Tijdschrift.nl is nu Lezerij

Mensen

‘Dit zijn mijn beste jaren ever’

Van het blauw van KLM tot de bedrijfskleding van het Concertgebouw: iedereen in Nederland kent de ontwerpen van Mart Visser (53). In de modewereld vestigde hij zijn naam al op jonge leeftijd, maar sinds vijf jaar is hij ook succesvol kunstenaar. “De wenslijst is aardig vervuld.”

Tekst Tom Kellerhuis
Foto’s Paul Tolenaar

Vroeger had ik een goede jeugd, to be honest. Een omarmend huis, met een zorgzame vader en moeder, een stukje religie en een degelijke opvoeding. Mijn moeder was licht hervormd, en mijn vader had zich losgemaakt uit de zwartekousenkerk. Ik ben door mijn ouders vernoemd naar Martin Luther King. Net voor ik geboren werd, werd hij doodgeschoten. In mijn klas, uit de lichting 1968, zaten vijf of zes Martins. Zo is ooit de verbastering Mart ontstaan.

Ik kom uit Sleeuwijk, Noord- Brabant, maar was nog geen half jaar oud toen mijn vader begon als directeur weg- en waterbouw bij Wijnands en zich bezighield met de aanleg van de Eemshaven. Later werkte hij voor Ballast Nedam en verhuisden wij naar Roodeschool, in Noordoost-Groningen. Daar hebben we vier jaar gewoond, en toen gingen we terug naar Sleeuwijk. Gek genoeg kan ik me het een en ander herinneren van Roodeschool, en ook van die lintbebouwing daar; helemaal zoals in de film De Noorderlingen van Alex van Warmerdam. Er was zo’n borduurwinkeltje zoals in De Dametjes De Boer, een liedje van Conny Vandenbos. Ik weet dat mijn moeder dat weleens draaide. Het ging over twee maagdelijke zussen die dat voor de rest van hun leven bleven en een winkel in garen runden. ‘Net die dames uit dat liedje’, zei ze dan. Dat is me eeuwig bijgebleven.

Mijn moeder was een vrouw met smaak, altijd goed gekleed en verzorgd. Ze hield van normen en waarden, maar had ook een vrije manier van denken. En ze had een duidelijke missie; ze had zich van secretaresse voor Van Gelder Papier in Velzen opgewerkt tot president van de Bond voor Plattelandsvrouwen. Zij was loepzuiver op de graat, duidelijk en eerlijk. Later zat ze voor het CDA in de Tweede Kamer. Ze had natuurlijk een enorme achterban, dus die partij wilde haar daar graag hebben. Maar die vier jaar Kamer hebben haar zoveel stress gegeven; het bleek een slangenkuil. Iedere keer klaagde ze dat ze zo’n last had van haar schouderbladen. Precies de plek waar je – zo begrepen we later – pancreaskanker aan kunt herkennen. Ik was op mijn derde al in de weer met lappen stof. Op mijn vierde kreeg ik een poppenhuis, en op mijn zesde had ik een peloton Barbies van hier tot Tokio. Hun haar was er binnen een week af; dat knipte ik alle kanten op. Ik was ook al aan het verzamelen: iedereen uit de buurt bewaarde voor mij de gele Brintapakken, die ik aan elkaar plakte en opstapelde tot heuse bouwwerken van wel tachtig of negentig dozen. Ik raapte continu dingen op van straat om te kijken wat ik ermee kon maken. Mijn ouders hebben dat gelukkig gestimuleerd, ze zagen er een ontwikkeling in.

‘ Ik was op mijn derde al in de weer met lappen stof’

Als kind was ik geloof ik een vreemde eend in de bijt. Op een zeker moment werden mijn ouders door de schoolleiding gebeld: ‘Kunnen jullie komen, we krijgen hem niet tot bedaren. Hij loopt alle meiden op het schoolplein te zoenen.’ Ik was pas 6 of 7 jaar. Ik had nooit vriendjes, alleen maar vriendinnen. Ik wilde niet bij de tamboers, maar bij de majorettes. Alle jongens zaten op voetbal, maar ik ging op atletiek. Ik kon hoog springen en hard rennen, dat kan ik nog steeds als het moet. Ik werd vaak gepest omdat ik anders was. Maar ik had geen zin in klappen, dus ik rende altijd hard weg. Nog altijd als ik uitga, waar ook ter wereld, heb ik ogen in mijn rug. Dat heb ik uit die tijd overgehouden.

Ik wilde etaleur worden. Vanaf mijn elfde had ik Lola, mijn eerste etalagepop, die ik aankleedde. Ik heb haar nog steeds, ze staat hier boven. Ik heb jarenlang geëtaleerd in allerlei winkels, van fietsenzaak tot reformwinkel. Ik kwam erachter dat je er niet zoveel mee kon, het was vooral stapelen. Daarna ben ik naar modeacademie Montaigne in Amsterdam gegaan, en toen werd het voor mij wel duidelijk. Ik had op mijn zestiende een show gezien van couturier Max Heymans en dacht: wow! Dat wil ik ook. Max hield van vrouwen, daarom was hij toen mijn grote voorbeeld. Van Frans Molenaar, bij wie ik stage liep, heb ik geleerd hoe het zakelijk moest, en ook hoe het niet moest. Frans had een hekel aan vrouwen, een grotere contradictie met Max was niet denkbaar.

Ik was al een gevestigde naam toen ik dat zelf nog helemaal niet zo zag. Ik was net 24 toen ik doorbrak in een circuit waar heel lang niets gebeurd was. Ik was een eenling binnen die gesettelde garde van bekende Nederlandse couturiers. Je had de oude garde, dan kwam ik, en pas later kwam de nieuwe lichting: de jong overleden Percy Irausquin en Jan Taminiau. Ik heb dus altijd in een soort niemandsland gezeten. In 1994 werd kunstenares Ans Markus uitgeroepen tot de best geklede vrouw van dat jaar, en toen wilde iedereen ineens weten wie die jonge ontwerper toch was. ‘Een frisse wind waait door de Nederlandse couture’, klonk het. Daarna ging het snel. In die tijd, op oudejaarsavond 1992, net na mijn eerste show, leerde ik mijn vriend Job kennen bij een goed vriendje van mij. Ik denk dat het voor mijn ouders geen verrassing was te ontdekken dat ik gay was. Het zat er eigenlijk altijd al in. Ik woonde net in Amsterdam, mijn ouders hadden een huis voor me geregeld, en ik dacht: niemand die me meer wat maakt.

Nu pluk ik de dag. Carpe diem. Dit zijn mijn beste jaren ever, ik mag doen waar ik zin in heb. Uiteindelijk heb ik de allergrootste vrijheid voor mezelf gecreëerd in wat ik doe; alles is heerlijk. Ik had vijf jaar geleden nooit kunnen bedenken dat er een complete transformatie zou plaatsvinden. Naast het modeontwerpen heb ik nu een ander groot ding: mijn artwork. De schilderijen die ik maak, zijn mijn ticket naar de vrijheid. Ik denk dat ik alle dingen die ik gedaan heb, nodig had om uiteindelijk die kunst te kunnen maken. Toen we in 1999 ons huis in Frankrijk kochten, had ik daar al een ateliertje. We wonen er in, vlak bij Saint-Paul-de- Vence. Schilderen is voor mij altijd therapie geweest; er waren momenten dat ik me er helemaal in verloor, op een positieve manier. Met couture moet je toch altijd rekening houden met grillen, modes en smaken. De vrijheid van kunst maken is veel groter. Ik heb via de TV Show van Ivo Niehe een enorme boost aan publiciteit gekregen. Daarna kreeg ik elke expositie die ik maar wilde en werd mijn werk voor het eerst aangekocht. En we doen het lekker allemaal zelf. Job heeft vier jaar geleden al zijn bedrijven weggedaan. Toen is hij gaan jagen. Een jaar geleden kreeg hij een zware burn-out; hij zegt nu dat dat misschien wel het beste was wat hem is overkomen. Hij gaat weer goed, we hadden onlangs een heerlijk weekend samen op de Veluwe, met 85.000 hectare grond om ons heen, midden in het bos. Job komt amper nog in Amsterdam. We hoeven niet meer te werken, maar ik heb nog nooit zo hard gewerkt als nu. Ons leven heeft wel een andere invulling gekregen, mede door corona. We doen nu nog maar één belangrijk ding per dag, want we moeten hier samen goed uitkomen. En dat lukt beter dan ik gehoopt had. Wij zijn na 29 jaar samen zó sterk. De oude Job is helemaal terug met al zijn leuke opmerkingen, zijn cynisme, zijn grappen en grollen, zijn fotografische geheugen en zijn wijsheid. Dat het met Job weer goed gaat, doet me veel. We hebben een heel mooi leven, met alle ups en downs. Daarom deel ik graag hoe wij als twee mannen wonen en leven; ik vind het een verlengstuk van mijn bestaan. Ik ben trots op wat wij samen hebben.

Vind je dit interessant?

Ontdek nu alle Nederlandse top titels in één app!

Bestel nu
‘We hebben een heel mooi leven, met alle ups en downs’
‘Ik hoef niet meer te werken, maar heb nog nooit zo hard gewerkt als nu’

Straks ga ik echt niet op mijn 65ste stoppen. Maar ik ben geen toekomstdenker, ik leef van dag tot dag. Ga ik dan een huis kopen in Zuid-Frankrijk? Dat hebben we al twintig jaar. Zou ik een groter atelier willen? Nee, want ik heb er al drie. Ik droomde altijd van een eigen warenhuis, maar dat is wat ik nu heb: House of Mart. Ik bedoel het niet materialistisch, maar de wenslijst is aardig vervuld. Job en ik deelden altijd onze wagen, zo’n verlengde Audi A8, een monster van een auto. We hadden geweldige chauffeurs, met wie we veel gelachen hebben. En we verdienden er geld mee, door de ultieme efficiëntie qua tijd en agenda. Ik hield achterin gewoon vergaderingen en had alle tijd om te bellen. Maar toen Job zijn bedrijven verkocht, was ook opeens die auto op. Sindsdien hebben we nooit meer een chauffeur gehad.

Ik word het blijst als ik in drie dagen naar ons huis in Frankrijk rijd. Want in vliegen heb ik helemaal geen zin meer. Meestal gaan we nog even langs bij vrienden, die prachtig wonen aan het Meer van Genève. Daarna zakken we af naar ons huis. Een dorpje verderop is op zaterdag altijd een waanzinnige brocantemarkt, waar ik van alles vandaan haal. En dan ga ik heerlijk in mijn atelier zitten en draai ik m’n oude cd’s van hippe clubs in Saint-Tropez. Ik zie niet op tegen de ouderdom, maar ik vind dat lijf wel een ding. Laten we het in lengte van jaren goed gezond houden. Tweeënhalf jaar geleden ben ik gestopt met drank. Ik werd ziek in Miami, door foute antibiotica voor een wondje aan mijn duim. Dood- en doodziek was ik, en ik belandde op de eerste hulp. Dat betekende zes weken geen gin-tonic; als ik het al rook, ging ik over mijn nek. Toen dacht ik: laat ik het maar eens volhouden. Voordat ik het wist, was ik zes maanden verder. Toen ging Job er ook in mee. De helft van mijn vriendenkring is inmiddels gestopt met drinken. Ik heb nog één keer een goeie fles Dom Perignon opengetrokken: of ik chloor dronk! Ik ben niet bang voor de dood. Het is zoals het is, dat meen ik echt. Ik heb teveel lijden om me heen gezien van mensen die terminaal waren, zoals mijn moeder die twaalf jaar geleden is overleden aan alvleesklierkanker. Ik vind het in sommige gevallen heel knap hoe mensen daarmee omgaan. Mijn schoonzusje bijvoorbeeld, de vrouw van Jobs broer, heeft net chemokuur 57 gehad. Ze is drie jaar geleden opgegeven, heeft net een jong hondje genomen – kippenvel. Ze is zó positief dat ze zelfs in het ziekenhuis zeggen: hoe doe jij dit? Ongekend! Zij is echt een voorbeeld voor mij. Zo knokken zou ik zelf niet kunnen. Misschien zou ik kiezen voor de dood. Wie zijn wij om te oordelen over vrijwillige levensbeëindiging? Ik vind het altijd schokkend om te horen als mensen zelf een einde aan hun leven maken, maar ik kan het in veel vormen wel respecteren. Als het zover is, hoop ik dat ik een mooi oeuvre nalaat. Mijn naam komt soms al voor in een kruiswoordpuzzel, dus dat zit wel goed.”

Mart Visser (Sleeuwijk, 1968) is modeontwerper, kunstenaar en ondernemer. Hij studeerde aan Modeacademie Montaigne in Amsterdam en het Saga International Design Centre in Kopenhagen. Hij debuteerde met zijn eerste haute-couturecollectie in 1993, kort daarna brak hij door. Naast kleding ontwerpt hij onder meer schoenen, tassen en brillen. Ook maakt hij bedrijfskleding, onder meer voor KLM en het Koninklijk Concertgebouw. Mart is gehuwd met Job van Dooren, met wie hij bijna dertig jaar samen is. Ze wonen afwisselend in Amsterdam, op de Veluwe en in Zuid-Frankrijk.

Mart brak op jonge leeftijd door.

Lees meer

Alle artikelen
Noa maakt andré hazes braaf
Party

Noa maakt andré hazes braaf

De liefde spat ervanaf! Wie André Hazes (32) de afgelopen jaren heeft gevolgd, zag een jongeman die regelmatig met zichzelf worstelde. De zanger leefde jarenlang als een echte levensgenieter, dook geregeld het nachtleven in, kampte openlijk met drank- en drugsproblemen en beleefde een stormachtige knipperlichtrelatie met Monique Westenberg. Maar wie André nu ziet naast zijn nieuwe liefde Noa Braaf (25), ziet vooral rust. En voor het eerst in lange tijd ook stabiliteit. Tijdens het ’Musical Awards Gala’ konden fotografen hun ogen en lenzen nauwelijks van het stel afhouden. André en Noa straalden zichtbaar van geluk. Noa kijkt verliefd naar haar vriend, terwijl André ontspannen, ondeugend en vooral opgelucht in de camera kijkt, alsof er een enorme last van zijn schouders is gevallen. De twee ogen verliefd, vertrouwd en opvallend rustig…

Lees meer
Slaap lekker ?!
Quest

Slaap lekker ?!

Te veel mensen slapen slecht. En dat is een serieus probleem. Wetenschappers kijken in het brein om te zien wat er fout gaat. Kunnen zij ons onze nachtrust teruggeven?

Lees meer
Filosofie Magazine

7 tips voor omgaan met ellende in de wereld

De ‘antwoordelijkheidscrisis’, zo noemt filosoof Frank Meester onze situatie. Van ecologische rampen tot oorlogen en femicide: dagelijks worden we overspoeld door een hele bak aan ellende. We willen daar antwoorden op zoeken, maar voelen ons machteloos en verlamd. Hoe gaan we om met al die ellende in de wereld? Meester geeft 7 tips. tip 1 Eet geen dierlijke producten ‘Veel van de ellende om ons heen komt doordat we mensen boven andere dieren stellen. We denken dat we het recht hebben om dieren te gebruiken als proef konijnen, ze onder erbarmelijke omstandigheden vast te houden en ze te vermoorden. Er is zoveel pijn en leed door onze omgang met andere dieren. Door te stoppen met het eten van dierlijke producten, pak je die enorme bak aan ellende aan.’ tip 2…

Lees meer
MARIE KONDO ‘Niet alles hoeft perfect te zijn’
Libelle

MARIE KONDO ‘Niet alles hoeft perfect te zijn’

Met ‘Brief uit Japan’ breekt Marie Kondo (41) met haar imago als opruimsensatie en richt ze zich op de levenslessen en tradities uit haar geboorteland. ‘Het schrijven van dit boek bracht me dichter bij mezelf.’

Lees meer
Vergisvilla
Quote

Vergisvilla

De groten der aarde willen hier niet wonen.

Lees meer