
Je boek heet Kapitalisme is seksisme. Waarom? ‘Zo, je vraagt me om eventjes mijn hele boek uit te leggen, haha! Kapitalisme is seksisme, omdat vrouwen hetzelfde werk doen voor minder geld, omdat we nog steeds een onderverdeling maken tussen betaald werk buitenshuis en onbetaalde zorgtaken thuis, en de eerste in principe toebedelen aan mannen en de tweede aan vrouwen. Plus: er is nog steeds sprake van een loonkloof. Er is dus ongelijkheid tussen mannen en vrouwen onder het kapitalistische systeem. We zijn ons daar helemaal niet meer van bewust; het lijkt natuurlijk te zijn geworden, maar we moeten weer even worden wakker geschud.’
Gaat jouw boek dat doen? Dat wakker schudden? ‘Dat hoop ik. Kapitalisme is seksisme is een bold statement. Het is een gewaagde titel, dat weet ik, en het zal niet iedereen aanspreken. Dat is oké: ik schreef het vanuit mezelf, over mijn eigen aanvaringen met het kapitalisme en hoe ik daarmee om ben gegaan. Ik wil jonge vrouwen handvatten aanreiken en inspireren om kritisch na te denken over de keuzes die ze maken.’
Dat kritisch nadenken over keuzes is een rode draad in het boek. Zo noem je bijvoorbeeld ‘keuzefeminisme’. Wat is dat? ‘Keuzefeminisme is een stroming binnen het feminisme die de laatste dertig jaar is opgekomen, hand in hand met het liberalisme. Het komt voort uit het idee dat het met het emanciperen nu wel klaar is en dat je je als vrouw niet meer hoeft te bekommeren om emancipatie, en lekker moet doen wat je wilt – want als jij zelf kiest wat je wilt, is het altijd feministisch. Maar wat ik lastig vind aan dat idee, is dat het ervan uitgaat dat mannen en vrouwen even vrij zijn om te kiezen wat ze willen. Dat is niet zo: mannen en vrouwen krijgen niet dezelfde keuzes aangeboden, maar dat weigert het keuzefeminisme te erkennen.’
Heb je een voorbeeld? ‘Ik schrijf bijvoorbeeld over Kim Kardashian, die veel plastische chirurgie heeft ondergaan en dagelijks uren in de make-up zit, omdat zij op sociale media stelt dat ze haar uiterlijk niet aanpast aan wat mannen aantrekkelijk vinden, maar dat ze dat voor zichzelf doet. Ze giet er een feministisch sausje overheen en presenteert haar gesleutel aan haar uiterlijk als iets emanciperends, omdat het háár keuze is er zo uit te zien. Hetzelfde geldt voor Emily Ratajkowski, die als naakt supermodel in de clip voor Blurred Lines ronddartelde. Die clip kreeg kritiek omdat het vrouwen zou objectificeren, maar Ratajkowski verdedigde de clip en zei dat het juist feministisch was omdat ze er zelf voor had gekozen om zichzelf zo uit te buiten. Dát is keuzefeminisme.’
Maar het is toch ook hun keuze? Is het niet juist onfeministisch om voor Kim K te bepalen dat ze dat doet voor man- nen en niet voor zichzelf? ‘Je keuzes zijn altijd beïnvloed door de systemen om je heen. Kim Kardashian leeft in een wereld met strenge schoonheidsidealen en Emily Ratajkowski leeft in een wereld waarin vrouwelijk naakt goed verkoopt onder het kapitalisme. Je kunt hun keuzes daar niet los van zien. Dat betekent niet dat je meteen onfeministisch bent als je bijvoorbeeld botox neemt of naakt in een clipje danst, maar empowering zou ik het ook niet noemen. Je kiest botox in een maatschappij die je vertelt dat vrouwen er jong en knap uit moeten zien. Is dat echt een vrije keuze? Ook Emily Ratajkowski is teruggekomen op haar idee over Blurred Lines. Zij zag ineens in: “Mijn vrije keuzes berusten op de manier waarop mannen naar mij kijken en in welke mate mijn lichaam te verkopen valt.” Kiezen om mee te werken aan je eigen objectificatie staat niet gelijk aan emancipatie.’
Welke keuzes die jij maakte bleken eigenlijk ook geen vrije keuzes te zijn? ‘Ik ging samenwonen met een vriendje en het was voor ons beiden volkomen vanzelfsprekend dat hij de werkkamer zou krijgen. Ook ging ik, bijna automatisch, de boodschappen doen en het afval buiten zetten. Terwijl het me als ik single ben echt niet boeit of mijn koelkast gevuld is. Ik zie ’s avonds wel wat ik ga eten. Op het moment dat ik ga samenwonen met een man verval ik toch meteen weer in een soort rolpatroon. Dat zie ik ook bij mijn vriendinnen, allemaal geëmancipeerde vrouwen, bij wie ik dan kom eten in het huis waar ze wonen met hun vriend. Altijd, maar echt altijd, zijn zij degenen die het eten klaarmaken en de afwas doen. Ook merk ik dat waar we het vroeger veel hadden over carrière en seks, het nu ineens alleen maar over kinderen gaat. Sinds we de dertig hebben bereikt, zijn de paniekjaren begonnen.’
Wat zijn de paniekjaren? ‘De “paniekjaren” is zo’n term die is bedacht om de jaren te beschrijven waarin vrouwen die druk om kinderen te krijgen het meest ervaren. Veel vrouwen voelen een intrinsieke behoefte om kinderen te krijgen, dat is natuurlijk niet alleen vanwege maatschappelijke druk. Aan de andere kant is het voor mij wel duidelijk dat de maatschappij van heteroseksuele vrouwen van een bepaalde leeftijd die geen kinderen hebben, vindt dat ze mislukt zijn. Een gefaald project. Vrouwen als Daphne Bunskoek en Halina Reijn, supersuccesvolle vrouwen zonder kinderen, worden in elk interview weer gevraagd naar hun kinderloosheid. Ook ik word sinds mijn dertigste bijna meer gevraagd naar family planning dan naar mijn carrière. Dat soort signalen pik ik aan de lopende band op uit de samenleving, en die creëren paniek.’
Wat hebben kapitalisme en seksisme daarmee te maken? ‘Vrouwen krijgen kinderen en verzorgen ze tot ze grote mensen zijn die arbeid kunnen verrichten, terwijl mannen buitenshuis werken. Dat is de hoeksteen van het kapitalisme. Daarom wordt er ook alleen naar ons gekeken als de verantwoordelijke voor het plannen wanneer het kroost komt. Ik vind dat kinderen krijgen een gedeelde verantwoordelijkheid moet zijn. Nu moeten vrouwen hun hele leven lang een zwangerschap voorkomen, totdat ze ineens in een rap tempo hun vruchtbaarheid moeten benutten.’






Je schrijft: ‘We hadden een kleine eeuw aan emancipatie achter de rug, we waren hoger opgeleid, rijker en vrijer dan vrouwen ooit waren geweest – en kinderen was waar het de hele tijd over ging.’ Is kinderen krijgen dan niet iets voor de geëmancipeerde vrouw? ‘Natuurlijk wel. Het is een wezenlijk en levensbepalend onderwerp, dus het is logisch dat we het veel over kinderen hebben. Maar we doen onze meerlagige levens, onze intelligentie en ambitie tekort als we het alléén maar over kinderen krijgen hebben. Als we ons gevoel over hoe geslaagd ons leven is, laten afhangen van voortplanting.’
Hoe hou je je hoofd koel in die paniekjaren? ‘In de paniekjaren voel je je vooral heel alleen. Weten dat je er niet alleen in bent, dat we als vrouwen allemaal door dezelfde mal gedrukt worden, dat helpt ontzettend. Verzet je tegen die druk. Dat kan in verschillende vormen. Lees er boeken over, praat er met je vriendinnen over. Zeg: “Jongens, waarom moeten we het nu alweer over kinderen hebben en waarom hebben we hier zo veel stress over? We zijn dertig en hebben een leven vol leuks.” Ook probeer ik te daten met feministische mannen, die kids ook zien als een gedeelde verantwoordelijkheid.’
Waar vind je die? Asking for a friend. ‘Nou Tessel, als je het weet, vertel het me. Al zijn mannen die zichzelf telkens feminist noemen eigenlijk altijd minder feministisch dan ze zeggen. Dat zijn de guys die vinden dat ze een applausje verdienen als ze een keer gekookt hebben. Een man is volgens mij pas echt feministisch als hij erkent dat vrouwen fundamenteel minder kansen hebben dan mannen.’
Het zoeken naar een geschikte partner en moederschap is niet het enige waar vrouwen paniek over hebben. In je boek beschrijf je hoe een marketingmanager je vertelde dat vrouwen een makkelijke doelgroep zijn, omdat we zo bang zijn. Wat bedoelt hij daarmee? ‘Sociale media verdienen aan onze onzekerheid: of dat nou onzekerheid is over dat we nog geen moeder zijn, of dat we niet knap of jong genoeg zijn. Die media traceren waar we gevoelig voor zijn en verkopen onze data, vol met onze angsten, door aan marketingbureaus. Als ik mijn Instagram open, zie ik baby’s en botox. Als je het gevoel krijgt dat je niet goed genoeg bent, ga je dingen kopen die je vertellen dat ze je wel goed genoeg gaan maken. Vrouwen zijn een bange en onzekere afzetmarkt waar de mannelijke bedrijfstoppen van make-upmerken en afslankpillen veel aan kunnen verdienen. Zelfs als kritische feminist ben ik daar niet immuun voor. Ik wil bijvoorbeeld niet oordelen over de mensen die botox gebruiken, want ik voel die druk ook. Ik heb bedacht dat ik in elk geval tot mijn veertigste geen botox ga doen. Over tien jaar is de druk om er mooi en jong uit te zien wellicht nog veel hoger en zwicht ik alsnog.’
Je schrijft: ‘Een vrouw die haar mond opendoet over ongelijkheid of oneerlijkheid, wordt van alle kanten aangevallen en aangemerkt als anders, als ingewikkeld, als niet horend bij de groep, niet passend in het systeem.’ Ben je bang voor backlash nu jij die vrouw bent en een boek schrijft over seksisme? ‘Soms wel. Over het algemeen voel ik me gelukkig gesterkt in mijn meningen en laat ik me niet uit het veld slaan. Ik vind het namelijk belangrijk dat vrouwen hun kop boven het maaiveld uit blijven steken. Alleen al om te weten dat je niet alleen bent, als vrouw die het anders wil dan de maatschappij haar opdraagt.’




