Zijn persoonlijke actieradius bedraagt amper meer dan 15 kilometer, maar toch hebben hij en zijn vrouw twee auto’s. Oké, Bo Eder-Jensen is financieel en logistiek directeur bij een autodealer, dus eigenlijk is dat wel logisch. Maar toch, een auto is geen must voor de Groenlander. Want ook al is zijn vaderland ruim vijftig keer zo groot als Nederland, er zijn minder wegen op heel het eiland dan er bij ons in een gemiddelde gemeente zijn. Om heen en weer te reizen tussen de steden, die in andere landen dorpen genoemd zouden worden, maken Groenlanders gebruik van de veerboot, het vliegtuig en in de winter ook de hondenslee.
In medische noodgevallen biedt een helikopter uitkomst en wie naar de tandarts moet, kan op kosten van de overheid naar een van de weinige steden op het eiland vliegen. Maar dat betekent niet dat Groenlanders geen interesse hebben in auto’s, zegt Eder-Jensen. Ook al zijn de aantallen bescheiden. “Op Groenland bevindt zich een half dozijn autodealers die samen nog geen vijfhonderd auto’s per jaar verkopen.”

Zelfs in de hoofdstad Nuuk leg je het langste stuk asfalt in minder dan twee uur af. Te voet, welteverstaan! “Maar heb je je kinderen weleens’s ochtends bij min 30 graden Celsius naar de crèche gebracht of na de jacht een muskusos met de bus naar huis vervoerd?”, zo vraagt Eder-Jensen. Met deze retorische vraag verklaart hij ook meteen waarom zo veel Groenlanders toch een eigen auto hebben. Maar omdat er in totaal nog geen 60.000 mensen in het enorme Groenland wonen, is de voertuigdichtheid hier lager dan waar ook ter wereld.
Importheffingen
Mede doordat de Amerikaanse president Trump met zijn eigendomsclaims het Arctische eiland in het nieuws heeft gebracht, komen er steeds meer toeristen op Groenland. Ook de opening van een internationale luchthaven bij Nuuk heeft daaraan bijgedragen. De meeste reizigers bezoeken het eiland voor het natuurschoon, maar wij komen voor het wagenpark.
Volgens de officiële statistieken telde Groenland in 2024 zo’n 15.000 voertuigen, waarvan bijna de helft uit onder meer sneeuwscooters en quads bestaat. Ook bussen en vrachtwagens zijn in dit cijfer meegeteld. Per saldo beschikken de bijna 60.000 Groenlanders maar over 6.799 personenauto’s. Dat is niet alleen het gevolg van het onherbergzame karakter van het eiland met zijn op sommige plekken wel 3.000 meter dikke ijskap en het feit dat een auto importeren een logistieke uitdaging is.
Voor een auto moeten Groenlanders namelijk ook een forse importheffing betalen. “Het bedrag is in ieder geval eenvoudig uit te rekenen”, zegt Eder-Jensen lachend. “Bij auto’s die minder dan 50.000 Deense kronen kosten, wat omgerekend circa € 7.000 is, komt de invoerheffing neer op een vast bedrag van 50.000 kronen. Bij duurdere auto’s geldt een importheffing van 100 procent.”
Bij bedrijfswagens wordt slechts de helft van dat tarief in rekening gebracht, maar ook in dat geval dient er minimaal een bedrag van 50.000 kronen op tafel te komen. “Er is echter één belangrijke uitzondering”, zegt de manager van Autonord: “Op plug-in hybrides en elektrische auto’s is geen importheffing van kracht.” Het is dus niet zo vreemd dat je hier veel auto’s met een geëlektrificeerde aandrijflijn ziet rijden, dat veel huizen een wallbox hebben en dat er al een tijdje meer laadpalen zijn dan tankstations.
Het kost op Groenland ongeveer € 1.000 om een rijbewijs te bemachtigen
Zodoende is het ook niet verwonderlijk dat Eder-Jensen alleen al in de eerste maanden nadat Subaru zijn eerste elektrische model op de markt had gebracht, vijftig van deze Solterra’s verkocht. Dat elektrische auto’s niet zo goed overweg kunnen met lage temperaturen, deert hier niemand: de paar kilometer die je in stadjes als Nuuk of Ilulissat kunt afleggen met de auto, zijn zelfs met de kleinste actieradius moeiteloos te realiseren.
Maar voordat de Groenlanders een auto kopen, moeten ze uiteraard eerst een rijbewijs halen. Dat gaat makkelijker dan in andere landen, omdat hier geen snelwegen zijn, je nergens harder dan 60 km/h mag rijden en je in de zomermaanden het rijden in het donker niet kunt oefenen. Inmiddels zijn er alleen al in Nuuk vier rijscholen en kost het ongeveer € 1.000 om een rijbewijs te halen, wat feitelijk een koopje is.






Japanners
Ook al heeft de Amerikaanse president Trump op weinig subtiele wijze dit eiland opgeëist, het straatbeeld doet niet bepaald Amerikaans aan. Ook rond de Amerikaanse militaire bases zie je geen Amerikaanse personenauto’s rijden. In plaats daarvan zijn de wegen hier gevuld met Japanners. Het populairste model is de Mitsubishi Outlander, gevolgd door de Toyota’s RAV4 en bZ4X en de bestseller van Eder-Jensens Autonord; de Subaru Solterra, het zustermodel van de bZ4X. Af en toe zien we ook auto’s als een Mercedes-Benz GLB, een Skoda Enyaq of een Volkswagen ID.4 voorbijkomen.
Vroeger zag je hier meer Volkswagens rondrijden. Rond de eeuwwisseling had de fabrikant uit Wolfsburg een test-faciliteit op Groenland. Hoewel het testterrein inmiddels is gesloten, is de ongeveer 35 kilometer lange gravelweg van de luchthaven Kangerlussuaq naar het VW-terrein er nog steeds. Deze weg maakt het busvervoer van de vele toeristen naar de ijskap mogelijk. Het is de langste weg in het land, die alleen niet geasfalteerd is.
Wel hebben de Groenlanders vorig jaar, na decennia van planning, de eerste landverbinding tussen twee steden in gebruik genomen, maar helaas is de 130 kilometer lange ‘Arctic Circle Route’ tussen Kangerlussuaq en Ilulissat tot nu toe alleen geschikt voor quads en dergelijke. Auto’s mogen er (nog) niet overheen rijden.






