DONDERDAG
Han ligt al uren zachtjes te snurken, maar ik kan de slaap niet vatten. Ik begrijp mezelf niet meer. Met heel mijn hart hou ik van Han en toch ben ik jaloers op Dorien. Ik wilde dat Gijs tegen mij zou zeggen dat ik er prachtig uitzag. Dat hij mij met een innige kus zou begroeten en me mee uit eten zou nemen naar Villa Zoethout. Maar als een vriendin mij zoiets zou vertellen, zou ik haar vragen of ze nog wel gelukkig was met haar relatie. Neem Janna, die werd verliefd op Han, omdat ze gek werd van Marco toen hij net met pensioen was. Maar ik heb niets te klagen met Han. Nou ja, hij kan soms wat bromberen en het is jammer dat hij niet wat meer aan zijn uiterlijk doet. En ik vind het lastig dat hij vaak meteen in de ankers gaat als ik een leuk plan heb. Ho ho, stop, Anne-Wil! Je gaat geen lijstje maken met Hans mindere eigenschappen, alles wat je aandacht geeft groeit. Misschien is het beter als ik wat ga lezen.
Ik stap uit bed, pak mijn boek en loop naar de keuken om een kop thee te zetten. Terwijl ik wacht tot het water kookt, tuur ik onze donkere, natte tuin in. Ik ben vast wat in de war, omdat ik verlang naar het voorjaar, zon, pril groen, bloemen en vrolijkheid. Dan zie ik ineens een lichtje in de schuur en het beweegt! Mijn hart bonst. Een inbreker? Ik ren naar de slaapkamer en schud aan Hans schouder. “Wakker worden! Er zit een inbreker in de schuur, ik zag licht branden.” Hij schiet overeind. “Wat? Wat?” Ik trek het dekbed van hem af. “We moeten gaan kijken!”
Gauw schieten we allebei een joggingbroek en trui aan en snellen naar beneden. Nog steeds brandt dat lichtje in de schuur. “Moeten we de politie bellen?” Geen idee waarom ik fluister, de inbreker kan ons hier niet horen. “Dat duurt veel te lang, ik denk dat we beter zelf kunnen gaan kijken.” We? Verwacht hij dat ik ook meega? “Je hebt een wapen nodig”, zeg ik. Mijn oog valt op het foeilelijke Afrikaanse beeld dat hij van zijn oom heeft geërfd. “Hier.” Ik geef hem het lange houten beeld aan.






Ik hou zielsveel van Han, waarom ben ik dan jaloers op Dorien?
Hij haalt de achterdeur van het slot en draait zich om: “Je gaat wel mee, hoor. Ik durf dit niet alleen.” Vooruit dan maar, maar dan wil ik ook een wapen. Ik trek het broodmes uit het messenblok en sluip achter hem aan.
Ondertussen gaat mijn ademhaling zo snel dat ik het gevoel heb alsof ik drie trappen op ben gerend. Han duwt tegen de schuurdeur. “Hij is niet op slot”, fluistert hij. Het volgende moment zwaait hij ’m open en doet hij het licht aan. Iemand begint te gillen, heel hard en hoog. Het tl-licht knippert en schijnt dan zo fel dat we even helemaal niets zien. Achter in de schuur ontwaar ik een kleine gestalte in een dikke winterjas met de capuchon op. Maar... die jas ken ik! “Lonneke? Wat doe jij nou hier?”
Ook Willeke, de kleindochter van Anne-Wil, heeft een dagboek. Elke woensdag staat er een nieuwe aflevering op libelle.nl/dagboek-willeke. Of lees het via de Libelle-app.




