Tijdschrift.nl is nu Lezerij

IN DIT NUMMER

DE ÉCHTE FERRY BOUMAN Voorpublicatie Drugsbaron, over het leven van Janus van Wesenbeeck

Deze week ligt Drugsbaron in de winkel, het nieuwe boek van misdaadjournalist Vico Olling. Het boek gaat over Janus van Wesenbeeck, de crimineel die model stond voor Ferry Bouman uit de populaire Netflix-series Undercover en Ferry. In deze voorpublicatie gaan we terug naar het jaar 2008, waarin Janus in de gaten gehouden wordt door twee undercovers en hij op miraculeuze wijze een aanslag op zijn leven overleeft.

TEKST VICO OLLING
FOTO’S PAUL TOLENAAR, NETFLIX, PRIVÉARCHIEF

In het begin van 2008 komt de Belgische politie Janus waarschuwen. Er is informatie binnengekomen dat hij gevaar loopt. In het algemeen geldt: als de politie via informatiekanalen van de onderwereld die signalen opvangt, kan ze overgaan tot een waarschuwing. Janus wil graag weten uit welke hoek de dreiging komt, maar dat zeggen de agenten niet. Hij wantrouwt de actie eigenlijk. Volgens hem wil de politie vooral paniek zaaien. “Maar ik ben niet zo gauw bang.”

Paniek of niet: hij begint wapens te verstoppen in allerlei hoeken en gaten, zoals onder de grond bij het chalet op camping Parelstrand, de camping waar Janus vaak verblijft. Die camping is in Lommel, een plaatsje net over de grens in België. Ook steekt Janus vanaf dat moment altijd een pistool bij zich; een 7.65 FN Model 1910, van Belgische makelij. Hij is meer op zijn hoede dan ooit. Kort daarna vinden twee vreemde situaties plaats. Een is op camping Parelstrand. “Ik werd gebeld door iemand van de camping dat er twee mannen in het zwart gekleed bij ons huisje stonden te rommelen. Dus ik erheen, wapen mee. Ik schiet ze kapot, dacht ik. Maar toen we daar aankwamen, waren ze al weg.” Janus en de mannen met wie hij is, onder wie undercover Billy, zoeken de omgeving af of ze wat verdachts vinden. “Billy kwam terug en zei dat er ergens gaas kapot was geknipt. Hij zei dat die lui waarschijnlijk daardoor waren gevlucht.”

Nu zegt Janus dat Billy een spelletje speelde. “Hij zag in het donker dat het hek was doorgeknipt. Zo moest ik concluderen dat het in ieder geval geen politie was, want die mogen niet zomaar iets kapotmaken. Billy hield de politie op deze manier een hand boven het hoofd.” Janus denkt dat de mannen afluisterapparatuur in zijn chalet wilden plaatsen. “Dat mislukte, omdat ik alles zo had beveiligd dat je nooit zomaar binnen kon komen. Als ik ergens kozijnen kocht, haalde ik de bijgeleverde sloten eruit. Ergens anders ging ik sloten halen en die zette ik erin. Als de politie dan met een loper wilde binnenkomen, paste die niet. Ja, ik was daar heel precies in.”

Vier knallen

De andere vreemde situatie vindt plaats als hij met zijn auto naar de villa in Lommel gaat. Hij pakt het weggetje aan de zijkant, het weggetje dat wij de eerste keer naar Lommel ook hebben genomen. “Daardoor floepten de poortlichten op de parkeerplaats aan; dat maakt het lastiger voor mensen om zich te verstoppen. Ik had zo beter overzicht over de situatie.” Terwijl Janus de parkeerplaats oprijdt, heeft hij voor de zekerheid zijn wapen naast zich op de bijrijdersstoel liggen. Hij pakt ’m in zijn hand als hij de autodeur opent om uit te stappen. “Op dat moment hoor ik geritsel in de verte, tussen de bladeren. Ik denk meteen: dit is onnatuurlijk geritsel, alsof iemand probeert weg te kruipen. Ik richt met mijn wapen naar de kant waar het geluid vandaan komt en druk af: één, twee, drie, vier keer. Ik hoor vier knallen en één keer een dof geluid. Een beetje als: ‘foep!’ Ik wist meteen: die is raak.” Janus duikt weg van zijn auto, opent het tuinhek en rent door de tuin naar de achterkant van het huis. Eenmaal binnen komt hij als eerste zijn zoon Richard tegen, die de schoten buiten heeft gehoord. “Ik zei dat ik geschoten had en dat het volgens mij raak was.” Ze gaan de camerabeelden bekijken en spoelen de band terug. Ze zien niets. “Achter het huis is een heel groot weiland. Daar kun je je makkelijk verstoppen.”

Janus heeft gevoel voor humor.

Janus met zijn vrouw Lydia.

‘IK RICHT MET MIJN WAPEN NAAR DE KANT WAAR HET GELUID VANDAAN KOMT EN DRUK AF:
ÉÉN, TWEE, DRIE, VIER KEER. IK HOOR ÉÉN KEER EEN DOF GELUID. IK WIST METEEN: DIE IS RAAK’

Billy

Jaren later hoort Janus in de gevangenis dat hij die avond een agent heeft neergeschoten. “Die hoorde bij de sectie stiekem, de afdeling bij de Belgische politie die gaat over afluister- en inkijkoperaties. Zij wilden waarschijnlijk ook iets plaatsen om me in de gaten te houden, maar dat pakte dus helemaal verkeerd uit. Ze hadden bij mij geen schijn van kans omdat er altijd wel iemand thuis was.”

Voor de duidelijkheid wil Janus zeggen dat hij op dat moment echt dacht aan een aanslag op zijn leven. “Ik had nooit gedacht dat ik op een agent had geschoten.”

Op 7 april 2008 vinden wandelaars in de bossen van Bergeijk in Nederland het lichaam van Jo van Asten. De 55-jarige inwoner uit Leende ligt levenloos op de Fressevenweg en blijkt door zijn knieen en zijn hoofd te zijn geschoten. Janus: “Als er iemand onschuldig is doodgeschoten, dan is het honderd procent zeker Jo van Asten. Jo had een grote mond, maar een klein hartje. Ik heb hem goed gekend, op het einde waren we geen vrienden, maar ook geen vijanden. Van Asten wordt in het milieu soms bestempeld als politie-informant, maar volgens mij klopt dat niet.”

Janus heeft nooit zaken met Van Asten gedaan. “Hij was een vriend van Piet Pfaff. Jo en Piet gaven graag geld uit van andere mensen. Mijn naam wordt altijd genoemd alsof ik er iets mee te maken zou hebben, maar dat is de grootste onzin die er is. Op het moment dat Jo van Asten is doodgeschoten, had ik die undercovers op mijn nek. Dat is mijn alibi.”

Het chaletje van de twee undercoveragenten.

Op 10 mei vindt een vreselijk drama plaats binnen de familie Van Wesenbeeck. De Eindhovense advocaat Bert de Rooij is daar van dichtbij getuige van. De Rooij: “Ricardo, de zoon van Janus’ broer Tinus, is op 21-jarige leeftijd om het leven gekomen. Hij was naar een feestje gegaan en is toen zat thuisgekomen, naar de wc gegaan – en daarna weet niemand het. De deur zat op slot, er ging een schot af. Ricardo werd daarbij dodelijk geraakt en er lag een wapen bij hem. De politie heeft naderhand geoordeeld dat het een ongeluk moet zijn geweest. Het wapen is waarschijnlijk op de grond terechtgekomen en afgegaan.” De politie neemt Tinus mee als verdachte naar het bureau. “Tinus had de deur van het toilet opengebroken en met alle macht geprobeerd zijn zoon te redden. Volgens mij geloofde verder niemand dat Tinus iets te maken had met de dood van Ricardo, maar de politie moet dat nu eenmaal doen.” Op dat moment wordt Bert de Rooij gebeld door Janus. “Of ik naar het politiebureau wilde gaan om Tinus bij te staan.” Als de advocaat daar aankomt, is de politie al klaar met de procedure en ziet De Rooij een tafereel dat hij nooit meer vergeet. “Tinus kwam naar buiten met een shirt dat helemaal onder het bloed zat. Dat bleek dus het bloed van zijn zoon. De politie mocht dat shirt niet wassen van Tinus. Ik hoorde hem schreeuwen en krijsen. Dat ging door merg en been. Janus en Grad waren er ook bij en pakten Tinus meteen op. Hij kon bijna niet lopen. Ik zag Tinus ondersteund door zijn broer en zijn vader wegstrompelen. Dat heeft diepe indruk gemaakt op mij. Ze zijn echt kampvolk; ze zijn hard, maar dat moment was ijzingwekkend.” Het verlies van Ricardo laat een diepe open wond achter. Janus is er volledig door ontdaan. “Ik vloog in de drank en moest de hele tijd janken. Ik zat veel in café De Streep. Undercover Nina was daar ook vaak en zoop en jankte met me mee. Ze zei tegen mij dat haar moeder onlangs was gestorven en dat ze daar maar heel moeilijk overheen kon komen.”

Op deze plek stond voorheen café De Streep.

undercoveragente Nina.

Er ontstaat een emotioneel gesprek waarbij Nina, aangejaagd door de enorme drankinname, zegt dat Billy niet de echte naam van haar ‘partner’ is. “Ik antwoordde alleen maar dat ik dat wel wist,” zegt Janus. Een paar dagen na die emotionele uitbarsting zegt Nina tegen Janus dat ze niet meer mag drinken van de dokter. “Ze zei dat ze suiker, diabetes, had. Maar ik weet bijna zeker dat ze is teruggefloten door haar meerderen, omdat ze zich onder invloed van drank te veel liet meeslepen door alles wat er rondom ons gebeurde.” Janus zegt dat undercover Billy anders was. “Die dronk whisky, maar hield altijd de controle.”

Het chalet van Janus aan het Parelstrand in het Belgische Lommel.

Zwaarbewapend

In de villa van Richard in Lommel kan Janus soms uren naar de beeldschermen turen die het huis rondom in de gaten houden. “Ik kon alle camera’s van afstand besturen. Ik had apparatuur, dat was echt niet normaal!” Janus zit ook vaak met het blote oog op een stoeltje voor het raam naar buiten te loeren. “Vooral ’s nachts. Zat ik van één tot vier uur met een kratje Tuborg erbij te roken en naar buiten te kijken met het licht uit. Zag ik ineens beweging ergens achter een gordijn. Om drie uur ’s nachts beweegt er niets, hoor! Of er zit iemand iets te bekijken, zoals ik. Zo had ik precies door waar ze zaten.”

Soms komt het tot een confrontatie. “Om een uur of twee zag ik een sigaret oplichten in de bosjes voor het huis. Ik dacht godverredomme... En ja hoor: toen ik goed keek zag ik twee mensen. Ik zei tegen de jongen die op dat moment bij me was dat hij van links naar dat bosje moest lopen. Ik kwam dan van rechts op ze af. We waren alle twee zwaarbewapend toen we op enkele meters afstand erop afsprongen. Terwijl we ze onder schot hielden schreeuwde ik: JA WAT?! WAT MOETEN JULLIE HIER? Bleek het een stelletje te zijn dat een beetje aan het vrijen was in de bosjes! Ik kan je vertellen: die schrokken zich echt he-le-maal de tering. Ik denk dat zij nooit meer van hun leven in bosjes hebben gelegen.” Voor de zekerheid zaagt Janus de volgende dag toch maar het bosje voor het huis weg. “Geen gerommel voor mijn deur.” Janus beaamt het volmondig als ik vraag of hij in deze periode misschien wat paranoïde is geworden. “Zéker. Ik droeg zelfs ‘jammers’ bij mijn advocaten. Alle opname- en zendapparatuur werd zo verstoord. Dan zei mijn advocaat Bert de Rooij dat ie het zo raar vond dat de telefoon het niet deed. Ja, raar, zei ik dan. Maar dat kwam omdat ik die jammer aanklikte op het moment dat ik bij hem was. Tegenwoordig zijn die jammers heel klein, maar toen was het echt een blok dat ik bij me droeg. Ik had ook een heel goeie, hoor. Als je een bandrecorder neerzette en op ‘record’ drukte, kon ik praten wat ik wilde; er kwam niets op die tape. Helaas hebben ze hem in beslag genomen.”

Advocaat Bert de Rooij beschrijft hoe paranoïde Janus is. “Hij deed altijd heel joviaal als hij binnenkwam met omhelzingen en zo. Later hoorde ik dat hij zich de gewoonte had aangemeten om bij iedereen even snel te voelen of er geen apparatuur om hen heen hing. Jij denkt dat ik je begroet, maar ik was je gewoon aan het aftasten, zei hij later tegen me. Het ging Janus overigens niet om mij, maar dat was zijn gewoonte geworden. Het was ook precies in de tijd dat er zo op hem werd gejaagd.” Janus herinnert zich dat anderen hem vaak hebben uitgelachen als hij vertelde wat hij allemaal deed voor zijn veiligheid. “Veel mensen vonden dat overdreven. Maar uiteindelijk stond alles in het dossier, precies zoals ik het vertelde. Ik had dus wel gelijk. Maar goed, wat koop je daarvoor...?”

HET VERLIES VAN RICARDO, DE ZOON VAN BROER TINUS, LAAT EEN DIEPE, OPEN WOND ACHTER. JANUS IS ER VOLLEDIG DOOR ONTDAAN. ‘IK VLOOG IN DE DRANK EN MOEST DE HELE TIJD JANKEN’

In de zomer van 2008 komt de politie voor de tweede keer langs om Janus te waarschuwen voor een aanslag op zijn leven. Ook nu weer vraagt hij om meer informatie, maar die krijgt hij opnieuw niet. “Alleen als ik met ze zou meewerken; dus ik bedankte voor die eer.” Om de spanning en de dreiging rond het gezin weg te nemen huurt hij een appartement voor zichzelf aan de rand van Valkenswaard, aan de Kortveter, een hofje van nieuwbouwappartementen. “Lydia vond het heel erg, maar voor de veiligheid van mijn gezin was het beter.”

Janus en Lydia wagen een dansje.

Piet Pfaff.

Criminele neef

In de tweede helft van 2008 krijgen Janus en zijn criminele neef Piet Pfaff ruzie. Pfaff is een beruchte boef uit Eindhoven en omstreken en familie van de bekende Belgische ex-keeper Jean-Marie Pfaff. Geld is de oorzaak van de ruzie tussen Piet en Janus. “Piet kreeg spullen van mij waarmee hij drugs kon maken; daar hadden we een bepaald bedrag voor afgesproken. Later kwam hij bij me voor extra grondstoffen en auto’s en nog wat dingen. Dat heb ik allemaal voorgeschoten. Hij betaalde het afgesproken bedrag terug, maar de rest niet. Alles bij elkaar kreeg ik nog best wat van ’m.” Janus vraagt Piet een paar keer waar z’n geld blijft. “Hij kwam aan met een verhaal dat zijn compagnon tegen hem had gezegd dat het bedrag al lang en breed met mij was verrekend. Maar ik wist niet eens wie zijn compagnon was. Hij noemde toen een naam. Nou, diegene had mij helemaal niets gegeven.”

Vind je dit interessant?

Ontdek nu alle Nederlandse top titels in één app!

Bestel nu

Walter D., de Schotse compagnon van Janus.

Daarna wordt de toon steeds onvriendelijker. “Piet stelde voor naar die compagnon te gaan.” Op verzoek van Janus begint de compagnon van Piet inkomsten en uitgaven onder elkaar te zetten. “Toen bleek dat ze precies dat bedrag dat ik noemde meer hadden uitgegeven dan wat ze hadden verdiend. Ik draaide me naar Piet en zei dat dit was wat hij me moest betalen. Hij begon ruzie te maken met die compagnon en toen werd ik het zat. Ik wilde weg en zei nog een keer tegen Piet dat híj bij mij was gekomen en híj mij dus moest betalen. Daarna ging ik weg.”

Piet Pfaff gaat naar Grad, de vader van Janus, in de hoop via hem Janus te kunnen beïnvloeden. “Piet noemde mij levensgevaarlijk en zei dat ik geld van hem wilde, maar ik had ons pap allang op de hoogte gebracht van wat er speelde. Die was dus heel duidelijk naar Piet en zei dat hij mij gewoon moest betalen. Dan is Janus ook niet levensgevaarlijk.” Piet vraagt Grad te bemiddelen om nog een keer tot een gesprek te komen. “Maar ik wilde dat niet. Ik had daar geen behoefte aan.” Als vader Grad en zoon Janus elkaar ontmoeten, komt ook de Piet-situatie ter sprake. “Ons pap zei dat ik het moest laten gaan. Hij heeft niks, dus hij kan niks betalen, zei die. Ik denk dat hij gelijk had. En ik had ook geen zin in ruzie.” Een week na het eerste gesprek zit Piet Pfaff weer bij Grad. Piet is bang en vertelt dat hij er niet van kan slapen. Hij vraagt Grad of hij Janus niet nog een keer wil bellen voor een gesprek. Dat doet Grad. “Ons pap vroeg weer of ik Piet wilde spreken. Hij zei dat Piet nu bij hem zat. Ik vroeg of ons pap de telefoon aan Piet kon geven. Toen ik Piet aan de lijn had, zei ik dat ik geen ruzie met hem wilde. Ik ben niet bang voor je, maar ik loop om als ik je zie op straat, zodat er geen ellende komt. Als ik weet dat er een feestje is waar jij naartoe gaat, ga ik daar niet heen. Als jij in een bepaalde kroeg zit, ga ik niet naar die kroeg. Ik hoop dat jij dat ook doet. Geen contact meer zoeken met mij en nooit meer mijn naam in je mond nemen. Het is goed zo. Ik wil niks meer met je te maken hebben. Daarna hing ik op. Dat leek mij het beste op dat moment.”

Neus in de coke

De onrust is niet alleen dicht bij huis. Ook verder weg ontstaan problemen. “Ik begon me te irriteren aan mijn Schotse compagnon Walter D. Had ook te maken met geld en het feit dat Walter veel te veel met zijn neus in de coke zat.” Janus moet daar niets van weten. Hij vindt zichzelf veel te emotioneel voor die drug. “Het neemt je remmingen weg. In mijn geval is dat geen goed idee.” Om hem heen wordt wel steeds meer gebruikt. “Ook mijn Engelse compagnon Steve Barbera gebruikte weleens, maar die deed drie weken met een gram. En hij pakte uit respect voor mij ook nooit een puntje waar ik bij was. Daar was hij te trots voor.”

Walter D. begint beloftes niet na te komen en schuift mensen naar voren waar Janus niets mee te maken wil hebben. “Walter was een goeie vent, maar dit was het begin van het einde. Hij werd steeds onberekenbaarder en begon tegen iedereen te lullen. Dat was voor mij heel moeilijk.” Dit oplaaiende conflict heeft volgens Janus ook te maken met een meningsverschil tussen Walter D. en Avraham ‘Shrek’ G., de Israëlische compagnon van Janus. “Toen iets fout ging tussen die twee heb ik voor scheidsrechter gespeeld en gezorgd dat het goed kwam. Maar Shrek liep mij op te stoken en begon te vertellen dat Walter D. een verrader was.” De reden waarom Shrek aan het stoken was, is een zakelijke. “Zijn Mexicaanse baas, Arturo Beltrán-Leyva van het Mexicaanse kartel, wilde een kortere lijn naar Engeland en gaf Shrek de opdracht om mij los te weken van Walter D. Die Beltrán-Leyva dacht Walter op die manier uit te schakelen. Dat was bijna gelukt...”

DIE VRIJDAGOCHTEND STAPT JANUS HET POLITIEBUREAU BINNEN. ‘IK ZEI DAT IK JANUS VAN WESENBEECK WAS, VAN DE MYSTERIEUZE SCHIETPARTIJ IN VALKENSWAARD. ALLES EN IEDEREEN IN PANIEK’

Janus is altijd in voor een dolletje.

Janus vindt het moeilijk om hierover te praten, omdat hij zich schaamt. “Ik had daar nooit in mee mogen gaan. Maar ik had te kampen met veel stress en dat werd alleen maar erger. En dat losweken is ook een geleidelijk proces geweest, hè? Dat duurde een half jaar of een jaar of zo... Daar kwam ook bij dat ik met Shrek een tweede aanslag op mijn leven meemaakte. Dat doet ook iets met je.”

Die tweede aanslag vindt eind november plaats, bij het appartement van Janus in Valkenswaard. “Ik was daar met Shrek. We gingen om een uur of negen, half tien in de avond naar buiten om wat te eten bij de Italiaan in de buurt. Toen ik het gebouw uit liep, keek ik even rond. Er stond een busje. Ik zei nog: Hé, kijk, de ramen van dat busje zijn beslagen. Shrek zag het ook, mompelde wat en stapte in zijn auto. Ik stapte ook in, de auto werd gestart. We reden een paar meter toen we dat busje achteruit zagen rijden, onze kant op. De deuren vlogen open en ik zie vier mannen met getrokken wapens op ons af springen. Ik herken meteen twee uzi’s en een Glock en hoor Shrek schreeuwen: They gonna do us, they gonna do us! Toen begonnen ze te schieten. Heel gek, maar het eerste wat toen in me opkwam was dat ze niet gewend waren om met zulk materiaal om te gaan. Dat concludeerde ik omdat ze de loop van de uzi’s veel te laag hielden. Toen ze de trekker overhaalden, helden ze naar achter door de terugslag. Daardoor lukte het richten niet. Dat was ons geluk. Ik had ondertussen mijn wapen uit mijn jaszak gehaald, richtte op een van die gasten en schoot een paar keer door de voorruit. Ik raakte iemand in zijn keel en in zijn borst. Met een 9mm kaliber komt dat wel aan, hoor! Een kogel van hen raakte het klepje voor de zonnebril boven me, waardoor er iets tegen mijn voorhoofd sloeg. Ik dacht toen dat ze me door m’n kop hadden geschoten. Op dat moment roept Shrek Run! Run! en ik zie ’m naar links weglopen. Door die pijn aan mijn kop dacht ik dat ik kapot zou gaan. Maar ik ga niet alleen, ging het toen door me heen. Ik stapte uit en liep schietend op een van die gasten af. Hier! Kankerlijer! schreeuwde ik. Ik raakte er zo nog eentje in zijn rug. Plots hoorde ik klik-klik: mijn kogels waren op. Toen ben ik gaan lopen, naar rechts.” En Janus blijft lopen. Wanneer hij eenmaal zeker weet dat hij niet wordt gevolgd, stopt hij. “Ik had een telefoontje in mijn zak en belde Shrek. Die nam niet op. Ik dacht dat ze hem misschien toch hadden geraakt.” Janus krijgt het benauwd en begint te zweten. “Shrek hoorde bij een Mexicaans drugskartel. Als hij die schietpartij niet had overleefd, kon die Arturo Beltrán-Leyva mij verantwoordelijk houden voor zijn dood. Dan heb je de Mexicanen aan je deur. Nou, dan ben je wel klaar, hoor!” Gelukkig komt niet veel later het geruststellende bericht dat er niets aan de hand is met Shrek. “Bizar toch? Zij overvielen ons met z’n vieren en hebben allemaal misgeschoten.”

‘TOEN ZE DE TREKKER OVERHAALDEN, HELDEN ZE NAAR ACHTER DOOR DE TERUGSLAG. DAARDOOR LUKTE HET RICHTEN NIET.
DAT WAS ONS GELUK’

Tegelijk is Janus ervan overtuigd dat hij twee man heeft geraakt, hoewel die mensen nooit zijn gevonden. “Die hebben ze waarschijnlijk ingeladen in dat busje en meegenomen. Als er geen lijk is, kunnen ze ook geen groot onderzoek doen.” Janus trommelt wat mensen op om het busje te zoeken. “Als dat bijvoorbeeld in de richting van Amsterdam staat, dan heb je een aanwijzing uit welke hoek deze aanslag kan komen. Maar we vonden het niet.” Het moment dat ze op hem schieten, vergeet Janus nooit meer. “Ik dacht: daar ga ik, met m’n goeie gedrag. Vooral toen ik de pijn aan mijn hoofd voelde van dat klepje. Door de adrenaline was ik niet bang, maar op het moment dat ik wegliep, kwam er een angstgevoel over me heen. Ook omdat ik dacht dat ik een hoop ellende met het Mexicaanse drugskartel zou krijgen.”

Aanslag op Janus

Janus vindt het geen geluk dat hij daar in Valkenswaard niet het tijdelijke met het eeuwige heeft verwisseld. “Ik heb dat nooit gezien als geluk. Ik had het gewoon niet verdiend. Dat klinkt misschien gek, maar het zou niet terecht zijn geweest als ik daar doodgeschoten zou worden. Ik deed niks verkeerd. Ik had geen schulden en lichtte niemand op. Ik verdiende het niet om kapotgeschoten te worden voor mijn eigen centen, of voor Shrek.”

Zijn redding was zijn wapen. “Als ik die niet in m’n hand had, was ik wel dood geweest.” In de media wordt altijd geschreven dat het een aanslag op Janus is, maar eigenlijk is dat niet met zekerheid te zeggen. “Ze namen ons allebei in die auto onder vuur en hebben geen briefje achtergelaten dat het voor mij was, dus eigenlijk weet niemand het. Het is in ieder geval ongelooflijk dat we het alle twee overleefden. Als je die auto zag... In mijn stoel zaten meerdere grote gaten.” Janus gaat na een paar dagen naar het politiebureau van Valkenswaard om aangifte te doen. “Dat werd me aangeraden door een advocaat van me. Die zei dat als ik niet zou gaan, de politie me in het vervolg kan bestempelen als vuurwapengevaarlijk. Ik had er natuurlijk twee geraakt.” Janus belt met de politie van Valkenswaard en maakt een afspraak om op woensdag langs te komen. “Ik zei nog dat ze tegen al hun collega’s moesten zeggen dat ze me niet moesten aanhouden op het bureau omdat ik gewapend was. Ik vertelde dat ik was ontsnapt aan een liquidatie en dat ik bij het minste of geringste zou schieten. Ja, maar wij zijn agenten, zeiden ze. En we zijn ook zo gekleed. Ik zei toen dat ik binnen een uur ook aan die pakken kan komen.” Naarmate de woensdag nadert, slaat de twijfel toe bij Janus. “Ik dacht: ik doe het niet. Ik belde op en zei dat ik niet kon en nog wel zou laten weten wanneer ik wel zou komen. Daarna belde ik met mijn advocaat om te zeggen dat ik niet naar die afspraak was gegaan. Hij vroeg wat ik nu van plan was. Ik zei dat ik onaangekondigd op vrijdagochtend langs zou rijden. Dat doe je goed, zei mijn advocaat.”

DRUGSBARON LIGT VANAF DEZE WEEK IN DE WINKEL EN IS OOK ONLINE TE KOOP. PRIJS:
24,99 EURO.

Zelfverdediging

Die vrijdagochtend stapt Janus het politiebureau binnen. “Ik zei dat ik Janus van Wesenbeeck was, de man van de mysterieuze schietpartij in Valkenswaard. Alles en iedereen in paniek, want ze waren niet voorbereid. Ik voelde me daar beter bij.” De politie weet hem te vertellen dat een vrouw getuige is geweest van de aanslag toen ze haar hondje uitliet. “Zij verklaarde tegenover de politie dat de mensen in de personenauto, wij dus, handelden uit noodweer, de juridische term voor zelfverdediging. De anderen begonnen met schieten.” Hierdoor ontspringt Janus de dans: hij wordt nooit vervolgd voor de schietpartij.

De auteur met de drugsbaron.

‘Goodfellas in Brabant’

Vico Olling (1971) was tussen 2004 en 2021 chef-misdaad bij Panorama, nu schrijft hij boeken en werkt hij mee aan tv-documentaires over criminaliteit. Deze week komt zijn nieuwste boek uit: Drugsbaron. Over het criminele leven van Brabander Janus van Wesenbeeck (1961) de man die model stond voor Ferry Bouman uit de Netflix-series Undercover en Ferry.

Waarom moest er een boek komen over Janus van Wesenbeeck?

“Hij wilde zijn kant van het verhaal eens vertellen. Janus is in 2009 opgepakt op een Belgische camping na een drie jaar durende undercoveroperatie waarbij drie undercoveragenten zijn ingezet. Hij vindt dat hem onrecht is aangedaan omdat hij nooit de beschikking heeft gekregen over zijn complete dossier tegen hem. En hij denkt dat er binnen zijn organisatie mensen zijn geweest die in het geheim verklaringen hebben afgelegd tegen hem. Daar heeft hij wel wat aanwijzingen voor.”

De Netflix-serie Undercover en de figuur Ferry Bouman, gespeeld door Frank Lammers, zijn op hem gebaseerd. Vindt hij dat eervol?

“Verre van eigenlijk. In het begin vond hij het nog wel leuk, maar na een tijdje werd het wat vervelender. Hij merkte dat de kijkers fictie en werkelijkheid niet uit elkaar kunnen houden. In de series schiet Ferry Bouman om de haverklap mensen dood. In het echt is Janus nooit veroordeeld voor een moord. Er worden hem wel wat aangewreven, maar hij ontkent het zelf en bewijs voor zijn betrokkenheid is nooit gevonden. Het probleem is: hij merkt dat mensen door die serie zijn gaan denken dat hij wél levensdelicten heeft gepleegd. Dat leidt voor Janus en zijn directe omgeving tot erg veel overlast.”

Klopt het dat het boek in eerste instantie zou worden geschreven door misdaadjournalist Hendrik Jan Korterink?

“Ja, maar die is deze maand vier jaar geleden op 64-jarige leeftijd overleden. Janus en Hendrik Jan hadden wel al samen heel veel interviews gedaan, maar door die kloteziekte is een boek er niet meer van gekomen. Ik heb jarenlang voor Panorama met Hendrik Jan gewerkt en toen de uitgever mij vroeg om dit boek te maken, hoefde ik niet lang na te denken. Ik heb de oude aantekeningen Hendrik Jan gekregen van zijn familie en ben gaan werken.”

Dus jij hebt eigenlijk de aantekeningen van Hendrik Jan uitgewerkt tot een boek?

“Nee, al snel bleek dat ik Janus zijn verhaal echt zelf moest horen vertellen. Er zat dus niets anders op dan helemaal opnieuw te beginnen. De basis van dit boek bestaat uit ongeveer dertig interviews die ik met Janus heb gehad. Later in het proces speelden de aantekeningen van Hendrik Jan wel weer een rol. Dit boek zie ik dus ook aan een ode aan die bijzondere kerel.”

Waarom moeten mensen dit boek gaan kopen?

“Het vertelt een ongelooflijk verhaal over een jongen die intelligent is en veel in zijn mars heeft, maar zich niet kan ontworstelen aan zijn afkomst. Geboren in het beruchte woonwagenkamp Doolplein in Eindhoven groeit Janus in twee etappes uit tot een van de grootste drugssmokkelaars ter wereld. De eerste etappe speelt zich af in de jaren negentig in Nederland, de tweede na 2000 in België. Het boek geeft een inkijkje in hoe de drugshandel werkt en wat criminelen drijft. Natuurlijk is geld een belangrijke drijfveer, maar Drugsbaron laat ook zien dat het vaak gaat om spanning, avontuur en heel veel lol... Het is een soort Goodfellas of Scarface in Brabant.”

Lees meer

Alle artikelen
Eloise gedraagt zich in Amsterdamse clubs: 'Ik ga los, mar blijf cute en clean'
Weekend

Eloise gedraagt zich in Amsterdamse clubs: 'Ik ga los, mar blijf cute en clean'

Dat ze Van Oranje heet en een bekend gezicht heeft, levert Eloise geen windeieren op. Maar het gevolg is óók dat ze op Koningsdag nauwelijks normaal over straat kan. 'Ik ga niet uit mijn naad.'

Lees meer
Wibi's hart gebroken
Weekend

Wibi's hart gebroken

Wibi Soerjadi moet afscheid nemen van een heel bijzondere vriendin: zijn geliefde paard Niska. Het dier speelde jarenlang een grote rol in het leven van de pianist en bereikte de indrukwekkende leeftijd van dertig jaar. ’Niska was het eerste paard dat ik verwelkomde in mijn leven’, vertelt Wibi emotioneel. Via olympisch kampioene Anky van Grunsven kwam hij destijds bij Niska terecht, iets waar hij haar nog altijd dankbaar voor is. ’Niska had een buitengewoon karakter. Ze was levendig, vol energie en er was vanaf het begin een speciaal begrip tussen ons’, vertelt Wibi over hun band. Voor hem was Niska zijn ’beste vriendin’ en een ’droompaard’. ’Elke rit met haar voelde onvergetelijk en bijzonder’, aldus de pianist.…

Lees meer
De lekkerste foodfestivals van deze zomer
Foodies

De lekkerste foodfestivals van deze zomer

Door heel het land, van parken tot aan stranden en steden – in de zomer zijn er ontzettend veel sfeervolle foodfestivals. Van streetfood tot aan culinaire hoogstandjes en alles daar tussenin, wij zetten de leukste festivals van deze zomer op een rij. Dus pak je agenda er maar alvast bij en schrijf mee!

Lees meer
Quick-fix ijsjes
Foodies

Quick-fix ijsjes

Vier lekkere ijscoupes die supersnel te maken zijn. Dit wil je!

Lees meer
‘Wat als de vrouw die ik had aangereden dood was?’
Flair

‘Wat als de vrouw die ik had aangereden dood was?’

Een aanrijding onder invloed waar ze zich bijna niks meer van herinnerde en een enorm schuldgevoel: zo eindigde elf jaar geleden een avondje stappen voor de Belgische Sanne (35). Niet alleen het leven van de vrouw die ze aanreed veranderde ingrijpend, maar ook dat van Sanne.

Lees meer