

RUINERWOLD WERD WERELDNIEUWS TOEN EEN VERBORGEN BOERDERIJ WERD ontdekt, waar jarenlang een gezin in het geheim en ongeregistreerd leefde. De vier oudste kinderen vertelden eenmalig hun aangrijpende verhaal over de agressieve mishandeling door hun vader aan documentairemaakster Jessica Villerius, die eerder films maakte als Wortels van het kwaad: berichten van Dutroux, Deal met de dood – waarmee ze de destijds dertigjarige Clinton Young, die in de dodencel van Texas op zijn executie wachtte, van de doodstraf wist te redden – en Emma wil leven – over de achttienjarige Emma, die op haar twaalfde werd gediagnosticeerd met de ziekte anorexia nervosa. Je hebt in je team, waarmee je de indrukwekkendste films maakt, ook een psycholoog. Maar je daar zelf ook weleens gebruik van? “Ik laat haar mijn docu’s soms van tevoren zien om te checken of er niet iets in zit dat tegen de geïnterviewde kan werken. Maar ik zit ook weleens bij haar te schelden op de wereld omdat ik zelf heel boos ben. Van de verhalen die ik van de kinderen van Ruinerwold hoorde, kon ik soms zo kwaad worden dat ik het servies kapot wilde smijten. En dat moet natuurlijk geen vergif worden, want dan kun je je werk niet meer goed doen. Dus dan geldt het zuurstofmasker-principe uit het vliegtuig: eerst zorgen dat je zelf mentaal gezond bent, om anderen te kunnen dragen. Want dat is wel wat je doet. Mensen denken altijd dat documentaire maken leuk een paar vragen stellen is. Nee, je draagt mensen door die hele ellende heen.”
Wat was voor jou het meest aangrijpende moment tijdens het maken van ‘De kinderen van Ruinerwold’?
“Poeh, dat waren er zo veel. Wat me bijvoorbeeld erg aangreep waren de videobeelden waarop te zien was hoe de vader te werk ging bij een van de jongste kinderen. Het meisje zat nietsvermoedend op een stoeltje toen hij haar er ineens met veel geweld vanaf duwde om haar een lesje te leren. Toen dacht ik wel: ik rij naar die vent toe en zal hem eens even vertellen wat ik van hem vind.”
Hoe gaat het nu met de kinderen uit Ruinerwold?
“Echt heel goed. Het is zo leuk om ze te zien groeien. Israel (de jongen die het gezin ontvluchtte, waarna het werd ontdekt) doet nu de film-opleiding, dat is een ongelooflijk slim kind. Nou ja, het is geen kind, hij is 27, maar hij loopt natuurlijk sociaal achter op sommige vlakken. En dat is hij nu aan het inhalen. Ik voel me af en toe echt een soort cheerleader. Het is helemaal niet aan mij op trots op hem te zijn, maar dat ben ik wel, heel trots.”
Heb je nog veel contact met ze?
“Israel zie ik vaker, die woont bij mij in de buurt en die zit weleens bij mij op kantoor te werken voor zijn schoolopdrachten, maar de anderen zie ik ook, we zijn laatst nog met z’n allen gaan eten.”
Heeft de documentaire hun goed gedaan?
“Heel erg. Het geheim is van hun schouders, zeggen ze. Ik had ze wel voorspeld dat dat ging gebeuren, maar ze waren toch bang, ondanks dat het hun eigen beslissing was om hun kant te vertellen. En dan ook nog niet eens zozeer om zichzelf. ‘Het is zo’n absurd verhaal,’ zeiden ze, ‘kunnen we dat wel bij andere mensen neerleggen?’ ‘Ik verwacht dat er ongelooflijk veel liefde jullie kant op gaat komen’, zei ik, en dat is gelukkig ook gebeurd. Dat heeft ook met de docu te maken. Ik heb gekozen voor een heel rustige, bijna slow-tv-achtige vertelling, waardoor kijkers de kans krijgen om steeds een stukje verder in hun verhaal te gaan in plaats van meteen te beginnen met het heftigste, want dan stop je onmiddellijk met kijken. Het is natuurlijk een oude tv-wet dat je begint met iets dat heel heftig is, maar dat wilde ik absoluut niet. Ze hebben ook de allerliefste dingen aangeboden gekregen. Van puppy’s en vakanties tot therapie en wellnessbehandelingen. Alles om ze maar te laten uitrusten. Mensen hebben zo goed begrepen dat ze liefde nodig hebben, wij zitten die berichten echt met dikke kelen te lezen. Ze doen het allemaal niet, want ze voelen zich al heel erg bezwaard met alle hulp die ze al krijgen, maar het aanbod is natuurlijk schitterend. En dat vind ik leuk, dat je dat met televisie, wat natuurlijk best een vluchtig medium is, kunt bereiken.”
Hoe gaat het nu met de vader?
“Die heeft verplichte zorg, ik heb geen contact met hem, en de kinderen ook niet. Ik denk dat hij zijn lot gewoon een beetje ondergaat. Ik geloof dat hij er goed van afgekomen is (de rechtbank heeft besloten hem vanwege zijn slechte gezondheid niet te vervolgen, red.). Dat is een hard gelag. Daar ben ik ook heel boos om geweest. Maar nu is er een soort van berusting omdat ik zie dat die kinderen zo floreren dat ik denk: wie ben ik om er dan boos om te zijn? Dus dat is ook heel inspirerend. Ik heb echt heel veel van ze geleerd.”
Ik lees in interviews dat je soms best onzeker kunt zijn. Heb je dat op het moment dat je aan het filmen bent niet?
“In m’n werk heb ik dat totaal niet. Dat zijn echt twee totaal verschillende dingen. Dat ik in mijn werk niet onzeker ben, komt omdat ik alles honderd keer overdenk. Ik toets ook tot vervelens toe mijn intenties. Bij De kinderen van Ruinerwold was mijn intentie die kinderen op een veilige manier hun verhaal te laten vertellen. Ik doe het niet voor het geld, niet voor de kijkcijfers, ik ga met mijn allerbeste en meest betrouwbare kompas die gesprekken in. Dat is ook de reden dat ik voor mezelf ben begonnen, zodat ik volledig onafhankelijk kan vertrouwen op mijn eigen gevoel en ervaring. En daarom komen mensen denk ik ook bij mij. Dus het ontbreekt me helemaal niet aan zelfvertrouwen als ik ergens ga filmen. Bij Ruinerwold heb ik bijvoorbeeld heel vaak gedacht, en ook gewoon hardop gezegd: ‘Ik ben zo blij dat dit verhaal bij mij ligt.’ Omdat ik zeker weet dat ik die mensen nooit zou opofferen, terwijl ik weet dat veel andere makers dat misschien wel zouden doen. En dat is dan geen zelfoverschatting, maar dat heeft met die intenties te maken waar ik blind op vaar. Van die onzekerheid daarbuiten hebben denk ik alle vrouwen wel last. Ik misschien iets meer, dat is wellicht een karakterfout, want het is me nooit aangepraat. Aan de andere kant denk ik dat je onzekerheid je ook wel weer scherp houdt, omdat je nooit naast je schoenen gaat lopen, en altijd tot het uiterste gaat.”
En misschien geeft je perfectionisme je ook wel de moed de dingen te doen die je doet.
‘DE KINDEREN ZIJN ERG OPGELUCHT DAT HET GEHEIM VAN HUN SCHOUDERS IS’
“Ik moet door het woord ‘perfectionisme’ ineens denken aan een masterclass waarbij iemand zei: ‘Perfectionisme is de sexy variant van zelfsabotage.’ Dat raakte me echt zo. Ik zat zo te huilen. Het was gewoon een zinnetje tussendoor, hè? Maar het voelde als een klap in mijn gezicht. O, dat is het, besefte ik ineens. Ik gebruik het altijd als smoesje wanneer ik dingen honderd keer controleer. Dat is natuurlijk superneurotisch, maar inderdaad ook zelfsabotage.”






Maar waarom raakte dat besef je zo?
“Ik denk omdat ik mezelf erop betrapte dat ik dat altijd als iets positiefs had gezien. En nu vond ik het ineens lelijk van mezelf. Dat perfectionisme zit me namelijk best vaak in de weg. Mijn collega’s kunnen daarover meepraten. Als ik een film aflever en ik vind het een zeventje of een achtje, dan heb ik daar echt last van. Want dan is er blijkbaar iets niet gegaan zoals ik had gewild. Vaak is het voor de kijkers dan wel een negen, dat lees ik dan terug in alle reacties, maar dan nóg zit het mij in de weg.”
Maakt je omgeving zich weleens zorgen om je werkdrift?
“Mensen die dicht bij me staan, zien natuurlijk wel wat het me kost aan energie, en soms aan verdriet. Tijdens het draaien praat ik ook niet over mijn werk met vrienden, ik werk altijd onder geheimhouding. Toen ze de documentaire over Ruinerwold hadden gezien, waren ze ook best in shock. ‘Waarom heb je daar nooit met ons over gepraat? Mens, dit is niet normaal. Hoe heb je dit allemaal in je eentje doorstaan?’ Maar dan moet ik dat in stilte verwerken.”
Is er naast je werk nog tijd voor een privéleven? Ik las in oude interviews dat jij niet het type was dat een toekomst voor zich zag met een man en kinderen. Is daar al iets in veranderd?
Lachend: “Ik heb nu Beer, een labradoedel. Maar nee, dat is echt nooit een wens geweest. Sommige mensen denken dat dat een enorm offer is, maar dat is het echt niet. Ik vind het heerlijk om met Beertje te lopen. Het is zo bijzonder om zo’n beestje te hebben, ik mis niks. En als ik de liefde van mijn leven tegenkom, dan is dat fantastisch, maar als dat niet gebeurt, is het ook oké.”
‘ALS IK DIE FILM OVER DE JONGEN IN DE DODENCEL NIET HAD GEMAAKT, WAS HIJ GEËXECUTEERD’
Heb je Beer bewust genomen om iets meer tijd voor jezelf te maken?
“Ik vind het heel moeilijk om dat voor mezelf te doen, maar voor een ander niet, dus via een omweggetje doe ik het nu toch. Ik heb er tien jaar over nagedacht, ik vind het namelijk een enorme verantwoordelijkheid. Ik weet nog dat ik huilend op de keukenvloer zat met Beer als puppy in mijn armen. ‘Ik kan dit niet’, jankte ik tegen mijn vriendinnen. ‘Ik hou zo veel van hem, straks gaat-ie dood’. Mijn vrienden lagen helemaal blauw van het lachen. ‘Zet dat even af tegen de dingen die je dagelijks voor je werk doet. Hij hoeft alleen maar drie keer per dag te eten’, zeiden ze. Omdat ik nooit een kinderwens heb gehad, had ik er ook nooit over nagedacht of ik wel een goede moeder ben, en ineens had ik zo’n frutsel in mijn armen, die me met van die grote ogen aankeek. Ik was instantly zo dol op hem dat ik dacht: dit is helemaal niks voor mij, dit is veel te lief. Ik werd er door overspoeld. Ik was bang dat ik het niet kon, dat hij bij mij geen goed thuis had omdat ik toch te veel zou gaan werken.”
Waarom is je werk zo belangrijk voor je dat het bijna heel je leven in beslag neemt?
“Ik denk omdat ik zie dat je soms gewoon een verschil kunt maken, en dan voelt het zo arrogant om het niet te doen. Dat vind ik moeilijk. Soms krijg ik mailtjes van hopeloze mensen van wie een familielid of geliefde in de gevangenis zit terwijl ze zeker weten dat hij het niet heeft gedaan, wat ik soms ook denk na een eerste blik op het dossier. Maar dan moet ik uit tijdgebrek toch nee zeggen, terwijl ik eerder iemand van de doodstraf af heb gekregen, door het allemaal goed uit te zoeken. Ik wil het niet gewichtiger maken dan het is, maar soms voelt het een beetje alsof ik over leven en dood kan beslissen, door iets wel of juist niet te doen. En dat zijn dingen waar ik ook met een psycholoog over praat, want dat krijg ik soms gewoon niet geplaatst. Dan voel ik zo veel verantwoordelijkheid. Ik vind het heel heftig dat ik niet iedereen kan redden, en niet naar iedereen kan luisteren. En als je weet wat je voor elkaar kunt krijgen als je het wél doet, dan gaat het ineens tegen je werken. Dat is een kant van mijn werk waar ik van tevoren eigenlijk nooit goed over heb nagedacht, dat leer je niet op school. Over de invloed die je kunt hebben, maar die je soms dus ook bewust laat liggen. Daar heb ik echt last van. Als ik die film over de jongen in de dodencel niet had gemaakt, dan was hij geëxecuteerd. Moet je je voorstellen wat voor gevoel dat dan bij je teweegbrengt. Aan de ene kant krijg je champagne omdat je dat voor elkaar hebt gekregen, aan de andere kant puilt je mailbox uit met berichten van mensen die in soortgelijke nood verkeren. Dus dan (maakt wurg-geluid), krijg ik echt geen lucht. En zit mijn empathie me ineens heel erg in de weg. Dan is het geen tool meer maar is het een ballast. Dat ervaar ik dagelijks.”
Is dat iets wat je als kind al had? Dat je bijvoorbeeld altijd zielige katjes mee naar huis nam?
“Ja. Vogeltjes met gebroken vleugeltjes, ik bracht alles mee. Dat deed mijn vader ook. Dus ik heb altijd wel heel veel empathie gehad. Dat kun je natuurlijk nergens leren, dus dat is ook iets wat je niet zo makkelijk afleert. Ik weet nog wel dat ik als klein meisje kon huilen bij het 8 uur Journaal omdat ik gewoon niet snapte hoe oneerlijk alles was. Ik kan gewoon niet tegen dat onrecht. Het liefst zou ik íédereen redden.”
JESSICA VILLERIUS (Spijkenisse, 1981) studeerde criminologie aan de NCOI Hogeschool en heeft diploma’s van de post-hbo-opleidingen Psychopathologie, Forensisch Psychiatrisch Werken en Radicalisering en Terrorisme Expert. Ze brak door met de documentaire Wortels van het kwaad: berichten van Dutroux en maakte daarna talloze tv-programma’s en documentaires over maatschappelijke onderwerpen, die vaak Kamervragen opleverden, én nominaties voor prijzen als de Gouden Televizier-Ring en IDFA Award. Jessica is single en woont in Amsterdam.
fotografie Robin de PuySTYLING THOMAS VERMEER VISAGIE SANDRA GOVERS TOP ARKET




