Tijdschrift.nl is nu Lezerij

ECHTE MENSEN, ECHTE VERHALEN

Het grote Lwijgen Waarom een oorlogstrauma generaties lang doorleeft

De oorlog is voorbij, maar het trauma niet. In veel gezinnen leeft het voort zonder dat erover wordt gesproken. Elisabeth, Josephine en Mathilda ontdekten pas later hoe diep het familieverleden doorwerkte in hun eigen leven.

Tekst MARISKA VERMEULEN
Fotografie PETRONELLANITTA
‘Ik heb er geen moeite mee om mijn opa fout te noemen

Het was een shock voor Elisabeth van Stekelenburg (57) toen ze op haar veertiende te horen kreeg dat haar opa ooit NSB’er was. Wel viel dat onverklaarbare schuldgevoel op z’n plek.

‘Op mijn veertiende pakte mijn vader mijn hand vast om me iets te vertellen. Best vreemd, want zo’n goede band hadden we toen niet. Bijna samenzweerderig vertrouwde hij me toe dat mijn grootvader bij de NSB had gezeten. Ik schrok me rot. Mijn grootouders woonden om de hoek, ik was er bijna dagelijks en het voelde er als een veilige haven. Mijn vader zei nog dat mijn opa niet actief was geweest, maar als politiek betrokken tiener wist ik dat het erg moest zijn geweest. Het beeld van mijn opa kantelde volledig en mijn vertrouwen in hem verdween op slag. Ik schaamde me, praatte er met niemand over en werd daardoor zelf deel van dit grote geheim. Onbewust nam ik de schuld op me.’

Loyaliteitsconflict

‘Tegen mijn opa durfde ik er niet over te beginnen; dat vond ik te ongemakkelijk en zelfs een beetje zielig. Wel zat ik hem vaak te observeren, alsof ik iets aan hem zou kunnen ontdekken. Op school deelde ik het geheim over mijn opa toch met een vriendin, waarna het al snel rondging. Destijds was je besmet als een familielid bij de NSB had gezeten, dus ik werd ermee gepest.

Met de jaren viel er steeds meer op z’n plek. Ik begreep nu waarom er thuis honderden boeken over de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust in de kast stonden en mijn vader Duits was gaan studeren. Ik vermoed dat dit mijn vaders manier was om toch iets van een band met zijn vader te houden en grip te krijgen op wat er gebeurd was.

In de familie waren veel spanningen, mede doordat mijn vader emotioneel onberekenbaar was. Ik denk dat hij zijn hele leven in een loyaliteitsconflict heeft gezeten. Zijn woede en onbegrip waren altijd voelbaar. Hij vertelde me later dat hij als adolescent veel ruzie met mijn opa had gemaakt, tot vechten aan toe, en bleef vragen waarom hij bij de NSB was gegaan. Maar dingen uitpraten konden ze niet; problemen werden weggewuifd of gebagatelliseerd.

Twintig jaar na mijn opa’s dood ben ik in zijn dossier gedoken. Ik ontdekte dat mijn opa wel degelijk een actieve rol in de NSB had gehad. Hij werd in 1941 lid van de partij, toen dus al duidelijk was dat mensen werden afgevoerd en Rotterdam was platgebombardeerd. Waar kies je dan dus voor? Hij was landwachter, werd lid van de Germaanse SS en nam deel aan een Nachschub-Bataillon.

Dat is een logistieke eenheid die verantwoordelijk is voor het transporteren en distribueren van goederen zoals munitie, brandstof en levensmiddelen naar de gevechtseenheden. Ik heb er geen moeite mee om mijn opa fout te noemen.

Toen hij in 1944 vluchtte, mocht zijn achtergebleven gezin de schuilkelder niet in. Wrang genoeg werd die schuilkelder later getroffen door een bom, terwijl mijn familie veilig was. Mijn opa is opgepakt, kaalgeschoren en heeft twee jaar gevangen gezeten in een fort, waar het water langs de muren droop, ratten door de gangen liepen en ziektes uitbraken. Sommige nazaten vinden dat er te hard is opgetreden tegen de NSB’ers, voor mij voelt het als een logische consequentie van zijn keuzes. Ik kan mijn opa’s gezicht nog steeds zo voor me zien, maar ervaar hem nu als een kleine man, wiens zogenaamde ideaal ik niet kan begrijpen. Wat me nog het meest raakt, is dat het gewicht van zijn daden niet op zijn schouders bleef. Dat grote zwijgen van mijn grootouders is heel ongezond geweest. Wellicht hebben ze hun kinderen juist willen sparen, maar zo werkt dat niet.’

‘Het grote zwijgen van mijn grootouders is heel ongezond geweest’

Het grote zwijgen

‘Mijn vader is heel depressief geworden. Zijn trauma heeft hij weer aan mij overgedragen, en zo is het verleden als een onzichtbare last op mijn schouders komen te liggen. Daarover heb ik het boek Kinddrager, of: de kleine geschiedenis van een NSB-gezin geschreven in de hoop mijn vader en zijn vader alsnog met elkaar te kunnen verzoenen en mijn vader te ‘helen’. Uit loyaliteit durfde ik lange tijd niet met mijn boek naar buiten te treden; toen ik het uiteindelijk deed, was mijn vader overleden.

Dat grote zwijgen in de familie heeft veel met me gedaan. Als kind had ik een angststoornis en last van nachtmerries. Ik was bang om ouder te worden en bang dat mijn ouders weg zouden gaan. Ook was ik een tijd lang bang voor mijn vader, die zijn eigen angsten projecteerde op zijn gezin. Ik heb me minderwaardig gevoeld en schaamde me. Ik zorgde altijd dat ik anderen niet tot last was. Als een spons zoog ik alle onderhuidse spanning van anderen op. Verder wilde ik alles voor iedereen goed maken. Ik zeg niet dat dit komt door de keuze van mijn grootvader, maar ik geloof wel dat het grote zwijgen van generatie op generatie daaraan heeft bijgedragen.’

‘Pas op mijn vaders sterfbed begreep ik zijn paniek als wij iets verkeerd deden’

Josephine Rombouts (54) begreep maar niet waarom ze zich zo vaak angstig voelde en zo vaak wilde verhuizen. Pas toen haar vader op zijn sterfbed vertelde over zijn tijd in het jappenkamp, viel alles op z’n plek.

‘Al mijn hele leven worstelde ik met een onverklaarbare angst. Die was er altijd als ik wakker werd en soms overviel het me. Ik was vooral bang om iets fout te doen, maar ik kreeg er geen grip op waarom dat was. Soms voelde het zelfs een beetje onecht, alsof die angst niet bij mij hoorde en ik zo helemaal niet bén. Zeker omdat die angst vaak buitenproportioneel was; het had weinig te maken met wat er op dat moment gebeurde. Toen ik hoorde dat mijn oom en broer ook met angsten worstelden, dacht ik: het moet wel komen door iets ergs wat in de familie leeft.’

Nergens thuis

‘Pas op mijn vaders sterfbed werd veel duidelijk. Ik wist dat zijn vader in 1942 was omgekomen bij de Slag in de Javazee en dat hij daarna op zevenjarige leeftijd met zijn moeder in een jappenkamp was beland. Maar hij zei altijd: ik ben een overlever, geen slachtoffer. In zijn laatste dagen kwam echter de enorme angst naar boven die voor ons gezin altijd voelbaar was geweest. Hij vertelde dat hij als kind urenlang doodstil op appel had moeten staan; bij de kleinste fout kon zijn moeder ter plekke worden doodgeslagen. Dat verklaarde zijn paniek als wij iets verkeerd deden. Hij wilde ons beschermen, maar wij kregen het gevoel dat fouten maken levensgevaarlijk was. Hij werd ook razend als we de slappe lach kregen, dat kende hij niet uit zijn eigen jeugd. Het zorgde ervoor dat ook ik een angst ontwikkelde bij mensen die hard lachten, zonder te begrijpen wat daar zo eng aan was. Mijn vader kon ook ontzettend schrikken van plotselinge geluiden, een hard dichtslaande deur kon al een woedeaanval uitlokken. Hij was zwaar getraumatiseerd en wij liepen op eieren. Toch wisten we altijd dat hij niet tegen ons schreeuwde, maar tegen iets uit het verleden. Wat angstaanjagend is voor een kind, want voor wat voor engs was hij zo bang?

Over het kamp of de angst werd nooit gepraat. Als het een enkele keer werd genoemd, werd er direct bij gezegd dat wij als kinderen niet in het kamp hadden gezeten en er dus geen last van konden hebben. Sterker nog: wij moesten het leven leiden dat zij niet konden hebben. Daardoor schaamde ik me zelfs dat ik wel ergens last van had.

Onze jeugd was ook doordrenkt met wantrouwen in anderen. Als wij vertelden hoe aardig iemand was, zei hij: “Of mensen echt aardig zijn merk je pas als je met ze in een hok zit en ze je geen eten geven.” De boodschap was: mensen kunnen vreselijke dingen doen en niemand is te vertrouwen. Die angst nam ik onbewust over en werd met de jaren alleen maar erger. Ik besloot op een dieper niveau dat het veiliger was om alles alleen te doen en emoties niet te tonen. Ook ben ik vaak verhuisd omdat ik me nergens echt thuis voelde; een erfenis van mijn vader die pas op zijn elfde terugkwam naar Nederland, helemaal ontheemd.

Nadat ik zag hoe mijn vaders verleden doorwerkte in mijn leven, ben ik het boek Vleugelslag gaan schrijven. Het was mijn manier om helder te krijgen wat zijn geschiedenis met ons gezin had gedaan. Mijn broer, zussen en ik hadden elkaar twintig jaar niet gezien, want ons gedeelde verleden was te pijnlijk. Opgroeien met veel agressie schaadt ook het vertrouwen tussen kinderen. Voor mijn podcast over het Indisch Zwijgen heb ik weer contact met ze opgenomen. In de podcast vertellen ze wat het verbreken van het zwijgen dat onze familie beheerste met ze doet.

Alle vier hebben we altijd geweten dat onze vader onder zijn drift een goed mens was: verantwoordelijk en steunend. Het was voor hem belangrijk dat wij studeerden; zelf had hij in het kamp geen onderwijs gehad en hij kon dus niet lezen en schrijven toen hij uit het kamp kwam. Hij werd later zeer belezen, maar haalde die achterstand in zijn loopbaan nooit in. Ik bewonder zijn wil om zich te ontwikkelen en te proberen ondanks zijn beschadiging een goede vader te zijn. Maar een emotioneel geheugen had hij niet; belangrijke emotionele momenten kon hij zich niet herinneren.’

‘Behalve zijn trauma’s erfde ik gelukkig ook mijn vaders veerkracht’

Geen schaamte

‘Mijn eigen angst is er nog steeds, maar ik kan er beter mee leven en zie die niet meer als zwakte. Ik schaam me er niet meer voor. Ook heb ik voor het eerst in vijfentwintig jaar met mijn broer, zussen en onze gezinnen kerst gevierd. Mijn neiging om steeds te verhuizen is met behulp van psychotherapie verdwenen; ik woon nu met een lieve partner in Den Haag. Mijn vaders trauma’s waren groot, maar gelukkig kregen wij ook zijn veerkracht en levenskunst mee. Een jeugd hoeft niet volmaakt te zijn om je toch iets te geven.’

‘Ik verhuisde vaak omdat ik me nergens echt thuis voelde
‘Het was belastend dat ik naar mijn vermoorde oma ben vernoemd’
Vind je dit interessant?

Ontdek nu alle Nederlandse top titels in één app!

Bestel nu

De Joodse moeder van Mathilda van den Hof (53) kon net worden gered toen haar ouders in de oorlog werden opgepakt. Ze groeide op bij een ander gezin, met hevige verlatingsangst.

‘Mijn Joodse opa en oma geloofden heel lang dat ze in Nederland veilig zouden zijn. Ze konden de vreselijke verhalen die ze hoorden gewoon niet geloven. In 1942 zijn ze getrouwd en snel daarna moesten ze toch onderduiken. Mijn oma was toen zwanger en is ook in de onderduik bevallen, wat ontzettend stressvol voor haar moet zijn geweest. Uiteindelijk werden mijn opa en oma verraden. Toen de Nederlandse politie ze kwam halen, kon de buurvrouw nog net op tijd de kinderwagen met mijn moeder door de heg haar tuin in trekken. Via het verzet kwam mijn moeder bij een domineesgezin terecht, waar ze werd grootgebracht alsof ze hun eigen kind was.’

Verlatingsangst

‘Na de oorlog kwam haar tweeëntwintigjarige tante, die als enige Auschwitz had overleefd, mijn moeder ophalen. Ze zag echter in dat ze de strijd om haar nichtje nooit zou winnen van het rijke domineesgezin – nog los van de vraag of je een zesjarig meisje uit haar vertrouwde leven moet weghalen. Op haar twaalfde kreeg mijn moeder van de statige dominee te horen dat hij en zijn vrouw niet haar echte ouders waren. Hierover praten met haar pleegmoeder kon mijn moeder niet: die werd hysterisch als ze erover begon.

Zelf heb ik altijd geweten dat ik Joods was, maar we deden er niets mee – op acht kaarsjes aansteken met Chanoeka na. Ons verleden was vooral zichtbaar door de donkere waas die om mijn moeder heen hing. Ze was hard en toonde weinig emotie; knuffelen deden mijn broer en ik met mijn vader. Ze stapte zelfs het bed uit als wij op zondagochtend bij mijn ouders in bed kwamen om te stoeien. Streng was ze ook: toen ik een keer zonder cap op mijn pony had gereden, zei ze dat ze een volgende keer de pony zou verkopen. Ik wist dat ze het meende. Dat was haar manier om liefde te uiten; ze wilde ons beschermen. Zelf kon ik hierdoor niet uit logeren, ik kreeg altijd zo’n heimwee dat ik naar huis wilde. Onbewust voelde ik dat ik dicht bij mijn moeder moest blijven, ze mocht niet nog meer pijn hebben. Dus werd ik het lieve en aangepaste meisje.

Mijn moeder wilde zelf ook nooit uit logeren. Ze vond het verschrikkelijk als ze afscheid van ons moest nemen wanneer ze bijvoorbeeld met mijn vader een weekend wegging. Dat is logisch: ze was haar eigen moeder al verloren – die was vermoord in de gaskamers – en daardoor voelde het voor haar helemaal niet zo vanzelfsprekend dat haar kind weer terug zou komen.

Rond haar vijfenveertigste kon mijn moeder niet meer. Ze werkte als lerares, maar het lukte haar opeens niet meer om orde te houden in de klas. Ze werd afgekeurd vanwege het oorlogsverleden en eindelijk kwam ze eraan toe om te rouwen om het verlies van haar ouders. Toen de sluizen eenmaal opengingen, had ze veel tijd nodig voor de verwerking. Ze worstelde ook enorm met wie ze was. Ze at varkensvlees en ging naar de kerk, wat maakte haar eigenlijk Joods? Dat gaf spanning in haarzelf en in haar huwelijk. Ze was daarin allang niet meer gelukkig, maar haar verlatingsangst was te groot om op te stappen. Daarnaast wilde ze ons gezin per se bij elkaar houden, omdat ze zo’n gezin zelf niet gekend had. Ze was gevormd en beschadigd door de oorlog.

Die trauma’s heb ik van haar overgenomen. Ook ik zat vaak huilend in de auto als ik mijn zoontje ergens moest achterlaten, ook ik had verlatingsangst. Net als zij bleef ik liever in een slechte relatie dan dat ik alleen was. Toen de vader van mijn zoon mij verliet, twijfelde ik of ik zonder hem wel zou overleven.’

‘Mijn moeder mocht geen pijn hebben, dus werd ik die lieve dochter’

Mezelf zijn

‘Uiteindelijk ben ik alle ellende aangegaan die ik zo lang vermeden had. Ik had jaren eerder al eens een familieopstelling gedaan en die was zo heftig dat ik de emoties daarna heb weggestopt. Toen mijn vermoorde opa en oma in de opstelling werden gezet, kwam er namelijk enorm veel verdriet vrij. De opsteller zei dat ik daar iets mee moest, maar het heeft nog twintig jaar geduurd voordat ik die gevoelens aan durfde te kijken. Ik merkte dat het belastend is geweest dat ik naar mijn vermoorde oma vernoemd ben. Het was bevrijdend om in te zien dat ik helemaal niet voor haar en andere vermoorde Joden hoefde te leven, dat ik helemaal mezelf mocht zijn. In mijn boek Wat is haar naam? deel ik mijn ervaringen met intergenerationeel trauma in de vrouwenlijn.

Mijn verlatingsangst is inmiddels verdwenen: ik ben zeven jaar gelukkig alleen geweest en weet nu dat ik het ook zonder mijn huidige partner prima zal redden. Hopelijk heb ik die generationele trauma’s dusdanig verwerkt dat de toekomstige kinderen van mijn zoon er geen last meer van hebben.’

‘Zelf zat ik huilend in de auto als ik mijn zoontje achterliet’

WAT IS INTERGENERATIONEEL TRAUMA?

Intergenerationeel trauma verwijst naar psychische pijn die van generatie op generatie wordt doorgegeven.

Volgens Galit Atlas, psychoanalyticus en auteur van Emotionele erfenis, kunnen patiënten traumatische gebeurtenissen van hun voorouders aanvoelen zonder dat dit ooit expliciet is verteld. Ouders kiezen er vaak bewust voor om te zwijgen en zo hun kinderen te beschermen tegen pijn en verdriet. Maar juist dat zwijgen heeft gevolgen: wat niet wordt uitgesproken, blijft voelbaar en leeft voort in het onbewuste. Kinderen dragen zo emoties en spanningen met zich mee die ze niet goed kunnen plaatsen of begrijpen. Ze ervaren bijvoorbeeld angst, verdriet of onrust zonder duidelijke oorzaak. In therapie blijkt dan vaak dat deze gevoelens verbonden zijn met gebeurtenissen uit de familiegeschiedenis.

STYLING: KARIN VAN DER KNOOP. HAAR EN MAKE-UP: ASTRID TIMMER. M.M.V. ELLEN BEEKMANS (SIERADEN), BY-BAR VIA DE BIJENKORF (BLOES), EXPRESSO (BLOES, PANTALON), STEVE MADDEN (MUILTJES), REISS VIA DE BIJENKORF (SATIJNEN PLOOIROK), UNISA VIA DE BIJENKORF (SANDALEN), ZARA (BLOES, GEHAAKTE SLINGBACKS, PLOOIBROEK)

Lees meer

Alle artikelen
“Dit huis vertelt wie ik ben: een kleurrijk, creatief, vrolijk persoon”
vtwonen

“Dit huis vertelt wie ik ben: een kleurrijk, creatief, vrolijk persoon”

Roze een kleur voor een Barbie-interieur? Not! Dat bewijst Quinty. En ze bedacht meer statements voor haar nieuwe huis bomvol lef en persoonlijkheid.

Lees meer
Lente in de lucht in zuid-tirol
National Geographic Traveler

Lente in de lucht in zuid-tirol

Nu de dagen langer worden en de sneeuw zich langzaam terugtrekt, gaat er in Zuid-Tirol/Südtirol weer een nieuwe wereld open. De berghellingen van Zuid-Tirol krijgen hun groene kleur terug, en wandelpaden verschijnen. Er hangt lente in de lucht in de noordelijkste regio van Italië. Tijd voor nieuwe avonturen.

Lees meer
Maar wat is eigenlijk rouw?
Filosofie Magazine

Maar wat is eigenlijk rouw?

Veel mensen rouwen evenveel om de dood van een huisdier als om het verlies van een dierbare, blijkt uit recent onderzoek. Maar wat is eigenlijk rouw, vraagt medisch ethicus Carlo Leget zich af.

Lees meer
‘HET IS NIET GEK DAT ZE IN PANIEK RAAKTE’ Psychologe neemt het op voor runaway bride Sandra Witt... ...en haalt keihard uit naar Married At First Sight-experts
Story

‘HET IS NIET GEK DAT ZE IN PANIEK RAAKTE’ Psychologe neemt het op voor runaway bride Sandra Witt... ...en haalt keihard uit naar Married At First Sight-experts

Het is niet eerder voorgekomen dat een bruid weigerde te trouwen in datingprogramma Married At First Sight. Tot nu! Tv-kijkend Nederland was er vorige week getuige van dat deelneemster Sandra Witt in het nieuwe MAFS-seizoen haar bruidegom Rob Visser keihard afwees ‘omdat ze niet op kale en oudere mannen valt’. Matchmakers Eveline Stallaart en Lennart Klip waren ‘not amused’, maar psychologe Gera de Jong zegt in Story dat juist zij de schuld van het trouwdrama bij zichzelf moeten leggen.

Lees meer
MOET ALEXIA VANUIT LONDEN VREZEN VOOR LIEFDESRIVALE? Stralende Antoon geniet met mysterieuze brunette...
Story

MOET ALEXIA VANUIT LONDEN VREZEN VOOR LIEFDESRIVALE? Stralende Antoon geniet met mysterieuze brunette...

Vorig jaar september werden er aan diverse media foto’s aangeboden van prinses Alexia (20) die na alle plichtplegingen rondom Prinsjesdag bij de populaire zanger Antoon (24) in zijn Range Rover stapte, voor de ogen van een terras vol getuigen. Juist omdat Alexia ‒ die thuis gedrild is altijd discreet te zijn als het gaat om een al dan niet ontluikende romance met een vriendje ‒ niet bepaald schichtig bij Antoon (officieel Valentijn Verkerk, roepnaam Tijn) instapte, en hij ook niet bepaald galant was door de autodeur niet voor haar open te houden, wordt aangenomen dat de twee weliswaar bevriend zijn maar geen intieme relatie hebben. Al wordt niet uitgesloten dat dit dan in elk geval níét aan Alexia zal liggen... Antoon gaf laatst zelf aan ten tijde van de schielijk…

Lees meer