In dit nummer

'De dood was niet eng, maar juist heel mooi'

Sinds haar bijna-doodervaring is Meike (39) niet meer bang om te sterven. Sterker nog, soms verlangt ze ernaar. 'Hoe kun je tegen je geliefde zeggen: 'Jij bent blij dat ik het overleefde, maar ik was liever dáár gebleven?'

'Toen ik bijkwam, schijn ik te hebben gehuild. Ik herinner me daar niets van. Ook niet van het ongeluk of de ambulancierit met loeiende sirenes. Een operatie en intens spannende dagen, waarin ik op het randje van de dood zweefde, volgden. Mijn gezin en het ziekenhuis-personeel dachten dat de tranen kwamen van de schrik. Het is nogal wat: wakker worden in het ziekenhuis, terwijl je aan allemaal slangen zit en niet kunt bewegen. Mijn man en dochters waren heel blij op dat moment. Ik was er weer, ik was er nóg. Dat ik diezelfde opluchting niet meteen voelde, vond niemand vreemd. Toen nog niet.

Een dag later, toen tot me was doorgedrongen dat een vrachtwagen me had geschept, dat ik bijna alles had gebroken wat maar kon breken, maar dat het er wel naar uitzag dat alles weer redelijk goed zou komen, kwam die opluchting nog steeds niet. Ik zag het opgeluchte gezicht van mijn man, bleek en mager na vele door-waakte nachten. Ik zag mijn dochters, drie en zeven, hun lieve snoetjes, de mooie tekeningen die ze voor me hadden gemaakt. De tranen op het gezicht van mijn moeder. Ze straalden liefde uit, allemaal. Maar het kwam niet aan. Alsof er een glazen wand stond tussen hen en mij. Het enige wat ik voelde, was heimwee. En spijt, dat ik weer was wakker geworden, vermengd met hevig schuldgevoel omdat ik dit zo ervoer.'

TEVREDENHEID

'Ik begreep er toen nog niets van. Ik wist alleen dat ik ergens gedurende die dagen, waarschijnlijk tijdens de operatie toen de artsen om mijn leven vochten, iets unieks had meegemaakt. Iets wat zo wonderlijk was dat ik er geen woorden voor kon vinden. Het was vooral het gevoel van compleet zijn. Ik was ergens geweest waar geen vragen meer bestonden. Geen verlangen, geen pijn, geen verdriet, alleen een intens gevoel van tevredenheid. Van: zo moet het zijn, zo hoort het, zo is het goed. En ik herinnerde me licht. Licht dat niet te beschrijven is. In zo veel kleuren, die warmte gaven, die dwars door me heen gingen. Ik voelde dat er ook anderen waren, al zag ik niemand. Het was niet eng, maar juist heel mooi. Ik voelde me met hen verbonden, met het hele universum. Een beetje zoals wanneer mijn man in een donkere nacht naast me ligt en ik besef dat wij bij elkaar horen. Maar dan tienduizend keer sterker. Hoe ik het nu verwoord, daar heb ik jaren over gedaan. Toen kon ik niets benoemen. Er was alleen heimwee naar die plek. Het was er zo fijn geweest dat ik de mensen van wie ik op deze wereld het meest houd zo had willen opgeven, als ik terug kon. Daar lag ik dan, met verwarrende gevoelens in een ziekenhuis waar elke dag bloemen werden gebracht door mensen met stralende gezichten. Ik had geen idee wat me overkomen was, maar ergens was ik ervan overtuigd dat ik in het hiernamaals was geweest – al was dat iets waar ik nooit in had geloofd. Dat de artsen vertelden dat het er tijdens de operatie even op had geleken dat ze me kwijt waren, bevestigde dat gevoel. Dat er een naam was voor wat ik had meegemaakt, wist ik toen nog niet. Ik durfde er niet over te praten. Zelfs tegen mijn man durfde ik het niet te zeggen.

'IK WAS BANG DAT MIJN MAN ME VOOR GEK ZOU VERKLAREN'

Ik was bang dat hij me voor gek zou verklaren of me zou zeggen dat het hallucinaties waren geweest door de medicijnen en morfine. Het zou ook zo ondankbaar klinken. Hoe kun je tegen je geliefde zeggen: 'Jij bent blij dat ik het overleefde, maar ik was liever dáár gebleven?' Maanden ben ik in de war gebleven. Mijn revalidatieproces verliep langzaam. Ik was somber, ongemotiveerd, tot onbegrip van iedereen. Het liefst lag ik in bed, met mijn ogen dicht, weg te dromen.'

Vind je dit interessant?

Ontdek nu alle Nederlandse top titels in één app!

Bestel nu

HEIMWEE

'Tot ik ging googelen. Wat heb ik gehuild toen ik op internet las over bijna-doodervaringen van anderen. Het was zo herkenbaar: wat ik had gevoeld en gezien, maar ook de heimwee. Ik begon mezelf als geluksvogel te zien. We leven in een maatschappij waarin we streven naar maakbaar geluk. We proberen alles onder controle te houden. Maar er is één allesom-vattend aspect waar we geen grip op hebben en dat is de dood. Veel mensen zijn er bang voor, ik niet meer. Ik weet nu dat dit leven maar een soort generale repetitie is. Ons staat iets veel beters te wachten. Dat heeft me rust gebracht. Hoewel de heimwee altijd sluimert, heb ik me erbij neergelegd dat mijn leven op aarde nog niet voorbij is. Ik heb kennelijk nog taken te volbrengen. Soms vallen die me zwaar, er zijn dagen dat ik eenzaam ben en alles moeizaam gaat. Maar meestal ben ik gelukkig en voel ik me gezegend met wat ik heb meegemaakt. Inmiddels zijn er wat mensen die weten van mijn bijna-doodervaring. Gesteund door online verhalen van anderen durfde ik erover te vertellen. Mijn man reageerde goed: hij wilde alles weten en we praten er nog regelmatig over. En een paar vriendinnen weten het. Ze nemen me serieus en dat waardeer ik, want ik snap dat het ongrijpbaar is. Ze zien dat ik anders in het leven sta. Na mijn eerste sombere maanden na het ongeluk ben ik rustiger dan ooit, ondanks dat ik enkele lichamelijke beperkingen aan het ongeluk heb overgehouden. Ik ervaar mijn bijna-doodervaring als een cadeau. Ik ben van plan nog alles uit het leven te halen wat erin zit. Maar als het voorbij is, is dat ook niet erg. Dan ga ik terug naar de plek waar alles klopt.'

Lees meer

Alle artikelen