onze persvoorlichter bij PSV, kreeg te maken met acute leukemie. En nagenoeg tegelijkertijd kreeg mijn tante het ook. Zowel Thijs als mijn tante heeft een stamceltransplantatie gehad. Daarna kwam ik in aanraking met Stichting Matchis. Dat was geen toeval meer.






Het mooie aan stamceldonatie is: je bent direct betrokken bij het helpen of redden van een persoon. Er zijn veel organisaties waar je geld kunt doneren, maar het geeft toch een ander gevoel als je iemand face to face kunt redden.
De kans op een match is heel klein. Daarom moeten zoveel mogelijk mensen zich aanmelden als donor. Je schaadt je lichaam er niet mee. In de meeste gevallen worden de stamcellen uit je bloed gefilterd. Soms is het voor een patiënt beter om stamcellen direct uit het merg te krijgen, dat schijnt wat vervelender te zijn. Misschien dat je dan een week niet veel kunt doen, maar wat maakt dat uit op een leven? Een week niet voetballen zou ik vervelend vinden, maar als ik daardoor iemands leven kan redden, doe ik dat graag.”
Cody en het geloof
“Ik ben christelijk opgevoed en verdiep me al jaren in het geloof. Het is voor mij heel duidelijk: je moet de mensen om je heen proberen te helpen. Dat probeer ik zo goed mogelijk te doen. Onder meer door middel van stamceldonatie. Gezondheid is het belangrijkste in het leven. Als je andere mensen kunt helpen en misschien zelfs redden, dan word je daar zelf toch ook blij van?
Naast het voetbal besteed ik zoveel mogelijk tijd aan het geloof. Ik probeer iedere dag de Bijbel te lezen, bid iedere dag, ga graag naar de kerk en lees veel boeken over het geloof. Iedereen heeft er een eigen interpretatie van, ik vind het interessant om daarover te lezen. Ik lees nu een boek dat ik heb gekregen van Denzel Dumfries, Bidden is geloven.
We spreken ook vaak met spelers onderling over het geloof. Bij PSV met jongens als Jordan Teze, Armando Obispo, Noni Madueke en Donyell Malen. Bij het Nederlands elftal sprak ik er ook over met Memphis. Over hoe we passages uit de Bijbel interpreteren die situaties uit het leven omschrijven. Dat delen we met elkaar. Het schept een band als je elkaar nog niet zo goed kent. Iedereen gelooft op zijn of haar manier. Ik vind het ook mooi om het daar met jongens met een ander geloof over te hebben, zoals Mo Ihattaren. Hoewel hij moslim is, zijn er ook veel overeenkomsten. We kunnen allemaal iets leren van elkaar.”
Cody en Oranje
“Toen ik eenmaal in die flow van het toernooi zat, stond ik er helemaal niet bij stil hoe bijzonder het was dat ik als debutant mee mocht doen aan het EK met het Nederlands elftal, terwijl ik daarvoor nog nooit bij de selectie had gezeten. In het voetbal gaat alles zo snel, op het moment zelf had ik helemaal niet door wat ik meemaakte. Dat kwam achteraf. Toen ik op vakantie was, besefte ik pas hoe gaaf het was. Ik heb met heel grote spelers samengespeeld.
Het voelde als een heel hechte groep en ik ben ook echt goed opgevangen. Ik weet niet hoe het er normaal gesproken aan toegaat, maar er heerste echt een goede teamspirit. De poulefase ging voor ons gevoel goed en ik vond het geweldig dat ik mijn debuut mocht maken in de derde wedstrijd tegen Noord-Macedonië. We gingen met veel vertrouwen de achtste finales in tegen Tsjechië in Boedapest. Maar het liep niet. Het was er heel warm, we speelden in tegenstelling tot de voorgaande drie wedstrijden niet in de Arena, dat waren dingen die meespeelden. Toch zijn we niet echt in de problemen gekomen, totdat de rode kaart van Matthijs de Ligt viel. Zeker voor de jongens die de hele kwalificatie hadden gespeeld, was het zo zuur dat we niet hebben kunnen winnen.
‘Mijn vriendin Noa en ik zijn nu bijna anderhalf jaar samen, maar we kennen elkaar al langer. Onze relatie is niet veranderd nu ik wat meer in de aandacht sta’


Als aanvaller heb ik veel naar Memphis gekeken. Met Donyell Malen speelde ik al bij PSV, van hem had ik sowieso al veel geleerd. Een belangrijk leerpunt voor mij deze zomer bij Oranje is geweest: het moment herkennen waarop ik een actie kan maken of een pass moet geven.
Louis van Gaal heb ik een keer ontmoet, vorig jaar, na de wedstrijd thuis tegen Ajax die in 1-1 eindigde. We kwamen elkaar tegen toen ik naar mijn auto liep en hebben elkaar daar even gesproken. Ik had die wedstrijd een assist gegeven. ‘Mooie bal,’ zei hij, ‘ga zo door.’ Ik wil graag een van de vaste aanvallers van Oranje worden.”
Cody het stijlicoon
“Ik vind het leuk om met mode bezig te zijn, hou vooral van nette kleding. Van mooie pakken, nette polo’s en truien.
Een twee-of driedelig maatpak vind ik geweldig. Ik heb een aantal mooie maatpakken in mijn kast hangen, al heb ik die bijna nooit aan. Maar met Kerst of een andere speciale gelegenheid doe ik mijn best om er mooi uit te zien en dan trek ik een pak uit de kast.
Soms zie ik jongens met een heel andere, apartere stijl, dat vind ik ook mooi om te zien. Voor het blad Life After Football heb ik een fotoshoot met kleding van Levi’s gedaan. Ook een heel andere stijl, maar dat vond ik leuk om te doen.
Met PSV heb ik een kleine kledingcollectie ontworpen. Ik kwam met het idee, dat ontstond in de coronaperiode, maar we hebben het samen ontworpen. Later zou ik graag een eigen kledinglijn beginnen, op het gebied van nette kleding. Ja, een mooie pakkenlijn lijkt me wel wat.”
Cody en de liefde
“Mijn vriendin Noa en ik zijn nu bijna anderhalf jaar samen, maar we kennen elkaar al langer. Onze relatie is niet veranderd nu ik wat meer in de aandacht sta. Ik probeer mijn voetbalcarrière en privé ook gescheiden te houden. Alles wat voetbal-en werkgerelateerd is, handel ik af op de club, dat neem ik niet mee naar huis. Inmiddels weten ook meer mensen wie zij is, maar daar heeft ze geen moeite mee.”
Cody en zijn dromen
“Dit seizoen wil ik prijzen pakken. Landskampioen worden met PSV, de beker winnen. En mijn droom is om ook een Europese prijs te pakken. Ik wil belangrijk zijn voor het team en veel goals maken en assists geven. Na dit seizoen hoop ik te vertrekken naar een mooie club in het buitenland. Barcelona is een fantastische club, net als Real Madrid of Bayern München. De grote Engelse clubs zijn ook geweldig, maar ik heb gezegd dat ik dit seizoen nog wil blijven. Ik speel al mijn hele leven bij PSV en wil het hier op een mooie manier afsluiten. Achter die uitspraak sta ik nog steeds.”




